Meander * Eerder * Recensies * Bloedtest, gedichtenbundel en CD - Serge van Duijnhoven
 


Het bloed voelen

Milla van der Have bespreekt Bloedtest

van Serge van Duijnhoven


Bloed boeit, al eeuwenlang. Vroeger kreeg het magische krachten toebedeeld. Verbonden tussen mensen en goden (christelijk of anderszins) werden bezegeld met een bloedoffer. Als men in bepaalde culturen een speciale verbintenis met een medemens wenste te bekrachtigen, ging men een bloedbroederschap aan, waarbij een beetje bloed werd uitgewisseld.
Misschien heeft bloed tegenwoordig dankzij het voortschrijden van de medische wetenschap veel van zijn bijklanken verloren. Voor de moderne mens is bloed iets wat door je lichaam wordt rondgepompt, met rode en witte celletjes erin, die allemaal het hun toebedachte werk doen. Uitwisselen van bloed is er niet meer bij (te gevaarlijk). Voor sommige mensen blijft de fascinatie echter bestaan. Zoals voor de dichter Serge van Duijnhoven, die met zijn nieuwste bundel, Bloedtest, blijk geeft van een meer dan dichterlijke interesse voor bloed. Met name in het laatste stuk van de bundel, het Da capo (al fine) komt die fascinatie tot uitdrukking, omdat de dichter daar, in een soort verantwoorde betekenisgeving aan het voorgaande, uitvoerig uit de doeken doet wat hem aan bloed zo boeit: "Bloed staat voor levenskracht. Tegelijkertijd is het een symbool van de dood, dat kan wijzen op miskraam, oorlog of moord, op overschrijding van de regels, de wetten, van grenzen tussen leven en dood, tussen het kenbare en onkenbare, tussen dat wat mensen moeten weten en wat we niet mogen of willen weten" (p. 97).

In de aan deze uitleiding voorafgaande gedichten ligt het bloed minder oppervlakkig. Af en toe een regel in de gedichten verwijst naar de thematiek. De liefde wordt 'een bloedtest' genoemd en tevens een 'lijfstraf / door een bloedraad opgelegd' (p.28). Ook een uitgebreid citaat uit Leviticus, over het onrein zijn van menstruerende vrouwen, wijst de lezer op weg. Maar meer dan zelf thema, is het bloed het bindmiddel voor de eigenlijke thema's van de bundel, die ook in de uitleiding uitvoerig aan bod komen, met name in die stukken waarin de dichter handelt over de Moira, de muze van het Lot en Sarajevo en de Joegoslavische burgeroorlog. Geweld, dood en seks (of begeerte) zijn krachtige aanwezigheden in deze bundel en alledrie staan zij in het teken van het bloed. Niet toevallig zijn deze drie gegevens ook speerpunten van de Franse filosoof Bataille, die in de bundel wordt aangehaald:

'Ik mag haar Adam zijn, die onvolgroeide
brok in haar keel, die mannenman
tussen het laken van madam
zij zegt: Bataille noemt orgasme ergens
een klein sterven'
ik - Mars, minnaar die al honderd doden
vocht voor haar: 'en het grote sterven dan?'
zij: dat is voor later....'


Volgens Bataille groeide door seks het nieuwe op de ondergang van het oude. In die wisselwerking vindt hij aansluiting bij Empedokles, aan wie hij een motto bij het eerste deel van de bundel ontleent. Het citaat van de oude Griek handelt over de voortdurende eenheid van de liefde en de scheiding door haat, waardoor het leven in voortdurende wisseling tussen het ene en het vele is, een oneindige kringloop. Die kringloop komt in verkleinde mate terug in de bundel, die in elke afdeling handelt over een relatie, want van hoeveel begeerte of betrokkenheid er ook sprake is, er is altijd ook de afstandelijkheid en de bijna wetenschappelijke blik van de dichter. Het eerste deel, ook bloedtest genaamd, bestaat uit gedichten die handelen over een liefdesrelatie, geserveerd met filosofische sidedishes, zoals bijvoorbeeld eerder aangehaalde conversatie. In het tweede deel, vingerafdrukken der natuur richt de dichter zich meer op de zichzelf, waarbij hij verwijzingen naar Pessoa niet schuwt:

het ego is weer uitgetreden
het ik is geen ander
maar een menigte
van mij
(uit: solaris solitaris p. 39)


Uiteraard sijpelt de thematiek van het bloed ook door deze en volgende afdelingen heen. "Mijn bloed verdraagt mij niet", noteert de dichter op p. 46. Ook andere lichamelijke elementen staan nu centraal, van membranen tot genen. In het derde deel, nergens welkom, overal thuis, wordt wederom de toon gezet door het motto, ditmaal over het Schengenverdrag. De dichter richt zich weer naar buiten en de relatie van mensen onderling staat nu centraal, met de nadruk op vluchtelingen en reizigers. Als afsluiter concentreren de gedichten zich in het vierde deel op de relatie tussen mens en god, waarbij toepasselijk geciteerd wordt uit één van de grootste mystici aller tijden, de Perzische dichter Rumi.

Van Duijnhoven geeft zijn gedichten niet de minste context mee en belaadt ze uit en te na met thematiek. Het is niet zozeer moeilijk de grote lijn te volgen, als wel alle zijsporen die uit het hoofdspoor ontspruiten. Daardoor wordt de bundel eerder een wetenschappelijk experiment in interpretatie. De gedichten zijn een rationele constructie, beladen met betekenis. Wat mist bij alle donkere thematiek, is de passie, die ook onlosmakelijk met bloed verbonden is, die het bloed doet koken. De dichter schrijft wel over begeerte, maar voor hem is dat een 'zwart entropisch reservoir'. Zelfs de liefde wordt vanuit afstand bezien en op een paar gedichten na is het moeilijk 'het bloed te voelen'. En dat terwijl een groot deel van de bundel toch opgedragen lijkt te zijn aan een muze, 'zij die de lieren beroert'. Zeker in het eerste deel speelt 'een zij' een hoofdrol en dat ze het hoofd beroerd heeft, staat vast, maar de lier blijft nog wat achter, althans de lier die van passie en begeerte getuigt. Wat dat betreft lijkt het wel alsof, zélfs in deze bundel, het bloed veel van zijn vroegere connotaties verloren heeft en ondanks alle betekenissen die het in het Da capo (al fine) krijgt toegediend, voornamelijk een lichaamsvocht is, dat rode en witte bloedcelletjes rondpompt. Maar ook het bloed van een dichter kruipt waar het niet gaan kan en soms beroert de muze, wie zij ook moge zijn, wel degelijk de lier:

ik wil de tijd terug dat ik wijs werd uit mijn dromen
ik wil de tekens terug die ik heb nagelaten op je huid
ik wil je kunnen voelen met mijn ogen in het doner
met mijn nagels nagaan waar je bent geweest

ik wil dat jouw handen me in koele lakens wikkelen
ik wil zien of jouw zijde van de mijne verschilt
ik wil dat je sterker zal zijn naar het einde
ik wil je laten denken dat je wint

ik wil dat je je zonder mij een vondelinge voelt
een zonderlinge in de leegte, ik wil je zien bibberen
in de kou. Ik wil je zwetend, warmgewreven
ik wil je hondsdol, biddend om berouw

(uit bij een slapend lichaam (p. 19)



Serge van Duijnhoven - Bloedtest, gedichtenbundel en CD
Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam 2003
104 blz.; € 19,50
ISBN 90 234 1081 5
www.sergevanduijnhoven.com




[gepubliceerd: 6 juli 2003]
 
^