Meander * Eerder * Kort
pagina 18 van 18... 1      17 18
 
Door David Troch op 29 maart 2006
>
Barwoutswaerder bespreekt
David Troch, alias Barwoutswaerder, las Gent Feest, een verhalendrieluik van Ewald Stals. De schrijver verdient een goede redacteur van een gevestigde uitgeverij.

Door Annette van den Bosch op 27 maart 2006
>
Hoera: Charles Ducal terug, Mhlmann begint
Annette van den Bosch was bij De nacht van de poëzie. De toppers waren voor haar: Thomas Möhlmann en Charles Ducal. Van Buelens, Leeflang en Starik kon ze zich achteraf weinig herinneren.

Door Sander de Vaan op 24 maart 2006
>
"Powezie is voor het volk"
Podiumbeest Gijs ter haar presenteert in april zijn eerste bundel.
Sander de Vaan vroeg hem zeker niet alleen maar naar zijn blauwgeverfde armen.

Door David Troch op 23 maart 2006
>
Barwoutswaerder * Woordvedetten
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame kiezen niet altijd zomaar voor literatuur boven wat dan ook. Zo moest een vrijdagavond rond de schrijver Borges wijken voor een filmavond bij een jarige jeugdvriendin van de wonderlijke jongedame.

Door Tine Moniek op 21 maart 2006
>
'wanneer was de laatste keer' * Nader bekeken
Iedere maand bekijkt een medewerker van Meander een van de gedichten die in die maand in Meander worden publiceerd wat nader.
Tine Moniek koos een gedicht van Rhode Hagmeijer.


