Meander * Eerder * Kort
 
[10 mei 2006]

Martin Reints (Amsterdam, 1950) was met zijn bundel Ballade van de winstwaarschuwing één van de vijf genomineerden voor de prestigieuze VSB-poëzieprijs. Meander Magazine had een interview per e-mail met de dichter.

Was je verrast door je nominatie voor de VSB poëzieprijs?
Als je zelf ergens geen invloed op hebt, moet je er ook niks van verwachten. Andermans beslissingen komen altijd als een verrassing.


(Foto: Katja Stam)


Ilja L. Pfeijffer liet in de NRC van 21 april jl. niet veel heel van jouw genomineerde bundel en citeerde de volgende verzen: 'Terwijl de wolken / veranderen in andere wolken // drijven de wolken voorbij.' Wat zou je hem hier ter verdediging willen repliceren?
Mijn poëzie is heel goed verdedigd door de jury. Misschien moet Pfeijffer de verantwoording van de nominaties eens doornemen. Die is te vinden op de site van de VSB-poëzieprijs. Je moet Pfeijffers recensies natuurlijk nooit serieus nemen, maar het viel me op dat zijn vrolijke spotzucht in dit artikel omsloeg in ernstige verongelijktheid. Dat zal komen doordat hij in 2005 ook een dichtbundel heeft gepubliceerd, en die was niet genomineerd. Hetzelfde zag je bij Gerbrandy: ook een bundel in 2005, ook niet genomineerd, ook verongelijkt. Gelukkig hebben ze elkaar. Pfeijffer schreef in de NRC dat Gerbrandy had moeten worden genomineerd, en Gerbrandy schreef in De Volkskrant dat Pfeijffer had moeten worden genomineerd. Als de lamme en de blinde elkaar helpen, kunnen ze samen nog een heel eind komen.

Hoe heb je de uitreiking ervaren? Wat het spannend?
Het was niet spannend. Ik heb genoten van David Kuyken, die de Sechs kleine Klavierstücke van Schönberg speelde. Die waren volgens mij nog nooit zo mooi uitgevoerd.

Is Mark Boog een terechte winnaar of had je iemand anders in gedachten?
Iedereen heeft zijn favoriet, zoals ook iedereen wel een lijstje heeft van dichters die ook hadden kunnen worden genomineerd. Maar omdat ik zelf genomineerd was, ben ik niet in de positie om commentaar te leveren op de beslissingen van de jury.

Op het omslag van je essaybundel Nacht- en dagwerk staat: "Martin Reints is een dichter die graag nadenkt." Kun je je hierin vinden of ben je meer een denker die graag dicht?
Het is een mooie flaptekst, maar eerlijk gezegd zou ik het zelf niet zo formuleren. Iedereen denkt na – het is zoiets als ademen. En dat ik gedichten schrijf, is in ieder geval voor mij bijna hetzelfde.

Wat betekent poëzie voor jou?
De mogelijkheid verbanden te leggen die je alleen met taal kunt leggen. Ik heb vanaf mijn twaalfde gedichten geschreven. Mijn belangstelling is gewekt toen ik zes was.

Waaraan moet een goed gedicht volgens jou voldoen?
Een goed gedicht is vanzelfsprekend, helder en onontkoombaar. Het gaat in tegen de routine. Daardoor vergroot ieder geslaagd gedicht de vrijheid waarmee je het volgende gedicht maakt. Dat verklaart dat grote dichters in de loop van hun werk steeds beter worden, zoals je ziet bij Van Ostaijen, bij Roland Holst, bij Faverey, bij Kouwenaar – om een paar duidelijke voorbeelden te noemen.

Zijn er gedichten van anderen die je jaloers stemmen?
Ik ben niet jaloers op de dichters die ik bewonder. Maar er is een gedicht dat ik zelf wel geschreven had willen hebben: 'Brief' van Lela Zečković. Dat is te vinden in De Revisor 1984:6.


