Meander * Eerder * Interviews * Arthur Sze
 
Interview met de Amerikaanse dichter Arthur Sze
Een vonk die tot vlam wordt
door Sander de Vaan

De Amerikaan Arthur Sze (New York City, 1950) zal dit jaar te zien en te horen zijn op Poetry International. Sander de Vaan had een gesprek met hem, als onderdeel van een serie Meander-interviews met buitenlandse gasten van dit festival, dat van 16 tot en met 22 juni wordt gehouden in Rotterdam.

Hoe zou u zichzelf en uw werk aan de lezers willen voorstellen?
Ik ben een Chinese Amerikaan van de tweede generatie, geboren in New York, en een wetenschappelijke 'dropout'. Op de middelbare school was ik goed in wiskunde en natuurwetenschappen en ik werd toegelaten tot het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Maar toen ik daar eenmaal zat, ontdekte ik mijn grote passie, de poëzie, en begon ik dag en nacht gedichten te schrijven. Vervolgens ging ik naar de University van Berkeley en creëerde mijn eigen hoofdvak, met poëzie, filosofie en Chinese literatuur.
In mijn gedichten gebruik ik graag scherpe beelden, die ik aan de traditionele Chinese poëzie ontleen, maar mijn stem en visie zijn hedendaags. Mijn poëzie bestond aanvankelijk uit korte teksten, maar zij is nu geëvolueerd tot complexere gedichten met meerdere lagen. Ik besteed veel aandacht aan rust en beweging, aan het ritme van stilte en geluid, maar ik gebruik ook graag scherpe juxtaposities waarbij verschillende woorden op elkaar inwerken.

Waar 'staat' u in de hedendaagse Amerikaanse dichtkunst?
De Amerikaanse poëzie is zeer divers en vitaal. Hoewel er veel uiteenlopende esthetische groepen en bewegingen zijn van formalisten tot experimentelen, van confessionelen tot taal-georiënteerden denk ik niet dat labels erg nuttig zijn. In de loop der tijd is mijn werk betiteld als beeldrijk, surrealistisch, kubistisch, minimalistisch, extatisch, experimenteel, neo-klassiek, eco-poëtisch en internationalistisch, maar het moge duidelijk zijn dat deze labels stuk voor stuk provisorisch zijn. Ik behoor tot geen enkele specifieke beweging, maar ontwikkel mijzelf voortdurend als dichter.

Dichten is niet de eenvoudigste manier om een goedbelegde boterham te verdienen. Waarom schrijft u gedichten?
Poëzie is voor mij net zo noodzakelijk als ademhalen. Toen ik op het MIT studeerde, ontdekte ik dat hoewel ik uitblonk in wiskunde en natuurwetenschappen dichten iets was wat mij van buitenaf werd opgedrongen. Vervolgens begon ik te schrijven en ontdekte ik de mogelijkheden van taal. Ik zat waarschijnlijk zeer slechte gedichten te schrijven, maar ik was uitgelaten en hogelijk verbaasd over wat ik met woorden allemaal tot stand kon brengen. Ik raakte verzot op poëzie, vanwege haar comprimerende aard en visionaire kracht, en zo werd ze een essentieel deel van mijn leven.

Wat verstaat u eigenlijk onder poëzie?
Ik betwijfel of ik een goede definitie kan geven, maar volgens mij is poëzie een beladen taalervaring. Emily Dickinson verwoordde het ooit treffend, toen ze schreef dat wanneer iets haar schedeldak lichtte, ze wist dat het poëzie was.

Welke dichters zijn van invloed geweest op uw werk?
De klassieke Chinese dichters en oudere poëtische/filosofische bronnen waren en zijn van groot belang voor mij. Ik heb veel geleerd van het vertalen van de T'ang dichters: Li Po, Tu Fu en Wang Wei. Na een burgeroorlog schreef Wang Wei de volgende verzen toen hij een jeugdvriend terugzag:

Heer, u komt van mijn geboortehuis
en weet vast hoe de zaken er daar nu voor staan.
Op de dag dat u vertrok, droeg de koude pruimenboom,
naast het zijden raamkozijn, toen bloesem of niet?

Tot de oudere poëtische bronnen die mij interesseren behoren de taoïsten, Chuangtzu, Lao-tzu en de I Chingtekst (water stroomt naar wat nat is), of het Boek der Veranderingen. En verder dient ook de in 1946 vermoorde Wen I-to mij tot inspiratie. Wat de westerse poëzie betreft, vond ik Walt Whitman aanvankelijk niks, maar nu bewonder ik hem. Ook Yeats en Eliot hebben mij geïnspireerd, maar toen ik een jaar of twintig was, werd ik vooral geraakt door Pablo Neruda's Residencia En La Tierra en Cesar Vallejo's Trilce. En ik houd ook van de Franse symbolisten en surrealisten. Paul Austers Twentieth Century French Poetry, die opent met het door Samuel Beckett vertaalde 'Zone' van Apollinaire, was een zeer opwindende leeservaring. Bovendien lees en herlees ik regelmatig Dante en Shakespeare, maar ik wil hier zeker ook de klassieke filosoof Heraclitus noemen ('s Mensen karakter is zijn lot). Hoewel zijn filosofische stukken incompleet zijn, raken zij mij als zeer intense poëzie.

