Meander * Eerder * Recensies * Het beloofde land - Willem Wilmink & Ton Schulten
 




Poëzie Kort

In beeld

Joop Leibbrand over vijf bundels om in rond te dwalen: Paradijskoorts van Mark Meekers, Het beloofde land van Willem Wilmink & Ton Schulten en de bloemlezingen Utrecht. De stad in gedichten, Een boom is meer dan er staat. De 100 mooiste boomgedichten en Het laatste gedicht. Onsterfelijke gedichten uit Nederland en Vlaanderen.


De Vlaamse dichter Mark Meekers (als beeldend kunstenaar actief onder zijn eigen naam Marcel Rademakers) publiceerde met Paradijskoorts zijn veertiende bundel. Alhoewel zijn website (markmeekers.tripod.com) liefst negentig bekroningen vermeldt voor zijn literaire werk ("misschien wordt nergens zo gehuldigd, gevierd en aangebeden als in Vlaanderen", schreef Kees Fens ooit), is hij bij het grote publiek - als daarvan al bij poëzielezers sprake kan zijn - een betrekkelijk onbekende gebleven. Goed verklaren laat zich dat niet, want zijn werk is - in de goede betekenis van het woord - spectaculair genoeg. Na zich eerder te hebben laten inspireren door Van Gogh, Camille Claudel en Rembrandt, stelt Meekers in deze bundel Paul Gauguin centraal. Hij volgt diens leven en werk, kiest vaak een picturaal uitgangspunt, maar blijft daarbij niet steken in kopieerlust of geforceerde emblematiek. De gedichten (telkens bestaande uit vier rijmloze kwatrijnen) vertonen zonder uitzondering een boeiende gelaagdheid: soms zijn ze poëticaal, vaak evoceren ze het kunstenaarschap, bijna altijd gaan ze over de condition humaine. Geen wonder dat de 'ik' in de gedichten wisselt van Gauguin tot Meekers, en van kunstenaar tot mens, want alles moet eerst binnenin geschilderd / voor het een gezicht krijgt dat meer dan / wispelturig is, een lijstje rond al die eeuwig- / heid verdraagt, een wedergroet verwacht. Aanbevolen, niet in het minst vanwege de fraai verzorgde uitgave.


Waar bij Gauguin de spanning tussen de gescheiden werelden Frankrijk en Tahiti een van de drijfveren van diens kunstenaarschap was, zo ontlenen Willem Wilmink en Ton Schulten in Het beloofde land een flink deel van hun artistieke identiteit aan hun trouw aan het Twentse land. Van Schulten, die faam heeft verworven met zijn geometrische uitbeelding van het Twentse coulisselandschap, zijn 34 schilderijen afgebeeld, ritmische mozaïeken in een geheel eigen, haast muzikaal koloriet van voornamelijk blauw, rood en groen.
Heeft de schilder het voorrecht dat in zijn geboorteplaats Ootmarsum al een galerie én een museum aan zijn werk gewijd zijn, als onze ware volksdichter is Wilmink natuurlijk de man voor wie zonder uitstel een standbeeld zou moeten worden opgericht. Niemand verstaat beter dan hij de kunst om zonder somberheid te schrijven over de dood en zonder zwaarmoedigheid over weemoed en melancholie. Maar evenzeer om dankzij de wonderlijke combinatie van eerlijkheid, nuchterheid, humor en gevoel voor understatement die Wilminks geheel eigen opvatting van 'gewoonheid' is, het alledaagse leven te ontdoen van zijn banaliteit: De keuken met het landschap eromheen. / De pomp: wat water op de bruine steen. / Heiligenbeelden in 't gelid gesteld. / Landbouwbericht dat ander weer voorspelt. / De boer en de boerin. De dikke meid. // 't Blijft ongeschonden, buiten plaats en tijd. "Buiten plaats en tijd", maar juist die tijd- en plaatsgebondenheid maken Het beloofde land tot een prachtig 'kijk- en leesboek', waarin tekst en beeld buitengewoon goed bij elkaar passen, maar nergens aan elkaar schatplichtig zijn. Het is plaatwerk en dichtbundel ineen.


