Meander * Eerder * Interviews * Fleur Bourgonje
 
Fleur Bourgonje over haar nieuwe roman
'Ik hecht aan mysteries, ook in de liefde'
door Sander de Vaan

Binnenkort verschijnt bij de Arbeiderspers de nieuwe roman van Fleur Bourgonje. Stromboli is een indrukwekkend verhaal geworden over drie uiteenlopende vrouwen wier levens een ingrijpende wending nemen. Sander de Vaan interviewde de schrijfster over leven en liefde op een klaarwakkere vulkaan.


Foto (c) Mary Jenkins
Je hebt ooit gezegd dat veel van je werk ontstaat uit een beeld dat zich opeens aandient. Was er ook zo'n beeld voor 'Stromboli'?
Ook deze keer is de roman voortgekomen uit een beeld. Uit twee beelden eigenlijk. In de eerste plaats waren het fragmenten uit de film Stromboli (1949) van Roberto Rossellini. Ik heb die film gezien toen ik jong was, een paar jaar geleden opnieuw. Het is geen goede film vind ik, erg pathetisch. Maar ik werd beide keren getroffen door het beeld van de vrouw Karin: zij moet zich staande houden in een omgeving die haar volkomen vreemd, zelfs vijandig is. Ze is een Litouwse oorlogsontheemde die in een Italiaans vrouwenkamp opgesloten zat en zichzelf daaruit 'bevrijdde' door te trouwen met een visser van het vulkaaneiland Stromboli. De bewoners van het geisoleerde
eiland doen van alles en nog wat om haar het leven onmogelijk te maken. De visser, die verliefd op haar is, krijgt ook geen werkelijk contact met haar omdat ze een andere taal spreekt en een heel andere achtergrond heeft. De scènes waarin het onbegrip en de vervreemding het meest schrijnend zijn, bleven op mijn netvlies hangen.
In de periode waarin ik de film voor de tweede keer zag, bezocht ik de tentoonstelling Picasso, sculpteur in het Centre Pompidou in Parijs. In de overdaad aan kunstwerken viel mijn oog op drie kleine vazen die achter elkaar stonden opgesteld in een glazen kastje. De eerste vaas was een hompje klei, de tweede was een vrouwenlichaam, de derde was een vrouw met jurk en hoofdtooi. Ik zag er één vrouw in die langzaamaan - onder Picasso's handen - uit de verf was gekomen. Dat beeld zette zich in me vast en voegde zich bij de filmfragmenten. Uit dat samengaan is de roman Stromboli ontstaan. De drie vazen/vrouwen heb ik gebruikt voor de boekomslag. Er moet natuurlijk al meer in mijn hoofd aanwezig zijn geweest, anders zouden de beelden niet zo'n indruk hebben gemaakt en zouden ze niet zijn samengevallen. Ze hebben als het ware ingehaakt op het waarschijnlijk al aanwezige thema.

De wereld telt tal van actieve vulkanen. Wat bracht jou juist naar dít eiland?
Ik heb vrij veel vulkanen gezien in mijn leven: in Noord- en Zuid-Chili, het Paaseiland, Ecuador, Indonesië, en in Italië de Vesuvius bij Napels en de Etna op Sicilië. Toch heb ik geen speciale band met vulkanisme, ik blijf meestal beneden. Maar omdat mijn roman zich afspeelt op Stromboli, kreeg ik te maken met een werkende vulkaan. Ik ben er, net als de personages, naartoe gevaren om er zo waarachtig mogelijk over te kunnen schrijven en hun zintuiglijke waarnemingen te kunnen navoelen. Bovendien kwam de symboliek me goed uit: het smeulende vuur en de plotselinge uitbarstingen. En Stromboli is alleen maar vulkaan, een vulkaan omgeven door zee. De bewoners zijn dus veroordeeld tot het gevaar en de spanning van het niet weg kunnen. Dat was voor mij een belangrijk gegeven.

