Meander * Eerder * Recensies * Verblijf op aarde - Pablo Neruda
 
'Suramérica, ¡soy yo !'
Yves Joris verbleef met Neruda op aarde

Hier rust onze lieveling Malva Marina Reyes; geb. te Madrid 18 aug. 1934, overl. te Gouda 2 mrt. 1943 staat er te lezen op een verweerde grafsteen op de Algemene Begraafplaats aan de Vorstmanstraat te Gouda. (zie www.groenehartarchieven.nl/aln0302.pdf). Een vergeten grafsteen voor een vergeten kind, dat dit jaar door haar vader uit de anonimiteit gerukt werd. Malva Marina was de dochter van Marita Hagenaar en Pablo Neruda, de beroemde Chileense dichter die honderd jaar geleden werd geboren. (Zie www.neruda.nl of www.neruda.be voor een mooi overzicht van leven en werk van de dichter.)

Na de behandeling van Honderd Liefdessonnetten in Meander 248, wil ik nu ingaan op Residencia en la tierra, in de (eerste) Nederlandstalige vertaling van Bart Vonck Verblijf op aarde getiteld. Persoonlijk draagt deze bundel mijn voorkeur weg. De meeste lezers zijn immers wel bekend met Neruda als politiek dichter, grasduinden door zijn oden en sonnetten, maar Neruda als surrealistisch dichter is voor velen een illustere onbekende. In het volgende wil ik een beeld schetsen van het leven van de dichter en de context waarin Verblijf op aarde tot stand kwam.

De jonge dichter wilde de armoede en eenzaamheid ontvluchten waarin hij leefde in Chili. Zijn bundel Twintig liefdesgedichten en een wanhoopslied mocht dan wel een succes zijn, financieel werd Neruda er weinig beter van. De dichter maakte op dat moment een crisis door: moest hij kiezen voor een vaste baan die geld in het laatje zou brengen, of voor de muze van de poëzie?

Op 14 juni 1927 vertrok de jonge Neruda als consul ad honorem naar Birma, hij was toen 23 jaar. Het oosten bracht hem niet het gehoopte luxe leventje; hij leefde er in grote armoede en de eenzaamheid knaagde erger dan tevoren. In Rangoon (het huidige Yangon) legde de dichter de basis van wat het eerste deel van de cyclus Verblijf op aarde zou worden. Drie thema's lopen als een rode draad door de bundel. In de eerste plaats was er nog steeds de twijfel tussen de muze en de carrière. Vervolgens was er de innerlijke strijd om de erotiek een plaats te geven binnen zijn leven. In Rangoon ontmoette de dichter Josie Bliss, een inheemse schoonheid die de dichter seksueel in de war brengt: wie is die vulkaan van passie die zijn leven dag en nacht beheerst? Was het een lichamelijke obsessie? Diende ze alleen als placebo om Albertina Rosa Azócar te vergeten, de Chileense vrouw die Neruda's huwelijksaanzoeken herhaalde malen had afgeslagen? 'Madrigaal in de winter geschreven', het oudste gedicht van de bundel is een ode aan Albertina Rosa Azócar.

[...]
Reik mij je afwezigheid tot onderen,
traag en zwaar, bedek je ogen maar,
doorkruis me jouw bestaan, denk maar
aan mijn hart: het is verwoest.

Duidelijker kan de dichter niet worden. Ten slotte is er de strijd om uit zijn eenzaamheid te geraken. Waren dit de redenen waarom de dichter zich liet overplaatsen naar Colombo, om een jaar later, in 1930, in Batavia (het huidige Djakarta) te belanden? Neruda wilde de allesverschroeiende passie en jaloersheid van Josie Bliss ontvluchten. De eenzaamheid sloeg hard toe, een eenzaamheid die hij trachtte te verdrijven met herinneringen aan haar en haar lichaam.

[...]
Zoals ik bedroefd word als ik denk aan de klare dag in je benen
die rusten als stilstaand en hard zonnewater,
en aan de zwaluw die vliegend en slapend in je ogen leeft,
en aan de razende hond die je asiel geeft in je hart,
zo zie ik ook de doden die voortaan tussen ons staan,
en ik adem de lucht in van as en verwoesting,
de lange verlaten ruimte voor altijd om mij heen.

