| Meander * Eerder * Interviews * Simon Vinkenoog | ||
|
Simon Vinkenoog
beantwoordt vragen van lezers De lezers van Meander mochten Simon Vinkenoog vragen voorleggen. Hier is het resultaat.
Dichter des Vaderlands
U werd verkozen tot Dichter des Vaderlands voor de tussenperiode 2004-2005. Wat houdt
volgens u de functie van "Dichter des Vaderlands" in ?
En stelt u zich kandidaat voor de komende verkiezingen tot dichter des Vaderlands 2005-2009? (Jeannine Janssens)
Inderdaad stel ik mij graag opnieuw kandidaat; in tegenstelling tot de door mij hoog
geachte Gerrit Komrij heb ik er geen enkele last van ondervonden - wij zijn als dichter
en persoonlijkheid dan ook bijna elkaars tegenpolen, wat een goede verstandhouding niet
in de weg staat. Zo ben ik het zeer eens met zijn keuze van de vier gedichten van mijn
hand in de Dikke Komrij.
Functie, functie, functie - ik functioneer elke dag van mijn leven met betrokkenheid en scheppingsdrang aan boord. Over de nieuw benoemde 'poet laureate' in de VS, Ted Kooser, meldde de NRC 13 augustus j.l: "De functie van poet laureate legt weinig verplichtingen op. De uitverkoren dichter krijgt vooral veel tijd om zich aan zijn of haar eigen werk te wijden.De vergoeding bedraagt 35.000 dollar per jaar." Wat is mijn eigen werk? Dit jaar publiceerde Uitgeverij Passage een boekje van 120 pagina's, Goede raad is vuur waarin ik over twaalf hoofdstukken mijn inzichten over en ervaringen met de dichtkunst uiteenzet, een en ander doorschoten met gedichten en uitspraken van 54 dichters. Dit jaar ook waagde ik mij op het internet; ik kreeg een duwtje en sprong! De webstek, die geopend werd met behulp van Robbie Vlasman en andere vrienden, stelt mij in staat dagelijks mijn zegje te doen; op de link Bloemlezing heb ik een aantal dichters geplaatst, met gedichten die mij troffen, als laatste staat er op dit moment een gedicht van eigen hand, de Salman Rushdie Blues, uit l988, waarin ik mij afvraag of er een godsdienstoorlog op gang komt, het doden van mensen in godesnaam ... Verder vindt de bezoeker van mijn webstek ook de gedichten, 'in functie' geschreven, Koning Voetbal, Maria Juana, de Grondwet en de Vreugde van de Vrijheidsviering behoren daartoe. Plus nog enkele andere passies & hobby's van algemeen belang.
Ziet u het niet als uw taak als Dichter des Vaderlands om een nieuwe Atonaal
samen te stellen zoals u eerder deed in 1951, en welke dichters zou u daarin bij
elkaar willen brengen?
(Rutger Cornets de Groot)
Uit eigener beweging, en zeker als een uitgever mij daarom vroeg, zou ik een bloemlezing
kunnen maken uit het werk van zo'n dertig tot veertig hedendaagse dichters; niet in de
programmatische zin van Atonaal (1951), maar eerder in die van
Poëzie in Carré (1966),
een panoramisch geheel van alle leeftijden. Zelf ben ik sinds 1961, toen mij gevraagd
werd een gedicht op grammofoonplaat te lezen, meer aandacht aan de stem gaan hechten:
de dichter is toch de eerste Stemhebbende? Lautreamont: 'Het gedicht moet niet door
Een gemaakt worden, maar door Allen'.
(En passant: ik heb je vader [die van Rutger Cornets de Groot, namelijk Rudy Cornets de Groot - red.] min of meer goed gekend, bewonderde zijn sprankelende geest. Aan Randstad, waarvan ik redactiesecretaris was heeft hij meegewerkt en aan de herdruk in 1987 van mijn gedicht Heren zeventien (uit 1953) heeft hij een verhelderend nawoord toegevoegd.)
Poëzie
- Is het mogelijk een goed gedicht te schrijven zonder iets af te weten van het werk
van andere dichters ?
