Meander * Eerder * Interviews * Jana Beranovα
 
Interview met dichteres Jana Beranová
Bouwen met woorden
door Sander de Vaan

De Tsjechisch-Nederlandse dichteres Jana Beranová ontvluchtte in 1948 met haar ouders haar vaderland. Uiteindelijk kwam zij terecht in Nederland, waar zij naam zou maken met haar vertalingen van tal van Tsjechische schrijvers. Zelf publiceerde Beranová onder meer een roman en zes dichtbundels. Een gesprek over maatschappelijke betrokkenheid, poëzie en het verband tussen heden en verleden.


Jana, je bent kortgeleden teruggekeerd uit Turkije, waar je een proces tegen een Turkse schrijver hebt bijgewoond. Om wie ging het?
De Turkse schrijver Ragip Zarakolu heeft een bescheiden uitgeverij in Istanbul die vaak boeken publiceert in de categorie mensenrechten. De meeste rechtbanken kent hij daarom van binnen en van buiten. De laatste paar jaar wordt hij herhaaldelijk voor de rechter gesleept naar aanleiding van twee boeken over de Armeense kwestie. Beide boeken verschenen eerst in het Engels, in Londen en in Canada: The Truth will set us free – Armenians and Turks reconciled van George Jerjian is het relaas van diens opa die in 1915 een van de slachtoffers was van de deportatie. Het tweede is een dagboek van een Armeense arts in dezelfde periode, ontdekt en vertaald door de Armeens-Canadese professor Dr. Sakayan. Het woord 'genocide' komt in beide boeken niet voor. Wel de namen van hen die de deportaties uitvoerden en acht jaar later bleken deel uit te maken van de eerste regering van de Turkse republiek.
Zarakolu is aangeklaagd wegens belediging van de Turkse staat en identiteit, het beruchte artikel 301, waarvoor ook Orhan Pamuk en Elif Shafak terechtstonden. Deze laatste twee zijn weliswaar vrijgesproken, maar ze hadden natuurlijk nooit mogen worden aangeklaagd. Zarakolu is vrijgesproken noch veroordeeld. Door de rechtbank worden telkens onderzoeken aangevraagd, maar verslagen op papier komen er niet. Professor Sakayan wilde graag over haar boek een getuigenis afleggen voor de rechtbank, maar dat werd niet toegestaan. Een gebed zonder eind dus.

Waren er nog meer buitenlandse schrijvers om de aangeklaagde schrijver te steunen?
Jazeker. Bij elke rechtszitting zijn we met een paar observers aanwezig om erop te letten dat zo'n proces correct verloopt. Bij Pamuk was de zaal natuurlijk afgeladen. Bij Zarakolu zijn we meestal maar met twee of drie personen. Maar dat volstaat.

En is het proces tot dusver correct verlopen?
Ja. Meestal staan we binnen een kwartier weer buiten. Omdat het officiële rapport van de universiteit over het boek van Jerjian er nog niet was, heeft de rechter vorige keer gezegd dat ze zelf het boek zou bestuderen. Na het voorlezen van de aanklacht en de verdediging, het vaste ceremonieel, verklaarde ze nu dat ze nog geen tijd had gevonden om het boek te lezen. Uitstel tot 14 december.

Ben je namens Amnesty gegaan?
Nee, ik ga altijd namens de PEN, een wereldwijde schrijversorganisatie. Ik heb zes jaar in het bestuur van PEN Nederland gezeten en ben nog actief in het Writers in Prison Committee. Zarakolu is Honorary Member van PEN Nederland en ik zorg voor hem. Bij de rechtszitting waren deze keer ook aanwezig: Eugene Schoulgin, oud-voorzitter van het Internationale Writers in Prison Committee, en Beate Slydal, politiek raadgever van Amnesty in Noorwegen.

Je zou toch denken dat schrijvers anno 2006 mogen schrijven wat ze willen, maar niets lijkt minder waar...
Helaas, het Writers in Prison Committee heeft jaarlijks gemiddeld 700 main cases van schrijvers die worden vervolgd in landen als China, Cuba, Myanmar, Iran, Oezbekistan en Vietnam. Tegenwoordig gaat het ook vaak om internetschrijvers.

Denk je dat de Nobelprijs voor Orhan Pamuk een positief effect op het 'schrijfklimaat' in Turkije zal hebben?
Ik hoop het. De minister van Buitenlandse Zaken heeft bij die gelegenheid beloofd nog eens naar artikel 301 te kijken. Dat artikel is volstrekt willekeurig. Wie bepaalt wat beledigend is voor de Turkse identiteit? Of er meer vrijheid van meningsuiting komt, zal de tijd uitwijzen. Ik ga 14 december naar de al voor de zoveelste keer uitgestelde rechtszitting tegen Zarakolu – ik ben benieuwd.

