Meander * Eerder * Interviews * Henk Spaan
 
Je snapt het of je snapt het niet
Henk Spaan over voetbal en poëzie
door Sander de Vaan





Henk Spaan (1948) is een veelzijdig man. Hij scoorde torenhoge kijkcijfers met tv-programma's als Pisa en Verona, maakte samen met Matthijs van Nieuwkerk voetbal 'salonfähig' door het blad Hard Gras ('voetbaltijdschrift voor lézers') op de markt te brengen én hij schrijft zelf ook veel, waaronder - soms veelbesproken - columns voor Het Parool en gedichten. Onlangs verscheen zijn nieuwste dichtbundel: De kop van Kuijt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Een gesprek aan de vooravond van het WK-voetbal.

In Latijns-Amerika schrijven intellectuelen sinds jaar en dag over voetbal. In Nederland was dat tot voor kort minder het geval, maar jij bent een van degenen die voetbal en literatuur hebben samengebracht. Hoe heb je dit 'acceptatieproces' in intellectuele kringen ervaren?
Aanvankelijk was er bij mij ook sprake van provoceren. Toen ik merkte dat er bij de studie Nederlands, ik praat over 1968, nogal werd neergekeken op televisie kijken, was ik a priori tegen colleges in de avond omdat 'ik dan naar Peyton Place keek'. (Dat was de eerste soap met acteurs als Ryan O'Neal en, kom, hoe heet dat blonde ex-vrouwtje van Woody Allen ook alweer? Mia Farrow!) Later werd de emancipatie van voetbal als literair onderwerp pas een missie, in zekere zin dan, want iedereen moet alles zelf weten. Wel minacht ik mensen met minachting voor het voetballen. Zij snappen niets van onze tijd.

Een van de vaste schrijfsters in Hard Gras, Anna Enquist, kreeg nog wel eens het verwijt van collega's dat ze zich met zoiets 'volks' als voetbal inliet. Is die tijd nu voorbij?
Die tijd is zeker niet voorbij. Je denkt toch niet dat types als Margriet de Moor zonder hun arrogantie kunnen leven? De naam valt me zomaar in. Misschien heeft ze wel een seizoenkaart bij FC Den Haag. Geloof je het zelf? Een van de leukste feitjes die ik de laatste jaren heb gelezen is dat die leuke vent met dat brilletje die zeventig jaar het Franse literaire tv-gramma Apostrophes heeft gepresenteerd, Bernard Pivot, een enorme fan is van St. Etienne. Hij heeft daarover volgens mij ook een boek geschreven. Dat zijn de echte mensen.

Jij was in ieder geval je tijd vooruit en publiceerde begin jaren zeventig al voetbalpoëzie in Propria Cures. Het grootste deel van de gedichten ging echter niet over Johan Cruijff, maar over Piet Keizer. Waarom sprak Keizer zoveel meer tot de verbeelding?
Keizer was zo verstandig om te zwijgen. Als hij zijn mond opendeed, kwam er alleen maar onzin uit. Dat is overigens nog steeds zo. De man is fobisch voor publiciteit. Het woord excentriek schiet tekort om zijn dwangmatige mediaschuwheid te omschrijven. Vandaar zijn imago 'interessant' te zijn.

Toch eindigde Johan Cruijff op de eerste plaats in jouw lijst van de honderd beste Nederlandse voetballers van de twintigste eeuw. Oranjekeeper Jan Jongbloed noemde het een 'klotelijst'. Wat zou jij hem hier repliceren?
Dat het een keeper niet verboden is om naar een bal te duiken, wat hij verzuimde te doen in de finale van 1974. Verder is Jan een prima man en een uitstekende keeper hoor. Hij woont nog in Slotermeer ook, waar ik vandaan kom.

Is er onder de huidige Nederlandse voetballers iemand met genoeg kwaliteit om zich in jouw top-tien te spelen?
Dennis Bergkamp is een grote speler in de traditie van Lenstra en Wilkes. Hij zou nu waarschijnlijk in de top 6 staan. Rijkaard kan best een beetje inschikken.

Ze schijnen nog altijd te bestaan: mensen die niks met voetbal hebben, kun je hen uitleggen waarom je voetbal zo mooi vindt?
Kan iemand míj uitleggen wat er zo mooi is aan het boek The Beautiful and Damned van F. Scott Fitzgerald, of aan A Handful of Dust van Evelyn Waugh? Je snapt het of je snapt het niet. Ik heb geen enkel geduld met de door jou genoemde mensen.

