Meander * Eerder * Recensies * Paspoort voor de stateloze - Joke Kaviaar
 
Niet in mijn naam!
Joris Lenstra las Paspoort voor de Stateloze van Joke Kaviaar

Van dichteres en performer Joke Kaviaar (pseudoniem van Joke Kuyt) verscheen bij uitgeverij Het Zinkend Schip de bundel Paspoort voor de Stateloze. Het gaat hier om een low-budget dichtbundel, uitgegeven in een vorm die dicht aanzit tegen een uitgave in eigen beheer. Dit soort publicaties, buiten de main-stream van de Amsterdamse uitgeverijen om, kunnen heel interessant zijn, juist omdat ze om artistieke redenen tot stand gekomen zijn. De dichter heeft hier vaak de grootste vrijheid van onderwerpskeuze en is ontdaan van de noodzaak om te verkopen én dus te vermaken: de uitgave is een persoonlijke 'must' geworden. Eenzelfde drijfveer motiveert ook een beduidend groter deel van de poëtische gemeenschap.

Met deze bundel heeft Joke Kaviaar een pleidooi willen geven voor haar eigen houding ten opzichte van het Nederlandse beleid ten aanzien van migranten. Wellicht heeft de titel ook de pretentie om iedereen die niet tot Nederland toegelaten wordt, alsnog een paspoort te bieden. Maar in de bundel vindt deze interpretatie geen weerklank. Het gaat hier vooral om het uitzetbeleid dat de regering namens haar burgers uitvoert. En Jokes antwoord hierop is: niet in mijn naam! Deze bundel bevat dus haar zelfgekozen, poëtisch exil.

Dat dit een controversieel standpunt is, moge duidelijk zijn, en de vraag rijst al snel of het ook in goede poëzie om te zetten is. Een duidelijk antwoord werd gegeven toen zij als ervaren performer in april 2004 geweerd werd van Jambe, het maandelijkse dichterscafé te Delft. Zij stond op het programma als genodigd dichter, maar werd vanwege haar keuze om politieke gedichten voor te dragen door de organisatie uit het programma geschrapt. Dat zij vervolgens wel op kwam dagen, niet voor mocht dragen en uiteindelijk door het personeel het café uitgezet is, draagt slechts bij aan de controverse.

De bundel opent met een uitgebreid pleidooi waarin de schrijfster aandacht vraagt voor de humane ongelijkheid die veroorzaakt wordt door het huidige uitzetbeleid. De oorzaak van dit beleid is de minister van Vreemdelingenzaken, mevrouw Verdonk; 'En weer zet de minister haar handtekening onder een doodvonnis, afgeschermd door wetten en regels en goedgekeurd door de democratie', zo begint het pleidooi. Maar binnen een democratie zijn wij als belastingbetalende kiezers hier uiteindelijk allemaal verantwoordelijk voor. En het gehele beleid vindt plaats om onze manier van leven, onze vrijheid te beschermen. 'Want wat is mijn vrijheid waard? Het is de vrijheid van een beul, die zelf geen vuile handen maakt.' Joke Kaviaar sluit af met haar oproep om hier iets tegen te doen, om niet passief te blijven zwijgen: 'Daarom roep ik op, iedereen, schrijvers, dichters, dichter des vaderlands, zeg het, laat het horen. Roep op tot oproer en doe mee.'
Haar redenering is niet geheel onzinnig. Los van de gehele politieke en humanitaire discussie rondom het uitzendbeleid is het helaas waar dat je welvaart en welzijn in hoge mate al gedetermineerd is door de plaats op de wereld waar je geboren wordt.

