| Meander * Eerder * Recensies * Ode aan de ooievaar - Anton Ent | ||
|
Gedichten vol aardse mystiek
Bert van Weenen over Ode aan de ooievaar van Anton Ent Ik moet deze bespreking beginnen met een teleurstellende mededeling: Ode aan de ooievaar is niet een van Anton Ents beste bundels. De negenenveertig gedichten in deze bundel vormen een hechte eenheid. Op zich geen minpunt natuurlijk, als dit maar niet gepaard gaat met eenzijdigheid wat betreft het taalgebruik en een te expliciete boodschap, en dat is bij de nieuwe Ent wel het geval. Je kunt Ode aan de ooievaar beschouwen als het poëtische complement bij het grote essay Het vierde land – Houvast van een agnosticus, dat Henk van der Ent in 1999 onder eigen naam publiceerde bij uitgeverij Meinema. In dit essay bepaalde Van der Ent zijn positie ten opzichte van het christelijk geloof. Uiteindelijk komt hij, mede aan de hand van allerlei mijmeringen over poëzie, tot de conclusie dat hij het liefst een agnosticus wil zijn, die God niet expliciet verwoordt en die zich toelegt op de rechtstreekse waarneming en beleving van het hier en nu. In Ode aan de ooievaar uit Anton Ent op veel plekken zijn bewondering voor de natuur, waarbij zijn visie tegen de achtergrond van het overlijden van dierbaren iets mystieks, iets religieus krijgt. Op momenten zit hij daarmee dicht tegen de poëzie van J.A. dèr Mouw aan. De zeven verzen van de cyclus 'De imker is dood', waarin de ik nadenkt over de dood van zijn vader (Van der Ents vader overleed in 2002), vormen het hoogtepunt van Anton Ents dertiende bundel. Heel mooi weet hij hier de zorg voor het bijenvolk te combineren met de zorg van de ik voor zijn aftakelende vader. Dat levert een aangrijpende serie gedichten op die de emotie van het onvermijdelijke afscheid voelbaar maken. Het vijfde vers luidt:
Hij staart me aan. Wat wil je weten?
Hoeveel kasten jij hebt gebouwd raten geplaatst potten met honing gevuld? Of hoeveel verzen ik heb geschreven komma's gezet regels waterpas gemaakt? Of wil je vragen waarom je wachten moet? Het is maar goed dat ik geen spuit hanteer Dan had je mij geen inzicht kunnen geven Religie is bij Anton Ent een erg aardse variant van de 'verbinding met het hogere'. (In filosofische bewoordingen: het transcendente is bij Ent immanent geworden, opgenomen in het 'lagere', maakt onderdeel uit van de concrete werkelijkheid zelf.) Waar de dichter in het openingsgedicht 'Kleine ode' vanaf de dijk aanvankelijk witte engelen aanschouwt, blijken dat aan het slot gewoon 'witte ooievaars / die met lange uithalen en brede bewegingen/ boven de koningsblauwe rivier uitwaaieren'. De hogere symboliek valt weg. Maar dat is iets waar de dichter nota bene zelf om heeft gevraagd: 'Ik vraag de storm dit visioen weg te vegen/ smeek om helderheid en doorzicht/ niets meer dan het waaien van wind'. Terecht merkt Harmen Wind in zijn bespreking van Ode aan de ooievaar in het literaire tijdschrift Liter op, dat 'bijbeltaal en christelijke connotaties in [Ents] poëtisch register onverminderd de hoofdrol spelen' (Liter 33, juli 2004, blz. 70-74). Ik denk dat het gedicht 'In een duinpan' daarvan een mooi voorbeeld is. Hier laat Ent duidelijk zien, dat het christendom van oorsprong niet voor niets een woestijnreligie is.
IN EEN DUINPAN
Wat moet ik op dit eiland met het woord 'woestijn'? Op een zandplaat ligt het voor de hand maar hier in deze duinpan waarin ik Jesaja lees? Ah, het welig bloeien van de narcis! Jaloezie steekt de kop op want ik ben dor land. Hier klinkt de belofte dat het gloeiende zand een waterplas wordt en ik veranderen zal in een bron van inspiratie Behalve deze sterke, nu bijna monomane nadruk op de aardse unio mystica verschilt Ode aan de ooievaar ook op andere punten van vorige bundels van Anton Ent. Bundels als 'Zwart zilver' (1989), 'Domein van meidoorn' (1992) en 'Kootwijkerzand' (1999) zijn qua idioom en onderwerpskeuze gevarieerder, waardoor er meer in te beleven en te ontdekken valt, vind ik. En in Ode aan de ooievaar laat Ent opeens veel leestekens weg, wat ik bij het lezen niet ervoer als een verbetering. Zet alsjeblieft gewoon een punt waar een punt hoort en suggereer geen diepzinnigheid door soms wel en soms niet punten en komma's weg te laten. Naast essays over literatuur (vaak toegespitst op de religieuze kant van de zaak) publiceerde Henk van der Ent ook proza, waaronder in 1998 bij uitgeverij G.A. van Oorschot de roman Waterlelies. Ik moest even aan dit boek denken bij het lezen van Ents gedicht 'IJsselrestaurant': een verhalend gedicht waarin een man en een vrouw net zo langs elkaar heen praten als de hoofdpersonen in Waterlelies. Het werk van Van der Ent verschijnt niet alleen onder drie verschillende namen, maar het zit bovendien bij verschillende uitgeverijen: Kok, De Arbeiderspers, Van Oorschot en nu bij het Sliedrechtse Wagner & Van Santen. De voor de beoordeling van Ents dichterschap zo belangrijke bundel Entiteiten verscheen in 2000 zelfs in eigen beheer (zie Chroom Digitaal Weblog 17 september). Misschien is dit mede debet aan de relatieve onbekendheid van Anton Ent als dichter. Kan een uitgever niet een keer al die her en der verspreide uitgaven bij elkaar vegen en uitbrengen in de vorm van één kloeke verzamelbundel? Hoe dan ook, ondanks een wat mindere nieuwe dichtbundel blijft Anton Ent voor mij toch een van de intrigerendste dichters van dit moment. Dat Gerrit Komrij hem heeft geschrapt uit de standaardbloemlezing Nederlandse poëzie, vind ik daarom jammer, al treedt Henk van der Ent er nog wel in op achter het feminiene masker van Marieke Jonkman. Komrij houdt juist van maskerades en niet van religie, dus de keuze voor Marieke Jonkman ten nadele van Anton Ent zal daar wel uit voort zijn gevloeid. Maar de mannelijke persona van Henk van der Ent verdient evengoed vermelding. En lezers, veel lezers. Anton Ent - Ode aan de ooievaar Uitg. Wagner & Van Santen, Sliedrecht 2003 76 blz.; € 15,95 ISBN 90 765 6941 X [gepubliceerd: 12 september 2004] |
||
| ^   | deze tekst printen |