(uit 'Tango van de weduwnaar')

De dichter is in rouw. Hij neemt afscheid van het allesverterende vuur. Hij stelt zich de vraag of seksualiteit een hoogtepunt kan vormen voor een alternatieve identiteit, of dat de passie de dichterlijke persoonlijkheid daarentegen juist verwoest.

In 1930 trouwde Neruda met de Nederlandse Maria Antonieta Hagenaar (Maruca). In 1932 keerden ze terug naar Chili. Ondertussen ondernam in Spanje de dichter Albertí verwoede pogingen om het eerste deel van Verblijf op aarde gepubliceerd te krijgen. Dit deel van de bundel overspande de periode van 1925 tot 1931 en omvatte het werk dat tijdens zijn Aziatische verblijf geschreven was. Een periode werd afgesloten met een bundel die verschillende onderwerpen bevatte en waarin de melancholie van het vroegere werk assertiever, kleurrijker en vooral ... irreëler werd. De dichter was niet langer hét onderwerp van de gedichten. Hij wilde wel in zijn werk verblijven, maar net zoals hij in de wereld verbleef.

Het tweede deel van Residencia en la tierra vond zijn voedingsbodem in de Spaanstalige wereld. De dichter kende succes en zijn carrière nam een hoge vlucht; het probleem van de armoede was opgelost. Maar hoe zat het met de eenzaamheid?
In 1933 verbleef Neruda in Buenos Aires waar hij kennismaakte met Federico García Lorca. In 1934 reisde hij af naar Barcelona, waar op 18 augustus zijn dochtertje geboren werd. Het kindje leed aan hydrocephalie (waterhoofd) en zou acht jaar later overlijden. Malva Marina speelde slechts een kleine rol in het leven en de poëzie van Neruda. In 'Weemoed in de gezinnen', 'Moederschap' en 'Ziekte van mijn huis' werd het zieke kind genoemd.

[...]
Maar er is bovenal een vreselijke,
een vreselijke en verlaten eetkamer,
met gebroken olie- en azijnstelletjes
en de azijn loopt onder de stoelen door,
een onbeweeglijke maanstraal,
iets donkers, en ik zoek
een vergelijking in mezelf:
wie weet is het een tent omringd door de zee
en verscheurde vodden druipend van pekel.
Het is maar een verlaten eetkamer,
met uitgestrekte vlakten eromheen,
ondergelopen fabrieken, hout
dat ik alleen kan,
want ik ben bedroefd en ik reis,
en ik ken de aarde, en ik ben bedroefd.

(uit 'Weemoed in de gezinnen')

De eetkamer is verlaten. De olie- en azijnstelletjes zijn gebroken. De dichter verwijst hier al naar zijn naderende huwelijkseinde. Hij is opnieuw eenzaam en wil reizen om te vluchten. Hij wil naar de eindeloze vlakten om de lege eetkamer te vergeten.
In 1935 volgde zijn benoeming tot consul in Madrid. Neruda onderging verdere invloeden van de Spaanse coryfeeën Albertí en García Lorca. De burgeroorlog stond voor de deur en de sociaal geëngageerde Neruda kwam meer dan eens in aanvaring met de autoriteiten. Hij werd verplicht om ontslag te nemen als consul. Maar Neruda maakte niet alleen kennis met de gruwelen van de Spaanse strijd. Hij geraakte onder de invloed van het opkomende surrealisme. In datzelfde jaar schreef hij het pamflet Sobre una poesia sin pureza dat in veel opzichten gelijkenissen vertoont met Bretons Manifeste du surréalisme. In dit essay wilde de dichter aantonen dat clichés wel degelijk een bestaansreden hebben in de poëzie. Het grote verschil tussen Breton en Neruda was dat de eerste het individu verheerlijkte dat kunst maakt en beweerde dat iedereen kunst kan maken op voorwaarde dat men de eigen inspiratie de vrije loop liet. Neruda daarentegen bracht een hommage aan het alledaagse dat de dichter inspireerde. Deze poëtica, die de basis vormt van Verblijf op aarde zal in het latere werk nog verder verfijnd worden. In Odas Elementales bezingt de dichter de alledaagsheid van dingen zoals tomaten, wijn en citroenen. Niet alleen de alledaagsheid speelt een rol in het werk, ook het niet-lineaire tijdsverloop is een van de kenmerken van surrealistische poëzie: de doden zijn niet dood, de tijd laat zich niet opdringen. Een voorbeeld vindt men in het gedicht 'Alberto Rojas Jiménez komt gevlogen':