directe url: meandermagazine.net/t.php?txt=1850
[29 maart 2006]
Een onopvallend rijtjeshuis in Dendermonde, een zondag, een boekvoorstelling. Toen knikte Barwoutswaerder al. Het ziet er dan ook allemaal gelikt uit, de door Fernand Ronsmans van Het Zinkend Schip met de hand vervaardigde verhalendoos Gent Feest die drie verhalen van Ewald Stals herbergt. Op de voorkant geen doordeweekse ansichtkaart, wel een collage van een brandend Gent, inclusief doelwitzoekende soldaten. Op de achterkant typeert een muis het zinkende schip. Kortom, er wordt met man en muis vergaan. Of, het beeld sluit naadloos aan bij de inhoud.
Die inhoud komt tevoorschijn met een simpele ruk aan een lint. Drie boekjes vallen Barwoutswaerder in de schoot. Ook hier weer op de voorkant een collage, als op een dreigbrief staan de titels in opplakletters: De Staatsgreep, Arbeid bevrijdt! en De Glorierijke Intrede. Op de achterkant telkens een andere auteursfoto van Stals waarbij wellicht die bij De Glorierijke Intrede haast net zo morbide overkomt als de verhalen die op het papier staan te schroeien.
Toeval of niet, dat derde deel van Gent Feest heeft een rode binnenkaft. Dat er wel wat bloed van tussen de woorden zal druppen, kan je al vermoeden bij de veelbelovende openingszinnen: De vijand gaat ons vinden. De vijand gaat ons afmaken. Alles wijst erop. Wat volgt is kort en snedig. Dat houdt het tempo erin. Dat zuigt je mee in de donkere ziel van Stals. Zodat je ruggengraat vervaarlijk rilt. Hoe vervaarlijk ook, je ogen haken vaster en vaster aan de letters. Wat je wel eens ziet op het laatavondjournaal of in één of andere oorlogsfilm, vertelt Stals tot in detail. Op die manier grijpt hij je bij het achterhoofd en drukt je met de neus op de feiten.
Ongeveer dezelfde tactiek hanteert Stals in De Staatsgreep, met een gele binnenkaft het tweede en grootste deel van Gent Feest. Hier spat de gruwel niet meteen om je ogen, die sluipt pas binnen in pakweg hoofdstuk drie. Ook de korte nekschotzinnen ontbreken, er wordt zelfs veelvuldig voor Gents dialect gekozen. Wat Barwoutswaerder betreft niet zo'n verstandige keuze. Als lezer moet je goede tanden hebben om jezelf doorheen dat dialect te bijten.
Toch moet je ooit in Gent geweest zijn om je de oorlogsscènes te kunnen voorstellen. Al is het voor iemand als Barwoutswaerder die Gent kent wel extra leuk om de straten waarin er gemoord en gevochten wordt te zien veranderen in een regelrechte hel. Een hel waar Barwoutswaerder op den duur geen overzicht meer over had. Oorzaak daarvan, onder andere het overaanbod aan personages en de vaak wel erg grote alinealappen.
Het idee achter De Staatsgreep, wat als de intolerantie van een partij als het Vlaams Blok (ondertussen noodgedwongen herdoopt in Vlaams Belang) in combinatie met migrantenconcentratie en een incapabel Belgisch Leger uitmondt in bloedvergietend gedoe, is een fijn startidee. Helaas overtuigt het eindproduct voornamelijk door de onoverzichtelijkheid Barwoutswaerder niet. Net omdat De Staatsgreep en De Glorierijke intrede zo nauw op elkaar aansluiten had Stals er beter aan gedaan ze te versmelten tot één geheel. Een geheel dat bovendien korter was en slechts een paar hoofdrolspelers had.
Tot enkele hoofdrolspelers beperkt Stals zich wel in Arbeid Bevrijdt!, het eerste deel van Gent Feest dat met zijn zwarte binnenkaft de Belgische driekleur vervolledigt. De tot worstendraaien gedoemde ikfiguur, daar draait het om. De ploegbaas, het vrouwelijk vertier, de barman, ze leiden stuk voor stuk niet af. Integendeel, ze dragen bij tot een sterk zevenpagina's tellend verhaal. Daardoor ook meent Barwoutswaerder dat Arbeid Bevrijdt! het beste is wat er in de verhalendoos te vinden is.
Met Gent Feest! verwijst Stals overigens heel subtiel naar de jaarlijkse Gentse Feesten. Het met alcohol doordrenkte jolijt van die feesten staat in schril contrast met wat Stals voor zijn feestje uit zijn pen schudt. En dat is niet verwonderlijk als je zijn achtergrond kent. Al is er nergens in de drie boekjes een biografie te vinden, Barwoutswaerder weet dat Stals als logistieker bij Artsen Zonder Grenzen onder andere een burgeroorlog in Burundi, een hongersnood in Zuid-Soedan en de gevolgen van de aardbeving in Turkije meemaakte. Voedingsbodem genoeg. Wat voor Barwoutswaerder ooit mag leiden tot publicatie bij een gevestigde uitgeverij op voorwaarde dat Stals daar een goede redacteur tegen het lijf loopt.

Ewald Stals - Gent Feest!
Het Zinkend Schip, Dendermonde 2006; € 25,00
Zie http://hetzinkendschip.web-log.nl/

directe url: meandermagazine.net/t.php?txt=1846
[27 maart 2006]
De nacht van de poëzie op 25 maart 2006 in Utrecht

De 26e nacht van de poëzie begon geweldig met H.C. ten Berge die op slamachtige wijze zijn gedicht over voorzetsels voordroeg. Het publiek klapte enthousiast ook bij het vervolg van zijn voordracht waarin hij werk uit zijn laatste bundel 'Het vertrapte mysterie' ten gehore bracht.

Er waren dit keer veel dichters die enthousiast werden onthaald, zoals Pieter Boskma en Peter Holvoet-Hanssen. De eerste wekte dat enthousiasme met een sobere en daardoor indringende toon, de tweede met een sprookjesachtige vertelkunst. Holvoet-Hanssen gebruikte mondharmonica en zangstem om zijn voordracht kracht bij te zetten. Een juiste dosering van dramatisch effect enerzijds en droge humor anderzijds leidde tot een bijzondere belevenis van het werk uit zijn bundel 'Spinalonga', genoemd naar het melaatseneiland bij Kreta.