- Is een natuurtalent in de dichtkunst mogelijk zoals er in de muziek wonderkindertjes rijzen of zoals wiskundeknobbels (geheel toevallig...) in de kleuterklas ontdekt worden? - Wordt een gedicht beter, dieper, breder, weet ik veel wat !..., naarmate je meer en meer grote, klassieke, weet ik veel wat !... gedichten leest? (Rob Dionysius de Vos)
Ik denk dat het dichten als tijdvullende professie al komt aanwaaien voordat je naar
school gaat. Als je dan taalgevoelig, musisch aangelegd en intelligent bent, in de een
of andere uitzonderingspositie verkeert, kortom als alle factoren meewerken en je
daarenboven nog zeer nieuwsgierig bent, wil je op een gegeven ogenblik weten hoe en
wat andere dichters schreven, ga je je interesseren voor vriendenkringen en
groeperingen, de schoolboekjes kun je uitpluizen, bibliotheken kun je bezoeken en
je kunt, hoe dan ook, je eigen woorden gaan vinden. In het begin wellicht onder de
invloed van een groot dichter, waaraan je je dan weer dient te ontworstelen. De eigen
stem, het eigen hoogste lied, niets mooier dan dat.
Ja, er zijn wonderkinderen, ik ken prachtige gedichten van tien-, elf-, twaalfjarigen, uit Frankrijk herinner ik me Minou Drouet, en Françoise Sagan was zeventien toen zij Bonjour Tristesse schreef. Ook de eerste gedichten van Louis Lehmann kwamen uit een schoolschrift. Niet eenvoudig te beantwoorden vraag, reken je de Grieken en Romeinen, de Renaissancedichters, de grote Romantici mee; de hoogtepunten van de wereldliteratuur vanaf de vroegste tijden, Oost en West? Kan geen enkel mens in zijn leven uiteraard opnemen, maar zie eens wat Jerome Rothenberg doet met zijn Technicians of the Sacred. Wat ik wel noodzakelijk acht is dat je de breuk beseft die in de negentiende eeuw tussen kunst en leven ontstond, een kloof die zo diep is geworden, dat veel mensen niets hebben met moderne kunst, met moderne muziek, theater, dans, literatuur, etc. De dichter blijft wel pionier, in zoverre dat hij de wetenschap vaak voor is (als een seismograaf, zei Hans Andreus), of de eerste die gebruik maakt van nieuwe ontdekkingen. De dichter als ziener, sjamaan, wildeman, profeet etc. in Goede raad is vuur, p.74/5, hanteer ik Johan Huizinga's definitie van poëzie, in zoverre definities mogelijk zijn. Maar kennis van de avant-gardistische golfbewegingen op allerlei gebieden is behalve spannend, interessant en boeiend ook zeer nuttig en aangenaam, veraangenamend en vreugdevol zelfs, aangezien al deze uitingen aangeven dat de mens tot meer in staat is dan het moorden en martelen, waarmee de media ons teisteren... 'Kunst is liefde in elke daad' Paul van Ostaijen
Wat is volgens u "slechte poëzie"?
(Guido Flobert)
Als de rijmdwang opzichtig is, als het niets meer dan een verhaal of anekdote is,
zonder dat het iets toevoegt aan het eerder-gekende. Tussen goede en slechte gedichten
bestaan vele minder goede en minder slechte; soms is een enkele regel in een gedicht
goed. Helaas worden slechte gedichten aan de lopende band geboren; elk woord dat geuit
wordt heeft waarschijnlijk recht van bestaan, vrij of niet, slecht of goed. Wat echt
en authentiek is, dringt zichzelf niet op, het schrijven dient niet, of moet niet
dienen, om naam en faam te verdienen, en zeker niet de geldelijke revenuen. Aan een
slecht gedicht merk je dat de dichter niets te zeggen of te bezingen heeft, dat hij
niet weet wat en hoe hij het zegt, of beseft dat je clichés en gemeenplaatsen beter
kunt vermijden. En de oorspronkelijkheid alleen om de oorspronkelijkheid is evenmin
de bedoeling. En een goede woordspeling maken is ook niet eenvoudig. Mooi vind ik
Deelders Ziedaarmaals.
Engagement
Vroeger waren dichters meer controversieel en stonden op de barricades met hun gedichten
als pamfletten, en hadden ze op politiek vlak invloed, zoals b.v. Lorca, die erom
vermoord werd ...