(Foto: Katja Stam)


Uit het gedicht 'Terug naar het begin' uit je bundel Tussen de gebeurtenissen spreekt een nauwelijks verholen verlangen naar een staat van 'niet-denken':

en zo terugkeren naar het begin van het denken
dat zelf eigenlijk nog geen denken is

Ben je in je poëzie daadwerkelijk op zoek naar een dergelijke, in rationeel opzicht onbevlekte staat?
Ik ben gefascineerd door het grensgebied tussen het denken en het niet-denken, omdat in dat gebied de intuïtie heerst. Daar ligt de oorsprong van alles wat belangwekkend is.

Je publiceert met flinke tussenpozen je gedichten. Laat je je teksten lang bezinken voordat je ze de wereld instuurt?
Nee, nog geen halve dag. Ik schrijf zo snel mogelijk. Maar de voorbereiding kost altijd veel tijd.

Hoe kwam je aan de titel Ballade van de winstwaarschuwing?
Het is een lang gedicht over de gedachtevlucht van mensen tijdens een persconferentie. Ik kijk graag naar televisieverslagen van winstwaarschuwingen. Het zijn spannende gebeurtenissen, die altijd dezelfde vorm aannemen: een zaaltje, journalisten, bestuurders die plaatsnemen achter tafeltjes, flesjes water, projectie van cijfers en grafieken. Iets volkomen abstracts verandert in iets waar je bij zou kunnen zijn.

Humor is jou niet vreemd. Zo valt in het titelgedicht te lezen:

terwijl binnen alvast een van de bestuursleden naar zijn hart grijpt
om te voelen of hij zijn leesbril bij zich heeft
nu iemand een doos vol jaarverslagen voor hem neerzet

en hij pakt niet een van de jaarverslagen
nu een ander bestuurslid hem aankijkt en

in zijn oor fluistert
dat je de gang van de gebeurtenissen kunt vertragen
door een zin te improviseren die met terwijl begint

Kan de Nederlandstalige poëzie meer humor gebruiken?
Ik geloof dat je dat zo niet kunt zeggen, zoals je ook niet kunt zeggen dat onze poëzie meer melancholie zou kunnen gebruiken. Niets is bovendien zo erg als bewust gezochte humor. Iedereen moet schrijven op een manier die past bij zijn karakter en omstandigheden.

In de Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst ben je met één gedicht vertegenwoordigd, waarin je een haast onzichtbaar lijnenspel trekt tussen allerlei dagelijkse gebeurtenissen. Die dagelijksheid komt in meer gedichten van je terug. Is er volgens jou een samenhang tussen alle onderdelen van ons leven? En ben je daarnaar op zoek als dichter?
Zeker. Het gaat me om niets anders dan dat.

Welk gedicht van jezelf zou eigenlijk bij een volgende druk van de 'Spiegel' ook opgenomen moeten worden?
Ik ben wel gelukkig dat dat gedicht 'Ornithologie' er in staat. Maar ik weet nooit goed hoe bloemlezingen functioneren, dus het maakt me weinig uit wat er eventueel nog meer in komt. Als het maar compleet en zonder fouten is. Zelf zou ik nu kiezen voor het laatste wat ik heb geschreven, want je laatste gedicht is voor jezelf altijd je beste. Ik heb dat geschreven voor een van de VSB-avonden:

Rietkraag

De verkoopster:
'wat jij zoekt
dat bestaat niet'

de andere verkoopster:
'het bestaat wel wanneer je niet meer zoekt'

de wereld aan deze kant van de deur
is dezelfde als de wereld die je binnenstapt
wanneer je door de deur gaat

het land klinkt in, het water stroomt
de rietkraag golft in de mist.

Waar werk je momenteel aan?
Ik bereid me voor op nieuwe poëzie en op een artikel over Hans Faverey dat een Engels tijdschrift me heeft gevraagd.

(Herbert Mouwen recenseerde eerder voor Meander de bundel Ballade van de winstwaarschuwing.)
 
deze tekst printen