Meander * Eerder * Interviews * Chrétien Breukers
 
Interview met Chrétien Breukers
Een bijzonder boek
door Sander de Vaan

Enkele weken geleden verscheen bij BnM Uitgevers 25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten. Sander de Vaan had voor Meander Magazine een gesprek met de aanstichter van al dit moois: dichter/weblogger/bloemlezer Chrétien Breukers (Leveroy, 1965).


Foto (c) Nicole Montagne
Chrétien, de 'Dikke Breukers' ligt inmiddels enkele weken in de boekhandel. Hoe zijn de reacties tot dusver?
Tot dusver is het zo, dat de dichters reageren en de pers zwijgt. Dat komt nog. Neem ik toch aan. Als deze bloemlezing geen pers krijgt, is er iets mis met 'het poëziewereldje'.

Iemand die zich zo inzet voor de poëzie krijgt vroeg of laat toch wel de aandacht die hij verdient, lijkt me. Bovendien: diverse vaderlandse critici staan in je bloemlezing, dat moet dus nog wel goedkomen, toch?
'Als iedereen krijgt wat hij verdient,' zei mijn opa altijd, 'had Bernlef de P.C. Hooftprijs nooit gekregen.' Ik heb, wil ik zeggen, geen idee. Natuurlijk hoop ik er het beste van. Wellicht zouden deze critici – als de poëzie hen aan het hart gaat – het bespreken van dit boek als hun taak moeten zien. Je weet het gewoon niet.

Je neemt de periode 1980–2005 onder de loep, de periode dus nadat in 1979 de eerste Dikke Komrij verscheen. Waar zitten de belangrijkste verschillen tussen de DK en de DB?
Ik heb meer gelegenheid om dieper op een kortere periode in te zoomen. Gek genoeg – ik had het van mezelf niet verwacht – kies ik voor 'moeilijkere' gedichten en minder voor 'anekdotische' gedichten; ook al is er weinig verschil tussen die twee categorieën. Hé, een paradox.

Heeft Komrij zelf al gereageerd op je bloemlezing?
Nog niet. Maar hij zal binnenkort wel reageren, denk ik. Hoop ik, bedoel ik.

Bart FM Droog had in zijn speech bij de presentatie kritiek op het ontbreken van Bart Chabot in je bloemlezing, en het opnemen van een gedicht van je uitgever. Wat vind je daarvan?
Chabot is volgens mij geen dichter, maar een entertainer. Ik zie hem wel eens op de tv. Dan doet hij op afroep een beetje vreemd. Waarom zou ik werk van hem opnemen?
Komrij nam gedichten op van zijn uitgever. Molegraaf ook. Het gedicht van Ton den Boon, mijn uitgever, is een mooi gedicht. Daarom heb ik het opgenomen. Maar in ernst. Natuurlijk heeft hij mij onder druk gezet. Hij heeft zeer compromitterende informatie over me, die hij vrij dreigde te geven als ik niet minstens één gedicht van hem zou opnemen. Ik had geen keus.

Er was ook iemand die daags na de presentatie op je weblog uitgebreid zijn excuses aanbood. Voor degenen die er niet bij waren: wat was daar in godsnaam aan de hand?
Dat was Benne van der Velde, een beste, brave jongen, die soms vergeet om zijn pilletjes in te nemen en die niet op de presentatie was. Hij verontschuldigde zich, op zijn eigen, gelukkig onnavolgbare manier voor gedrag gepleegd op het weblog de Contrabas.

In je voorwoord bij de bloemlezing pleit je voor een 'bondgenootschap in traagheid' tussen dichters, lezers en boekverkopers. Een gedicht schrijf je immers niet op een avond en lees je niet in een minuut, zoals je ook geen stapel dichtbundels in een dag kunt slijten. Mensen moeten volgens jou meer gedichten lezen en meer dichtbundels kopen. Iets dergelijks lazen we ook in het voorwoord bij de nieuwste editie van De Spiegel van de Nederlandse en Vlaamse dichtkunst. Hoe denk je 'vat' te kunnen krijgen op het 'grote' lezerspubliek?
Hoe? Door boeken te blijven uitgeven. Door mijn website te blijven houden. Door deze bloemlezing – een bijzonder boek, dat niet weg mag raken; de eerste grote bloemlezing sinds de Dikke Komrij; een klein monument, en dat meen ik – onder de aandacht te blijven brengen.

Heeft er zich al een dichter(es) gemeld van wie je denkt: die komt er in de tweede druk alsnog in?
Dat gaan we dan weer bekijken. Nu wil ik me concentreren op deze editie.

Maar tot op heden dus geen verongelijkte kreten uit dichtersland?
In Dichtersland is iedereen gelukkig, vrees ik.

Ik las ergens dat je ook sites als Dichttalent en Nederlands.nl hebt bezocht voor je bloemlezing. Ben je daar nog iets interessants tegengekomen?
Weinig. Wel iets op Meander en op weblogs van dichters, maar dergelijke vergaarbakken doen de poëzie meer kwaad dan goed. Ze geven dichters en dichteressen het idee dat alle geknoei automatisch poëzie mag heten.

Jij als weblogbeheerder kunt het weten: is het internet een 'aanwinst' voor de poëzie?
Jazeker. Ik zou niet weten waarom niet. Vroeger moest je naar de bibliotheek, nu is er al een heleboel gewoon thuis te vinden. Poëzie is, mutatis mutandis, ook een grote aanwinst voor het web.

In andere landen, bijvoorbeeld Rusland of Spanje, kunnen scholiertjes van twee turven hoog hele strofen van Poesjkin of Quevedo opdreunen. In Nederland komen ze niet verder dan een paar tekstflarden van Frans Bauer of Bløf. Denk je dat ons onderwijs tekortschiet?
Ach, Sander. Het onderwijs. In Nederland zijn er ook dichters van meer dan vijf turven hoog die geen enkele strofe van welke klassieke dichter dan ook kunnen opdreunen. Die schrijven allemaal poëzie zonder 'fundament'. Die zitten in redacties. Die schrijven 'recensies'. Die zetelen in commissies en jury's. Die werken op universiteiten en scholen.
Het onderwijs schiet al decennia tekort. We hebben op dit moment zelfs een minister van Onderwijs die gelooft dat de wereld in zes dagen is geschapen, waarna de Heer op de zevende dag even rust nam, en zij wil haar geloof veránkeren in de lesprogramma's waar mijn kinderen over een paar jaar aan onderhevig zijn.
Het is aan de geïnteresseerde lezer en/of schrijver om zich teweer te stellen tegen de geïnstitutionaliseerde domheid. Gelukkig zijn er nog genoeg mensen die 'het niveau' van die door jou gememoreerde Russen en Spanjaarden halen; dat niveau hebben ze dan gehaald omdat ze geïnteresseerd zijn in alles dat beter in elkaar zit dan een gedicht van Frans Bauer, of van Bart Chabot, of van noem maar op.

Wat staat er verder nog op stapel qua poëzie bij BnM?
Komende week verschijnen vier bundels in de Contrabasreeks: Verte van Gilles Boeuf, Wereldsuccessen van Kees Engelhart, Het fijne leven dat mij wacht van Mila Fertek en De Lustgouverneur van Manuel Kneepkens.

En het vervolg op deze bloemlezing, over de periode vóór 1980, wanneer kunnen wij dat verwachten?
Die staat gepland voor eind volgend jaar.


[gepubliceerd: 16 november 2006]
 
^