Meander * Eerder * Interviews * Ignace Schretlen
 
Interview met arts/kunstenaar Ignace Schretlen
'Poëzie kan iets betekenen voor de medische stand'
door Sander de Vaan

Ignace Schretlen (Tilburg, 1952) is arts, beeldend kunstenaar, schreef kinderboeken, artikelen over het Franse chanson, verzorgde radioprogramma's en schrijft gedichten. Onlangs verscheen zijn bundel Een onvermoede bocht. Een gesprek met een veelzijdig man.

Je bent arts, beeldend kunstenaar, chansonkenner, schrijver, dichter. Hoe bevalt zo'n veelzijdig leven in een land waar nogal wat 'hokjesgeesten' huizen?
Veelzijdigheid en heterogeniteit botsen helaas maar al te vaak met de Nederlandse 'hokjesgeest'. Artsen die ook nog op één of meerdere andere gebieden werkzaam zijn, moeten bijna een dubbelleven leiden om serieus te worden genomen. Niet zozeer bij mijn patiënten als wel bij collegae leefde het beeld dat andere activiteiten ten koste zouden gaan van mijn werk als huisarts. Omgekeerd kost het in de wereld van de Nederlandse kunst moeite om je los te weken van het etiket 'schilderende dokter'. Dichtende en schrijvende dokters kunnen dan nog altijd aanzienlijk beter door de beugel. In mijzelf ervaar ik die verscheidenheid níet als een voor- of nadeel, omdat alles wat ik met passie doe uit dezelfde wortels voortkomt. Ik beleef in mijzelf eigenlijk niets van verscheidenheid. Ik ben simpel zó. Het bruist zolang ik leef.

Wat boeit je vooral aan de poëzie?
De rijkdom van taal is onzichtbaar in de woorden, die ik nu gebruik om deze zin te formuleren. Maar luister eens zo onbevangen mogelijk naar uiteenlopende talen die je niet verstaat. Dán ontdek je plots allerlei aspecten aan taal die je anders ontgaan. De coulissen zijn op dat moment nog gesloten. Maar je weet, dat alles wat je hoort ook nog betekenis heeft. Elk woord is een microkosmos met een verleden en een eigen hoedanigheid. In poëzie wordt een appèl gedaan op deze onuitputtelijke rijkdom. Dat fascineert mij keer op keer en eerder meer dan minder. Het lukt mij nauwelijks om een wereld zonder taal voor te stellen.

Waaraan moet volgens jou een goed gedicht voldoen?
Het moet 'klikken' tussen jou en het gedicht, dat jou raakt. Laat vooral nooit ánderen bepalen wat jij mooi moet vinden. Op mijn ontdekkingstocht lees ik veel poëzie en ook graag óver poëzie. Zo raak je heel langzaam vertrouwd met datgene wat als goede poëzie wordt beschouwd. Maar voor veel goede poëzie geldt hetzelfde als voor veel kunst- en muziekstromingen: ik herken wel de rijkdom maar het 'klikt' niet of nog niet. Ik geniet dan des te meer van de gedichten die mij wél tot op het bot aanspreken en herlees deze keer op keer.

In je zojuist uitgekomen bundel staat een gedicht voor Boris Ryzji, die zich op 26-jarige leeftijd verhing. Hij was een straatvechter, maar ook een begenadigd dichter. Waarom raakt zijn werk je zo?
Passie! In passie raken liefde en lijden elkaar. Passie beschouw ik als de motor in het creatieve proces. Die motor drijft je voort. Maar de kracht hiervan kan zo groot zijn, dat deze ook destructief kan uitwerken. Ik las een artikel van Guus Middag over een titelloos gedicht van Boris Ryzji met de beginregels 'Als ik terugkom uit Nederland geef ik je Lego, en dan bouwen we samen een prachtig kasteel'. De dichter beseft echter dat het ook mis kan gaan, en eindigt het gedicht met de woorden 'En als zoiets niet lukken mocht eventueel - nou, dan stuur ik, mijn zoon, je uit Nederland Lego, en dan bouw je maar zelf een fantastisch kasteel'. Helaas mag die jongen dus nu zelf een fantastisch kasteel gaan bouwen. Dat gedicht maakte plots veel van vroeger in mij los, wat te persoonlijk is om hier op in te gaan. Ik moest tegelijk aan de uitbundige, soms ook desperate chansons van de Russische bard Vladimir Vissotski (1938-1980) denken. Ik wil beide levens beslist niet romantiseren. Integendeel: je beseft bij Boris Ryzji heel goed dat een kind op zeer jonge leeftijd zijn vader verliest. Dat telt voor mij nog het meest.

