Meander * Eerder * Recensies * In die tyd van uile - Sarina Dönges
 
Zuid-Afrikaans

In die tyd van uile
Chris Coolsma bespreekt een droombundel uit Zuid-Afrika


De debuutbundel van Sarina Dönges is voor een belangrijk deel de uitkomst van een zorgvuldige verkenning, zowel speels als ernstig, van het wezen van de droom. De verkenning strekt zich uit tot het gebied van halfbewustzijn en onbewustzijn, ja zelfs van de dood. Dönges doet verslag van gevoelig en aandachtig kijken, van zorgvuldig onderzoek. Ze knoopt aan het dichterstapijt voort door de vele verwijzingen, citaten en commentaren. Deftiger gezegd: de bundel is rijk aan intertekst. Niet alleen omdat ik de bundel wilde bespreken droeg ik haar een tijd met me mee. Dönges bereikt wat je als schrijver altijd hoopt te bereiken: het boeien van de lezer. Misschien is het een bundel die vooral vrouwen zal aanspreken. Dat zou jammer zijn, want er valt juist door mannen veel uit op te steken.


In het gedicht 'Drome' tast ze de betekenis en aard van dromen af. In mijn vertaling:

een laksheid van de poortwachter
van de rede.
een cryptografie.
de taal van de nacht
met schetsen uit de
privaatste mythologie
van het onbewuste.

een amulet tegen realiteit.
bevrijdt de verbeelding
van de ketenen van het bewustzijn.
sleutel tot een voorraadkast
vol verboden snoepgoed en wijn.

onzichtbare valdeur
waardoor ons bestaan verdwijnt.
Plato zei het al: 'vooroefening van het sterven'.

slaap is het theater: dromen verschijnen
als acteurs die het naakte ik uitspelen.


In de daarop volgende gedichten voegt ze er vele originele gezichtspunten en vondsten aan toe.

In 'Droomvrug': die nag pluk my drome/ uit die slaapboom. /dis nog niet ryp nie, nag/'n droom moet swel/ soos die maanvrug, soos die oë van uile.../wag tot dat die sterre/ van sweefstokke tuimel. (Dromen groeien als vruchten in de nacht, als ogen van uilen, ze moeten pas geplukt worden als ze rijp zijn, wacht tot de sterren van hun trapezes tuimelen.)
In 'Droom van die vlinder': in drome kan jy vervel/uit die gedaante/ van menswees wissel/ soos ek, Chuang Tzu./uit die kokon van slaap/ styg 'n vlinder op/ en ek sterf af.../ledemate en bankbalanse, /die swaar vleesdinge/waarvan gevlerktes vry is... (In dromen kun je je menselijk wezen en het aardse achter je laten als de cocon van een vlinder en opstijgen, vrij als een vlinder...)

En in 'Ekspressionis', waarin dromen wordt vergeleken met schilderen:

op die skilderdoek
van my onderbewussyn
word begeertes uitgekwas
- slegs in drome
kry verbode dinge bestaansreg –
al wat ek skets en be-
teken is jy, etse van jou,
die matrys van jou hande
wat keer op keer die herdruk
van letsel verseker het
en die hart is geen koloris,
verf uit die palet van bloed,
in die naggalery hang jy:
ommuurde stillewe
binne die raam
van intiemer gedagtes.


Maar ze gaat verder dan het duiden van dromen. Dromen zijn een oefening voor de dood, zo haalt ze Plato aan. In 'Oë in die dood' onderzoekt ze het verdwijnen van het leven uit de ogen:

Je zou je kunnen verbeelden
dat hij een uiltje knapt,
met open ogen dut, maar dat is
oogverblinderij, illusie
dat wie ziet, bijziende is
terwijl hij in een diepte
staart: apocalips?
de ogen zijn doffe knikkers, ont-
daan van visioenen: zonne-eclips


De sterkste gedichten vind ik die, waarin intelligente observaties en gepassioneerde gevoelens zijn gecombineerd. Vaak gaan ze over liefde en verlies, waarbij de taal soms bijbels gekleurd is:

My arme susters

vir julle skryf ek, susters,
wat in die liefde geval het
wat gebreek het soos borde
of dunner, soos Venesiese glas

julle wat die snykant
van nagdinge ken

aan julle deure sal kom klop
die woordgeleerdes en fariseërs
uitgeswel soos somervrugte, immuun
teen die steekvlieë van die sonde.

julle wat gesmul het
aan gesteelde pere

sal snags in Mosesmandjies lę
op 'n meer van Valiums
die lakens sal julle vasrank
soos plante 'n vermoeide huis.

julle wie se minnaars wortelskiet
langs hulle geil vrouens,

julle sal opeens weet, liewe susters,
(julle lywe uitgeskud soos meelsakke)
dat julle bloot 'n bestanddeel was
nooit met liefde gesuurdeeg nie;

julle was peuselkos
aptytwekkers voor 'n maaltyd

ag, my arme susters.


In 'Medea' beschrijft ze de reactie van de bedrogen vrouw:

'n vrou het een maal lief
en as die man van haar liefde
wegdraai
skarrel die skepping opeens verskrik
krys wraakvoëls van 'n ysspits af
word die son 'n sweer wat etter
spin sy 'n gifkleed vir sy minnares....
[...]

en keer hy terug, vind hy haar in 'n huis
wat sy nie meer bewoon nie
in 'n kamer sonder lig
kyk na hom met oë
wat nie aan haar behoort nie

nie kleisag nie, toegeklip.


Ik hoef nauwelijks te wijzen op de wraakzuchtige klank van de k in dit gedicht, op de verwijzingen naar de mythologie, op de mooie vondst in de laatste regel waarin toegeklip zowel dichtgeklapt als versteend kan betekenen.

Knap, ontroerend en nooit sentimenteel zijn de 'brieven' vol ingehouden woede aan God, 'hoogleraar in de pijn- en letselkunde' over het sterven van een vriend en over het Downsyndroom. Dat geldt ook voor het gedicht over een autistisch meisje waarmee ik deze bespreking van een van de beste recente Zuid-Afrikaanse dichtbundels besluit:

Outis

só droom jy ligter –
God is die prins
wat vergeet het
om jou wakker te soen.
soms beny ek jou
die STILTE, die geluid
wat afwesigheid bewoon.
klankdig beeldsaai jy
kriptiese leidrade;
niemand is so blind soos hy
wat nie wil hoor nie.
jou dowe oë knip ons kort.

as poppenmeester
rangskik jy jou verhoog
om ons uit te sluit
- oorbodige rekwisiete
in jou monoloog –
weier dat óns teks
met jou parte speel

en ons is woordeloos
oor dié geamputeerde luister.
alleen leef jy in jou winter
koningin van die sneeukasteel.


(klankdig = klankdicht, gesloten voor klanken; beeldsaai = beelden zaaiend; dowe oë = dove ogen; verhoog = podium)


Sarina Dönges - In die tyd van uile
Uitg. Protea Boekhuis, Pretoria 2004
70 blz.; ca € 9,-
ISBN 1 86919 046 7










[gepubliceerd: 10 oktober 2004]
 
^    deze tekst printen