Vrouwen waren goed vertegenwoordigd met een aantal nieuwe stemmen. Peggy Verzett en Liesbeth Lagemaat overtuigden nog niet, maar dit kan gebrek aan ervaring op een groot podium zijn. De teksten kwamen niet tot hun recht. Verzett bracht te weinig variatie in haar voordracht, Lagemaat was te theatraal, waardoor haar teksten ondersneeuwden. Esther Jansma bracht het er duidelijk beter af, haar gedichten hadden het kwetsbare en licht ontwrichtende van haar bundel 'Hier is de tijd'. Ook Vrouwkje Tuinman droeg gedichten voor die aansloegen door inhoud en presentatie. Schijnbaar simpele registraties van menselijk handelen, maakt zij tot bijzonderheden. Zoals het leegmaken van de haakjes voor de jassen van bezoekers. En er dan ook aan hechten dat ze precies daar terecht komen.

Anton Korteweg (Piet Piryns: 'Nu hij niet meer presenteert kan hij optreden, dat is een voordeel') en Ivo de Wijs hadden als vanouds de lachers op hun hand, maar ook de grimlachjes.

Bij de eerbiedwaardige dichters Kouwenaar en Eijkelboom liet het geluid te wensen over. Dit was te wijten aan de microfoons, die duidelijk niet afgesteld waren op dichters die diep over het papier gebogen hun werk voorlezen. Gelukkig brachten ze bekend werk, zodat de intentie belangrijker werd dan de tekst. Ze werden duidelijk gewaardeerd door het publiek.

Verrassend was de voordracht van de bijna blinde Friese dichter Tjsbbe Hettinga. Melodieus klonken de Friese woorden door Vredenburg. Er zat beweging en klank in deze gedichten, die op de schermen in vertaling geprojecteerd werd. Hettinga was de enige dichter die teruggehaald werd om nog eens extra applaus in ontvangst te nemen voor zijn poëzie waarin een leven voorbij trok.

Debutant Micha Hamel begon met een gedicht uit zijn bundel 'Alle enen opgeteld'. Helaas bracht hij het gedicht alsof hij niet wist wat hij zelf zei. Het gedicht is prachtig, de uitwerking liet te wensen over. Als parodie op Aap Noot Mies schreef hij een tekst die eindigt op Aap neukt Mies. Hierin leek hij zich meer verdiept te hebben, want de verwondering over het plaatsen van woorden naast elkaar, het ontdekken van de betekenis kwam in zijn voordracht duidelijk naar voren.

In de wandelgangen waren verkopers van boeken en tijdschriften actief, evenals voorgaande jaren. Bijzonder en een publiekstrekker was Alexis van Roode bij de stand van Poëziecircus Utrecht, die uit zijn hoofd enkele gedichten voordroeg, zoals 'de lepidopterist'

Naaien kan ik niet,
maar des te behendiger
prik ik vlinders op karton
wel tien tot vijftien op een kaart.
's Nachts word ik wakker
van geritsel.

(Uit zijn debuutbundel: 'Geef mij een wonder', fragment van 'de lepidopterist').

Door Piet Piryns werd Diana Ozon aangekondigd als een kruising tussen Simon Vinkenoog en Blondie, hetgeen ze inderdaad waarmaakte in haar teksten. Niet erg origineel, maar wel met verve gebracht.

Af en toe komt Zwagerman sloom uit de hoek, maar poëzie ligt hem goed. Dat viel me bij een vorig optreden ook al op. Ik ben geen fan van zijn werk, maar toch. Door timing en ritme in zijn gedichten vergeef je Roeshoofd (uit de bundel 'Roeshoofd hemelt') bijna dat hij meisjes wil verkrachten. Enigszins fel werd Zwagerman in zijn aanklacht naar de ouders van Roeshoofd, ook dat werkte goed.