Een PSV-supporter noemde jou onlangs op internet de 'meest partijdige journalist van Nederland', vanwege je voorliefde voor Ajax. Mee eens?
Er is geen journalist uit Amsterdam die met zoveel enthousiasme heeft geschreven over Edström, Ivan Nielsen, Romario, Van Nistelrooij en Van Bommel als ik. Vandaar dat ze mij in de Arena niet zelden toesissen dat ik een vuile PSV'er ben. Kennelijk weegt de last van het Brabander zijn zo zwaar dat men van pure vermoeidheid permanent gepikeerd is, ondanks doorslaggevend bewijsmateriaal van een positieve grondhouding in de hoofdstad.

Je zei een paar jaar geleden dat je de beste columnist van Nederland wilde worden. Zijn er nog columnisten die je als concurrent beschouwt?
Ik denk niet meer in die termen, zeker niet op het terrein van de sportcolumn. Hugo Borst schrijft een andere column dan ik. Hij is de enige die ik gretig lees. Bert Wagendorp is bijna altijd geestig. Verder zie ik veel jongens die de sportcolumn er even bijdoen. Ik heb een hekel aan de sportcolumn als demonstratiemateriaal van het eigen intellect. Zie: NRC.
Wat algemene columns betreft: ik betreur het zeer dat Russel Baker en Art Buchwald zijn gestopt. Laatst had Buchwald weer een stukje over zijn laatste dagen/weken in een sterfhuis. Universeel mooi.

Maar als je diep in je hart kijkt, zou je dan het liefst de beste columnist, de beste voetballer of de beste dichter willen zijn?
Op mijn leeftijd droom ik nog steeds zeker twee keer per jaar een belangrijke wedstrijd te moeten spelen in een shirt waarvan ik de kleur hier echt niet durf te noemen. Het schrijven van een column of een gedicht is me even lief. Er komt nu een bundel voetbalgedichten uit waarover ik heus wel nerveus ben, al weet ik diep in mijn hart dat ik de enige ben die ze zo schrijft. Dat zegt meer over de oorspronkelijkheid dan over de kwaliteit, dat weet ik ook wel.

Wat betekent poëzie voor jou?
Ik heb op een feestje bij René Appel in 1972 een keer gekift met Tom van Deel. Die zei dat er aan poëzie een religieus aspect zat. Ik ben toen in PC een hele serie gedichtjes gaan publiceren met rijmen en andere woordspelingen op de naam Van Deel. Wat een kwezel vond ik dat. Later ging hij in allerlei jury's en commissies zitten om het dichtgeld te verdelen, daarmee zichzelf niet vergetend zoals kwezels dat nooit doen. Ik denk dat poëzie de mooiste manier is om een gedachte of een gevoel beknopt en verrassend weer te geven.

Waaraan moet volgens jou een goed gedicht voldoen?
Ik moet het geschreven willen hebben. Ik houd van sentiment. Wilmink en Nijhoff schamen zich niet voor onvervalste sentimenten. In hun poëzie staat nooit één woord te veel. Dat is ook een kwaliteit die ik bewonder. Weet je wie vroeger mooie gedichten schreef? Gerrit Komrij.

Zijn er ook dichters wier werk je altijd binnen handbereik hebt?
Een poëziebundel is geen bijbeltje. Ik heb meestal haast dus veel lees ik er niet in. Ik loop langs mijn boekenkast, mijn oog valt op de verzamelde werken van Nijhoff, ik haal het boek uit de kast en lees er even at random in. Afgezien van Nijhoff en Wilmink, vergeet ik nooit de passie waarmee ik als student die twee schitterende bundels van Lodeizen heb gelezen. Er was een periode dat ik er elke dag in keek en me verloor. Ook de oorlogsgedichten van Sassoon en vooral Owen zijn hartverscheurend. Daar speelt het onderwerp de hoofdrol. Sassoon heeft na de Great War nooit meer één behoorlijk gedicht geschreven.

Nostalgie lijkt een van je drijfveren om te schrijven, zoals je aangeeft in het gedicht 'Laat gesprek', uit de bundel Maldini heeft een zus.

Hoe hard je in je korte broek
Ook rende door de straten en het land
Een einder kreeg je nooit in zicht en
Keepers zweefden naar de
bovenhoek.

