| Meander * Eerder * Recensies * Infauste dienstprognose - Rob Schouten | ||
|
Infauste dienstprognose - Rob Schouten
Bert van Weenen ![]() Hoe je het ook wendt of keert, de gedichten die Rob Schouten produceert zijn van een aparte, bizarre soort. Als poëziecriticus waagt Schouten, die vier jaar hoogleraar literatuurkritiek aan de VU was, zich al regelmatig aan een babbeltoontje dat zich op de rand van het journalistieke bevindt. Als dichter laat hij zich in navolging van zijn grote voorbeeld John Berryman vaak volledig gaan in een stortvloed van associaties en taalkronkels. Onlangs verscheen van Schouten een nieuwe bundel met de opmerkelijke titel 'Infauste dienstprognose'. Zoals je een gekkenbriefje kon krijgen bij de keuring voor militaire dienst, zo is de dichter ironisch gesproken afgekeurd voor het normale (gezins)leven. Bij Schouten is de dichter met name schepper. In het boeiende interview met Arjan Peters (Volkskrant, 15 september 2000) zegt hij: "Ik maak gebruik van de rommeligheid die ik om me heen zie, en waaruit ik besta. Gedij bij het feit dat dingen niet kloppen. Ik ben een echte buitenstaander. Heb het gevoel dat ik niet meedoe. Pas als ik thuiszit, gedichten schrijf en piano speel, ben ik niet de kneus op de Albert Cuyp, maar ontpop mij als een god in een stralend heelal." Dat stralende heelal mag je dan overigens gerust opvatten als een ironische uitspraak. Want naast chaos is somberheid een overheersend motief in Schoutens poëzie. Het motto van Sylvia Plath kondigt dit al aan: "Yet, in my wintriest moods, I hold / Absolute power / To boycot color and forbid any flower / To be." Meewarig slaat Rob Schouten de wereld en zichzelf gade. Soms met sardonische humor, zoals in 'Vers', waarin de dichter terugkijkt op de relatie met zijn ex en concludeert dat er sprake is van een "troostende geschiedvervalsing". Hij wijt het drama aan "de loop der dingen" maar bekent op de valreep dat het hem eigenlijk ging om "iets vers", waarmee hij bedoelt: vers vlees, een verse vrouw. En de mens is, getuige de gedichten 'Zonder gebruiksaanwijzing' en 'Model "Amour"', maar klungelig in elkaar gezet. Ook in de psychoanalytische passages in Schoutens poëzie loopt het doorgaans niet op rolletjes, zoals in: Pompoen De geest meest routineuze vleermuis, ja, maar soms, 's nachts, in een stilgezogen huis, als wie nog wakker is neerslachtig is want het is tijd voor buitenaardse krachten, landt er een ufo in het hoofd, zaait graancirkels, klemmende redenen er niet te zijn. Afwezig. Niemands zoon. De guillotine. 's Ochtends is alles weer voorbij, niet echt te mooi voor woorden maar, gewoon, het moet met een ontbijt, voorlopige bestemming, hoor zonder angstgevoel maar thuis. De internationale code van het lichaam. Licht uit. De kop zit er nog op en het verbaast je weer niks, die pompoen. De omgeving waarin deze gedichten zich afspelen, is die van de huiskamer, dikwijls met het universum als achtergrond. Het is de entourage voor verschillende scabreuze amoureuze verzen. Anekdotes krijgen bij Rob Schouten een poëtisch jasje door gejongleer met betekenis en grammatica. Dit speelse element is de belangrijkste meerwaarde van Schoutens gedichten, want inhoudelijk stelt het allemaal weinig voor. Mis je een zintuig voor dit "taalgepriegel", dan zul je 'Infauste dienstprognose' waarschijnlijk schouderophalend op een weinig in het oog springend plekje in je boekenkast zetten. Bargoens en schizofrene zinnen zijn dan niet genoeg. Rob Schouten - Infauste dienstprognose De Arbeiderspers, 2000 ISBN 90-2953748-5 [gepubliceerd: 22 oktober 2000] |
||
| ^   | deze tekst printen |