Meander * Eerder * Recensies * Hout - Bas Belleman
 
Bas Belleman - Hout
Absolute topklasse
door Bouke Vlierhuis

Enigszins schoorvoetend betrad Bas Belleman (1978) vorig jaar het oorlogspad met zijn essay Doet poëzie er nu eindelijk toe?, waarin hij beweerde dat de hedendaagse poëzie zich te weinig op de inhoud en te veel op de vorm richt. Het leek het zoveelste hoofdstuk in de voortdurende woordenstrijd tussen wat ik maar even de 'Groep Bart FM Droog' zal noemen (hiertoe kunnen we Belleman toch wel rekenen) en de hermetische vormextremisten onder leiding van poëzie-criticaster Ilja Leonard Pfeijffer. Met dien verstande dat Belleman niet alleen de 'vormdichters', maar ook de recensenten een veeg uit de pan gaf, omdat zij de 'vormisten' stimuleren door zich in het geheel niet bezig te houden met de inhoud van een gedicht. Een gewaarschuwd recensent (tevens gepassioneerd hermetisch vormdichter) telt voor twee, zullen we maar zeggen. Trouwens, er zou eens iemand een paar A4-tjes moeten wijden aan wat nu eigenlijk het verschil is tussen vorm en inhoud. Dat zou nog wel eens een stuk minder zwart-wit kunnen liggen dan men in het algemeen aanneemt. Maar laten we het, voordat dit een essay wordt, in vredesnaam over Hout hebben. De nieuwe bundel van Belleman doet er namelijk wel degelijk toe.

Zoals veel bundels bestaat Hout uit een aantal gedeelten, vijf om precies te zijn. In tegenstelling tot veel andere bundels echter vertonen de gedichten in ieder gedeelte een duidelijke onderlinge samenhang, waardoor de bundel heel natuurlijk leest. Hoewel een aantal gedichten eerder is gepubliceerd, heb ik als lezer nergens het gevoel dat ik een willekeurige selectie lees uit de gedichten die de dichter toevallig in de bureaula had liggen. 'Op het formulier Doodsoorzaken', heet het eerste gedeelte en, inderdaad, vanuit het eerste gedicht grijnst de dood ons al toe:

op het formulier DOODSOORZAKEN
omcirkel m/v.
scheelt alvast.

'k moest maar eens kanker krijgen.
of dat het vliegtuig
vleugels voor zijn ogen op de rotsen knalt.

of van dat inpakbubbeltjesplastic,
lichaam dat cel voor cel kapot knapt.

't is een soort belasting die je niet ontduiken kunt.
die ik niet ontduik.

kanker, rotsen.

of de grand canyon, doordrenkte poliepen,
epileptische aanval, schuim op mijn lippen.

zelfs de pest is niet uitgeroeid, niets lucht op.

Het is duidelijk dat het Belleman menens is. Met beelden die tegelijkertijd herkenbaar en schokkend, schijnbaar uit context en toch toepasselijk zijn, weet hij een universeel thema persoonlijk te maken. Hij vertelt wat hij wil vertellen, niets meer en niets minder. De vorm volgt de boodschap bij Belleman, daarin is hij bijzonder consequent. En het blijft zo: in zijn beknopte maar uiterst sprekende beeldtaal vertelt de dichter ons over verborgen verlangens, hypochondrie en neurose. Nu helpt het wel dat ik, net als Belleman blijkbaar (zie het gedicht 'Muggen' uit zijn debuut Nu nog volop ventilatoren), een pesthekel aan muggen heb, maar ook zonder dat is het zo dat de door hem beschreven emoties altijd herkenbaar zijn. Het worden tijdens het lezen onze emoties, onze verlangens, onze neurose. En dat zonder te beschrijvend of voorspelbaar te worden en ook zonder voelbaar effectbejag. Een balans die Belleman vrijwel de hele bundel overeind weet te houden.

De enige plaats waar deze even in gevaar komt is het tweede gedeelte. 'Het is maar goed' bevat tien korte, titelloze gedichten over een stervende vader. De vader slaat zich er met zijn galgenhumor doorheen maar de ik-figuur, de zoon, is zwaarmoedig. Bij het verwoorden van deze moeilijk te vertalen emoties lijkt de dichter steeds wat haastig op zoek naar een afsluiting en komt dan soms met een wat onhandige uitsmijter op de proppen. Zo lezen we: 'dan toch onder de eiersnijder/ de arts breekt de dooier/ in mijn vader druipt een oude man// wat een vak heeft zo'n dokter, hè?' Het zal met het onderwerp te maken hebben, maar we zijn hier de virtuoze Belleman even kwijt.

In de overige gedeelten komt weer wat algemenere materie aan bod en is Belleman weer zijn beeldende, meeslepende zelf. Die materie biedt overigens voor elk wat wils. De delen 'Tennis', 'Uiterste vrouw' en 'Vitaminetabletten' geven ons Liefde, maar ook het lullige gevoel dat je kan hebben als je meeloopt in een demonstratie. We lezen een uiterst komisch gedicht over een baviaan die zich beklaagt over zijn gevangenschap in een dierentuin, maar ook gedichten die aanvoelen als nachtmerries nog lang blijven spoken. In de afgemeten stijl van Belleman komen alle onderwerpen tot leven, vaak met dialoog in de gedichten en vaak - maar niet storend vaak - met Amsterdam als decor. Ik zal eindigen met één van mijn favorieten:

de aanklagers hebben piepschuimen horens.
als ze honger hebben breken ze een stuk af
en eten het op als een rijstwafel.

de houten rechter met zijn hamer vergroeid
loddert mij aan terwijl de aanklagers koortsachtig pleiten:

- hij maakt grappen met rabarber en daar lachen wij niet om.
- bij scrabble rekent hij zuivelproducten fout.
- hij checkt zijn feiten met een bijl.
- en daarna gaat hij duiden.
- hij schopt ruzie met pinguïns
- die daar te dronken voor zijn.

vol geloof tast ik naast me, waar jij zou moeten staan,
stralenkrans als een bef over je borsten heen gevouwen.
maar er ligt alleen een handboei.

mijn enige hoop is dat ze op een vormfout stuiten.
wat kan ik anders doen dan wegrennen tot ik uitglijd?
halverwege de kalverstraat krijgen ze me te pakken.

Geen twijfel mogelijk: Hout bevindt zich in de absolute topklasse.

Bas Belleman - Hout
Uitgeverij 521, Amsterdam 2006; 56 blz.; 16,90
ISBN 90 499 7012


[gepubliceerd: 29 april 2006]
 
^