Meander * Eerder * Recensies * Die platgetrapte kroontjie. - Samenstelling: Wilfred Jonckheere
 
Die platgetrapte kroontjie. - Samenstelling: Wilfred Jonckheere
Joop Leibbrand

In zijn inleiding bij 'Die platgetrapte kroontjie', 'Afrikaanse en Nederlandse gedigte oor die Anglo-Boereoorlog', schetst Wilfred Jonckheere (emeritus-hoogleraar van de universiteit van Natal, Pietermaritzburg) hoe aan het eind van de 19e eeuw het imperialistische Britse streven om het hele gebied van de Kaap tot aan Caïro onder beheer van de Engelse kroon te plaatsen, botste met het in de Zuid-Afrikaanse republieken Transvaal en Oranje-Vrijstaat gekoesterde ideaal hun gebieden als zelfstandige staten te behouden. In 1880-1881 leidde dat al tot de Eerste Boerenoorlog, die nog door Transvaal gewonnen werd. De glorieuze overwinning bij Majuba van generaal Joubert op de troepen van Jameson werd een veelvuldig bezongen ijkpunt voor het heldendom der Boeren, maar voedde Engelse revanchegevoelens. Omdat Engeland om de eigen economie te stimuleren en aan alle koloniale aspiraties te kunnen voldoen per se het beheer over de Transvaalse goudmijnen wilde verwerven, kon een nieuwe oorlog niet uitblijven. In oktober 1899 verwierpen de twee republieken een ultimatum van de Engelse koloniale regering en trokken tienduizenden boeren op om hun gebied andermaal te verdedigen. Britse leiders als lord Chamberlain en Cecil Rhodes waren ervan overtuigd, dat de strijd snel voorbij zou zijn, maar het kostte negen maanden voordat Pretoria bezet kon worden en pas twee jaar daarna (op 31 mei 1902) kwam met de Vrede van de Vereniging, waarbij de republieken definitief in de Unie van Zuid-Afrika werden opgenomen, een eind aan de langste, duurste en vooral bloedigste oorlog die Engeland sinds de strijd tegen Napoleon had moeten voeren.
De Engelsen verloren bijna twee keer zoveel soldaten als de Boeren, maar duizenden Boerenvrouwen en –kinderen stierven in de Engelse concentratiekampen en een groot aantal boerderijen werd ten gevolge van Kitcheners tactiek van de verschroeide aarde verwoest.
Het is nog altijd opvallend hoeveel sympathie de zaak van de Boeren wereldwijd kreeg (dankzij de telegraaf werden berichten van het slagveld snel verspreid) en in hoeveel talen er literaire aandacht besteed werd aan de schildering van de agressie, de moordlust en het materialisme van de Engelsen tegenover de edele moed van de Boeren in hun gerechtvaardigde strijd om vrijheid. Het sterkst kwam die anti-Engelse gezindheid tot uiting in het stamverwante Nederland en Vlaanderen. In Nederland appelleerde het aan een kennelijke behoefte aan nationale trots en heldhaftigheid en in Vlaanderen inspireerde het de Vlaamse Beweging tot verzet tegen de Franstalige overheersing in België.

In 'Die platgetrapte kroontjie' (de titel is afkomstig uit een gedicht van Totius) heeft Jonckheere gedichten verzameld die bekende en onbekende Zuid-Afrikaanse, Nederlandse en Vlaamse dichters over deze Tweede Boerenoorlog geschreven hebben. Van Totius, C. Louis Leipoldt en Jan F. Celliers zijn ieder zeven gedichten opgenomen, Eugène van Oye is de bekendste Vlaamse naam en van de Nederlanders vormen Van Eeden, Beets, Verwey, Kloos, Adama van Scheltema en Boutens een bont gezelschap. De gedichten zijn zo gekozen dat het hele verloop van de oorlog, inclusief de nasleep, gevolgd wordt: het begin van de strijd, de overwinningen en nederlagen, de concentratiekampen, de ballingschap (o.a. in kampen op St.Helena en Ceylon, waar de geïnterneerden hun eigen literaire blaadjes redigeerden) en de uiteindelijke vrede. De bundel eindigt met gedichten over de dood van Paul Kruger (1904) en Christiaan de Wet (1922).

Het eerste gedicht, 'Een lied voor Transvaal' van de Haagse rechter Mr. J. E. Banck zet een toon van uitverkiezing die in de hele bundel opvallend aanwezig is. Het begin van de laatste strofe luidt:

Wij zijn gedoemd in de woestijn
Een zwervend herdersvolk te zijn,
Dat overal zijn tenten spant
En opgaat naar het heilig land.


