Meander * Eerder * Gedichten * Grootvader
 
Taede de Boer


Grootvader

Hij slaat de statenbijbel dicht. Het Meer van Galilea
dat hij ons mompelend heeft voorgetoverd, gulpt
uit de steelpan van email, komt in het bord tot rust
Hij bouwt van twee beschuiten een broos schip

Vertrouw op mij, zegt het, hoewel het onderruim
reeds water maakt. Er ratelt hagel uit de suikerpot
Lepel schept storm en slaat de boot uiteen
Hij redt de stukken, slurpend, één voor één

Het stemt tot dankbaarheid. Het witte tafelzeil
ontvangt voor het dankgebed zijn smalle handen
"Hemelse vader, wil ons, als Petrus, sparen. Kom onze
kleingelovigheid te hulp, als twijfel aan ons knaagt"

In al die jaren niet gewist: zijn mond die hapt
naar amen. Zijn hoofd zomaar gevallen op zijn borst
Het herfstig licht dat vloeit door het keukenraam
Hoe hij van boord gaat en met vast vertrouwen

over het water wandelt. Alsmaar ijler wordt


 
^