Karin is een vrouw met een totaal andere achtergrond dan jij. Ze werd begin vorige eeuw in Litouwen geboren, moest vluchten voor de nazi's enz. Toch weet je je uitstekend in haar gevoelsleven in te leven. Hoe doe je dat?
Een deel van het schrijverschap bestaat uit het je kunnen inleven in situaties en personages, al lijken die situaties en personages nog zo ver van je af te staan. Anders zou je alleen maar over jezelf, vrienden en gelijkgestemden kunnen schrijven. Over het algemeen doe ik ook vrij veel 'research' over pychologische eigenaardigheden, landschappen, flora, fauna enzovoorts.
De Litouwse Karin heeft inderdaad een heel andere achtergrond. Maar in haar leven hebben zich dingen afgespeeld die ik herken. Bijvoorbeeld het van land naar land gaan zonder de taal te spreken of de gedragscodes te kennen waardoor je, zeker in het begin, buitenstaander bent. Ook het omgekeerde: je zó goed proberen te integreren - nog Nederlandser dan de Nederlanders, nog Chileenser dan de Chilenen etc. - dat je jezelf en je wortels kwijtraakt. Wat ik ook in Karin en haar vertolkster Ingrid Bergman herken, is de verwarring over de culturele, emotionele en affectieve uitingen in de verschillende landen. In sommige culturen gaat de passie boven alles - in liefde, politiek, sport etc; in andere landen de rede, de planning, de overweging. Die verschillen leiden in het gunstigste geval tot verrijking, maar vaak genoeg tot vervreemding en gevoelens van eenzaamheid, tot kortsluiting. Vooral op kritieke of beslissende momenten.
Achteraf bezien is een van de hoofdthema's van Stromboli dan ook het probleem van het ontheemd-zijn, het er niet bij horen, het afgewezen worden omdat je anders bent. In die zin sluit het boek misschien aan bij wat er op het ogenblik speelt in veel landen: de onmacht van vluchtelingen om zich aan te passen, de onmacht van de autochtonen om werkelijk begrip op te brengen.

Je zou zeggen dat mensen die op een actieve vulkaan wonen wel wat anders aan hun hoofd hebben dan het leven van elkaar en 'vreemden' vergallen met hun geroddel en gekonkel. Toch lijkt men daar op Stromboli haast een dagtaak aan te hebben...
Ik denk dat de bedreiging van vreemdelingen die een ontregeling teweegbrengen in een gesloten samenleving groter is dan de bedreiging van een vulkaan. Een vulkaanuitbarsting bedreigt de gemeenschap en schept saamhorigheid, een vrouw met een andere achtergrond en andere moraal roept onrust op in individuen, in huwelijken. Het verhaal van Karin en Ingrid B. is gesitueerd op het Stromboli van 1949, een paar jaar na de oorlog. In 2007 gaat het er op het eiland anders aan toe. De bewoners zijn gewend aan toeristen, sterker nog, ze leven ervan.

Van de drie vrouwelijke personages, lijkt Nora het meest op jou, qua achtergrond. Hoe moeilijk was het bij het schrijven om haar niet te dicht op je eigen huid te laten zitten?
Mijn situatie valt niet samen met die van Nora. Ik heb haar verzonnen. Ik ben twee keer naar Stromboli gereisd om inspiratie en indrukken op te doen, maar ik vluchtte niet uit een verstard huwelijk, ik liet geen echtgenoot achter. Ik heb geprobeerd uit mijn levenservaring een waarachtige vrouw te destilleren zonder met haar samen te willen vallen. Ik heb evenveel affiniteit met Karin, als met Ingrid, als met Nora. Uiteindelijk ging het me maar om één ding: mijn licht te laten schijnen op vervreemding en op de verschillende uitingen van liefde, zonder daar een moraal aan te verbinden.

In je roman lijk je ook een lans te breken voor een 'geheimenhoek' in een relatie, voor het koesteren van een territorium - hoe klein ook - in je leven dat je partner niet hoeft te kennen. Is dit een reactie op de trend dat alles maar altijd volledig en uitputtend bespreekbaar moet zijn?
Ik hecht aan mysteries, ook in de liefde. Ik denk niet dat alles doorzichtig en bespreekbaar moet zijn. Ieder individu heeft recht op een ruimte waarin hij/zij ervaringen en gevoelens voor zichzelf opbergt. Ik heb niets tegen verzwijgen en in stilte verwerken. Tenzij het de ander schaadt. Maar wat is schaden? Ook dat woord wordt al zo misbruikt.

Ik las ergens dat je een videoband in de kast hebt staan met een gesprek tussen Iris Murdoch en Krishnamurti, de man die zijn leven lang het credo 'Laat het verleden los' propageerde. Hebben zijn denkbeelden over de voortdurende belasting die ons geheugen óók is, bij het invullen van de Litouwse vluchtelinge Karin een rol gespeeld?
Nee, ik heb Krishnamurti niet in gedachten gehad bij het nadenken over Karin. Maar zijn gedachtegoed ligt wel verankerd in mijn levensopvatting: het verleden kan een enorme belasting zijn voor het beleven van het heden. De opgedane ervaringen leggen een grote druk op het heden, op een onbevooroordeeld kijken naar het heden. Maar in tegenstelling tot Krishnamurti denk ik dat het vrijwel onmogelijk is je van je geschiedenis te ontdoen. Je blik wordt door je ervaringen gevormd. Hoe het beleefde weg te denken? Mijn personages laat ik het proberen, dat wil zeggen: ík probeer het. Keer op keer. Maar mijn onderbewuste speelt me parten. Als ik mijn ervaringen wegdenk, droom ik ze 's nachts....Ook mijn personages zijn dromers....