In de bundel en via haar website komen twee kanten van Joke Kaviaar duidelijk naar voren. Enerzijds is zij de bewogen activiste die vol overgave haar boodschap uit wil dragen en over haar woorden lijkt te struikelen:

Indien minister Verdonk het in haar hoofd haalt mij aan te klagen, dan klaag ik haar aan, op alle mogelijke manieren. Ik klaag haar nog meer en nog harder aan dan ik nu al doe. En dan justitie: het openbaar ministerie is in wezen niet ontvankelijk, want als je mij aanklaagt, waarom dan niet minister Verdonk wegens bedreiging, op zijn minst? En geen rechter heeft de bevoegdheid om over mij te oordelen onder deze omstandigheden want wat ik doe is een vorm van verzet die volkomen legitiem is en wat is het nu eigenlijk meer dan een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid?

En anderzijds is zij de bewogen, gewetensvolle burger die zich bezighoudt met de actualiteit en daarover zinnige vragen stelt:

Intussen voorspel ik dat het duidelijk zal worden welke genocide er achter de schermen plaatsvindt. Vorige week werden kinderen uit een school gesleurd ter deportatie. Bekend beeld? Onlangs snorde ik nog een krantenartikel op gedateerd 5 april 2004, waarin twee klokkenluidende IND'ers een boekje opendeden over het beleid: dat ze alleen maar bezig zijn met het behalen van het vereiste aantal deportaties, dat naar die schrijnende verhalen niet eens wordt geluisterd.
Nooit meer wat van gehoord natuurlijk.

(bron: www.home.zonnet.nl/joke.kaviaar/aanklachtvanverdonk.html#klacht)

Welke kant voert nu de boventoon in haar poëzie? De woeste foto op de achterkant van de bundel van een intens, in zichzelf verzonken, voordragende dichteres, geeft de essentie van haar werk weer. Haar kracht is de overgave, de betrokkenheid, en de poëtische beelden die ze daarbij hanteert. Vooral als performance zijn haar gedichten sterk. Dat veel ervan rijmen is een formaliteit die haar voordracht ondersteunt.
Haar poëzie heeft in zekere zin wat weg van het engagement dat momenteel in het cabaret erg 'hot' is, alleen dan zonder diens relativerende, humoristische noot. Je kunt je terecht afvragen of zoiets niet doorslaat. Wel als je verwacht vermaakt te worden. Maar dat is niet de bedoeling van deze poëzie. Dat blijkt al uit de keuze van het citaat waarmee haar bundel opent. Het is een citaat uit een gedicht van Berthold Brecht, ook een dichter die niet wilde vermaken maar onderwijzen:

Het is waar: ik verdien nog mijn brood
Maar geloof me: dat is slechts toeval. Niets
Van hetgeen ik doe geeft me het recht me vol te eten.
Toevallig slechts ben ik gespaard. (Als mijn geluk afloopt ben ik verloren.)

(uit: 'Aan hen die na ons geboren worden')

Wij als Westerse burgers zijn die gelukkigen. En wij ontzeggen andere gelukzoekers dat geluk doordat we de grenzen gesloten houden en migranten terugsturen.
Is het nu mogelijk om, op dit punt in deze bespreking aanbeland, de politiek te laten voor wat ze is en de poëzie te aanschouwen? Waarschijnlijk niet. In deze bundel zijn beide te nauw verweven met elkaar. Het is zowel zijn kracht als zijn makke. Sommige gedichten staan bijvoorbeeld bol van de socialistische romantiek, zoals 'Vandaag Kan Het gebeuren', dat stuwend begint:

Als elke dag je kunt verwachten
Bonzen op de deur
Roepen in de gang
Trappen tegen de deur
Van angst het schril gezang

En als idyllische apotheose kent:

Dan wil je dat je buren
het trapgat gaan versperren
Dat ze vechten met de hand
aan je zijde, dat ze vuren
of met de vuist op tafel slaan

Voor de liefhebber dus. Martin Niemöller schreef het voor mij mooier en gewetensvoller op met zijn bekende: 'Toen ze de communisten kwamen halen / heb ik niets gezegd / ik was geen communist...'. Wel goed geslaagd vind ik 'Cave Canem', dat mij doet denken aan werk van dezelfde Berthold Brecht. Het kent hetzelfde overtrokken nihilisme:

.Wie wil er nu een hond als ik?
M'n ballen stinken naar rottend vlees
Je ziet m'n bebloede tanden als ik grijns
Ik kwijl als ik zie hoe je feest

[...]