Het lijkt wel of die tijd definitief achter ons ligt; ik heb soms de indruk dat vele dichters vooral nog voor zichzelf schrijven en vooral aan 'navelstaren' doen, het sociaal engagement lijkt volledig zoek. Vindt u dat dichters terug op de barricades moeten staan en hun boodschap uitschreeuwen over 'een maatschappij' die meer dan ooit nood heeft aan 'engagement'? (Liliane Melis)
Wie als opgroeiende jongen vijf jaar lang onder de steeds zwaarder wordende
onderdrukking van een nazi-regime heeft geleefd in een Amsterdamse volkswijk en
zijn beste vriendje door de politie opgehaald zag worden, is de rest van zijn leven
tegen elke vrijheidsberoving. Nie wieder Krieg! Bevrijding. Wel, lieve mensen, je
bevrijding moet je zeker als dichter zelf weten te bewerkstelligen, bevrijden van
voorordelen, stereotype gedachten, conditioneringen, programmeringen e.,d., teneinde
uit te vinden wie je bent en beseft wat je daarmee kunt doen. Het 'ken jezelf' uit
elke oudheid, Oost en West, betekent nog altijd dat je via zelfkennis kennis van
anderen en de wereld bereikt, inclusief de transpersoonlijke betrekkingen. Lees
mijn werk; betrokkenheid met de wereld overal.
De Vijftigers behoorden destijds tot degenen die de noodzakelijke frisse lucht en leven
brachten in de toen nog zo verstikte, grijzige Nederlandse samenleving. Dat was toen. Is
er op dit moment niet eerder behoefte aan kunst die harmonie, rust brengt in ons
land? (Katja Simpelveld)
Ik ben ook voor het harmoniemodel, maar het Conflictmodel regeert overal ter wereld;
reden genoeg om voor honderd procent de Verenigde Naties te steunen, het enig bestaande
wereldverband. En wat de kunst betreft, die is kind van zijn tijd, zijn tijd vooruit,
van alle tijden, die doet wat zijn hart hem ingeeft. (Zij doet wat haar hart haar
ingeeft.) Dat is altijd de juiste weg, die leidt naar de peace beyond understanding,
aanvaarding, realiseren dat yin en yang in een eeuwig spel verwikkeld zijn, een dans,
waaraan je creatief kunt deelnemen.
Hoe ver mag men in de literatuur, de kunst, gaan in het kwetsen van mensen of groepen
mensen? (Hannie Vereende)
Een romanfiguur, film- of toneelpersonage mag alles wat hij/zij wil, zo ook in
mythen en legenden, maar in het dagelijks leven in deze eeuw hoort toch een zekere
hoffelijkheid te bestaan. Zelf ben ik rond mijn drieëndertigste (sorry, maar het
is zo - en het is na te gaan!) tot de diepe overtuiging gekomen, dat ik niemand meer
wilde kwetsen, pijn doen, leed berokkenen of wat dan ook. Ik trachtte misverstanden
ongedaan te maken, legde ruzies bij etc. Zelf beseffend hoe kwetsbaar het leven elke
seconde van elke dag is, wilde ik niet meer aan kwetsen en beledigen, schelden en
tieren meedoen; eigen boosheid leren beheersen, agressie weten om te buigen, etc.,
kortom geweldloos, non-violent leven, grote voorgangers Gandhi, Martin Luther King,
Christus en de Boeddha. Dezer dagen verscheen een nieuwe uitgave van Aldous Huxley's
Eeuwige Wijsheid; ik mocht daar een inleiding bij schrijven. Voortreffelijk boek.
Eeuwige wijsheid Uitg. Servire, 2004 ISBN: 9021540673
Wat vind je van het rapliedje tegen zinloos geweld 'Velen zullen er nog komen, Velen
zullen er nog gaan?' Is dat toegepaste dichtkunst? (Elly Woltjes)
Ik ken het rapliedje niet; wel weet ik dat Ali B. een flower power boodschap uitdraagt:
Laten we wat aardiger zijn voor elkaar. En voor elke muzikale uiting geldt het
adagio: It don't mean a thing, if it ain't got that swing! En reken maar dat ook
de muziek van Mozart en Beethoven, Bach en Chopin swingt.