Zijn er nog andere dichters wier werk je doorgaans binnen handbereik hebt?
Mijn voorkeur gaat uit naar poëzie waarin met alledaagse woorden de alledaagsheid van veel wat wij onbewust meemaken, wordt gesloopt. Dat werkt naar twee kanten: je herontdekt namelijk ook de kracht van woorden. Poëzie van Lars Gustafsson, Tomas Tranströmer, Henrik Nordbrandt, Zbigniew Herbert, Czeslaw Milosz, Joseph Brodsky, Meng Jiao en Jacques Roubaud ligt altijd bij me in de buurt. Het zijn vaak nog niet eens hun bekendste gedichten die mij het meest aanspreken. Van Joseph Brodsky heb ik onder andere twee verzamelbundels: De herfstkreet van de havik (gedichten 1961-1986) en Ex Ponto (1961-1996); mijn voorkeur gaat uit naar de tweede selectie, waarvoor echter veel minder belangstelling bestond.

Kun je hier een paar verzen citeren die je in het bijzonder raken?
Jazeker. Uit Onder de vele gedichten van Jacques Roubaud, vertaling Jan H. Mysjkin:

Onder de vele gedichten
Was er één
Dat ik me niet meer kon herinneren
Behalve dat ik het lang geleden had gemaakt
Toen ik die straat afdaalde
Aan de kant met even nummers van die straat
Badend in een helder morgenlicht
Een straat met hardnekkig standhoudende winkeltjes
Tussen de gehavende Seine en het ziekenhuis
Een gedicht geschreven met mijn voeten (...)

En uit de cyclus Jonggestorven abrikozen van Meng Jiao, vertaling Lloyd Haft:

Heeft de aarde zelf pijn
als ik haar betreed?
Verwond ik de wortel
van de geurende boom?
Zo begaan
is de hemel niet:
zij snoeide, sneed af
mijn spruit, mijn zoon.
Geurende levens
met duizenden vielen,
niet één dat bleef
aan de tak die boog.
Wie heet levend
nog, in dit huis:
deur die het licht van de lente
geen doorgang bood?


Qua muziek heb je je vooral met het Franse chanson beziggehouden. Zitten er ook poëten onder de Franse barden?
Het Franse chanson valt in Nederland onder kleinkunst en heeft ook in Frankrijk zelf een eigen plek áchter de 'grote kunstuitingen'. Vroeger werd het chanson als de unieke combinatie van muziek, tekst en menselijk stemgeluid als L'art total - een soort summum van kunst - beschouwd. In Frankrijk is veel poëzie getoonzet. Toch ben ik van mening dat voor een goed chanson andere criteria gelden dan voor een goed gedicht. Ik houd zelf heel veel van de liedjes van onder anderen Barbara, Jean Ferrat, Maxime Le Forestier en de Frans-Canadese zangers Félix Leclerc en Gilles Vigneault. Maar je doet deze mensen veel onrecht, wanneer je louter oog hebt voor de poëtische kwaliteiten van hun teksten. Een chanson moet zich binnen een paar minuten prijsgeven. Ik heb zelf zowel chansons geschreven en gezongen als gedichten geschreven. Het schrijven van liedjes vond ik op een gegeven moment frustrerend omdat ik te veel beperkingen voelde. Daarom begrijp ik heel goed waarom veel chansonniers en chansonnières andere wegen zijn ingeslagen.

