| Meander * Eerder * Recensies * Het Harnas - G. M. Berelaf | ||
|
G.M. Berelaf – Het Harnas
door Yves Joris Op de cover van G.M. Berelafs Het Harnas worden in Warhol-stijl vier foto's op de lezer losgelaten: een glas-in-loodraam, een anonieme menigte, een individu op weg naar nergens, een wolkenkrabber met ramen die een kruis vormen. Veel symbolen tegelijk om mee te debuteren. Harnas en kruis? Glas in lood? Kerkelijke sfeer. Een eenzame man? Iemand die predikt en de anonieme massa die niet wil horen? Hier ligt een bundel voor mij die zich niet een twee drie laat lezen. Het harnas is een waarschuwing: het is nodig om het geheel in een keurslijf te houden. De achterflap is een 'spielerei an sich'. In plaats van de normale vorm met gegevens over auteur, vroeger werk, eventuele verwijzing naar andere recensies, hebben we hier de placeholder met aanwijzingen hoe deze tekst op te stellen, slechts summier met persoonlijke gegevens aangevuld. Hij laat niet in zijn kaarten kijken en speelt blufpoker met zijn lezers. Berelaf een mathematische dichter noemen zou te ver voeren, maar de bundel kent een strakke opdeling van gedichten en thema's. Ten eerste voert hij een drieledige splitsing door op maatschappelijk vlak: via de buitenwereld waarin de anonieme mens op weg is naar nergens (mens náást mens in plaats van mens mét mens), zal hij via de liefde (zonder zich te bezondigen aan tranerige pathetiek) in het volgende deel overgaan tot het diepere ik van het individu met als centrale thema's schuld, wroeging en geweten.
Een leven
Het bleek een verzinsel van de zon, de enige ster en zo nabij, ik stond op en reisde mee met haar over vlakten van sneeuw en ijs. Nooit zou ik sterven, de nacht lag op afstand, een lichtjaar verder, er was geen schaduw om naar om te zien. Maar iemand riep om hulp, iemand had honger en iemand sprak een wereldvreemde taal. Ik draaide me naar het oosten, waar ik mensen zag werken, zaaien en oogsten. Een maan verscheen en continenten verschoven en vergroeiden. Het bleek een grap van mijn hartslag. Ik was een kleiner dier en ieder uur had een ochtend en een avond, bracht zon of regen tussendoor in een jungle waar mammoetkoeien graasden. En iemand leerde me slapen, iemand zou me zogen en iemand gaf me meer dan ik ooit nodig had. Doorvoed en onderwezen ging ik onder water en pompte zwaarder bloed door steeds lauwere zeeën. Ik sloeg de zomers met grotere slagen en bleef drijven in een onbehoorlijke warmte van liefde en leven. Het bleek een gril van Babylon, in graden berekend op een diabolische dubbelspiraal van zesvouden, een raderwerk van haaientanden in smeltend ijs, slippend als februari's in schrikkeljaren. Ik viel. Ik zag het getal, nog voor mijn val de grond raakte, maar ik negeerde zijn teken als iemand die geen tijd had, ik loochende medeplichtig zijn betekenis, alsof ik nog de tijd had. En iemand brandde zijn ogen, iemand hapte naar lucht en iemand verdween om nooit meer iemand te hoeven zijn. Het bleek een samenzwering. Dit openingsgedicht laat zich op verschillende niveaus lezen. Het gaat zowel over een persoonlijk leven als over leven in het algemeen. Het gaat over tijd en de beleving ervan (slippend als februari's in schrikkeljaren). Het gedicht beweegt, in dubbelspiraal, de aarde om zichzelf, de aarde om de zon. De wereld ontstaat en splitst zich op: in het Oosten werkt de mens. De auteur laat de werkende mens samenvallen met de opkomende zon. Ook de tijd laat zich hier tweeledig vatten: de menselijke en de historische tijd. Kinderen en kleine dieren hebben een snellere hartslag en wellicht daardoor ervaren ze de tijd al op een andere manier dan volwassenen. De lauwere zeeën staan voor de berusting van de volwassene die zelfs tot in de derde strofe niet onder ogen durft zien dat zijn tijd maar beperkt is. Vlieg naar het Oosten en de tijd zal je vergezellen, vlieg naar het Westen en hij zal even stilstaan: tijd als subjectieve ervaring. Dat Berelaf ook een lichte toon kan aanhouden bewijst het hoofdstuk Maliënkolder. De dichter speelt weer met taal, want niet alleen is een maliënkolder een onderdeel van het harnas (letterlijk, maar hier ook figuurlijk), hij legt de nadruk op kolder in deze cyclus van acht gedichten.
Multiple choice
Van deze instructies bent u vooraf op de hoogte gesteld: U volgt het Keith Haringpad, vanaf het station kiest u de weg langs de berenkuil. Donkere parkeerplaatsen vormen niet het enige gevaar: wij wijzen u op schelpdieren, Koreanen, ja zelfs- (Vroeger wisten wij wie.) De rechterbovenhoek van het roze formulier dient u af te scheuren om in de verkeerde rij aan te sluiten. Hier is uw potlood, u tekent waar u dat wilt. Wij zullen u niet dwingen. De perforatie van uw organen is geen bezwaar. Uw zelfportret wordt in de juiste kleuren gerestaureerd, wij verwijderen bewijslast en geen andere sporen dan uw nageslacht verraden onze signatuur. Onze inspanningen bieden geen garantie voor uw verleden. De dichter beklaagt zich over het gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid. Mensen verlangen dat de staat alles voor hen regelt. Een leven veranderen wordt niet meer dan het invullen van het juiste formulier. Zelfs daar wordt geen eigen initiatief van de aanvrager verlangd: teken waar u wilt, de stippellijnen gelden niet voor u, maar verwijt ons dan ook niets, als het verkeerd loopt. Met Het Harnas heeft de Eindhovense dichter G.M. Berelaf een ijzersterk debuut afgeleverd. In dit werk bewijst hij dat hij meerdere poëtische genres aankan en dat hij niet vies is om heilige huisjes met de grond gelijk te maken. G.M. Berelaf - Het harnas Uitg. Opwenteling, Eindhoven 2004 72 blz.; € 9,- ISBN 90 6338 145 X www.opwenteling.nl [gepubliceerd: 21 november 2004] |
||
| ^   | deze tekst printen |