Een tekst van zo'n twintig pagina's van mijn hand verscheen in de bundel Counter Culture, Peter Owen, Londen l969, 504 pagina's, met als titel A Rap on the High Road to Happiness. In jazz-slang betekende 'rap' een -snel-praatje, een high betoog, psycholoog Abraham Maslow sprak van rapsodiërend spreken. Verder zijn er veel studies over orale poëzie, ik raad altijd Ruth Finnegan's studie aan Oral Poetry - Its nature, significance and social context, Cambridge University Press, paperback edition 1979.
U heeft zich bezig gehouden met vele geestelijke stromingen. Is er in de Islam iets of
zelfs veel dat op u een positieve indruk heeft gemaakt?
(Adje Bahl)
De Arabische cultuur is op een gegeven moment door een bloeiperiode gegaan, kunsten,
kalligrafie, architectuur, vertalingen uit het Grieks, filosofie, wetenschappen -
grote mystici en dichters Djalaloedin Rumi, Kabir, Hafiz, ketters ook, die ter dood
veroordeeld werden omdat ze uitriepen "Ik Ben Allah". De Amerikaanse schrijver
Peter Lamborn Wilson schreef daarover het interessante boek Scandals. Essays in
Islamic Heresy (Uitgeverij Autonomedia, 1996).
Binnen het soefisme kunnen zowel Allah als Hindoe-goden aanbeden en bezongen worden (muziek: de Bauls en het soefisme zoals dat begin vorige eeuw door Hazrat Inayat Khan naar Nederland werd gebracht (tempel in Katwijk) verkondigde een boodschap van broederschap, harmonie en liefde - waar elk weldenkend mens zich achter kan stellen. Waar het vaak op neerkomt, is dat deze hoge cultuur - mede onder invloed van het westen en de toename van corrupte regimes, niet meer als zodanig bestaat en dat de heimwee die daarnaar bestaat mensen tot extreme daden en gedachten brengt. Uiteraard ben ik tegen elke orthodoxie, die verstikkend werkt. Verstandige woorden in de media dezer dagen van de drie Erasmusprijsvraagwinnaars, allen moslim, die met hart en ziel bezig zijn Verlichting in de Islam aan te brengen.
Clubjes
Als je over poëzie spreekt, rijzen er steeds dezelfde "grote" namen
op. Zijn die dan zoveel beter dan een aantal andere (ik kan zelf een paar namen
noemen vanuit "persoonlijk" contact) die nooit in de kijker komen? Moet men
misschien aansluiten bij een bepaald "clubje"?
Waarom krijgen die "grote" dichters dan wel subsidies en grijpen die anderen er steeds naast, zodat ze veel moeilijker hun (mooie) waar aan het publiek kunnen tonen omwille van de financiële last (publiceren kost namelijk veel geld) ? (Guido Flobert)
Ja, de mythe van clubjes.... Meestal zijn het tijdschriften met een bepaald programma,
dat medestanders aantrekt. Sla de Nederlandse literatuurgeschiedenis van de laatste
honderd of zo jaar er maar op na; naast de eerbiedwaardige De Gids verscheen
De Nieuwe Gids, het tijdschrift van de 80ers, en zo per generatie verder,
soms verzuild, socialistisch, liberaal. Piet Calis heeft drie mooie documentenboeken op
zijn naam staan, waarin hij de geschiedenis van schrijvers en tijdschriften weergeeft.
Het ondergronds verwachten - Schrijvers en tijdschriften tussen 1941 en 1945De vrienden van weleer (tussen 1945 en 1948) en Het elektrisch bestaan
(tussen 1949 en 195l), Meulenhoff-uitgaven.