Het probleem is, ook met de 'leer' van Krishnamurti, dat om het leven onbevangen te leven, je de onaangename én aangename ervaringen moet wegdenken. Die 'totale omwenteling van de psyche' is voor velen niet aantrekkelijk genoeg, voor anderen is zij simpelweg onmogelijk. Daar staat tegenover dat K. wél de vinger op de zere plek legde: de waarheid is een gebied zonder paden, dat niet betreden kan worden via een religie, filosofie of sekte - die zorgen namelijk vooral voor verdeeldheid. Geloof jij dat de mens ooit nog een ander ('hoger') denkniveau zal bereiken?
Ik ben niet erg optimistisch gestemd. Ik denk dat een 'hoger' denkniveau voorbehouden is aan kleinere groepen, aan gemeenschappen van 'verlichte' geesten, aan weldenkende individuen. Maar hoe kan het overgrote deel van de wereldbevolking dat armoe lijdt, honger heeft, op de vlucht is of onderdrukt wordt, het verleden van zich afschudden en een 'hoger' denkniveau bereiken? Hun bewustzijn, maar ook hun onderbewuste, is gevuld met traumatische ervaringen. Pas als er een eerlijker verdeling van kennis en rijkdom is, kan er misschien sprake zijn van een 'hoger' denkniveau op bredere schaal. En dan nog valt te bezien of inzicht en wijsheid het winnen van de driften en de zwarte kanten van de menselijke geest.

De passage waarin Ingrid sterft vind ik bijzonder mooi. Het is een moment waar taal eigenlijk volledig tekortschiet en toch weet je met woorden het mysterie van de dood heel dicht te naderen. Hoe ben je bij het schrijven hiervan te werk gegaan?
Ik ben niet te werk gegaan, ik heb geschreven vanuit wat ik om mij heen heb gezien en wat ik heb gelezen. Ik heb dat in zo precies mogelijk gekozen woorden proberen weer te geven. Net als de oude Grieken en de Tao geloof ik dat leven een oefening is in sterven en dat de dood in ons leven de beste raadgever is. Door aan de dood - de eindigheid - te denken, leer je afscheid te nemen, onthecht te zijn, los te laten, de betrekkelijkheid van de dingen in te zien. Ik denk dat iemand die geleerd heeft om afscheid te nemen - van materieel bezit en van mensen - minder moeite heeft het sterven te aanvaarden. Ook iemand die zijn of haar leven volledig of volwaardig heeft geleefd en de liefde heeft gekend, kan in kalmte 'weggaan'. Dat is wat ik vermoed. Dat is wat ik hoop.

Liefde is ook een belangrijk thema in je roman, bijna een soort personage: nu eens duikt zij op als blinde passie, zoals bij de Italiaanse visser die dolverliefd is op Karin, maar helemaal niet nadenkt over de gevolgen van zijn huwelijksaanzoek. Dan weer blijkt zij meer een door routine verschrompelde vorm van genegenheid, zoals voor Nora, bij haar aankomst op het eiland. Maar dat men de liefde soms ook onbewust kan 'sturen', kunnen we uit het bijzondere slot van je boek afleiden.
Er zijn verschillende soorten liefde, denk ik; de ene niet beter of slechter dan de andere. Wel boeiender, misschien, of verrijkender. Wat ik ook denk is, dat de verschillende vormen naast elkaar kunnen bestaan maar soms elkaars vijand zijn. Zo hoeft liefde geen hartstocht te impliceren, en hartstocht geen liefde. Je zou willen dat het hele gamma aan 'liefdes' in één persoon zou samenvallen en dat voor de duur van een leven. Maar zo is dat meestal niet. En dan zie je gebeuren dat het onvervulde in een andere, nieuwe persoon naar vervulling zoekt of zomaar vindt, terwijl het oude, onvolledig gewordene ernaast blijft voortbestaan. Overspel vind ik een veel te belast woord. Plegen Karin, Ingrid en Nora in mijn verhaal overspel? Ik durf het niet te zeggen. Ze doen dat waar het verlangen en de situatie hen toe brengen. Ze hebben lief. Daarna voegen ze zich weer naar de werkelijkheid. Misschien hebben de mannen in mijn boek hetzelfde gedaan. En misschien zijn ze op hun oude dag allemaal vervuld van de uiteindelijke vorm: zorg, genegenheid.

Kun je nog iets vertellen over je volgende project?
Ik ben nu met een dichtbundel bezig, Hartenbeest. De twee eerste cycli heb ik geschreven. Voor de derde ga ik in oktober naar een gehucht in de Pyreneeën om daar in afzondering te werken. En er is een poëzie-optreden in voorbereiding, samen met een celliste van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en een pianist. Dat is voor volgend jaar.

Stromboli ligt vanaf 25 september aanstaande in de boekhandel.
website: www.fleurbourgonje.nl


[gepubliceerd: 8 september 2007]
 
^