Onlangs werd de vooral in het Westen bekende journaliste Anna Politkovskaja in Moskou vermoord. Je bent zelf afkomstig uit een land dat indertijd in de Sovjet-invloedssfeer lag. Is men in de Russische Federatie nu terug bij af?
Het vermoorden van kritische geesten is in Rusland niet nieuw. Vanaf 2000 zijn in de Russische Federatie al ten minste negentien schrijvers/journalisten gewelddadig om het leven gekomen. De meeste namen zijn in het Westen niet bekend, daarom beseft men dat niet. Rond elk machtsinstituut – Poetin met zijn regering, de legertop, de inlichtingendiensten – is een maffiagroep actief. De moord op Anna Politkovskaja vond ik schokkend. Ik heb haar verschillende malen gesproken. Een sterke vrouw die voor niemand week. Een zeer sociaal voelende vrouw ook. Ze was geen rebel, ze kon alleen niet tegen onrecht. Ik was dan ook heel blij met de herdenking onlangs in Felix Meritis.

Je woont en werkt al jaren in Nederland. In een land als Rusland kunnen jonge scholieren vaak hele strofen van Poesjkin opzeggen, bij ons worden de 'grote dichters' aanzienlijk minder grondig bestudeerd. Hoe vind jij - meer in het algemeen - de poëziebeleving van de Nederlanders, in vergelijking met bijvoorbeeld Tsjechen of Russen?
Wat de 'grote dichters' betreft is de beleving in de Slavische landen inderdaad heviger dan in Nederland. Het hele culturele erfgoed maakt in die landen een belangrijk deel uit van de opvoeding. Maar als we in het algemeen over poëziebeleving spreken, vind ik het klimaat in Nederland op dit moment uitstekend. De aandacht op poëzie wordt gevestigd door onder meer festivals, lezingen, de jaarlijkse gedichtendag, opdrachten (ook door het bedrijfsleven) en bloemlezingen. Het kan natuurlijk altijd beter: ik zou graag meer besprekingen van dichtbundels in de pers willen zien. Maar over het algemeen ben ik best tevreden.

Zo nu en dan valt in de media te lezen dat de Nederlandstalige poëzie niet bijster geëngageerd is. Ben je het daarmee eens?
Ik hou niet zo van het woord geëngageerd. Ik spreek liever over maatschappelijk betrokken. In Nederland is lange tijd aversie geweest tegen 'politieke' poëzie. Dat was iets voor landen die geknecht waren. Het is ook erg moeilijk om een politieke tekst te schrijven die een goed gedicht oplevert.
Dit is nu langzaam aan het veranderen. Als je goed leest, is hedendaagse poëzie niet vrijblijvend. Om een paar onderwerpen te noemen: zoektocht naar identiteit (de laatste bundel van Alfred Schaffer), bloemlezingen over troost, over diversiteit, en onlangs verscheen bijvoorbeeld ook het boek Kastanjegedichten, waarin dichters in de bres springen voor de paardenkastanje.

Welke Nederlandstalige dichters lees jij graag?
Ik ben al dertien jaar docent poëzie aan de Amsterdamse schrijversvakschool. Dat betekent dat ik heel veel lees, ook beroepsmatig. Ik heb altijd bewondering gehad voor Esther Jansma, Rutger Kopland, het latere werk van Eva Gerlach, om een paar voorbeelden te noemen. Ook op dit moment wordt er genoeg boeiende poëzie geschreven: Nachoem Wijnberg, Tsead Bruinja, Arjen Duinker. Ik ben een veelvraat en ik hou van een beetje experimenteren met vorm en taal. Niet stil blijven zitten.

Hoe ben jij begonnen met het schrijven van gedichten?
Alles in het leven is me overkomen. Nadat mijn ouders en ik gevlucht waren uit voormalig Tsjechoslowakije (ik was een scholiere), begon ik uit eenzaamheid gedichten te schrijven, die ik allemaal heb weggegooid. Veel later begon ik dichters te vertalen die onder het toenmalig regime niet mochten publiceren. Zo kwam ik ook terecht bij Poetry International in Rotterdam. Nog iets later dacht ik: kom, ik ga het zelf proberen. En het beviel.

Door wie heb je je daarbij laten inspireren?
Ik ben visueel ingesteld. Het is het beeldende in de poëzie dat me heeft geïnspireerd, niet één bepaalde dichter. Misschien moet ik zeggen: geïntrigeerd. Het bouwen met woorden tot er een huis staat. Door Poetry International kwam ik al snel in contact met werelddichters als Octavio Paz uit Mexico, Zbigniew Herbert uit Polen, Vasko Popa uit voormalig Joegoslavië en Miroslav Holub uit mijn moederland Tsjechië. Dat zijn nog steeds mijn helden die ik regelmatig herlees.