Door de huidige hoogconjunctuur in allerlei activiteiten, anders dan lezen, is op chicklit en geheide bestsellers van enkelingen na, zeker de poëzie in het verdomhoekje terechtgekomen en leiden tijdschriften een moeilijk bestaan. Enkele onafhankelijke: Hollands Maandblad (intellectualistisch) en De Tweede Ronde, een der weinige tijdschriften die zowel debutanten als light verse publiceert. Het tijdschrift Maatstaf gaat verdwijnen en De Gids gaat onverstoorbaar (met themanummers) door. Zelf ben ik niet zo op de hoogte van het tijdschriftwezen; het nieuwe blad Awater zie ik nergens, soms heeft Parmentier een interessant nummer, en Krakatau is de jongste loot aan de stam, die ik ken. Ik ken geen grote namen; de canon gaat telkens verder, huidig paradigma gedicteerd door Gerrit Komrij. Zelf ben ik in eigen beheer begonnen, maar had het geluk vroeg (op mijn 22e) te kunnen debuteren. Ik houd me niet met literatuurkritiek of -politiek bezig. Ik was met graagte redacteur of redactiesecretaris van Podium, De Haagse Post, Randstad en Bres Op dit moment ben ik redacteur van mijn eigen webstek. Ik heb het zo uitgebreid over tijdschriften omdat uitgevers daaruit hun nieuwe auteurs kunnen putten; soms publiceren zij ook een eigen tijdschrift, maar als het teveel kost, gaat het eraan, en tegenover 10 uitgegeven romans staan dan slechts 1 of 2 dichtbundels. Eigen beheer is duur, ja, en de distributie van uitgevers naar boekhandels heb je uiteraard niet. Van Gopher in Groningen heb ik goeds gehoord, maar zelf geen ervaring. Kortom, ik heb veel uitgelegd, maar van clubjes weet ik niets af; je krijgt een eigen vriendenkring maar die hoeft niet altijd uit schrijvers te bestaan.
[Betreft de dichters die in de NRC worden voorgesteld als kandidaten in de komende
verkiezing van de DDV]
Persoonlijk heb ik geen affiniteit tot deze groep, die vrijwel
allemaal: woorden losmaken uit hun normaal verband, door ze in een of andere verband
met niet passende andere woorden te zetten; woorden geen grammaticale structuur gunnen
waarin ze hun strekking kunnen laten gelden.
Als het een keer lukt om enig vaste grond aan de voeten te voelen (Michel) dan wordt weer aan het begin en het eind van de tekst de relatie tussen de woorden weer verabsurdiseerd. Ik houd niet van raadsels in gedichten. Moet men een jaar lang die krant wijden aan dichters van één soort, zijn er geen andere stromingen? (Dick Schepers)
De vraagsteller komt niet met feiten, maar conclusies. Omdat ik niet weet waarover
hij het heeft, kan ik er geen oordeel over vellen. En wie is tegen raadsels, woorden
om over na te denken, andere constructies dan prozaïsche, vrijheid van vorm, hier
wordt niets over de inhoud, betekenis en strekking van de NRC-dichters gezegd, slechts
dat ze een groep vormen, wat absoluut onwaar is. Ik weet het, ik heb aan die serie
ook een gedicht mogen bijdragen - wel is de keuze van de dichters de
verantwoordelijkheid van de literaire redactie, die ook de DdV-verkiezingen, samen met
Poetry International en de Koninklijke bibliotheek organiseert. Ik heb nog geen
performance poets, spoken word-dichters, slammers en rappers tussen het aanbod
gezien. Uiteraard is de body language van de dichter interessant, zodra hij voor een
publiek optreedt. Welke andere stromingen? Candlelight, light verse, ollekebollekes -
ik pleit zelf voor een betrokkenheid, die niet altijd begrepen hoeft te worden
(zie of lees Lucebert) maar wel duidelijk maakt waarover de dichter het heeft.
Toen, nu & dan
Wat vindt u, terugblikkend, de belangrijkste verdienste van de Vijftigers?
(Jo Cuyx)
Het losgooien van de burgerlijkheid, het afscheid van het provincialisme, het bevrijden
van de vorm, het binnen het gedicht mogelijk maken van juxtaposities, tegenstellingen,
zowel op het sociale, psychologische en metafysische of kosmische gebied - alles is
binnen het bereik van de poëzie gekomen. De Vijftigers waren ieder anders en
verschillend, wat weer blijkt uit hun diverse oeuvres, maar in den beginne waren er
gezamenlijke acties, in woord en geschrifte, tegen het establishment van de
literatuur. In de tijd van provo schreef Hugo Claus: "Elke dichter is een provo". En
als je ziet in welke volkomen gespleten, schizofrene en hypocriete samenleving wij
verzeild zijn geraakt, dan blijft het protest van blijvende aard, maar ook
(uitspraak van zanger Phil Ochs): "In these ugly times the only real protest is
beauty".
