Meander * Eerder * Kort
 
[16 mei 2007]
A peep behind the scenes met bloemlezer Bert Bevers
Kermis in de poëzie
door Margo Verbiest

Nu weer de kermis gloeit met duizend lichten is een nieuwe bundel met kermisgedichten uit de twintigste eeuw en schilderijen, tekeningen en kermisplakkaten van dit oud volksvermaak vol klatergoud, verwondering en uitgelaten overvloed. Het boek werd gepresenteerd bij de opening van de tentoonstelling Altijd prijs! Kermis & Kunst in het Singermuseum in Laren. Meander mailde met samensteller Bert Bevers over a peep behind the scenes, pipowagens en kermis in de poëzie.

'Ik was bezig met een andere bloemlezing toen mijn aandacht werd getrokken door twee kermisgedichten. Ik ging eens verder kijken en had er binnen een mum van tijd twintig bij elkaar, ook van dichters van allure. Toen is het idee voor deze bundel ontstaan', vertelt de dichter en vertaler, die in Antwerpen woont en werkt. De bloemlezer nam contact op met de conservator van de kermiscollectie van Het Markiezenhof in Bergen op Zoom zijn geboorteplaats - om te polsen of ze interesse hadden in een bundeltje kermispoëzie. Toen dat het geval bleek te zijn, en ook het Nederlands Centrum voor Volkscultuur toehapte, begon hij duizenden bundels door te vlooien om een representatief overzicht te geven van de kermispoëzie in de twintigste eeuw.

A Peep behind the Scenes
Is hij zo'n een kermisfanaat? 'Nee, de kermis is voor mij een broodje paling en af en toe een keertje schieten, al wonen er wel veel kermisexploitanten in Bergen op Zoom en kennen we hier de Sinksenfoor, dus ik heb er wel iets mee. Daarnaast heb ik de teksten voor een website geschreven, A Peep behind the Scenes, een grensoverschrijdend project dat de geschiedenis van de kermis belicht. Hoe het verschijnsel ontstaan is, hoe het zich ontwikkeld heeft en hoe het zich aan de moderne tijd heeft aangepast. Denk niet dat ik mee op zomercampagne ben getrokken in een pipowagen. Die zijn er trouwens amper meer. Het is niet te geloven met wat voor een geavanceerde vervoermiddelen de exploitanten zich vandaag de dag verplaatsen. In Italië keek ik mijn ogen uit bij het bedrijf Moser Rides, dat zich specialiseert in wagens voor kermismensen. Dikwijls zijn die uitklapbaar tot attractie terwijl ze tegelijkertijd een hypermodern en luxueus mobilhome zijn. Met jacuzzi en kookeiland en al, hoor!'

Nog nooit gepubliceerd
'Je hoeft volgens mij geen fanaat te zijn om een verzameling van iets aan te leggen,' vervolgt Bevers. 'Bloemlezen is op zich al een leuke bezigheid. Wanneer je dan mogelijkheden voor een boek ziet, compliceer je het doorbladeren gewoon wat, let je meer op trefwoorden.' Zo kwam hij op een kleine honderdtwintig gedichten, die over de kermis gaan of vergelijkingen bevatten uit de kermiswereld, van dichters die schreven uit een soort van sociologische verwondering, of die de kop van Jut en het spiegelpaleis als allegorische voorstellingen gebruiken en verwijzen naar sterven en de dood, of hun oprechte jeugdherinnering als basis gebruikten. Hij tikte zijn vondsten over en verzamelde hen in een bestand, om na selectie op het definitieve aantal van bijna tachtig te komen. Op een enkele uitzondering na Pieter Langendijk en Guido Gezelle zijn van eerdere datum zijn het verzen uit de twintigste en eenentwintigste eeuw van Nederlandse en Vlaamse dichters. Een aantal ervan is nog nooit gepubliceerd. 'Dat maakt het boek nog een beetje extra bijzonder,' vindt Bevers. 'Kees Hermis schreef zijn 'kermis' bijvoorbeeld al in 1962, maar het werd nooit gedrukt.'