Een gevaarlijke ziekte wacht op je veranda
Een kreupele zwerfhond die de hele nacht blaft
Ik hinder je, sorry dat ik besta
Kan je het niet aanzien dan maak je me toch af

Stop me in een kooi en maak er maar een einde aan
't Is de enige manier, je weet hoe het ligt
Maar je kunt het niet want je bent veel te beschaafd
Dus kwijn ik eeuwig weg ik je tuin en bederf je zicht

Maar het klapstuk van deze bundel is: 'Dis op het Nietszeggende Ik'. Het is een opruiende litanie waarin Kaviaar de activiste de boventoon voert, met alles wat je daarbij kunt bedenken. Het gedicht leverde al voor deze publicatie zijn eerste rel op toen een redacteur van De Volkskrant minister Verdronk confronteerde met enkele pittige regels eruit. Na een steekspel over en weer, zal de Raad van de Journalistiek medio januari uitspraak doen over een aanklacht van Joke Kaviaar tegen de redacteur. Volgens haar lezing, te vinden op haar website (www.home.zonnet.nl/joke.kaviaar), heeft de desbetreffende redacteur haar gedicht uit zijn context gehaald en sensatiebewust in een criminaliserende context geplaatst. Eerder was ook al een rapgroep uitgebreid in het nieuws geweest, omdat die veroordeeld werd wegens haar opruiende teksten. Minister Verdonk heeft overigens geen aanklacht tegen de teksten of de dichteres ingediend.
Het gedicht opent als volgt met een strofe waarin de dichteres haar verantwoordelijkheid omschrijft:

Bedreiging? Ik ben schuldig
want dit is mijn parlement
'n Berg ellende, Balkenbende
'k Ben er nu al aan gewend
'k Heb die slachters wel zien komen
en ik heb ze laten gaan
Ik ben schuldig medeplichtig
aan weet ik hoeveel waaraan

En in deze trant dendert het gedicht enkele pagina's voort. Op de volgende strofen viel het oog van de journalist:

Mag ik stemmen per vier jaar?
Ja, ze hebben 't voor elkaar
Ben ik klaar? Ik ben niet klaar
Word je boos Verdonk nu, bang?
Nou, dat duurt niet meer zo lang
want ik doe 'Pang!' en zie je rillen
Ik doe 'Pang!' en hoor je gillen
Ik doe 'Pang!' en dat is alles
Wacht maar, ik ben nóg niet klaar

[...]

... Want ik ben schuldig medeplichtig
'k Wil met Rita op één cel en dan
spuug ik, kots ik, trap ik,
Rita, bijt ik in je vel,
in je normen waarden, Rita
Ik ben gek dat weet je wel
want ik ben schuldig medeplichtig
maar ik word je eiseres

Verbale, fysieke poëzie die het op een podium bij een welwillend publiek goed zal doen. Ik kan nu nog verhalen over haar verwantschap met de Punkbeweging of haar betrokkenheid bij Ruigoord, maar ik denk dat de boodschap wel duidelijk is. Joke Kaviaar, Paspoort voor de Stateloze, moedige bundel. Voor de liefhebber.

Joke Kaviaar - Paspoort voor de Stateloze
Het Zinkend Schip, Amsterdam, 2004; 36 blz.; € 10,-
ISBN 90 77798 02 I
Het zinkend schip Edities & Exposities
Amstel 47, 1011 PW Amsterdam
Postbank 1280570 t.n.v. H. Galle
Xhetzinkendschip@hotmail.comX (de letters X uit dit adres verwijderen!)





[gepubliceerd: 30 januari 2005]
 
^    deze tekst printen