Wij hebben onlangs nog in Meander aandacht besteed aan de klassieke Chinese dichter Su Shi. Bent u ook door hem beïnvloed?
Ik bewonder Su Shi's poëzie, kalligrafie en persoonlijkheid. Van een kort gedicht als 'Lentenacht' heb ik veel geleerd, van de visuele concentratie en de grote aandacht voor stilte en geluid. Verder houd ik van zijn prozagedichten die onder de titel 'Rode klif' zijn verschenen en put ik inspiratie uit zijn persoonlijke integriteit. Su Shi had de moed om de regeringspolitiek te bekritiseren en werd daarvoor twee keer verbannen. Toch raakte hij nooit verbitterd. Zijn poëzie heeft door die ballingschappen ook allerminst aan puurheid ingeboet. Sterker nog, hij heeft enkele van zijn beste werken geschreven toen hij in Hangzhou zat.

Wat maakt voor u het verschil tussen een 'gewoon' gedicht en een uitzonderlijk gedicht?
Een uitzonderlijk gedicht beklijft, groeit zelfs door in lichaam en geest, terwijl een gewoon gedicht vervliegt als rook. Een uitzonderlijk gedicht vereist een beeldende en emotionele kracht die zich pas na verloop van tijd volledig prijsgeeft. Er zijn prachtige gedichten die ik bij eerste lezing niet begrijp, maar die mij door ritme, beelden, metaforen en/of syntaxis niet meer loslaten. Zo'n gedicht is mysterieus, en geleidelijk aan doorzie ik dan de kracht ervan. 'The Second Coming' van Yeats is zo'n voorbeeld. Toen ik het voor het eerst las, had ik geen idee wat gyres waren, of wat Yeats zich daarbij voorstelde, maar ik raakte in vervoering door zijn visie en taalbeheersing.

Uw achtste dichtbundel heet Quipu, een Quechua-woord voor een 'schrijfinstrument' van de oude Inca's. Hoe kwam u aan deze titel?
Ik had het gedicht 'Quipu' al geschreven toen het tot mij doordrong dat het ook de titel en centrale metafoor van een bundel zou kunnen worden. Ik zocht naar een elegie die in een ode omgezet kon worden. Op het persoonlijke vlak treurde ik in die tijd over een miskraam van mijn vrouw, de dichteres Carol Moldaw, maar ik maakte ook momenten van diep inzicht mee die tot een verheerlijking van de liefde leidden. Ik was op zoek naar een flexibele structuur met een open einde en herinnerde mij dat de oude Inca's quipus gebruikten om belangrijke gegevens vast te leggen. Vervolgens ontdekte ik dat quipu letterlijk 'knoop' betekent, waarop ik besloot een reeks taallijnen te maken en die met elkaar te verknopen. Een van die knoopvarianten kreeg ik door het woord as in al zijn betekenissen te herhalen. Ik wilde een rijke, meervoudige gelaagdheid tot stand brengen en die eenvoudige herhalingen werkten daarbij als een elegante variant.

U hebt jarenlang Creatief Schrijven gedoceerd aan het Instituut voor American Indian Arts. Heeft ook de Indianencultuur u in uw dichtkunst beïnvloed?
Ja, zij heeft een enorme impact gehad. Ik ben daar in mei 2006 na 22 jaar met pensioen gegaan en vervolgens benoemd tot eerste emeritus-hoogleraar van het Instituut. Ik heb met Amerikaans-Indiaanse studenten van ruim 200 verschillende stammen gewerkt, waaronder Acoma Pueblo, Navajo, Crow, Oglala Lakota, Menominee, Northern Ute, Kiowa, Muckleshoot, Inupiat, Tlingit, Mohawk, Cherokee en Swampy Cree. De culturele diversiteit was enorm. Ik heb erg veel van mijn studenten geleerd, maar het instituut was slechts een deel van mijn ervaringen met Amerikaans-Indiaanse culturen. Ik ben zeventien jaar getrouwd geweest met een Hopi-weefster en heb die stam en veel van de Pueblos in de Rio Grande regelmatig bezocht. In Moenkopi nam mijn schoonvader mij bijvoorbeeld mee naar zijn 'kiva' (een speciale ceremonieruimte van de Hopi) om mij de nieuwjaarsceremonieën rond de Bean Dance te laten meemaken.
Ik ben dan ook sterk beïnvloed door de diverse Amerikaans-Indiaanse culturen. Zo opent mijn gedicht 'Parallax' met het mannelijke en vrouwelijke woord voor 'dank u': Kwakwha en Askwali. In de Pueblo-samenleving is bedanken enorm belangrijk en dit Pueblo-perspectief droeg in belangrijke mate bij aan de multiculturele dimensie van deze tekst. In het gedicht 'Moenkopi' schreef ik over de verschrikkingen van huiselijk geweld in dat dorp. Er komen nogal wat mensen naar het zuidwesten van de VS die het leven van de Indianen romantiseren en ik wilde hen een verslag uit de eerste hand geven van de inmense strijd aldaar. In het titelgedicht van mijn bundel Archipelago beschrijf ik de ceremoniële structuur van een Pueblo-dans. Aan het eind daarvan werpen de dansers allerlei voorwerpen - papieren zakdoekjes, cassettes, flessen ketchup etc. - naar het publiek. De toeschouwers aanvaarden deze geschenken en vertrekken. Aldus heeft het dorp contact gemaakt met de buitenwereld en deze iets teruggegeven. Toen ik aan het gedicht werkte, besloot ik een reeks beelden naar de lezer te 'werpen' - een heerlijke manier om een lang gedicht en een boek te beëindigen.