Je kunt het nostalgie noemen. Maar voor mij is het voetballen onder andere een brug naar mijn kinderjaren, waardoor een gedicht erover automatisch een nostalgische lading krijgt. Het is geen doel. Jeugd is een belangrijk aspect van het voetbal, van sport in het algemeen trouwens. Lees de ten onrechte neergesabelde roman I am Charlotte Simmons van Tom Wolfe hierover. Zodra iemand als Philip Roth over honkbal schrijft, gaat het per definitie over zijn jeugd. Dat is een gegeven, zou Cruijff zeggen.

Hoe zou je jouw (voetbal)jeugd omschrijven?
Mijn jeugd speelde zich voor een groot deel af op straat. Voor het andere deel binnen, in een hoekje tussen de kolenkachel en het dressoir waar ik mijn bibliotheekboeken las. De kinderen die in de straat woonden kwamen bij elkaar over de vloer. Barrières waren er nauwelijks. De straat was een verlengstuk van het gezin.
Dat was voor mijn dochter niet het geval. Zij voetbalde en voetbalt op de club. Op straat heeft ze nooit gespeeld, wel bij vriendinnetjes thuis. Dit is niet de norm. Vorige week was ik op bezoek in de Indische buurt in Amsterdam en zag tot mijn grote plezier minstens twintig jongetjes van allerlei leeftijden voetballen op versleten gras. Dat deden ze tot de avond viel.

Je bent met Hard Gras overgestapt naar uitgeverij Nieuw Amsterdam. Hoe bevalt het daar?
Even goed als bij Veen. Alle mensen met wie ik daar te maken had zitten nu, een enkele uitzondering daargelaten zoals mijn vriendinnen Thea, Anita en Margriet, bij Nieuw Amsterdam. De irritaties zijn dus ook dezelfde. Mensen als Borst en ik zitten iets scherper op hun product dan de meeste auteurs. Daar moet men keer op keer aan wennen.

Bert de Groot van uitgeverij Veen was niet bepaald blij met jouw overstap...
Bert de Groot is voor Hard Gras vorstelijk gehonoreerd. Hij gaat handenwrijvend door het leven. Ik ken de man overigens nauwelijks. Ik heb hem in 11 jaar één keer gesproken over Hard Gras. Na een jaar of twee kreeg hij in de smiezen dat er iets te verdienen viel. De kosten moesten omlaag of zoiets. In een gesprek waar Dick Gubbels en Matthijs van Nieuwkerk ook bij waren, stak hij plotseling zijn middelvinger naar me op. Laatst las ik dat de schrijver Marcel Möring bij Contact is weggegaan omdat De Groot de tent had verkocht. Dat is de essentie. Dit soort mannen denkt dat de verzameling schrijvers die uitgeverij heet, handelswaar is. Als de schrijver zich even niet laat koeioneren, steekt zo iemand zijn middelvinger op.

Je werkt ook voor Talpa, dat - nog - geen geweldige kijkcijfers heeft, laat staan goede kritieken. Beschouw je de zender als een aanwinst voor de sportverslaggeving op tv?
Het gaat om de sport, niet om het medium. Voetballen blijft voetballen, of de Telegraaf er nu over schrijft of het AD. Wilfred Genee presenteert echt niet slechter dan Tom Egbers. Eerder beter, al besteden ze aan het verzorgen van de haartjes ongetwijfeld evenveel tijd als een normaal mens aan lezen.

Maar al die reclameblokken, is dat niet wat teveel van het goede?
Kom eens buiten spelen, zou ik zeggen. Heb je wel eens Amerikaanse tv gezien? American football is een sport die gebouwd is om de commercials heen. De reclame interesseert me niks. Integendeel. Tijdens en voor deze WK kan ik me echt vermaken met de nieuwste Nationale Nederlanden-commercial bijvoorbeeld, of het bezoekje namens Vodafone aan Beckenbauer door Kieft en Van der Gijp, die Spaan en Vermeegen spelen.