Naarmate bij een thematische bloemlezing het onderwerp beperkter is, zal de samenstelling ervan minder arbitrair zijn. Moet het gaan over 'Liefde' of 'Dood', dan valt er heel wat te kiezen en dus voor de samensteller heel wat te verantwoorden. Een persoonlijke keuze kan daarbij zo beeldbepalend worden, dat de keuzeheer (of -dame) gezien wordt als de 'auteur' van het boek.
Of Henk van Zuiden voor de anthologie Utrecht. De stad in gedichten over een overvloed aan goed materiaal beschikte of blij was dat hij uiteindelijk toch nog bijna honderd gedichten vond, maakt hij in zijn korte inleiding niet duidelijk, maar op grond van de vele onbekende namen en het feit dat verschillende gedichten speciaal voor deze uitgave geschreven zijn, mag het laatste vermoed worden. In het algemeen is het niveau van de opgenomen gedichten, ook als het teksten van bekende dichters zijn, niet heel hoog. 'Klassiekers' treffen we bij deze Utrechtse poëzie niet aan, het meeste is van letterlijk voorbijgaande aard. Toch is dat meteen ook de charme van de bundel, want doordat geen gedicht zich opdringt, laat de stad zich vrij ontdekken. Amsterdam en Rotterdam gingen in deze serie voor, Den Haag en Groningen zullen wel snel volgen.

Na 'De 100 mooiste tuingedichten' (volgens de uitgever een succes), komt Paul Geerts nu met De 100 mooiste boomgedichten. Alhoewel hij in zijn inleiding toch tamelijk diep ingaat op boomsymboliek en allerlei culturele connotaties geeft, stelt hij met nadruk dat de bundel "niet alleen bedoeld is voor professionele poëzielezers en poëziecritici, maar vooral voor de 'gewone' poëzie- en boomliefhebbers." Geen kwaad woord dus over dit handzame boekje, alleen al niet omdat Geerts vier gedichten van Chris van Geel opnam, waaronder het mooie - hoe kan het anders - Bomen: Windstil in het ondraaglijk / vermogen om beweeglijk stil / te staan, van niets te leven dan / van lucht, van aarde en / tot humus te vergaan.

In de aanloop tot de Landelijke Gedichtendag van 31 januari en passend binnen het thema van de eerstvolgende Boekenweek verscheen in een serie waarin eerder Het mooiste gedicht, Het liefste gedicht en Het lichte gedicht uitkwamen, Het laatste gedicht. De bundel werd net als de andere samengesteld op grond van publieksvoorkeur en bevat daardoor naar het einde toe, toewerkend naar nummer één - het laatste gedicht - steeds bekendere gedichten. Koplands Weggaan blijkt het daarbij nipt te winnen van Voor een dag van morgen van Andreus.
Elsbeth Etty schreef voor deze afscheidsgedichten (honderd in totaal) alleen de introductie en deed dat op zo'n persoonlijke wijze, dat het nieuwsgierig maakt naar de keuze die zij zelf gemaakt zou hebben, want juist dit onderwerp biedt een samensteller natuurlijk de gelegenheid een 'eigen' bundel te maken. Als biografe van Henriëtte Roland Holst zou zij deze dichteres bijvoorbeeld een prominentere plaats gegeven hebben dan alleen in de inleiding, waarin zij trouwens zonder enig dédain refereert aan de 'instrumentele' poëzieopvatting van haar oude leraar Nederlands: "gedichten bieden je troost in het leven, je hebt er wat aan, je koop er wat voor." Op het onvermijdelijke moment dat je bij het definitieve afscheid met lege handen staat, schieten alleen woorden niet tekort, omdat woorden, misschien vooral omdat zij 'niets' zijn, verdriet vorm kunnen geven en daarmee troost. Goede kans dat dit een populaire bloemlezing wordt.


Mark Meekers - Paradijskoorts
Uitgeverij P, Leuven 2002; 64 blz.(met elf kleurenreproducties); € 17,50
ISBN 90-76895-34-1

Willem Wilmink & Ton Schulten - Het beloofde land
Lannoo, Tielt 2002; 94 blz.; € 16,95
ISBN 90-209-4768-0
vergelijk de prijzen

Henk van Zuiden (sam.) - Utrecht. De stad in gedichten
Uitgeverij 521, Amsterdam 2002; 176 blz.; € 12,50
ISBN 90-76927-24-3
vergelijk de prijzen

Paul Geerts (sam.) - Een boom is meer dan er staat.
Lannoo, Tielt 2002; 162 blz.; € 12,95
ISBN 90-209-4586-6
vergelijk de prijzen

Elsbeth Etty (inl.) - Het laatste gedicht
Podium, Amsterdam 2002; 152 blz.; € 12,50
ISBN 90-5759-105-7
vergelijk de prijzen








[gepubliceerd: 22 december 2002]
 
^