Van Buelens, Leeflang en Starik is me weinig bijgebleven. Tijdens deze nacht waren er voor mij, naast de genoemde Boskma en Holvoet-Hanssen, twee toppers bij de dichters. De eerste is Thomas Möhlmann die uit zijn debuutbundel 'De vloeibare jongen' las met prachtige dictie. Hij sloot af met een aangrijpend gedicht over een moeder in de boom. Dit laatste gedicht is na te lezen in de dichtbundel van deze nacht. Een fragment hieruit ter illustratie.
Moeder kom uit de boom
met je draadje en de hele dag
geen mens gesproken geen vogel
gestrikt

De tweede topper is Charles Ducal, de Belgische dichter die na acht jaar binnenkort met een bundel uitkomt. Hij kwam, zag en overwon de zaal met gedichten over varkens, over de liefde en over het leven. Vooral het laatste gedicht waarin hij een link legde tussen Lenin, Jezus en Afghanistan werd met een donderend applaus ontvangen.

Kees van Domselaar kwam als laatste dichter lang niet slecht uit de hoek met gedichten uit zijn debuutbundel. De tijd en de seizoenen spelen in zijn gedichten een voorname rol. De dichters Ten Berge, Kouwenaar en Eijkelboom gingen hem daarin voor deze nacht. Ik ben benieuwd hoe hij volgend jaar de nacht gaat openen.

Interessante bands waren er dit keer ook. Vooral de Jazz Juniors met leden tussen de 10 en 15 jaar brachten het publiek in vervoering. Jammer was dat de cd's na hun vertrek niet meer te koop waren bij Vredenburg. Dat zou veel geld hebben opgebracht voor de trip naar New York die ze binnenkort gaan maken. Commercieel inzicht ontbrak niet bij de Nighthawks at the Diner. Zij sleten hun cd's bij de uitgang en daar werd gretig van gekocht. Terecht, want zij brachten een bijzonder swingend einde aan de avond met muziek die verwantschap toont met Tom Waits. Bij het opstaan heb ik de nummers nog eens goed beluisterd, fantastisch.

Menno Wigman was naast Piet Piryns een uitstekende presentator. Om half vier rondde hij af met een gedicht van J.C. Bloem: 'De nachtegalen'.

directe url: meandermagazine.net/t.php?txt=1845
[24 maart 2006]
Een gesprek met podiumdichter Gijs ter Haar

Op 9 april a.s. om 15.00 uur presenteert dichter Gijs ter Haar in Rotterdam (Arminius Kerk, Museumpark 3) zijn nieuwe bundel, getiteld "Neem dit brood" (uitgeverij Douane). Het boekwerk omvat 64 bladzijden met ruim 50 gedichten plus een CD met 21 stukken waarvan 15 met verschillende muzikanten.

Gijs, na drie bundels in eigen beheer je eerste bundel bij een uitgever, hoe voelt dat?
Geweldig. Ik heb nooit veel uitgevers benaderd en als je dan zelf benaderd wordt, is dat natuurlijk de lauwering van je werk. Daar komt nog bij dat de bundel gratis vormgegeven is door de zaak Besteman uit Klaaswaal, die hebben er iets heel moois van gemaakt.

Een podiumdier als jij in een bundel, is dat niet een beetje als een leeuw in een dierentuin?
Haha, hoort er niet in elke dierentuin een leeuw? Maar zonder gekheid, ik ben vr alles een dichter die wil dat zijn werk op papier bewaard blijft. Dat ik het daarbij lekker vind om powezie direct over te brengen en dat ook kn, is vers twee.

Iemand had het in verband met jouw voordrachten over 'potische kopstoten'...
Publiek kan na een voordracht van mij soms verbijsterd in de stoel zitten. Of dat komt door het venijn in sommige stukken, de trein aan beelden die ik graag over de mensen heen laat denderen, de manier waarop ik voordraag, of een mix van deze, laat ik in het midden

Wat drijft je steeds weer het podium op?
Het publiek, in de hoop dat ik met mijn powezie een moment van gelukzaligheid, droefenis of overweging kan creren. En mijn ego natuurlijk; het ego van de dichter, breek me de bek niet open...

Schrijf je je gedichten met een pen, een pc of in je hoofd?
Allereerst in mijn hoofd en als ik wat segmenten heb, ga ik met papier aan de slag. Al schrijvend spreek ik continu dat wat ik schrijf uit en zorg ik voor het perfecte ritme. Perfect voor mij dan.

