Meander * Eerder * Interviews * Dirk van Eylen
 
Dat Meander niets krijgt is schandelijk
Een interview met Dirk van Eylen
door Rob de Vos

Omstreeks de tijd dat Meander begon zorgde Dirk van Eylen ervoor dat De Brakke Hond (DBH), een al bestaand literair tijdschrift, zich op internet ging manifesteren. Dirk had meteen al uitgesproken ideeŽn over het publiceren van literatuur op internet. Ruim tien jaar later is dat nog niet veranderd. Papieren literaire tijdschriften hebben volgens hem nauwelijks nog een functie. En dat Meander geen subsidie kan krijgen van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingen Fonds (NLPVF) omdat we niet op papier verschijnen, vindt hij een schande.

Dirk van Eylen (1965) is opgeleid tot Germanist en werkt als kennismanager bij het federale Personeel & Organisatie (www.p-o.be). Hij is sinds 1991 'of daaromtrent' redactielid van De Brakke Hond. Sinds 1995 houdt hij zich voornamelijk bezig met de website www.brakkehond.be.
Wie kwam er destijds op het idee DBH ook op internet te zetten? En welk idee stak daar achter?
Ik geloof niet dat ik begonnen ben met het hebben van ideeŽn, het was eerder zo dat ik een aantal opwindende dingen ontdekte. Toen ik in 1994 internet leerde kennen, wist ik gek genoeg vrij snel dat ik De Brakke Hond online wou krijgen. Ik was in die tijd bezig me om te scholen tot informatiespecialist en alles wat online was, was goed.

Ja, ik herinner mij die spannende begintijd ook nog.
Toevallig zat ik toen bij een literair tijdschrift. Daar wou ik eigenlijk uit stappen omdat er door die studie weinig tijd overbleef, maar ik ben iemand die moeilijk afscheid kan nemen en dus was er eigenlijk maar ťťn echte optie: dingen combineren. De eerste stap was de redactie overtuigen een internetaccount te nemen bij een van die hippe bedrijfjes die inmiddels alweer allemaal verdwenen zijn (Ping in mijn geval).
Hun reactie was: Een e-mailadres? Waar konden we dat in godsnaam voor gebruiken? Dacht ik dan echt dat mensen verhalen zouden toesturen via e-mail? Maar goed, een internetaccount kostte geen kapitalen, dus laat die jongen maar doen. Begin 1995 gebruikte ik voor het eerst een grafische browser en was ik voor een tweede keer verkocht.

Het was in de tijd dat Netscape met de eerste echte browser kwam.

Mosaic Netscape 0.9
Ik raakte voor een derde keer verkocht toen ik mijn eerste html-pagina maakte aan de hand van een artikeltje uit Computer Magazine. De schrijver van het artikel beweerde dat het maken van zo'n magische pagina eigenlijk een doodeenvoudige zaak was. Ik volgde minutieus wat er in dat artikel stond, tikte wat codes in Notepad, sloeg het op als html-bestand en opende het in Mosaic. Daar stond mijn eerste pagina op te lichten tegen een achtergrond van - toen nog - een uniform metalig soort grijs. Het is een beetje idioot natuurlijk, maar ik was waarlijk met verstomming geslagen.
Daarna was het nog slechts een verhaal van webruimte zoeken en beginnen. Webruimte was toen nog minder makkelijk te krijgen dan nu...

Tenzij je er je blauw aan wilde betalen.
... maar 1995 was toch ook het jaar van de eerste internetgolf en in Antwerpen werd er een 'digitale metropool' gebouwd, in navolging van de digitale stad Amsterdam. In de vlaag van verstandsverbijstering die die tijd typeert, werd het initiatief van de digitaal mondige burger aangemoedigd en konden we schijfruimte krijgen. Met de hulp van Wouter Vandenbroeck (www.addith.be) werd het eerste nummer van De Brakke Hond klaargestoomd en in augustus waren we klaar. Ik wou het volledige nummer op het net. Ik had namelijk het idee dat een gesubsidieerd boekje de plicht had iets terug te doen voor de subsidies die het ontvangt. Literaire en culturele tijdschriften worstelden toen ook al met het probleem dat ze weinig impact hebben, onder andere doordat de distributie zeer slecht verloopt. Het bedrukken van papier vereist een relatief dure technologie van zetten en drukken die voor een deel moet worden terugverdiend, zodat voor de lezer een financiŽle drempel moet worden opgeworpen. Literaire en culturele tijdschriften zijn niet echt goedkoop. Allemaal jammerlijk inefficiŽnt.


