Meander * Eerder * Gedichten * Afdronk
 
Herbert Mouwen


Afdronk

Een roos heeft een oog,
een huid verraadt een geur,
wanneer mijn hand boetseert
telt elke seconde, haar hagedis
houdt zich stil, niets beweegt
voor wie erop let, het plafond
van de slaapkamer schildert
luchten van hagelwit tot
hemelsblauw, het kille dier
in haar verdwijnt, zaad kronkelt
zich een weg naar de slaap,
in de rest van de nacht laat
geen vleermuis zich horen

We slapen uit, de droom
die ik me niet herinner hangt
achter het douchegordijn,
de lijvige kus aan het ontbijt
lijkt een eetbare paddenstoel
buiten de tijd, de snee brood
is al oud, al rijpt de wijn,
ook morgen kun je liefde
nuttigen, rekt de koestering
zich uit en blijft en blijft


 
^