Je hebt een hekel aan kapsones. Over de jaren zestig zei je onder meer: "Wat ik vooral heel erg vond, was dat ze aardige mensen op grond van hun inmiddels volkomen failliet geraakte politieke denkbeelden koeioneerden (...) Dat heb ik altijd belachelijk gevonden." De voetbalwereld is bij uitstek een kapsoneswereld, ook menig verslaggever dreigt zichzelf te serieus te nemen. Hoe lukt het jou om niet door dat virus besmet te worden?
Ik hoop dat dat zo is. Het is tegenwoordig in die sportverslaggeving, vooral op de tv, vaak puur ellebogenwerk. Genee vecht tegen Van Gelder en tegen de legende van Smeets. Die onvervalste éérzucht! Het werkt allemaal danig op de lachspieren. Het leukste wat ik in dit verband doe, is op maandagavond op de abonneezender Sport 1. Kieft en ik praten onder leiding van John van Vliet of Kees Jansma, of iets minder vaak Emile Schelvis, twee uur lang over de buitenlandse competities in Europa. Iedereen die eraan meedoet geniet ervan, tot in het regiehok aan toe.

Het WK nadert. Opnieuw in Duitsland, 32 jaar na die roemruchte finale tussen Nederland en de toenmalige Bondsrepubliek. Waren wij in 1974 nou beter of niet?
Zo langzamerhand begin ik tot de slotsom te komen dat tijdens het toernooi Duitsland maar in één wedstrijd beter heeft gevoetbald dan het Nederlands elftal. Dat was helaas in de finale. Vervolgens kon Cruijff de druk niet aan en bleek Michels' tactiek toen het erop aan kwam, zwakke elementen te vertonen.

Je was aanwezig in 2004 in Rotterdam bij de verzoening met Bernd Hölzenbein, de man die indertijd die penalty versierde. Hoe heb je dat weerzien ervaren?
Hölzenbein was zo'n bescheiden man! En nog altijd bitter, omdat hem door de Bayern-spelers tijdens de bekerfinale van 1974 een schwalbe zwaar was aangerekend, terwijl ze hem er op het WK mee feliciteerden. In 1994 had ik al eens een documentaire over het toernooi gemaakt. Toen was Hölzenbein ook al aandoenlijk met zijn verhaal over het diepe ontzag voor de Nederlandse spelers. Ze hadden van de coach de opdracht om 'terug te kijken' als de Hollanders hen in de spelerstunnel probeerden te intimideren. Maar hij had naar de grond gekeken.

Hoe schat je de kansen voor het huidige Oranje in?
Wie reëel is geeft Nederland weinig kans. Te weinig wereldklasse, een heel smalle bank. Maar het is de magie van Van Basten die je ondanks alles laat hopen.

En Duitsland?
Duitsland is slecht, maar dat zegt niks. In 1990 waren ze ook slecht.

Wie zijn jouw favorieten voor de wereldtitel?
Brazilië, Argentinië, Engeland, Italië en Ivoorkust.

Je hebt onlangs een serie gedichten gemaakt over Nederlands Elftalspelers, welke speler inspireerde je het meest?
Het gaat me bij het schrijven van een voetbalgedicht eigenlijk niet om de speler zelf. Al is soms de anekdote beslissend, zoals bij Van Nistelrooij. Kuijt vind ik mooi omdat het over mezelf gaat.

DE KOP VAN KUIJT.

De kop van Kuijt
Ken ik al vijftig jaar
Liefhebber als ik was
Van alles van Kluitman Alkmaar
Ik leefde dus ik las.

Dat hoofd van Dirk
Wedergeboren Kluitmanheld
Bob zonder zorg
Hollandsche jongen
Hein Stavast
Jaap uit de zesde klas
Alles van Chr. Van Abkoude
Ik leefde als ik las.

Er kwam een leegte in ons huis
Waaraan het slechts ontsnappen was
Als ik in een hoekje zat
En las.


Ruud van Nistelrooij

Op de website van de heilige
Maria Magdalena-kerk in Geffen
Vind je, naast honderdvijftig foto’s
Van het huwelijk op 10 juli 2004
Van Leontien en Ruud en
Een uitgebreid beeldverslag van de
Parochiereis naar Lourdes –
Uiteraard ontbreekt de rolstoel niet –
Honderdnegentig foto’s van het
Misdienaarskamp tweeduizendvijf
Radeloze nietszeggendheid met
Uitzondering van foto 84 waarop:
Een schaal hamburgers
Een schaal frikandellen
En achttien rookworsten
Hoofdschotels van een Brabants
Avondmaal in het rijke, roomse leven.


[gepubliceerd: 1 juni 2006]
 
^