Ik vond het gedicht 'The Owl' mooi:
The Owl

The path was purple in the dusk.
I saw an owl, perched,
on a branch.

And when the owl stirred, a fine dust
fell from its wings. I was
silent then. And felt

the owl quaver. And at dawn, waking,
the path was green in the
May light.

Als er íets hier afwezig is, dan is het wel de American way of life. Kan poëzie een eyeopener naar een beter leven zijn?
Poëzie geeft taal kracht en vergroot onze waardering van de wereld. In een kapitalistische cultuur als de Amerikaanse leven we in een oppervlakkige, consumentgerichte wereld. Mensen hebben altijd haast. Poëzie vraagt ons vaart te minderen, onze verbeelding en emoties te gebruiken en naar diepgang te zoeken. Poëzie kan ons het gevoel voor het wonderbaarlijke teruggeven en ik hoop dat 'The Owl' dit ook bewerkstelligt. In dat opzicht is poëzie een eyeopener, maar ze is meer dan dat en werkt als een actieve kracht, een vonk die tot vlam wordt en ons een dieper inzicht geeft, ons wakker schudt en vollediger doet leven.

Ik las dat er in de Hopi-taal geen verschil bestaat tussen verleden, tegenwoordige en toekomende tijd. In uw moedertaal wordt dat onderscheid wél gemaakt. Hoe was uw ervaring met het Hopi in dit opzicht?
Benjamin Whorf was een van de eerste taalwetenschappers die beweerden dat er in de Hopi-taal geen verschil bestond tussen verleden tijd en tegenwoordige tijd, maar volgens een hedendaagse linguïst, Ekkehard Malotki, is die veronderstelling niet juist. Ik heb zelf in mijn jeugd wat Chinees geleerd en heb het altijd boeiend gevonden dat Chinese tekens steevast geschreven worden als betrof het de tegenwoordige tijd. Wanneer je bijvoorbeeld het teken voor 'zie' schrijft, zou het om gisteren, vandaag of morgen kunnen gaan; het teken blijft onveranderd. Je kunt wél een ander teken na 'zie' plaatsen om aan te geven dat de handeling voorbij is, of dat de handeling nog aan de gang is. Ik waardeer deze directheid en de ingewikkelde samenstellingen die tot complexe tekens leiden. En hoewel de Hopi-taal mijn visie op de tijd niet heeft veranderd, is het Chinees wat dit aangaat van subtiele, maar grote invloed op mijn denken geweest.

Van de circa 190 Amerikaanse indianentalen worden er ruim 160 met uitsterven bedreigd. Kan deze ontwikkeling nog gestopt worden?
Ik ben pessimistisch gestemd over de toekomst van de Amerikaanse indianentalen. Sommige stammen hebben een vrij grote populatie, maar hoe kun je een taal in leven houden van een stam met slechts een paar honderd leden? Het Institute for the Preservation of the Original Languages of the Americas (IPOLA), uit Santa Fe, tracht de Amerikaanse indianentalen te steunen, maar het is een kleine organisatie met een beperkt budget. Het Institute of American Indian Arts is voorstander van het onderwijzen van Amerikaans-Indiaanse culturen aan zijn studenten, maar in de praktijk wordt momenteel enkel het Navajo onderwezen.
Hoewel niet-Indianen behulpzaam kunnen zijn, denk ik dat de Amerikaanse Indianen toch vooral zelf manieren moeten vinden om hun taal en cultuur in stand te houden. Er zijn zeker hoopgevende ontwikkelingen. Louise Erdrich, een bekende Ojibwe-schrijfster, heeft bijvoorbeeld een eigen drukkerij opgericht om teksten in het Ojibwe en het Engels te publiceren, en Rex Lee Jim, een Diné-dichter, schrijft geheel in het Navajo en gebruikt Engelse vertalingen om een breder publiek te bereiken. Verder worden er op scholen van diverse stammen Amerikaans-Indiaanse talen onderwezen, dus al met al zijn de Amerikaanse Indianen behoorlijk actief op dit gebied.
In wezen is het uitsterven van Indiaanse talen nauw verwant aan een wereldwijd probleem. In deel drie van mijn gedichtenreeks The String Diamond heb ik een lijst samengesteld van alle planten en dieren die met uitsterven bedreigd worden; het is een litanie van soorten die op het punt staan te verdwijnen. We leven op een planeet die in groot gevaar is en we moeten dan ook dringend de diversiteit in taal, cultuur en milieu gaan bevorderen, voordat het te laat is.