Bovendien dient de dichter er voor zorg te dragen, dat de verbeelding aan de macht
komt, en niet het geld, dat van middel - tot communicatie - doel maakte: rente,
woeker. En mag hij blijven vechten tegen allerlei vervuilingen in mens en natuur,
agressie, onverschilligheid, onkunde en domheid. Zo is 't genoeg, Simon!
Welke hedendaagse dichters spreken u het meeste aan?
(Rob de Vos)
Pieter Boskma, Menno Wigman, Ruben van Gogh, de Epibreerders uit Groningen, de
Woorddansers uit Rotterdam; van eerdere generaties Hans Verhagen, Hans Vlek,
Jules Deelder, Bart Chabot, Johnny van Doorn, Hugo Claus, Remco Campert,
Hans Andreus, Lucebert - en nog verder terug Paul van Ostaijen, Herman Gorter,
Marsman, Achterberg en Slauerhoff. Maar ook Suster Bertken, en belangrijker nog de
buitenlanders, de dadaïsten, surrealisten (Artaud, Michaux, Char, Desnos, Eluard)
en de beat generation: Allen Ginsberg, Gregory Corso, Ira Cohen, en terug Ezra Pound,
T.S. Eliot, Dylan Thomas, Walt Whitman en William Blake. En NOOIT Arthur Rimbaud
vergeten.
U bent door het leven gegaan als een poëzievernieuwer, maar wat betekent voor u
vernieuwende 21ste-eeuwse poëzie? Wat houdt zo'n poëzie in?
(Eric Rosseel)
De schok der herinnering, zowel als de verontrusting van het onbekende, de vertrouwdheid
van een gedeeld gevoel, de surprise en de blijdschap als een dichter op de hoogte
blijkt te zijn van bijvoorbeeld de kwantumpsychologie of de chaostheorie, het
boeddhisme, zonder liefde, dood & leven te vergeten. Je ziet, ik ben eclectisch!
Wat bent u van plan te gaan doen als u wordt gekozen als DDV voor de periode 2005-2009?
Hoe zal u de poëzie en de belangstelling ervoor stimuleren?
(Rob de Vos)
Als ik inderdaad verkozen word, trek ik me een maand terug om ideeën uit te werken:
het zou voorbarig zijn daar nu al over te beginnen. Even afwachten; blijf het gebeuren
volgen en doe in elk geval aan die verkiezingen mee, op welke manier dan ook. Zelf zal ik
me niet in polemieken begeven, wil daarin ook niet betrokken worden. Wat ik doe en
gedaan heb is na te gaan op mijn webstek,
www.simonvinkenoog.nl.
Hoe gaat het met uw gezondheid?
(Rob de Vos)
Volop in beweging ben ik, ik eet goed, drink melk en whisky en rook( Gauloises en
marihuana), ik lig tegen een heerlijke vrouw aan, geniet van het leven en ontmoetingen
met mensen, ben goed bevriend met mijn kinderen, voel me even energiek als altijd en
heb het gevoel nog een leven voor me te hebben liggen. Ik ben nergens bang voor,
zeker niet voor de dood, maar als het zover is, dan zullen we dat nog wel zien. Elk
woord is het allereerste en allerlaatste, en we leven als een bliksemschicht tussen
voorgeboorte en post mortem. Mysterieus, nietwaar? Leve het mysterie, dat we het
leven met ons meedragen, Hel en Hemel, goed en kwaad. Dank voor de belangstelling,
drink iets op mijn gezondheid. Proost.
Simon Vinkenoog en zijn vrouw Edith werkten onlangs mee aan de eerste publicatie van de nieuwe Uitgeverij Pimento: 'Smakelijke verhalen', 25 geliefde gerechten van bekende Nederlanders, met een verhandeling over en recept voor stoofaal. Nogmaals het adres van de site van Simon Vinkenoog: www.simonvinkenoog.nl [gepubliceerd: december 2004] |
||
| ^   | deze tekst printen |