Juist, en daarmee komen we op een ander punt. Dat we toen nog jongens waren en internet een leuk speeltje vonden is wel aardig. Maar de site van DBH (en die van Meander) bestaan nog steeds, terwijl het nieuwe er nu toch wel af is. Dus waarom is die site van DBH er nog? Ik denk dat je daar inmiddels toch wel duidelijke ideeŽn over hebt.
De vraag is tegenwoordig niet meer waarom er nog een site is van DBH, maar wel waarom er nog papieren boekjes zijn.

O!?
Niet alleen wat DBH aangaat, maar ook andere literaire en culturele tijdschriften. Hoewel je nog bij bosjes mensen vindt die een verheerlijkt gezicht zetten als ze het over de geur van papier of drukinkt hebben, stellen de makers van culturele en literaire tijdschriften in toenemende mate vast dat diezelfde goede zielen steeds minder bereid zijn om zich op dergelijke papieren bladen te abonneren. En dat ligt niet aan de kwaliteit, want heel wat van die bladen worden meer dan behoorlijk uitgegeven. De subsidies hebben er voor gezorgd dat het hier echt niet over aan elkaar geniete vodjes gaat. Dat is erg mooi, maar uiteindelijk wil je in de eerste plaats lezers. Zeker als je een podiumblad bent zoals de Brakke Hond. Het probleem is nu net dat de papieren boekjes wel mooi zijn uitgegeven, maar dat ze binnenkort door geen kat meer worden ingekeken. Ik vind ook dat veel van de bijdragen in een literair tijdschrift beter verdienen dan alleen maar in een papieren blaadje ten grave te worden gedragen. Vier keer per jaar worden er zo'n driehonderdtal van die papieren boekjes de wereld in gestuurd, vier keer per jaar! Ik weet dat cijfers moeilijk te vergelijken zijn, maar dat kan echt niet meer zonder schaamrood naast enkele duizenden pageviews per dag worden gezet. Vroeger, Rob, toen wij nog jongens waren en internet een speeltje, kon je als papieren blad er een website bij doen; tegenwoordig ben je volgens mij zonder website zo dood als dode bomen.

Ik ben altijd nog een liefhebber van mooie boeken en fraaie papieren tijdschriften.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben absoluut ook een voorstander van mooie papieren boeken en tijdschriften, maar dat er nog een echte markt is voor papieren literaire en culturele tijdschriften blijkt niet meteen uit de cijfers. De abonnementen duiken de diepte in. En eventjes heel eerlijk, boeken koop ik nog wel en echt niet alleen via internet. Maar behalve op een vakblad dat ook een elektronisch equivalent heeft, ben ik op geen enkel tijdschrift geabonneerd, laat staan een literair of cultureel tijdschrift.

En dat zeg je zo maar in het openbaar, Dirk!
Ik zou niet goed weten hoe ik dat er nog eens bij zou kunnen nemen.
Dus wie betaalt al dat papier? De belastingbetaler en in afnemende mate de lezers.

Als je het over literaire tijdschriften hebt, is dat waar.
Nog eens, ik vind niet dat er te veel geld naar de tijdschriften gaat, integendeel. Maar ik stel wel vast dat het hebben van een website (nog) niet gehonoreerd wordt, terwijl de impact daarvan zoveel groter is. De cijfers die een website neerzet vertonen doorgaans een stijgende lijn, terwijl bij het papier het omgekeerde wordt vastgesteld. Maar als een goede website niet gehonoreerd kan worden, gaat het geld voornamelijk naar de museale vorm van het tijdschrift in plaats van naar de vorm die nog echt leeft. Een kind kan zien dat dat verkeerd is. Er zouden juist premies moeten worden gegeven voor tijdschriften die bereid zijn minder papier te bedrukken, premies voor bijdragen die direct aan de ganse taalgemeenschap worden ter beschikking gesteld in plaats van ze onmiddellijk de vergetelheid van bedrukte pagina's in te jagen.

