Meander * Eerder * Gedichten * Kamer en ontbijt
 
Yerna Van Den Driessche


Kamer en ontbijt

Je klopte aan en vroeg of je blijven mocht.
Ik was een eenzame kamer zonder meubilair. Ik
wist niet hoeveel plaats je nodig had.

Een eenpersoonsbed is niet groot. Maar
het bed groeide, ontgroeide.

Gevangen in een waas van tule
en smalle woorden lag ik
eenzamer dan ooit in een kamerbreed bed.

Onherkenbaar in de kleur van zwavel
en ontrafelde nachten zocht ik tevergeefs
naar betekenis. Met diepe ogen
betastte ik de wanden.

Ik klopte aan en vroeg mezelf terug.


 
^