Je bent auteur van een veelbesproken boek over de artsenpraktijk. Het leverde je een prijs op voor het bestverkochte debuut en veel verontwaardiging. We zijn nu een kwart eeuw en zes herdrukken verder. Is de storm gaan liggen?
Ik schreef Anatomie van het gevoel (dagboek van een co-assistent) niet zonder reden onder het pseudoniem van Alexander van Es. De medische wereld braakte mij uit, tot en met mijn eigen jaargenoten die mij het leven zo zuur hebben gemaakt, dat ik na het behalen van mijn bul tijdelijk voor filosofie koos. Onlangs zijn de columns gebundeld, die Anne Hermans over haar co-schappen op de achterpagina van de NRC schreef. Ben Crul, hoofdredacteur van Medisch Contact, schreef mij recentelijk nog dat er heel weinig is veranderd sinds de publicatie van mijn dagboek. Dat gevoel heb ik ook. Ogenschijnlijk is de storm gaan liggen. Maar mijn hele loopbaan als huisarts heb ik te maken gehad met forse weerstand van een kleine, zeer fel tegen mij gekante groep collegae. Eén hiervan heeft - denk ik - bijgedragen aan mijn afscheid van het vak, ofschoon ik uiteindelijk door een medische aandoening ben genekt. Toevallig kreeg ik onlangs nog een mail van een huisarts die ik persoonlijk niet eens ken. Wat mij vooral ontroerde is, dat hij zijn woorden onderstreepte met het gedicht 'De rode kruiwagen' van de Amerikaan W.C. Williams (1883-1963), die van beroep kinderarts was...

DE RODE KRUIWAGEN

er hangt zoveel af
van

een rode krui-
wagen

glanzend van regen-
water

naast de witte
kippen

vertaling: Huub Beurskens


In dit boek besprak je als een klokkenluider diverse praktijken in de medische wereld. Is je vertrouwen in de mens beschaamd na die negatieve reacties?
Ik beschouw mijzelf beslist niet als klokkenluider. Dat woord bestond trouwens toen niet eens. Het is nooit mijn intentie geweest om dubieuze praktijken in de medische wereld aan het licht te brengen. Anatomie van het gevoel is niets meer en niets minder dan een dagboek van mijn eerste stage in een ziekenhuis. Deze duurde drie maanden en ik moest hiervoor van Nijmegen naar Eindhoven. Ik schreef het dagboek voor mijn vrienden, met wie ik zes jaar lief en leed had gedeeld. Het is ook aan hén opgedragen. Ik was erg bang dat ik mijn vrienden zou verliezen. Dat is helaas ook gebeurd. De stage was het officieuze begin van mijn loopbaan als arts. Na drie maanden was ik van student een 'doktertje' geworden. Ik had toen helemaal niet in de gaten, dat ik dat veranderingsproces van heel dicht bij de grond had geregistreerd in mijn dagboek. Ik had het veel te druk om me te realiseren wat er állemaal verloren ging aan idealen, authenticiteit en vertrouwen. Het is precies zoals Maxime Le Forestier het zo fraai bezingt in 'Mon frère': wanneer alles je verlaat, trouw je en sticht je een gezin. Daarna hebben zich nog enkele plotse stroomversnellingen in mijn leven voorgedaan. Je bent nu minder onbevangen en meer op je hoede; je zwijgt wat meer en droomt wat minder. Ik weet van mijzelf dat het wantrouwen niet de overhand moet nemen. Saillant detail: ik fotografeer sinds mijn tiende, maar op de fotoseries die de laatste tijd worden geëxposeerd, komen nauwelijks of geen mensen meer voor.