In Nederland is het zo dat Meander geen kans maakt op subsidie van het NLPVF omdat we niet op papier verschijnen en we zien ook niet zo snel andere subsidiemogelijkheden. Dat is in Vlaanderen niet beter, begrijp ik?
Ik geloof niet dat de situatie in Vlaanderen beter is, maar het is bij mijn weten nog niet geprobeerd dat een zuiver internetblad subsidies vraagt. De Brakke Hond krijgt behalve wat woorden van lof in het verslag van het VFL geen cent meer. Dat Meander niets krijgt is schandelijk, we zien vaak genoeg dat Meander een plek is waar beginnende schrijvers hun eerste stappen zetten.

Onder andere ja.
Zie je, naast de lagere kosten en de ruimere beschikbaarheid, nog meer voordelen in het publiceren op internet vergeleken met publiceren op papier?

Je bent niet alleen geografisch ruimer beschikbaar (in vergelijking met een beperkte lijst van 'betere boekhandels' die je boekje zouden moeten verkopen), je bent ook in de tijd ruimer beschikbaar: na enkele maanden is je boekje op internet niet van de aardbodem verdwenen zoals dat bij papier wel het geval is. Een beginnend auteur die in DBH heeft gepubliceerd, ziet zijn naam in De Brakke Hond vaak als eerste resultaat opduiken in de zoekmachines. Dat vind ik belangrijk. Als podiumblad is dat tenslotte waar je mee bezig bent: beginnende schrijvers visibiliteit geven. Dat kan je rustig doorzeggen aan je kennissen: gepubliceerd, echt gepubliceerd op internet en niet in een of ander papieren boekje waar niemand ooit van heeft gehoord. 'Je moet me maar eens googlen', zegt zo'n schrijver dan. Dat is onbetaalbare reclame.

Bij Meander maken we nogal eens het omgekeerde mee. Dat iemand via Google een gedicht ontdekt dat hij jaren geleden schreef en dat nog steeds online staat; of we het zo snel mogelijk weg willen halen, zodat niemand van hun vrienden en kennissen het nog onder ogen zal krijgen.
Wat we toch ook wel merken is dat mensen het een grotere eer vinden op papier gepubliceerd te worden dan op internet.

Ik weet ook wel dat een schrijver graag in een papieren boekje staat, maar meestal alleen omdat het moet. Papier, dat is zoiets als een diploma halen, niet leuk, maar je moet het wel doen als je wil meespelen.

Zijn er dan helemaal geen nadelen verbonden aan publiceren op internet?
Ik zie weinig nadelen. Als ik ergens over het onderwerp een praatje houd, dan is er meestal wel iemand die met een slimmerige blik in de ogen weet te vertellen dat ze zichzelf 'nog niet met hun laptop in bad of bed zien zitten'. Als dat tijdslot het laatste bastion is waar je je als tijdschrift achter moet verschuilen, dan kan je het volgens mij wel schudden. De niet aan drukinkt verslaafde medemens gebruikt de bedtijd die niet slapend wordt doorgebracht overigens meestal om aardig te zijn voor hun partners.

Nu begrijp ik ineens waarom ik als alleenstaande nog steeds zo van boeken en tijdschriften houd. Maar wat anders: we hadden het over teksten die nu op een scherm verschijnen en vroeger op papier in een tijdschrift. Alsof het dezelfde teksten zijn. Vraagt internetlezen niet geheel andere teksten? Ten eerste lees je van een scherm. Ten tweede biedt internet zo enorm veel informatie dat je de teksten vaak met veel minder aandacht leest. Er is veel meer onmiddellijke concurrentie. Vraagt dat bijvoorbeeld niet om kortere teksten en teksten die meer direct aanspreken? Is de gegroeide aandacht voor poŽzie ook niet deels te verklaren door het feit dat gedichten beter bij het medium internet passen dan proza?
Ik geloof wel dat daar iets van waarheid in zit. Geheel andere teksten vraagt internet naar mijn gevoel echter niet. Het is duidelijk dat lange lappen het niet zo goed doen op het scherm, maar zo radicaal anders is dat allemaal niet. Ik heb laatst nog ergens gelezen dat het principe van de omgekeerde piramide (begin met het belangrijkste - de top van de piramide - terwijl je de aandacht van de lezer nog hebt en ga van daaruit naar de details - de basis van de piramide) dat als hťt internet paradigma geldt, zijn wortels heeft in de tijd van de telegraaf. Ik geloof ook dat de nadelen van het schermlezen op den duur zullen verdwijnen, als je ziet welke evolutie er de laatste tien jaar al is geweest. Dan weet je gewoon dat het geen tien jaar meer duurt voor de courante schermen een betere resolutie hebben dan drukinkt op papier. Tien jaar geleden was mijn monitor monochroom. We hebben tenslotte allemaal een iPod tegenwoordig, dus waarom zouden we geen leesapparaatjes hebben, met onze krant en onze bibliotheek erop? Hoe het allemaal zal aflopen, is niet zo duidelijk en dat hoeft ook helemaal niet. De bottom line is duidelijk genoeg en meer moet dat niet zijn.