Waar gaat het jou om in de pozie?
Dat je normaal Nederlands zodanig weet te gebruiken dat het een emotie openlegt, dat het uniek is zoals het geschreven is, dat het een toegevoegde waarde heeft voor iedereen die het wil horen of lezen.

Hermetisme is dus niks voor jou?
Nee, powezie is voor het volk en de dichter moet n van hen zijn.

Zijn er thema's die je extra wil benadrukken in je gedichten?
Ik neig naar het beschrijven van de schoonheid of de wanstaltigheid in ons bestaan. Tegelijkertijd wil ik ook steeds de andere kant belichten. Ik zoek altijd naar polariteit.

Je organiseerde onlangs een vrouwenslam. Hoe beviel dat?
Ik organiseer zo'n 9 x per jaar een poetry podium in Borra in Amersfoort en met Internationale Vrouwendag deed ik mijn eerste vrouwenslam: een geweldige avond met 6 dichteressen, 2 muzikantes, 3 vrouwen in de jury en Diana Ozon als ceremoniemeesteres.

Welke dichtende vrouw moeten we in de gaten gaan houden?
Johanna Geels. Als ze haar best doet met uitgevers benaderen zal er binnen twee jaar een bundel van haar verschijnen, daar zet ik mijn schoenen op in. Ze schrijft sentiment met een verzachtende knipoog, sensueel met een glimlach. Prachtig.

En welke man?
Doeke Fennema vond ik veelbelovend bij de eerste voorronde van SLAMersfoort. Hij is van alle markten thuis, heeft humor en gevoel.

Hoe zie jij het huidige pozieklimaat in Nederland?
Het gaat goed en dat komt door de podiumdichters, die de powezie naar de mensen brengen die geen boeken meer lezen. Vooral onder de jeugd zie je een enorme schare liefhebbers onstaan. Terecht, want in feite loopt Nederland achter op andere landen, vooral wat subsidies betreft.

Je hebt het in je eigen levensbeschrijving over 36 ambachten en 39 ongelukken, kun je er een paar noemen?
Ik was onder meer lader/losser, matroos, keukenhulp, heftruckchauffeur, schilder, onderhoudsman, vertaler, slachter, grondwerker, kastelein, gasman, dealer, postsorteerder en kermisknecht. Wat ongelukken betreft: arm gebroken, detentie, zware coke verslaving, dakloos, vreemdgaan, Jack Daniels, vergane liefdes, neergestoken, rugklachten.

En wat doe je nu voor de kost?
Sinds zes jaar werk ik als begeleider van verstandelijk gehandicapten op verschillende woonvoorzieningen bij Abrona. Verder schnabbel ik bij met voordragen, en geef ik workshops op scholen in het voortgezet onderwijs. De laatste vier jaar was ik ook vier dagen per week thuis met mijn zoontje; hij gaat nu naar de kleuterschool en die tijd wil ik gaan gebruiken om meer te schrijven.

'De Volkskrant' roemde je 'maaiende, blauwgeverfde armen'. Vanwaar toch al die tattoo's?
Dat is ontstaan in de bajes. Later bood een vriend die in een tattooshop werkte aan om al die onzin met nieuwe tattoos te bedekken, het zogenaamde coveren, een kunst die hij zich eigen wilde maken. Hij heeft zoveel mogelijk van alles een geheel gemaakt door dingen met elkaar te verbinden.

Het zijn er op z'n zachtst gezegd niet weinig...
Klopt, maar het was gratis en I like it.

Is er een verband tussen een prachtig gedicht en een prachtige tattoo?
Nee, maar misschien wordt het tijd dat ik er een schrijf.

Terug naar je presentatie. Hoe gaat die eruitzien?
Ik zal zelf voordragen, alleen en met begeleiding van muzikanten. Verder zullen er gastdichters optreden en komt Bomb-shelter spelen. In de pauze kan men de bundel aanschaffen en zal ik signeren. De entre is gratis.

