| Meander * Eerder * Recensies * Inzinkingen - Jan-Willem Anker | ||
|
Jan-Willem Anker - Inzinkingen
Er is dreiging
maar weinig nog
Milla van der Have
Over het debuut van Jan-Willem Anker (1978), die gedichten publiceerde in Bunker Hill en Poëziekrant, zegt het achterplat van de bundel zelf: In het werk van Jan-Willem
Anker is niets eenduidig. De dichter onderzoekt de werkelijkheid zonder
haar complexiteit teniet te doen. In beeldrijke en zintuiglijke gedichten
beschrijft hij het conflict tussen hemzelf en zijn omgeving. Anker
bouwt en stapelt zijn beelden tot een geheel eigen wereld ontstaat,
een die soms vredig oogt maar dit nooit is, die noodzaakt om op je
hoede te zijn. Inzinkingen liggen altijd op de loer.Lees onderstaande beschouwing. Er is iets met de Nederlandse poëzie, iets waar je moeilijk je vinger op kunt leggen. Er is iets mis met de Nederlandse poëzie en toch ook niet. De bijna prehistorische 'vorm of vent'-discussie is, klaarblijkelijk, met volle overtuiging gewonnen door de vorm. De tegenwoordige Nederlandse dichters kennen niet de slordigheid en tegelijkertijd het grootste en meeslepende van bijvoorbeeld Slauerhoff. Nee, het moderne Nederlandse gedicht zit strak in elkaar en is een mooi metrisch dichtgetimmerde Kouwenaar-ode aan de witregel. De lezer wordt omzwermd door betekenis, symbolisme, associatie en verbeeldingsdrang, maar ondanks deze drukte in de enkele regels tussen het wit door, weten deze gedichten zelden of nooit ook te raken. Het zijn klinische, witte gedichten geworden, een zinnebeeld van vorm zonder vent. Het Nederlandse gedicht is een operatiezaal geworden. Alles functioneert prima, het is heel nuttig en doet wat het moet doen, maar je zou er nooit voor je plezier verblijven. Het is allemaal wel goed, maar het heeft geen hart. Zo ook het debuut van Jan-Willem Anker, Inzinkingen. Desalniettemin begint de bundel best nog veelbelovend. In de eerste gedichten treffen we een dichter die graag speelt met taal en betekenis, vol is van beeldingsdrang en spiegeling. Dat levert inderdaad het welbekende afgetimmerde gedicht op, maar dan wel vaak een gedicht waar tenminste één rake regel in zit: Je wijst het water aan en terug wijst je vinger (p. 7), Om je te bereiken moet ik mezelf verlaten (p. 8) en soms een hele strofe (p. 9): Haar lach is een huizenhoog vuur tijdens een
wake,
een vuur dat je niet zonder snikken welkom heet. In de schemering breken je uitgedroogde lippen. Al vrij snel daarna echter concentreert de dichter zich niet meer op de rake regels, maar krijgen we de typische Nederlandse gedichten. Veel wit, veel betekenis of althans de suggestie van betekenis en geen passie. Exemplarisch hiervoor is het onderstaande gedicht; het gebrek aan dreiging lijkt inmiddels voor een hele dichterschool op te gaan. Een kronkel in je kraakgestel
leidt onterecht niet tot hysterie hooguit onrust die je wegspoelt met koffie en kruidenbitter er is dreiging maar weinig nog je denkt aan een oud spandoek dat al jaren in de bezemkast ligt (p. 25) Vervolgens stort de dichter zich, bemoedigd door een motto van grootmeester Kouwenaar, op gedichten met tweeregelige strofen, ruim baan voor het wit aldus. Nu betoont Anker zich zeker een goede leerling van Kouwenaar, het probleem is alleen dat dit al vaker gedaan is. Anker schrijft goede, degelijke, ambachtelijke gedichten, maar op de een of andere manier blijven deze gedichten vooral in hun eigen gedichten-wereldje en breken ze daar niet uit. En dit ondanks Ankers Ars poetica (onvolledig) Ook wil
ik een kinderlijk soort verwarring -
eens stond ik voor mijn grootvaders landkaart louter oog aanraking zachter dan wolken parfum trachtte voorbij mijn blik zonder de schellen te zien maar ik herkende de continenten en schiereilanden niet omdat ik dacht vanuit de vorm van de omsluitende oceaan. (p. 34) Eigenlijk zegt Anker hier precies waar het nog aan ontbreekt in de Nederlandse poëzie: een kinderlijk (dus treffend) soort verwarring, een denken vanuit andere dan de bestaande kaders. Aan Ankers poëtica ligt het niet, noch aan zijn poëtisch gevoel en instrumentarium. Misschien dat in een volgende bundel de continenten en schiereilanden wel herkenbaar zijn, omdat het wit van de omsluitende bladzijde dan minder belangrijk geacht wordt. En heel misschien krijgen we dan ook de dreiging van landverschuivingen en lawines, misschien zelfs wel een kleine aardbeving. Jan-Willem Anker
- Inzinkingen
De Bezige Bij, Amsterdam 2005; 64 blz.; € 16,50 ISBN 90 234 1687 2 [gepubliceerd: 5 juni 2005] |
||
| ^   | deze tekst printen |