Niet al te goefend
Bij de selectie heeft Bevers rekening gehouden met lezers die niet al te geoefend zijn in het lezen van poëzie, maar zich vooral laten leiden door de literaire kwaliteiten. 'Er waren bijvoorbeeld echt héél veel gedichten over de Tilburgse kermis. Nou is dat ook de grootste van de Benelux, dus die mag best wat meer aandacht hebben. Maar er waren er toch wel erg veel met een te hoog rijmelarijgehalte,' licht de bloemlezer toe. Voorts heb ik mijn best gedaan om ook Vlaamse poëzie mee te nemen. Benoorden de Moerdijk wordt immers wel eens vergeten dat er in België zes miljoen Nederlandstaligen wonen.' Gerrit Achterberg, H.H. ter Balkt, Bernlef, Guido Gezelle, Peter Holvoet-Hanssen, Martinus Nijhoff en Hans Warren: ze staan er allemaal in. Maar ook een moderne dichter als Ingmar Heytze ontbreekt niet.

Het spookhuis verliefd

Vanaf de eerste kermisdag heb ik op je gewacht.
Ik wachtte met mijn vermolmde klapdeur.
Ik wachtte met mijn piepende rails.
Ik wachtte met al mijn knarsende karretjes.

Ik wachtte met mijn halfversleten band
vol kreten, onverwachte slierten plastic,
plotse stilstand in het schemerdonker
en mijn rubberen vogelspin.

De geraamtes rammelden al dagen
nergens anders over. Jij zou in mij verdwijnen.
Dan zou ik vervagen tot een gele afdruk
in het gras - voor eeuwig samen.

Wie wil er nu eerst naar het spiegelpaleis?

Ingmar Heytze

Kermis

Ze loopt tussen de wagens
en pijpenstelen door,
het broertje aan haar hand
kijkt sip, alle kraampjes dicht,
botsauto's onder zeil, het
spookhuis enger dan voorheen,
de rups weer cocon.

Het meisje denkt: nu is het op zijn
mooist, maar ze zwijgt, want zo'n
kleine jongen kan nooit begrijpen
dat een verregende kermis zoiets is
als het boek nog in zijn folie,
een verhaal vóór het wordt verteld.

Kom, zegt ze, we gaan naar huis,
voor morgen is beter weer voorspeld.

Philip Hoorne

'Ik vind dit allebei heel eenvoudige, maar o zo veelzeggende gedichten', licht Bevers zijn keuze voor Meander toe. 'Het zijn ook voorbeelden van gedichten die mensen de poëzie in kunnen trekken. Poëzie is voor velen - zeker in een land waar het onderwijs er niet eens meer iets aan doet - immers toch een wat mysterieuze, haast angstwekkende discipline. Omdat het onderwerp kermis vrijwel iedereen bekend is, kan deze bloemlezing drempelverlagend werken.'
Dat de kermis ook vele vermaarde kunstenaars inspireerde, bewijzen de afbeeldingen van de schilderijen, tekeningen en kermisplakkaten die zonder uitzondering verwijzen naar de spannende, exotische en feestelijke kanten van het kermisfeest. Vaarzon Morel schilderde jonge meisjes op een carrousel. Gustave De Smet maakte een verstilde schietkraam en Gerrit Sol laat mannen en vrouwen wild dansen bij een kermisorgel. Daarnaast zijn er kermisdoeken afgebeeld met bijvoorbeeld 'het meisje zonder hoofd' en 'het kleinste lilliputpaardje ter wereld', naast een affiche van de vliegtuigzweefmolen 'Benner's Aeroplane'. Deze 'kermiskunst' is te zien op de tentoonstelling Altijd Prijs! Kermis & Kunst.

Breed publiek
Bevers hoopt een breed publiek te bereiken met Nu weer de kermis gloeit met duizend lichten: 'Al gaan er maar een paar mensen die dat anders nooit deden poëzie door lezen. Dan ben ik al een tevreden mens.'
De bloemlezing is een gezamenlijke uitgave van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur in Utrecht, Historisch Centrum het Markiezenhof in Bergen op Zoom, de Stichting Kermis-Cultuur in Eindhoven en het Singermuseum in Laren, dat de bij dit boek passende tentoonstelling Altijd Prijs! Kermis & Kunst inrichtte. De tentoonstelling is te zien tot en met 2 september.

Nu weer de kermis gloeit met duizend lichten
Nederlands Centrum voor Volkscultuur, Utrecht; 2007; 120 blz.; 22,50
www.volkscultuur.nl
ISBN 9789071840692