| Meander * Eerder * Recensies * Klein oera linda - Ruben van Gogh | ||
|
Ruben van Gogh - Klein Oera Linda
Het eindeloze
spel van het dichten
door Herbert Mouwen
Er zijn gedichtenbundels
die meer uitnodigen tot bladeren dan tot lezen. Zo ook Ruben van Gogh's
Klein Oera Linda. Gedichten 2002-2006. De teksten in deze grafisch
opvallende bundel komen niet alleen beeldend, maar vooral ook theatraal
over. De grootte van de letters geeft een hiërarchie aan in betekenissen. Het geeft je net als bij Van Ostaijens' 'Boem paukeslag' de mogelijkheid tot hardop lezen en je leesvolume aan te passen aan de lettergrootte. De verschillende kleuren en de lettertypes hebben een rubricerende en accentuerende werking op de lezer, die in eerste instantie overdondert. Een enkele maal moet je de bundel een kwartslag draaien om de tekst te kunnen lezen, dan krijgt de tekst iets van een handleiding of een spoorboekje. Normaal 'traditioneel' lezen is onmogelijk. Deze bundel lezen is in eerste instantie bladeren en je oog ergens op laten vallen. Het is van belang kennis te nemen van de 'Verantwoording' op pagina 78 van de bundel. Daarin geeft Van Gogh (1967) aan waar hij zijn teksten vandaan heeft: 'De voetnoten in de gedichten zijn afkomstig uit Het Oera Linda Boek. De begeleidende teksten zijn gebaseerd op tekstflarden die Tom Phillips te voorschijn toverde in A humument, a treated victorian novel – Second Revised Edition (Thames and Hudson, 1997). Het doorlopende gedicht in de afdeling de achterkant van Nederland, bestaat uit een opsomming van alle teksten op bordjes en stickers die ik aantrof in de Hoge Nieuwstraat in Den Haag ergens in 2003, ...' En: 'De ideeënontwikkeling voor het tekstconcept van deze bundel verliep via John O'Mills Popsy Poems, Pre-Popsylated Poetry (Bekking & Blitz, 1994), Read naked (Underware, 2002), Mark Z. Danielewski's Het kaartenhuis (Cargo, 2003), N. Katherine Hayles' Writing machines (Mediawork, 2002) en eerder genoemd A humument.' Het is duidelijk dat hier sprake is van de meest uiteenlopende bronnen die je je voor kunt stellen; ook geeft Van Gogh aan hoe 'De ideeënontwikkeling voor het tekstconcept van deze bundel verliep...' Van Gogh is dus aan de slag gegaan met bestaand materiaal en met een persoonlijke interpretatie en verwerking van bestaande ideeën. De nieuwe associaties en combinaties die hij maakt vormen een nieuwe tekst, een nieuwe werkelijkheid, die hij vorm geeft in lettergrootte, kleurstelling en plaatsing op de bladspiegel, waarbij hij gehele of gedeeltelijke overdruk van verschillende regels niet uit de weg gaat. Of speelt hij een spel? Een spel met de lezer? Mag ik van de dichter als lezer mijn eigen spel spelen. (Of moet ik dat?) Ik kan achtergrondteksten, die lichtgroen gedrukt zijn, als hoofdtekst lezen. Ik kan ook blijven kiezen voor de rode tekst als hoofdtekst. Ook kan ik het lezen op theatrale wijze aanpakken: met een groenfilter en een roodfilter van een toneelbelichting. Zo krijg ik óf de rode tekst óf de groene tekst als enige tekst in mijn blikveld, ontstaan er monologen. De tekst bestaat uit een aantal lagen die ik een voor een op kan lichten. En weer komen er vragen. Zijn de rode teksten gesproken teksten en de groene teksten gedachten van een personage? Geven de kleuren aan dat de teksten door verschillende personages gesproken worden? Wat levert het op wanneer ik een tekst die geschreven is in een bepaald lettertype bladzijden lang achter elkaar door lees? Krijg ik dan een gedicht? Een gedicht dat Van Gogh wil laten lezen of maak ik dan een eigen gedicht? Deze bundel blijft vragen oproepen. Open vragen, zodat ik de vrijheid heb mij goeddunkende antwoorden te geven. Het mooiste – maar ook het meest voor de hand liggende – werken de groene teksten als commentaar op de rode teksten. Je stopt met lezen, meestal wanneer de tekst typografisch verandert en dan vormt de groene versregel een commentaar op de rode tekst. Meteen moet ik toegeven dat zich vele, andere mogelijkheden aandienen. Het spel met deze teksten lijkt eindeloos. Steeds meer krijg ik de neiging mijn eigen gedichten te gaan maken uit het materiaal dat hier voor me ligt. Waarom zou ik op zoek gaan naar het gedicht van Van Gogh dat zich hoofdzakelijk in rode letters aandient? Het analyseren of citeren van enkele tekstfragmenten – het woord gedichten kan ik niet hanteren, omdat de teksten niet echt te begrenzen zijn – heeft geen enkele zin en laat ik daarom achterwege. Ruben van Gogh's Klein Oera Linda is een labyrint, een zoekplaatje, een schoenendoos met taalflarden, een database, een archief, een uitdagende collectie die noopt tot een speelse aanpak. Het is een bundel waar je langzaam van gaat houden en die je niet in je boekenkast tussen de andere dichtbundels moet zetten, want dan is de kans groot dat je er nooit meer in kijkt. Laat hem ergens open op tafel liggen, want dan zul je er telkens weer naar grijpen en het spel opnieuw spelen, het speelse serieuze spel dat dichten heet. Ruben van Gogh – Klein
Oera Linda. Gedichten 2002 -2006
Contact, Amsterdam / Antwerpen 2006; 80 blz.; € 19,90 ISBN 90 254 2713 8 Boekverzorging Melle Hammer www.boekenwereld.com www.rubenvangogh.nl [gepubliceerd: 6 april 2006] |
||
| ^   | deze tekst printen |