Meander * Eerder * Recensies * Winkeldochter - Staf de Wilde
 
Staf de Wilde - Winkeldochter
Een winkeldochter met overgewicht?
door Petra B-Wulffers

Staf de Wilde (1948) debuteerde in 1973 met de bundel Tsja (eigen beheer); Winkeldochter is zijn elfde bundel tot nu toe.Twee volgende bundels zijn in voorbereiding. Afzonderlijke gedichten verschenen in de jaren negentig van de vorige eeuw onder andere in De tweede ronde en in De Revisor. Vrij recent publiceerde hij in Deus ex machina. Daarnaast is zijn werk te vinden op een aantal websites met een hoge mate van maatschappelijke betrokkenheid en laat hij zijn stem graag horen in de Belgische krant De Standaard. In september 2005 werd hij, samen met een viertal andere dichters, genomineerd voor De Tweejaarlijkse Poëzieprijs Merendree.


Door de uitgever wordt over de bundel Winkeldochter gemeld dat de auteur hulde brengt aan de idolen van zijn verspilde en verstilde jaren. Dat is echter niet een beschrijving van de hele inhoud. De bundel bestaat in feite uit vier delen. De idolen vinden we terug in het derde deel, elementaire oden. Het eerste deel, la lengua de las mariposas, zou je kunnen beschouwen als romantisch getint. Als voorbeeld citeer ik hier het gedicht magnolia op pagina 23.

een magnolia in de nevel
en de nevel is van askegels
de lijkschouwer zal het weten

maar nu in deze nacht
dat auto's per sé
per zenuwtrek ergens moeten
draagt zij een veiligheidsspeld
in een oorlel
een oorlel als een eerste
bloemblad aan een magnolia

en lees haar lippen haar karmozijnen lippen
zoals vissen gulzig kunnen zijn
en bubbels maken
zo jong
zo morsend met de tijd
alsof zij er teveel van heeft


Dit gedicht geeft een indruk van de poëzie van Staf de Wilde, waarin er altijd wel iets is dat wringt, iets dat de mogelijke schoonheid bederft.

Het tweede deel, vensters, geeft blijk van de maatschappelijke betrokkenheid van de auteur. Als voorbeeld uit dit deel van de bundel een citaat uit slaapdorp op pagina 39.

dit zou vrede zijn
als je niet zou lezen
als jouw hoofd zulke kamers had
heimelijk nageurend
naar zaad en scheerzeep
als je struikelen zou
over een slaapkleed of een beertje

maar jij moet lezen
jij draagt de wereld
als een ijlkoorts
als een huidziekte van woorden
en geen ogenblik zit je stil


Het gedicht Frida Kahlo (pagina 75-76) vinden we terug in het derde deel, elementaire oden. Dit is het themadeel over de idolen van Staf de Wilde. Maar toch lijkt dit gedicht van een geheel andere orde te zijn. Nergens wordt haar kunst vermeld, die toch voortkwam uit haar ongeluk. De nadruk wordt gelegd op de pijn en dat doet Frida Kahlo geen recht.

Frida Kahlo

soms is de dood wat suikergoed
in de tinten van tere bloemen
een kinderschedel in zalmroze
met in crème je koosnaam erop

soms een pop van papier-maché
om als een judas op te hangen
en met feestelijk vuurwerk
in de lucht te blazen

soms is zij la pelona
de kalende dame
die rondjes fietst door je kamer
zwaaiende met haar ruiker:
je gipsen korset

soms is hij een sater
met stalen lul
die je buik doorboort
en je rug breekt als stokbrood
en jaren na jaren
je dagelijks aanstoot
tot je alleen nog hoort
hoe de bloedhonden van de pijn
grommen om de brokken

soms is de dood een sluimer
een tempel waar een trede uit schuift
zoals een tong uit een lieve kikker
en je stralende ik, het prinsesje,
haalt je af
met belletjes aan de rode laarzen
zij breekt de spiegels van de pijn
en kneedt ze tot speeltjes
van tumtum, drop en marsepein

Dit gedicht vind ik een pijnlijke vergissing. In de vierde strofe zou je kunnen denken aan een verkrachting door een mechanisch attribuut, maar het is juist zo, dat dit gedicht op mij overkomt als verbale verkrachting van de kracht van een vrouw. Kahlo liet zich niet klein krijgen door pijn en ongemak, maar wist het om te buigen naar een kunstvorm. Haar lichamelijke handicap weerhield haar er evenmin van een echtscheiding aan te vragen en een zelfstandige carrière op te bouwen. Een gemiste kans.

Het laatste deel, straks, is naar mijn idee het sterkste: geen overbodige woorden en er zit kracht in de tekst. Hieronder een citaat uit het vierde deel, uit na de film 'Hugo en Rosa' van Bengt Jägerskold op pagina 87.

zo moet er een ei zijn
waar een vogel of een zoogdier
in rolt, omwikkeld met vliezen
en de ontdubbeling begint
naar het enkelvoud van het zaad
naar de eerste kiemen in het niets

De gedichten van Staf de Wilde lezen soms als vlugschriften, maar zijn zeker poëtisch. Soms is het echter moeilijk een ritmische beweging te ontdekken en vraag je je af wat de schrijver nu eigenlijk wil: proza schrijven in verkorte vorm of poëzie?
Verder mis ik in een volle bundel als deze (honderdentwaalf pagina's maar liefst) de index, je moet nu zelf maar onthouden waar dat 'ene gedicht' stond.
Opvallend is nog het gebruik van een sierletter voor alle gedichten, terwijl de titels dat niet hebben. Op zich een fraai gegeven, maar ietwat vermoeiend voor de lezer.

Staf de Wilde - Winkeldochter
Boekenmaker.nl, Zaandam 2005; 112 blz.; € 12, -
ISBN 90 77564 314




[gepubliceerd: 10 maart 2006]
 
^    deze tekst printen