Bij Nicolaas Beets is iets dergelijks te lezen. In de laatste strofe van 'De Boeren' (gedateerd 4 nov.1899) staat met veel retorisch geronk:

Behoud hen, Heer der legermachten,
Sta Godlijk aan hun zij,
Verhoog hen, die Uw heil verwachten,
Verplet hun weerpartij!
Laat nog de stervende eeuw ervaren,
Dat waar Ge in glans verschijnt,
't Boos opzet van geweldenaren
Als rook en damp verdwijnt.


Van Eeden ziet de Boeren als een volk dat zijn bestaan gevest heeft op 'God's recht' maar dat slachtoffer wordt van een rijk dat zich 'beschaving's Kamper en Gezant' noemt:

Het steekt den nooit verzaadden muil naar voren
zich blindlings aan den gouden buit vergapend
en slaat 't klein volk met krijg in dommen trots,

zoo sloeg Hephaistos eens het hoofd eens Gods,
en als Athene, weerbaar en gewapend,
werd het groot Afrikaander volk geboren.


Een onbekende Zuid-Afrikaanse dichter beeldt die gehate vijand zo uit:

Engelsman, jou regt verdraaijer,
Vrijheidsmoorder, land verraijer.
Wij denken nog aan Slachters Nek,
Met ons broeder bloed bevlekt.

Engelsman, Tractaat verbreker,
Denk jij niet daar is 'n wreker.
Voor jullie onrecht aan Transvaal
Zal die Heer jul laat betaal.

Engelsman, jou dag zal naken,
Want er leef een God der Wraken.
In den dag van groot gericht,
Kom jou werken aan het licht.


Als de Boeren zich uiteindelijk moeten schikken in een opgelegde vrede, is dat voor Jan F.E.Celliers reden voor grote bitterheid:

Die weg van eer

Wat is die weg van eer?
      Om trou te bly
      aan dwing'landy?
Aan afgedwonge woord en daad –
aan wanhoops nood-traktaat?
Is dit die weg van eer –
         niks meer?
      Om woord te hou
      aan wie ontrou
en woord-verkragting en verraad
nie meer beskou as sondedaad?

Dit is die weg van eer:
      Om, net soos eertyds, trou te wees
      aan vaarlandsbloed, aan vaarlandsgees,
        aan vryheids-ideaal!
Geen woord verpand is bindend woord
as oormagsdwang en onskuldsmoord
      die woord vir ons bepaal.


Negen jaar na de oorlog bezoekt Celliers een concentratiekampkerkhof. Hij schreef er het volgende, tijdloze gedicht over:

Blomme

Ek kom om 'n kransie van rou te breng,
Op kindergraffies 'n traan te pleng.

Maar kyk, dis 'n fees wat my oog gewaar
van blommetjies, blommetjies aanmekaar,

op ranke stingel oor graffie en steen –
soos graan op die lande, aaneen, aaneen;

soos kindertjies selwe in feesgewaad,
in hupp'lende dans op die windjie se maat;

spierwit hul kleertjies en roserooi –
die sonlig se glans op hul hemelse tooi.

O, moedertjies wat in die verte nog ween
om blompies ontnome, wat God had geleen,

kom kyk, uit elkeen en elk bittere traan
is 'n heldere blompie weer opgestaan.

Dis net of die Vader sê “Vertrou!
“My blomme sal groei oor die kranse van rou,

“Ek gee weer terug wat gegee is aan My:
“waar blomme gesaai is, sal blomme gedy.”



Deze mooi uitgegeven en beslist toegankelijke bloemlezing, die niet minder dan 95 gedichten bevat, geeft een afwisselend en vooral indringend beeld van een bewogen periode uit een inmiddels wel verre, maar toch altijd nog actuele geschiedenis. Niet alleen voor in Zuid-Afrika geïnteresseerden een must!

Die platgetrapte kroontjie. Afrikaanse en Nederlandse gedigte oor die Anglo-Boereoorlog.
Versamel en ingelei deur Wilfred Jonckheere
Protea Boekhuis, Pretoria 2001
ISBN 1-919825-19-3
protea@intekom.co.za


Samenstelling: Wilfred Jonckheere - Die platgetrapte kroontjie.
Protea Boekhuis, Pretoria, 2001
ISBN 1919825193

[gepubliceerd: 14 oktober 2001]
 
^