Zijn er Amerikaans-Indiaanse dichters die u in het bijzonder bewondert?
Ik houd erg van de poëzie van Joy Harjo. Ze besluit de elegie 'Death is a women', voor haar vader, met de volgende verzen:

You are dancing with Death now, you were dancing with her then.
And there is nothing I could ever do about it.
Not then, or now.
I have nothing to prove your fierce life, except paper
that turns back to dust.
Except this song that plays over and over
that you keep dancing to.

Tot slot een vraag over China, het land van uw voorvaderen. Denkt u dat er, met de opening van markten en grenzen, een nieuwe golf van hoogstaande Chinese poëzie ophanden is?
Ik ben uitgenodigd om op het eerste internationale poëziefestival in Huang Shan (Yellow Mountain) voor te dragen en ik verheug me om daar Chinese dichters te ontmoeten. Eerder heb ik al in Taiwan en in Hong Kong opgetreden, zodat ik aardig op de hoogte ben van de hedendaagse poëzie aldaar. China heeft diverse dichtersgeneraties gekend na de 'Misty School'-dichters, maar ik heb nog geen duidelijk beeld van wie er momenteel met zijn werk uitspringt. China mag dan wel zijn markten geopend hebben, ik weet niet hoe gespannen of ontspannen het artistieke en intellectuele klimaat er is. Maar uiteraard hoop ik van harte dat er een nieuwe generatie interessante dichters aan het opbloeien is.

WITVERBLINDING

Je verwacht ronddraaiende ijsbrokken te zien
zuidwaarts drijvend naar het open water van de oceaan,
maar nee, een moment van witverblinding als
het draaiende ijs bij zonsondergang noordwaarts drijft.
In een restaurant met een leeg scherm
staat een vrouw op en zingt een Chinees lied
ondersteund door een 'leeg orkest'.
Begeleidingsmuziek vult de ruimte
en de lichtbundel van een laser-disc werpt
rode hibiscus en een waterval op het scherm.
Je bent niet geïnteresseerd in het zingen en
het volgen van de woorden terwijl ze veranderen
van geel naar paars over de tekstmonitor.
Daarom loop je naar buiten het blauwgroene gletsjer
ijs op en voelt hoe het in de lente tot water slinkt.
Je ontdekt twee elanden langs de dooiende oever
die wroeten naar knoppen en ziet het aangeplakte verbod
'Vanaf hier verboden te schieten.' Maar 'hier' is 'daar'.

(Vertaling: K. Michel)

AARDSCHIJNSEL 6

Muntthee drinkend in de wegebbende hitte van de dag,
herinner ik me hoe we op een wasbeer stuitten
bekneld tussen platen die tegen een hek leunden,
donderkopjes wriemelend aan de rand van een meertje.
Op de tafel in de woonkamer staan zesendertig pioenen
in een vaas te drogen die als je ze aanraakt zo licht
als crêpepapier blijken. Gisteren gaf je blauwe chamisa water
langs de weg, terwijl ik het woestijngras onder de wilg
water gaf. Ik herinner me dat ik een bruine, vochtige
doos opende en verbouwereerd een handvol morilles
oppakte, het donkere aroma van aarde opsnuivend.
Wat anders is het dat we elkaar geven - goud, haaievin -
dan een vernieuwd gevoel voor het wonderlijke?
Nanao volgde een bliepje op het radarscherm; later
toen hij de flits zag dacht hij dat de vulkaan Fuji
in een explosie van licht uitbarstte. Muntthee drinkend
op de langste dag van het jaar dringt tot me door hoe
de balans van een leven schommelt en door een blaadje kan omslaan.

(Vertaling: K. Michel)

38e Poetry International Festival: 16 tot en met 22 juni, Rotterdamse Schouwburg.


[gepubliceerd: 5 mei 2007]
 
^