Meander * Eerder * Recensies * Stripping & andere sterke verhalen - Tomas Lieske
 
Stripping & andere sterke verhalen - Tomas Lieske
Bert van Weenen

'Stripping' is Tomas Lieskes vierde dichtbundel, na 'De ijsgeneraals' (1987), 'Een tijger onderweg' (1989) en 'Grondheer' (1993). In deze bundel toont hij ons een exotische wereld, minder gruwelijk dan in zijn verhalen en romans, maar niet minder ver verwijderd van het alledaagse.

Lieske maakt een exuberante poëzie die op sommige plaatsen bezwijkt onder de opeenstapeling van metaforen. Niet elke beeldspraak uit de pen van Lieske beklijft. Maar er zit ook heel mooi materiaal tussen, zoals het volgende fragment uit 'Klacht van een spitsmuis (gemummificeerd)': "Ik ben in formules gewikkeld, opgewaardeerd met gebeden. Alles ijdel. Geen fractie / van Horusactie. Geef mij de herinnering aan hoe ik was. Geef mij mijn portret // op de buitenste spitsmuisverpakking, onbereikbaar achter de stroken gebedsinkt. / Hoe verlang ik mijn dappere glimlach te zien, mijn snorharen, mijn pientere ogen." Een dode muis die terugverlangt naar zijn fysieke verschijningsvorm - hoe kom je er op!

De bundel 'Stripping' is extra breed: 15 centimeter, wat ook wel nodig is, want er zitten gedichten bij met gemiddeld dertien woorden per regel. Dit onderstreept het epische karakter van deze poëzie; de ondertitel luidt dan ook niet voor niets "& andere sterke verhalen". Zo bevat Lieskes nieuwste bundel onder andere levensverhalen van bekende figuren als René Descartes, Nicolaus Copernicus en Christiaan Huygens. En verhalen over excentrieke personen (randfiguren) als de man in het volgende gedicht:

DAMRAK

Jaren geleden toen op het Damrak
de man rondliep die jonge vrouwen
beleefd aansprak - zijn postuur gedienstig
eerder dan bedreigend, zijn stem bescheiden
en vriendelijk, iemand van hoeddragende
degelijkheid, van moedgevendheid - maar
die de passante de precieus geformuleerde vraag
stelde of hij haar de kittelaar mocht likken,
en die daarmee gelach, stille verbijstering
en tegenstrijdige gevoelens veroorzaakte.
Het moesten vrouwen zijn met strakke rokken,
een blik die tegelijk weet had van onverbreekbare
eiwitketens en van verboden zwembaden,
en die de smaak van saffraan konden thuisbrengen,
die de oranjegele vergezichten in zich toelieten
en die eens in hun leven waren opgestegen
om hun vleugeltippen te branden aan de zon,
die bij zijn vraag begrepen dat hij met zijn lippen
die vleugelranden wilde beroeren, moest proeven
hoe magnetische krachten hem onverstoorbaar
boven zijn stofresten zouden verheffen.

Typisch Lieske, zo'n vreemde kruising tussen horror en practical joke, zo'n beeld van "tegenstrijdige gevoelens". Gruwel geldt in Lieskes wereld als contrast met een sprookjesachtige wereld:

Die oude, diep in de spinpapieren fotoboeken
weggezonken toverwijk met zanderige paden
naar heksen bij wie je vader boorden af kon geven,
bij wie hij zijn overhemd liet keren. (uit 'Iedereen en alles')

Wel heel scherp tekent de dichter deze bijna ondraaglijke tweespalt in het gedicht 'Hiernamaals'. Het kind van de aangesproken persoon is overdag dood, verongelukt, en 's nachts levend, of andersom. Leven gaat hoe dan ook gepaard met ongeluk of nachtmerries, er is altijd angst (voor de dood) of verdriet (als de dood is ingetreden). Een pessimistische levensvisie kortom, waarin geen ironische paradox past. Wat dat betreft is het resultaat van het onderzoek dat René Descartes uitvoert, veelzeggend:

Hij zag [...]
de spiegel van de zintuigen van God,
de krassen van een mes achter een oog,
de spieren die in de oorlog nodig zijn,
een goed overzicht van menselijk leven.
Maar geen moraal. Geen teken, geen taal.
Noch van het licht, noch van de donkere pijn.

In het vijfdelige titelgedicht 'Stripping' waarmee de bundel opent, treedt steeds een perspectiefwisseling op. Het begint met de foto, getiteld 'Stripping', waarop een vrouw zich uitkleedt, waarna een Arabische (?) fantasiewereld wordt opgeroepen die zowel de jij- als uiteindelijk ook de ik-figuur opslokt. En of die sprookjeswereld nu zo hemels is, is maar de vraag. Net als in de nog omvangrijkere cyclus 'Istanbul, tegen middernacht, een vergeten meisje op weg naar huis', achterin de bundel (p. 41-54).

De gedichten van Tomas Lieske moet je voor een goed begrip soms drie keer lezen, en dat komt denk ik door het exotische taalgebruik (zij het niet zo extreem als bij Jacques Hamelink) en de rare vertelperspectieven (Lieske schrijft niet alleen vanuit het gezichtspunt van mensen, maar ook uit dat van dieren en zelfs dingen). Maar deze investering loont: je betreedt een wereld die er eerder niet was, een wereld waarin tussen angst en liefde, tussen horror en schoonheid een fragiel maar levensecht evenwicht bestaat.

'Stripping' is een bundel die veel lezers en aandacht verdient.



Tomas Lieske - Stripping & andere sterke verhalen
Querido, 2002
ISBN 9021473615

[gepubliceerd: 23 juni 2002]
 
^