Welk gedicht uit je nieuwe bundel zou je hier graag aan de lezers willen voorleggen?
'Naar het idee van "Erik of het klein insectenboek". In de eerste plaats omdat ik heel lang alleen de eerste helft had en niet wist wat ik er verder mee moest, totdat ik 6 augustus 2005 hoorde dat het 60 jaar geleden was dat The Big One op Hiroshima viel. In de tweede plaats omdat ik ervan hou naar de laatste zin toe te schrijven, en dan de lezer daarmee af te drogen.

Naar het idee van "Erik of het klein insectenboek"

Stel dat het licht zich neerslaat
in een straat waar verder niets
beweegt. Genadeloos de stenen
raakt zodat de lucht te trillen staat,
de huizen knikkend op hun knien.
Dat geen geluid de strakke huid
van dit canvas kan doordringen.
Dt schilderij... zie je het?

Stel je dan een tafel voor,
een goeie stoel, een schuimend bier.
Bedenk jezelf er ook nog bij.
Dat je daar zit.

Het bier is koel, dat voel je met je hand
en toch klopt er iets niet hier,
er is geen kleur, je zit getekend
in zwart-wit. Je leest Japans
dat aan de gevels hangt,
al heb je dat nog nooit geleerd.
Een krant geeft grijs, de dag bezwerend,
zijn dubieuze datum prijs, 6 augustus '45.

Dan wijkt de zon, een schaduw valt.
Je kijkt omhoog en vlak
voordat je longen breken
kan nog het beeld je brein bereiken.
In moeders naam, Enola Gay.
Kut... verkeerde schilderij.


directe url: meandermagazine.net/t.php?txt=1843
[23 maart 2006]
Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame kiezen niet altijd zomaar voor literatuur boven wat dan ook. Zo moest een vrijdagavond rond de schrijver Borges wijken voor een filmavond bij een jarige jeugdvriendin van de wonderlijke jongedame. Met The Butterfly Effect kwamen bij Barwoutswaerder herinneringen boven van een jaarovergang.
Slechts een dag later stapte het sprookjeskoppel naar de Gentse Vooruit om met Saint Amour nog maar eens hun liefde te vieren. Dat kan niet genoeg gebeuren. En het heeft iets extra als het gebeurt met woordvedetten in de spotlights. Vlaams nieuwsgezicht en presentator van de avond Annelies van Herck had de eer die vedetten gevat in te luiden.
Barwoutswaerder verheugde zich vooraf vooral op Hugo Matthysen, de man die de jongensjaren van onze kabouter met spitse liedjesteksten opluisterde, die dat opluisteren blijft doen met een quasi wekelijkse column in Humo, het lijfblad dat Barwoutswaerder steeds minder lijkt te lezen, en die, en die, en die. Die man dus las een verhaal voor met een moeilijk in elkaar te vijzen Ikeakast in een niet onbelangrijke rol. Toeval is er niet, maar Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame hadden die middag toch mooi in een vestiging van de meubelgigant rondgedwaald.
Ook naar Annelies Verbeke was Barwoutswaerder best nieuwsgierig, niet in het minst omdat ze wat zou brengen uit haar nieuwste en tweede roman Reus. De wonderlijke jongedame moet er op de schouder van Barwoutswaerder niet bijster veel van hebben gehoord, maar het viel hem alvast op dat Verbeke het voorlezen al wat beter onder de knie had dan enkele maanden eerder in het Gravensteen.
Al had Barwoutswaerder Joke van Leeuwen nog niet eerder aan het werk gezien, haar werk was hem niet onbekend. Ze verraste door bij haar eerste passages uit te pakken met een ongelooflijke zangstem. Bij van Leeuwens tweede doortocht kreeg Barwoutswaerder met vier manieren om op iemand te wachten waarop hij stilletjes had gehoopt.
Het kwartet overige woordvedetten was Barwoutswaerder vreemd. Wellicht zal voornamelijk Tom Naegels de kabouter bijblijven. Omwille van de expressiviteit waarmee hij zijn lichaam zijn proza liet onderstrepen. Erik Vlaminck was volgens Barwoutswaerder ook niet mis. De man zaaide zijn taal zo beeldrijk de Vooruit in dat elke toeschouwer zich er wel wat bij kon voorstellen. Naar Paul Verhaeghen zat Barwoutswaerder minder geboeid te luisteren. Die aandacht was er nog wel bij Vincent Overeem, al zou Barwoutswaerder de man nu ook weer niet met een staande ovatie bedanken.
Die eer viel zelfs niet Tine Embrechts en Adriaan Van den Hoof te beurt die heel pienter met theaterteksten van Harold Pinter omsprongen en zo de goed gevulde zaal tussen al die literaire beelden met een glimlach naar adem moesten laten snakken. Liefde laat lachen, meneer, mevrouw.

Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame dachten dat Saint Amour hun vroege Valentijnsdag zou worden en dat het daar qua commerciële fonkelhartjes bij zou blijven, maar dat was buiten Tine Moniek en Olaf Risee gerekend. Dat andere dichterskoppel, alsof er niet nog meerdere dichterskoppels zijn, liet op het laatste moment, zijnde op zondag, verstek voor Zoete Zinnen Nacht. In een sms en een mail vroegen ze netjes of Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame niet wilden inspringen. Dus stonden de twee uitgerekend op 14 februari in het café van de Brusselse beursschouwburg voor de poëzieavond van vzw Quackstop.
Voor al te veel voorbereiding hadden Barwoutswaerder en de wonderlijke jongedame de tijd niet gevonden. Toch kregen ze als eersten de microfoon van een lokale studentenradio onder de neus geschoven. Simpelweg omdat ze later op de avond ook als eersten met zoete zinnen moesten starten. De wonderlijke jongedame deed dat met een sonnet van Pablo Neruda, Barwoutswaerder met een gedicht van de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Zimborska. Waarna ze elk nog drie eigen gedichten mochten brengen.
Evenveel eigen werk en een gedicht uit de wereldliteratuur, dat bleken ook de spelregels voor de andere zoethouders van de avond. Of Lieven Vercauteren, Philip Meersman, Xavier Roelens, en de drie van Het Venijnig Gebroed zonder de ziek in bed liggende albrecht b doemlicht maar met Frederik Lucien de Laere, Denis S.M. Vercruysse en Jan Wijffels zich aan die spelregels hielden, het was Barwoutswaerder een zorg, hij zag en oordeelde. Zo vond Barwoutswaerder Vercauteren een beetje blijven hangen in te schaapvormige wolkjes, hoe luidkeels de man ze ook probeerde weg te blazen. Meersman lukte erin nog enigszins de aandacht grijpen, al was het met een flard klankpoëzie. Roelens vormde zowaar een gelegenheidskoppeltje met een gitarist en dwong zich al zingend in ieders al dan niet verliefde oren. Dat werkte en werkte niet, sommige stukjes hoort Barwoutswaerder hem nu eenmaal liever voordragen. Ook tussen de mannen van Het Venijnig Gebroed had de kabouter net een tikkeltje meer chemie verwacht. Het was voornamelijk Vercruysse die Barwoutswaerder in positieve zin verraste dankzij een breed poëtisch spectrum.

Een breed poëtisch spectrum, daar is Het Kapersnest ook niet vreemd aan. Die schuit houden Noëlla Elpers en Peter Holvoet-Hansen nu al meerdere jaren uit en met liefde drijvende. Een dag na Valentijn meerden ze aan in een aula van de Antwerpse Permeke bibliotheek om er het begin van de jongerenpoëziewedstrijd van, jawel, de stad Antwerpen te kapen. Er werd gelachen, ook met kwinkslagen van presentator Stijn Vrancken. Die mocht in drie leeftijdscategorieën telkens drie winnaars bekend maken. Bij de meerderjarigen moest De Indringer actrice Maaike Neuville de wonderlijke jongedame laten voorgaan. En zo werd een belle soirée met een eerste prijs bekroond.