Nu heb je het wel over normale teksten. Was het eigenlijk niet zo dat we tien jaar geleden nog dachten dat er dankzij de technische mogelijkheden van internet een heel ander soort literatuur zou komen.
Hypertekst en multimedia zouden de literatuur op haar grondvesten doen schokken. Maar wat de poŽzie de afgelopen jaren nog het meest heeft veranderd is het toegenomen belang van podiumpoŽzie en daarbij maakt men voor het grootste deel gebruik van mogelijkheden die de Neanderthalers ook al hadden. Ben jij al literatuur tegengekomen die op een zinvolle manier gebruikmaakt van de huidige stand van de techniek? Verwacht je nog zoiets tegen te komen?

Vroeger geloofde ik niet in een 'andere' literatuur die opeens zou gaan ontstaan omdat er toevallig een nieuw kanaal was. Zo werken die dingen niet. Het eerste boek dat gedrukt werd toen de boekdrukkunst werd uitgevonden was de bijbel en de drukletters leken op geschreven letters. Het klootjesvolk der gevestigde kopiisten zal het er wel over gehad hebben hoe het helemaal nergens op leek en helemaal niet rook naar perkament en eikeltjesinkt. Die loser van een Gutenberg met zijn inferieure product, dacht hij nou echt dat daar een markt voor was? Maar uiteindelijk heeft een nieuwe publicatie- en distributievorm natuurlijk wťl invloed op de inhoud. Romans zijn zonder boekdrukkunst niet goed denkbaar, daar is iedereen het wel over eens geloof ik. Maar of je nu - na amper vijftien jaar internet Ė al zou kunnen zeggen wat de impact van het nieuwe kanaal zal zijn, betwijfel ik. Ik heb eerder het gevoel dat we nog steeds in een overgangstijd zitten. Literatuur die daar expliciet op in wil spelen, vind ik meestal geforceerd. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik met die kant van de literatuur niet echt bezig ben.
Literatuur staat in hoge mate los van de techniek voor vastlegging en distributie. Het is eerder zo dat zowel literatuur als techniek verandert omdat nu eenmaal altijd alles verandert in onze maatschappij, en mogelijks oefent de ťťn daarbij zelfs helemaal geen rechtstreekse druk uit op de ander. Wat ik bedoel is dat, hoewel de roman en de boekdrukkunst duidelijk en noodzakelijk in hetzelfde tijdsvak zitten, het niet noodzakelijk zo is dat de boekdrukkunst de roman op een of andere manier heeft veroorzaakt.
Het simplisme dat aan de basis ligt van veel van die multimediakunst vind ik niet enthousiasmerend. Ik heb natuurlijk niets tegen simplistische visies zolang het boeiende kunst oplevert, maar ik kan niet zeggen dat ik al wat boeiends heb gezien in die richting. Ik weet wel dat ik Joghem Niemandsverdriet (www.nobodyhere.com) wel goed vond indertijd. Grote kunst is het niet, maar het geeft toch een gevoel dat het zou kunnen om echt goede dingen te maken die toch alleen in een technische multimediale wereld kunnen bestaan.