Waaraan moet volgens jou een uitstekend gedicht voldoen?
Alles moet kloppen: vorm en inhoud, beeld, ritme. Je moet niet uitleggen, maar laten zien en voelen. En vooral: een gedicht moet verrassen. Er is niets nieuws onder de zon, nieuw is hoe je het verpakt.

'Als niemand/ luistert/ naar niemand/ vallen er doden/ in plaats van/ woorden' is een even bekend als treffend gedicht van je. Hoe ontstond deze tekst?
Dit is mijn allereerste gedicht dat officieel werd gedrukt. Ik ben dol op mooie handgedrukte werkjes. H.N. Werkman en zo. Dus begon ik poëziekaarten te drukken: korte teksten met kleine litho's en linosneden. Dat gedicht trappelde al een tijdje in mijn achterhoofd toen iemand van Amnesty International mij vroeg om een tekst voor een poster. Dat is dertig jaar geleden en het is nog altijd de best verkopende poster van Amnesty. De tekst is volledig zijn eigen weg gegaan, alsof die niet meer van mij is.

Het is niet veel schrijvers gegeven om in een andere dan hun moedertaal te schrijven. Hoe ben je erin geslaagd om die barrière te nemen?
Een barrière? Die kwam niet bij mij op. Als je hoofd vol zit met beelden, associaties en gedachten, wil je die op een of andere manier de wereld in sturen. Een schilder pakt een kwast of een stuk krijt en gaat zijn gang. Ik doe het met taal. In het Tsjechisch kon ik toen niet publiceren. Nederlands was de volgende optie. Door veel te vertalen werd mijn kennis natuurlijk steeds groter en mijn gevoel voor nuances beter. Een voordeel is ook dat ik er misschien meer mee durf te spelen. Zie bijvoorbeeld de dubbele ontkenning in mijn tekst voor Amnesty. Het gedicht beklijft, maar volgens officiële regels is het fout. Denken doe ik in beide talen – het hangt er vanaf met welke van die twee ik op dat moment bezig ben. Dromen zijn internationaal.

Bloemlezer Daan Bronkhorst roemde in een recent interview vooral de Poolse poëzie. Staat die ook voor jou op nummer één? Of is er een ander taalgebied dat nóg betere dichters kent?
Zo denk ik niet. Ik denk eerder in individuele dichters dan in taalgebieden. Goed, Szymborska en de uitstekende vertalingen van Poolse poëzie door wijlen Gerard Rasch hebben Polen prominent op de kaart gezet. Maar ik lees ook heel graag dichters uit Zuid-Afrika - Antjie Krog, Ingrid Jonker - om een minder klassiek taalgebied te noemen. Verder zijn er tegenwoordig heel goede Belgische dichters, en Friezen niet te vergeten, zoals de jonge Elmar Kuiper en Albertina Soepboer.

Je nieuwe bundel komt volgend jaar uit. Wat zal daarin de rode draad zijn?
Vinger van de tijd. Dat is ook de titel. Ik ben gefascineerd door het verband tussen het heden en het verleden. In twee belangrijke cycli staat, in de ruimste zin van het woord, ontheemding centraal. Mede geïnspireerd door het opnieuw zien van de film The Unbearable Lightness of Being. De laatste halve eeuw van onze geschiedenis wordt overheerst door volksverhuizingen, met conflictsituaties als gevolg. Maar vergis je niet, ik neem onderwerpen ook graag op de korrel, ga ermee aan de haal.

Kun je voor ons al een tipje van de sluier oplichten met een gedicht?
Laat ik voorop stellen dat een deel van mijn gedichten al eerder is gepubliceerd: geschreven bij een bepaald project op thema, bij beelden in openbare ruimtes, in een literair tijdschrift. Zo werkt dat meestal. Je verzamelt wat je in de laatste twee of drie jaar hebt geschreven. Ook ben ik sinds kort huisdichter bij ZonMw – de Nederlandse organisatie voor zorgvernieuwing.
Hierbij een recent gedicht:

WIJ

Heldere lucht als een jas van geluk.
Kinderen spelen – met het azuur
in hun oog delen ze lachend de hemel uit.

Op een andere plek zwart als vulkaanglas
broertje versmolten met haar rug
kijkt een kind hoe de hemel overvliegt.

De schepper slaapt.
En ook zijn broer.

De filosoof zegt:
de hel – dat zijn wij.
De ambtenaar zegt:
de regels – dat zijn wij.

Een slimme engel schuift ons een bril toe
gedoopt in onbevangen nieuwsgierigheid.
De mensen – dat zijn wij. Allemaal.


[gepubliceerd: 25 november 2006]
 
^