pst: Barwoutswaerder laat nog weten dat de man met het lange haar niet zomaar in te huren is voor avondjes waar er niet alleen met badeendjes wordt gespeeld.


directe url: meandermagazine.net/t.php?txt=1844
[21 maart 2006]
wanneer was de laatste keer
zo kruipen treinen in het landschap
en schrapen sterren strepen
op de tijdslijn
en schrapt een mens mijn naam
verschijn ik op een andere lijst
met naam en nummer
zo verdorren bloemen waar ik bij sta
en slacht ik schaapjes tot het dag wordt
de klok is een uitvinding
tijd is iets anders

Rhode Hagmeijer (1982)


De laatste keer dat Rhode Hagmeijer met een gedicht in Meander verscheen, was in 2003. Toen verscheen haar vier woorden in de poëzierubriek. Wat is er intussen met haar gebeurd? Wanneer was haar laatste keer? En wat doet ze met tijd? Tine Moniek werpt een blik achter het gedicht.

Rhode, wanneer was de laatste keer dat je dacht: nu moet ik een gedicht schrijven? Als ik wat ploeter op internet merk ik dat je vooral gedichten op het net plaatste voor 2002. Hoe komt het dat er zo'n lange tijd tussen zat?
'Op een gegeven moment had ik beslist dat ik er mee gestopt was, met gedichten schrijven. Er zijn zoveel pubers die poëzietjes maken en er dan mee ophouden, en omdat ik niets meer schreef of alleszins vond dat wat ik schreef slecht was, dacht ik dat ik ook zo'n puber was. Maar het gebeurt dat ik in mijn kladschrift aan het prutsen ben en er toch per ongeluk iets ontstaat. In heel 2005 heb ik twee of drie gedichten gemaakt en ik was gewoon benieuwd naar het niveau ervan en daarom heb ik het ingestuurd. Nogal verbaasd ook dat het is geplaatst.'

Wanneer was de laatste keer dat je naar de hemel hebt gekeken?
Als ik je beide gedichten lees, krijg ik het beeld in mijn hoofd van een meisje dat naar de lucht kijkt. In je eerste gedicht was dat meisje nogal dromerig. Nu, bijna drie jaar later, kijkt ze nuchterder. Ben jij als persoon ook anders naar de wereld gaan kijken?

'Ik kijk dagelijks naar boven, ik hou van de grilligheid van de hemel die er altijd anders uitziet, dreigend, lieflijk en toch gewoon de lucht is. Dit gedicht zegt inderdaad iets over de manier waarop ik de wereld ervaar, ik denk dat ik stilletjes volwassen aan het worden ben.'

Wanneer was de laatste keer dat je iets opgestoken hebt van poëzie?
'Het gebeurt dat ik getroffen word door een gedicht, zoals gedichten dat doen. De laatste keer was bij poëzie van Levi Wagenmaker.'

Wanneer was de laatste keer dat je een gedicht met hoofdletters en leestekens hebt geschreven? Het valt me immers op dat je die heel weinig gebruikt in gedichten. Is daar een reden voor of is dit toeval?
'Soms vind ik dat het er beter uitziet wanneer er geen hoofdletters en leestekens in een gedicht staan, zeker wanneer het een geheel moet vormen. Als ik ze gebruik is dit om duidelijk een begin en een einde aan te duiden, als de inhoud er om vraagt. Soms is het gewoon toeval, misschien luiheid.'

Wanneer was de laatste keer dat je naar je eigen woorden geluisterd hebt?
'Vier woorden werd voorgedragen op radio Urgent, dan heb ik het uiteraard beluisterd.'

Wanneer was de laatste keer dat je de uitvinder van klok vervloekte?
'Vanmorgen toen ik de zoveelste moordpoging op mijn wekker deed.'

Wanneer was de laatste keer dat je iets schreef wat geen gedicht was? En wat was dat?
'Ik heb een deel van de tekst verzorgd voor het jeugdstuk Romeo en Julia (the making of) van Tejater De Orchidee dat tot 4 maart in Tielen speelde.'
 
<    ^    pagina 18 van 18... 1      17 18