Je wilde nog iets zeggen over het toenemend belang van zoekmachines en de daarmee gepaard gaande afname van de zelfstandigheid van websites. Hoe zit dat?
Eigenlijk is het papier-elektronisch debat minder belangrijk dan de verandering van internet die zich de laatste jaren aan het voltrekken is. Ik weet niet hoe het bij Meander is, maar in de logbestanden van De Brakke Hond vind ik duidelijke bevestiging van de trend dat 'niemand nog websites gebruikt' zoals Jakob Nielsen (www.useit.com) dat uitdrukt. Wat hij daarmee bedoelt is dat het surfgedrag fundamenteel is veranderd. Vroeger surften de mensen op het net, ze gingen op ontdekking van site naar site en ze consulteerden daarvoor lijsten (Yahoo bijvoorbeeld) en ze hielden zelf ook lijsten bij. En als ze op een site aankwamen dan gingen ze die site ook daadwerkelijk bekijken, en als die site een eigen zoekmotor had dan gebruikten ze die ook om dingen te zoeken. In dat tijdperk hadden websites een bepaalde zelfstandigheid. De laatste jaren is dat fundamenteel veranderd; het surfen is zo goed als volledig verdwenen ten voordele van het zoeken en Google is zowat de standaard interface geworden voor internet.
Dat is zelfs in die mate het geval dat voor veel mensen Google en internet samenvalt, net zoals in de late jaren negentig www en internet zijn gaan samenvallen. Nu is het wel zo dat de zoektechnologie enorm is verbeterd. En dan bedoel ik niet alleen de algoritmes om de meest 'relevante' sites bovenaan in de lijst te krijgen, ook de volledigheid is enorm toegenomen. Ik geloof dat bijna 95% van de DBH-pagina's terug te vinden is.
Maar die verbeterde technologie zorgt er wel voor dat de zelfstandigheid van websites flink afneemt. Ik merk dat bijvoorbeeld aan het verminderen van de zoekopdrachten voor de zoekmotor op de site van De Brakke Hond. Bezoekers komen meer nog dan vroeger binnen via zoekmachines omdat ze daar naar een bepaalde auteur hebben gezocht. Ze lezen wat ze op De Brakke Hond van die auteur kunnen vinden en in plaats van dan op de site zelf verder te zoeken of rond te kijken, gaan ze weer terug naar de resultatenlijst van Google om op andere sites hetzelfde te doen. In het pre-Google tijdperk kon je als tijdschrift nog enigszins de illusie hebben als een periodiek te kunnen functioneren, maar nu niet meer: je hebt wat er gezocht wordt en dan word je bezocht, of je hebt het niet en dan zien de fouragerende surfers ook geen reden om je site te bezoeken. Ik merk dat trouwens ook bij mezelf hoor, een site bezoeken omdat er wel eens wat interessants zou kunnen zijn doe ik al jaren niet meer; wie de informatie die ik nodig heb aanbiedt, interesseert me maar zeer matig. Met je website bereik je steeds meer mensen, maar de ruimte om je eigen stempel te drukken wordt steeds kleiner. Als informatiespecialist vind ik het echt fascinerend om te zien hoe de invloed van Google op het ganse internet doorwerkt. Elke dag worden honderden miljoenen informatietransacties uitgevoerd op Google alleen al: de verlangens, wensen en dromen van de ganse planeet worden ongegeneerd (letterlijk) in het zoekvenster gegoten. Tegen een flink deel van die transacties worden advertenties geplaatst die via een veilingmechanisme een informatiebehoefte omzetten in een financiŽle tegenwaarde. Het enige equivalent dat me voor de geest komt is een beursvloer, maar dan van informatiebehoeften en verlangens, wereldwijd en 24/7. Daar word ik lyrisch van. Dat is zoiets als de aarde die met duizenden kilometers per uur rond haar as draait, we vliegen er niet af, maar als je erover nadenkt voel je je maag week worden.

Een wat nuchtere vraag tot slot: hoe zie je de toekomst van de site van DBH?
Ik zie de site in de toekomst verder blijven groeien. In het najaar komt er een project van DBNL klaar en komen een stuk of wat jaargangen van voor nummer 48 uit 1995 digitaal ter beschikking. Dat groeien zal nog voor enige tijd op het ritme van het papieren boekje zijn, want mijn voorstel om de papieren editie achterwege te laten vindt (nog) geen bijval bij de andere redactieleden. Het heeft ook overigens weinig zin om vooruit te lopen op wat onvermijdelijk komen gaat. Ik zou ook willen proberen om de website op andere manieren losser te maken van het papieren boekje. Maar uiteindelijk is dat niet het belangrijkste. Het belangrijkst vind ik de diensten die worden geleverd aan beginnende auteurs, de zichtbaarheid die ze krijgen via de website. Dat is een hoofdtaak voor een tijdschrift als De Brakke Hond en dat kan nu eenmaal duizend keer beter via het web dan op papier. Vroeg of laat zal de subsidiegever dat ook wel gaan inzien. Wat ik ook onderneem in de toekomst, je kan er zeker van zijn dat het daar rond zal draaien.


[gepubliceerd: 16 juni 2006]
 
^