Bij schrikwekkende veren, bij nachten,
bij magnolia's, bij telegrammen,
bij zuiderse, westerse zeewind,
kom je gevlogen.

Onder de graven, onder de as,
onder de slakken bevroren,
onder de laatste aardse wateren,
kom je gevlogen.

[...]

Is deze Jiménez een verwijzing naar de dichter Juan Ramón Jiménez, aanhanger van de klassieke school van de poëzie en dus indirect een tegenstander van Neruda? Ondertussen beticht een andere dichter, Huidobro, de dichter van plagiaat: een deel van zijn werk zou overgeschreven zijn uit het werk van de vroegere Nobelprijswinnaar Tagore. Hoge bomen vangen veel wind.
Bij het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog verlaat Maruca hem en ze keert met haar dochtertje naar Nederland terug. Kort daarna wordt Delia del Carril zijn nieuwe levenspartner. Het koppel had elkaar enkele jaren eerder leren kennen.

Het tweede deel van Verblijf op aarde omvat de periode 1931-1935. De poëzie toont nog steeds de donkere kant van het leven, maar het taalgebruik van de dichter wordt zachter.
De dichtbundel eindigt ook met de tweede residentie. Het laatste gedicht van de tweede cyclus is het gedicht 'Josie Bliss'. Het is zeven jaar geleden dat de dichter Rangoon verlaten had.

Josie Bliss

Blauwe kleur van vernietigde foto's,
blauwe kleur met bloembladeren en wandelingen aan zee,
uiteindelijke naam die op de weken valt
met een dodelijke slag van staal.

Welke jurk, welke lente steekt over,
welke hand zoekt voortdurend borsten, hoofden?
De zonneklare tijdsrook valt vergeefs,
tevergeefs de seizoenen,
de momenten van afscheid waar de rook valt,
de overhaaste feiten die wachten met hun zwaard:
plots gebeurt iets,
als een verwarde aanval van roodhuiden,
beven doet de horizon van het bloed, er gebeurt iets,
iets waait wis en zeker door de rozenstruiken.

[...]

In de aantekeningen bij de gedichten lees ik: Hier wordt Josie Bliss met name genoemd: de dichter erkent haar in zijn schrijven. De ervaringen waarvoor de Birmaanse staat hebben hun tragiek niet verloren – en zij verschijnt hier nog als een geheime figuur-, maar alle oorsprongen van de dichter (veraf en dichtbij) kunnen doorheen de emblematische titel hun naam krijgen. Het gedicht is een zegevierend einde van een pijnlijk proces, en een nieuw uitgangspunt, een Fundament. Het belangrijkste obstakel, maar ook de motor, voor zijn poëtische strijd was de ontoereikende kennis die Neruda van zichzelf bezat. De Residencia is dus een verslag van deze via conflicten verlopen zelfkennis.
[...] Pablo Neruda heeft zijn Residencia en la tierra in het licht van zijn latere politieke poëzie (die met de Derde Residentie begint) verloochend. Hij wilde niets meer met die egotripperij te maken hebben, verklaarde hij.


De basis was gelegd voor zijn meesterwerk in verzen: CANTO GENERAL.


Pablo Neruda -- Verblijf op aarde
Uitgeverij P, Leuven 2004
160 blz.; € 21,-
ISBN 90 76895 87 2







[gepubliceerd: 12 september 2004]
 
^    deze tekst printen