We lezen de laatste tijd onaangename verhalen over de zorgsector. Hoe staat de medische stand er momenteel voor?
Sinds bijna twee decaden is de medische branche in Nederland doorzeefd met protocollen, standaarden en richtlijnen. De nagestreefde uniformiteit staat echter volgens mij haaks op de individuele patiënt met een individueel ziektebeeld, dat zich juist vaak onttrekt aan protocollen. De trend tot uniformering gaat gepaard met een eenduidige taal. Hiermee wil de hedendaagse geneeskunde zich een krachtig wetenschappelijk imago aanmeten. Ik hecht veel waarde aan het wetenschappelijk fundament van de geneeskunde, maar dat wetenschap begint met twijfel en eindigt met de noodzaak om kritisch en alert te blijven, wil er bij de meeste medici niet in. De taal tussen arts en patiënt is bovendien vaak doorspekt met gevoelens en metaforen; dat is níet de taal van protocollen maar meer de taal van poëzie. In dat opzicht kan poëzie - denk ik - wel iets betekenen voor 'de medische stand'.

Poëzie als verplicht bijvak voor aspirant-artsen, dat klinkt even mooi als onwaarschijnlijk. Hoe komt het toch dat onze dichtkunst zo'n marginaal bestaan lijdt?
Eens per jaar word ik door de Nijmeegse medische faculteit uitgenodigd voor een workshop 'literatuur en filosofie' in verband met de geneeskunde. Dat is een gemotiveerde groep studenten. Toch zou ik zelfs hen niet willen verplichten om poëzie te lezen. Poëzie heeft alleen maar een schijn van kans, wanneer deze appelleert aan iets wat reeds in mensen aanwezig is. Wel zou het goed zijn, wanneer niet alleen medisch studenten maar ook artsen gestimuleerd zouden worden om in literatuur of een bepaalde vorm van kunst een klankbord te vinden. Medische faculteiten zouden hiertoe de condities moeten scheppen. Ik denk dat de nuchtere, calvinistische handelsgeest het hart van de gemiddelde Hollander immuun heeft gemaakt voor wat literatuur en kunst écht in jezelf teweeg kunnen brengen. Boeken zijn om tijdens vakanties te lezen en kunst speelt zich af op podia en in musea. Wie in Nederland serieus genomen wil worden, houdt literatuur en kunst buiten de werkkamer als aardige onderwerpen voor bij de borrel na vijf uur.

Wat kunnen we verder nog van je verwachten in de naaste toekomst?
Met de componist en producer Maarten van der Vleuten werk ik momenteel aan een cd. Hij heeft zich door gedichten uit mijn bundel Een onvermoede bocht laten inspireren tot muzikale impressies. Maarten heeft al veel cd's gemaakt en wordt door kenners van bepaalde muziek zeer gewaardeerd. Tegelijk is hij verschrikkelijk bescheiden en zeer bevlogen om zich zonder enige commerciële concessie vast te bijten in een bepaald project. Je werkt als het ware in de modder van het bestaan en ver van schijnwerpers. Daar kun je nog écht creatief bezig zijn. Dat geeft een enorme voldoening en maakt het leven ondanks alles de moeite waard. Verder werk ik met Wim Habraken, die in Den Bosch het grafisch atelier Kurtface leidt, aan nieuwe zeefdrukken, waaronder een eigen versie van 'Het laatste avondmaal'. Het gaat om een soort vijfluik met gezeefdrukte zwart-wit foto's, waarvoor ik tweemaal opnamen heb gemaakt in een Keulse parkeergarage. De apostelen figureren in dit lege, grauwe en troosteloze decor als roofvogels. Ik heb nogal wat kritiek gekregen op een kruisweg die ik in 2002 heb gemaakt en die inmiddels in twee musea heeft gehangen; ook nu zal er zeker commentaar komen. Maar ik loop al een jaar met dit project in mijn hoofd. Het móet er op de een of andere wijze van komen en ik leg de lat als altijd behoorlijk hoog. Ik ben pas echt tevreden, wanneer ik na een tijd-, energie- en geldverslindend project - zoals ook mijn bundel - even het gevoel krijg dat ik mijn ogen kan sluiten.


[gepubliceerd: 22 februari 2007]
 
^