Meander * Eerder * Recensies * Verschiet - Anneke Brassinga
 
Verschiet - Anneke Brassinga
Bert van Weenen



In Anneke Brassinga's zesde bundel 'Verschiet' is elk gedicht een wereld op zich. Allerlei taalregisters worden door deze dichteres - ook bekend als vertaalster - aangesproken. De titels van de gedichten geven daar al een aardige indruk van. Om er een paar te noemen: 'Aanzoek', 'Fondamente Nuove, Venetië', 'Verschiet te Rome', 'KV 450' (muziek), 'Proteron hysteron', 'In de wolken', 'Sextus Empiricus' "Grondslagen van het Scepticisme" toegepast op de liefde' (kent iemand een langere titel?), 'Gevallen vrouw (een burleske)', 'Love's labour's lost'.

Het merendeel van de gedichten bevat liefdesverklaringen aan de onbereikbare geliefde. Het wemelt in 'Verschiet' (ook de titel wijst in die richting!) van verwijzingen naar dood en einde:


WEG

Het leven heeft met mij te schillen
en krimpend onder lange haal van mes
verschijnt mijn aard, mijn vergezicht
vanouds verholen. Het ziet mij daarin
uitgespaard, een vluchtend silhouet.

Het leven heeft niets meer te willen,
is mij van eind tot einder opgeklaard.


Brassinga beheerst de Nederlandse taal tot in de puntjes. Ze weet grammatica en spelling zo te gebruiken dat het resultaat op overtuigende wijze Poëzie wordt. Geen flauwe woordraadseltjes, maar echt poëzie met een hoofdletter. Een goed voorbeeld kun je vinden in het gedicht 'Pathétique I':


"Zoals gedichten beter ongeschreven bleven
soms in omstandig heden dat verdriet"


Je leest in eerste instantie "omstandigheden" en "verdriet" als zelfstandige naamwoorden. Maar door de spatie tussen "omstandig" en "heden" treedt opeens een minder voor de hand liggende betekenis naar voren: het breedvoerige nu, waarin alles nauwkeurig is vastgelegd, veroorzaakt droefheid. En in de slotregel van hetzelfde gedicht levert deze methode een nog fraaier effect op, wanneer het verdriet "om dat", namelijk om de onbereikbaarheid van de gestorven geliefde, door de visuele samensmelting tot twee keer "omdat" verandert in een huilend stamelen waarin de grote waarom-vraag doorklinkt:


"jankend in mijn hoofd om dat, om dat."


'Verschiet' werd uitstekend getypeerd door Peter de Boer, die de bundel een "barok memento mori" noemde (Trouw, 24 maart 2001). In elk gedicht kun je wel een passage aanwijzen waarin het macabere verschiet van de dood zich voor de lezer opent. Rob Schouten zag er ook mystiek in; hij heeft het over "verlichting", "helderziendheid" en "extase" (Vrij Nederland, 14 april).
Dit religieuze aspect komt wel heel duidelijk naar voren in het volgende gedicht, dat Brassinga op 26 mei 2001 liet afdrukken in het dagblad Trouw en dat qua sfeer helemaal bij de hier besproken bundel past:


TOT GOD

God allemachtig, je kan me gestolen worden.
'k Heb jou niet lief en evenmin bemin ik het woord,
het vlees geworden, ferm gekneed en gaargestoofd
gehakt der schone poëzij. Al wat zich waarheid waant
en wil aanbeden, zal ik weerspreken

tot mijn tong verdroogt. Want ik ben dichter,
timmer gaten dicht en kieren, hamer schotten
tegen blikseminslag van het lot, sla spijkers
waar jouw donder dreigt, en vloek het gluipen
van de gifslang die jij zendt, o god.

Ik zal er staan, van aangezicht tot aangezicht
wanneer je duistre spiegel breekt; maar wel als David
met zijn slingersteen. Zolang ik duur, hoed ik
mijn hart, mijn wankel fort aan het ravijn dat jij
zo wonder schept, met slagen van je hand.

Ik baken wereld af, verweer me tegen overmacht
en roverlust: jij rooft gestaag de lieve levens
van wie mij lief zijn en met wie ik delen mag
de razernij om afscheid dat jij ons proeven doet
al in de eerste kus - jouw dood, jouw as, jouw roet.


Een vers vol nieuwtestamentisch woordgebruik, waarbij ik moest denken aan de even heftige geloofsafwijzing 'Confiteor' van Jacques Hamelink (uit 'Sacrale komedie', 1988): "Dit had ik voor, je de virulentste / aantijgingen, het goorste kwijlredeneersel, de pest / van de wereld en de hele door je verpeste geschiedenis / in je gezicht te gooien" - en zo nog negen regels meer. Op het snijvlak van dood en leven (Hamelink verloor in die periode zijn zoontje Asaël aan wiegedood) wordt de Hogere Leiding met kritische vragen bestookt en bij gebrek aan respons dreigend toegesproken. God, die met slaande hand het leven schept, laat ons tegelijkertijd, zo dicht Brassinga, een leven lang in het ravijn van de dood turen. En samenzijn is steevast een samen delen van de razernij om het onvermijdelijke afscheid.

'Verschiet' is een zeldzaam mooie bundel. Geen eenvoudige poëzie, maar hoe meer je er in leest, des te duidelijker wordt de rijkdom die dit 68 pagina's tellende boekje bevat. Anneke Brassinga moet voor dit werk volgend jaar maar de VSB Poëzieprijs krijgen.


Anneke Brassinga: 'Verschiet'
De Bezige Bij, Amsterdam 2001, ISBN 90-234-4814-6



Anneke Brassinga - Verschiet
De Bezige Bij, 2001
ISBN 9023448146

[gepubliceerd: 7 oktober 2001]
 
^    deze tekst printen