| Meander * Eerder * Recensies * Bitterzoet - Cees Nooteboom | ||
|
Bitterzoet - Cees Nooteboom
Bert van Weenen Cees Nooteboom kun je er niet van betichten dat hij als dichter zijn pagina's vult met rauwe emoties. Zijn gedichten zijn ondergedompeld in een koele, klassieke sfeer en lijken zo op witte tempeltjes tegen een strakblauwe lucht. Uit alle verzen spreekt beheersing; een beheersing die dicht aanligt tegen een oud-Romeinse vorm van levenswijsheid. Maar zware woorden als liefde, ziel, dood en eeuwigheid krijgen bij Cees Nooteboom te weinig contouren. De dichter zet ze als het ware op een sokkel en staart ernaar in stille aanbidding. In een interview met Mark Schaevers noemde Nooteboom zijn reisverhalen "meditaties" ('De verdwijning van de schrijver', Uitgeverij Atlas, Amsterdam 2000, p.73). In wezen zijn de gedichten van Nooteboom dat ook; één gedicht heet heel karakteristiek 'Meditatie' (p.44). Probleem is dat poëzielezers met een meditatieve leeshouding in de minderheid zijn. En wie van hen neemt Nootebooms levenswijsheid en ideeënwereld tot leidraad van zijn leven?
Dit jachttafereel schuift ineen nu de langzaamste schilder het oppert. Praalgraf, orgeltonen, blazoenen van herten en pauwen. Geen woorden, geen regen, geen oordeel, het afscheid verzonnen gaat in tot zichzelf, een dier dat wil slapen omdat het de winter gehoord heeft, het halali van de weemoed op het scherp van de middag, het vertrek van steeds ieder afzonderlijk blad. In 'Bitterzoet' staan tamelijk emotieloze, stoïcijnse gedichten met een kosmische strekking. Gedichten die je volgens Fleur Speet het beste als volgt kunt lezen: "meditatief luisteren om te zien hoe de ziel loskomt van de materie" (NRC/Handelsblad, 26 januari 2001). Bij Cees Nooteboom is elk mensenleven de afschaduwing van iets hogers, iets mythisch. Vandaar de grote betekenis die deze gevierde auteur toekent aan de ziel - onder ander in het polemische gedicht 'Nee, Doorman' tegen NRC-recensent Maarten Doorman. Dat levert strakke complexe gedichten op, waar je - zo voeg ik daar meteen aan toe - van moet houden. Bij mij sprong er in elk geval geen vonk over. Persoonlijk vind ik Nootebooms gedichten toch te koud en te duister. Nootebooms bloemlezing heeft veel mee: mooie titel, mooi omslag, mooie uitvoering. Maar de poëzie erin raakt mij niet. In filosofie draait het om het verstand, de ratio. Daartegenover is poëzie een beheerste vorm van emotionele expressie. Wringt daar de schoen? Mist filosofische poëzie in het algemeen een emotionele basis, waardoor je dit type gedichten als kil en afstandelijk ervaart? Ik constateer in elk geval, dat mijn voorliefde voor filosofie lang niet altijd te combineren valt met soortgelijke uitingen in de poëzie. Als fanatiek poëzielezer mis ik toch vaak iets in filosofische gedichten; het intellect treedt er te veel in op de voorgrond. Lezing van 'Bitterzoet' maakte dat weer eens duidelijk. Cees Nooteboom - Bitterzoet De Arbeiderspers, 2001 ISBN 9029535717 [gepubliceerd: 1 april 2001] |
||
| ^   | deze tekst printen |