Meander * Eerder * Recensies * Exorbitans - Han van der Vegt
 
Han van der Vegt - Exorbitans
Een onderneming met bravoure
door Julia van Steennis

Met de bundel Exorbitans staat Han van der Vegt (1961) op het moment tussen 57 andere dichters op de longlist voor de Publieksprijs voor de beste poëziebundel van 2006. Het is inmiddels zijn vierde bundel. Eerder verschenen van zijn hand Oker, Plonder en Ratel en Experimenten.
Exorbitans heeft Van der Vegt vernoemd naar het ruimteschip waarmee hij in een episch gedicht vier personages laat reizen naar andere zonnestelsels. Op deze wijze wordt ook de lezer meegevoerd naar andere dimensies van het uitspansel, ergens achter het punt waar tijd en ruimte elkaar raken. Een aanstekelijk relaas, voor wie niet ongevoelig is voor wat bravoure, sciencefiction gevangen in zinderende beschrijvingen, en een zoektocht naar nieuwe mogelijkheden die onze bekende wereld in een ander perspectief doen oplichten.

Het verhaal laat zich vertellen in 67 bladzijden en is systematisch opgedeeld in strofen van zeven regels, waarin gelijke klanken voornamelijk opgezocht worden in eindrijm en halfrijm. Met name door het rijke taalgebruik ontstaat een illustratief beeld van de trip die de opgevoerde reizigers (Rolfo, Zark, Mim en Brand) maken. Tijdens de reis komen zij verschillende verschijningsvormen tegen: zij zetten voet op planeten en converseren met andere wezens, die soms alleen in het luchtruim zweven. Elk levend wezen krijgt een kans uit te leggen wat de ontwikkeling en het doel is van hem en zijn soort. Dit wordt aangegeven in cursieve tekst. Verder is het gedicht afgescheiden door sterretjes waardoor er hoofdstukjes ontstaan. De confrontatie met de externe wereld en de verkregen informatie wordt op deze wijze afgewisseld met wat de toestand binnen het schip is. Daar wordt de informatie verwerkt; deze hoofdstukjes worden vaak beëindigd met een korte omschrijving van de gedachten en gevoelens van de passagiers. Het schip anticipeert op die wil en gemoedstoestand van zijn medereizigers; Exorbitans heeft toegang tot deze informatie door middel van een draadloze plug die zij in hun neusgaten bevestigen. Maar uiteindelijk bepaalt het schip de koers, al raakt het soms verstrikt in het grote niets (ook wel een groot zwart gat genoemd) en verliest het op deze momenten de controle over de sturing. In het begin van het gedicht wordt ook het schip zelf - dat bij Van der Vegt trouwens vrouwelijk is ('Exorbitans is haar naam, want zij zal buiten/ elke bekende baan het heelal ontsluiten./ Aan ons de taak haar daarbij terzijde te staan') - aan het woord gelaten, en vertelt het over zijn ontstaan, ontwikkeling en doel:

Nu is mijn rots verzadigd van kennis en moet
mijn kennis zich weer verharden tot de rots.
Misschien zullen ooit mijn cellen tot nieuwe gloed
ontwaken in dit gesteente, misschien zorgt
hun code ervoor dat mijn opvolgster de kennis sneller
verwerven kan, misschien de steen overweldigen
kan en hem kan sturen naar een fellere zon.

Maar evengoed kan er niets meer uit deze steen
ontstaan dan het blauw dat hij over de hemelvloer strijkt
of een wezen van andere aard, iets dat geen
waarnemingen doen kan, voor zich kijkt
zonder begrip of interesse, een gedrocht
dat eenvoudig te lui is of te stom
om iets van zijn omgeving te kunnen begrijpen.

De doel van de reis is dus niet wat vermakelijk sightseeing; nee, er is sprake van een natuurlijke noodzaak, een missie. Het is de bedoeling een volgende fase in te gaan, door zich te verplaatsen naar onbekend en hoger gelegen gebied, waarbij kennis wordt uitgewisseld en de reiziger zich blootstelt aan verandering. De gevolgen hiervan worden ook lijfelijk ondervonden. Zelfs het buitenaardse wezen dat zij aan boord hebben genomen ter observatie, krijgt te maken met lichamelijke aantasting door de verandering in omgeving. Het wezen wordt ziek en de passagiers ontfermen zich over de logé. Dan wordt ook dit wezen ingeplugd, waardoor het schip in contact staat met diens wil en gevoelens, wat uiteindelijk leidt tot het bereiken van de bestemming, meteen ook het einde van de epische tocht.

Vooral wanneer Van der Vegt de link opzoekt met de kenbare wereld op aarde, komt hij tot aardige vondsten. Zo bedenkt hij hoe de mens aan zijn hersenen komt, is de ruilwaar van de passagiers voor buitenaardse dranken koffie en bananen, en laat hij zelfs Jezus het pad (of eigenlijk: de baan) kruisen van Exorbitans. De reizigers herkennen in de man niet meteen de zoon van God, daar zijn stralenkrans uitgedoofd is. Jezus legt uit dat de Hemelvaart mislukt is en hij nu bevangen wordt door twijfel over bedoeling en richting. Wel is hij nog welwillend en in staat wonderen te verrichten; met één handgebaar geneest hij de verdorde hand van Rolfo. Juist door alledaagse zaken en oude waarheden te integreren met een fantasierijke en onbekende wereld, voegt Han van der Vegt een aantrekkelijke dimensie toe aan zijn episch gedicht. Het zorgt ervoor dat het niet alleen een bravoure poging is de grenzen op te zoeken in de mogelijkheden van de ideeënwereld, maar geeft deze daarnaast een geloofwaardige impuls door bestaande waarheden in een ander licht te stellen. En Jezus’ bestemming in een ander daglicht zetten; dat getuigt van durf. Als een ‘gedroomde’ werkelijkheid in contact komt met iets ‘echts’, en er een interessante mogelijkheid ontstaat, of dit ten minste tot een aardige gedachte leidt, dan heb je iets goed gedaan en kan de onderneming als geslaagd worden bestempeld.

Han van der Vegt - Exorbitans
BnM Uitgevers, Nijmegen 2006; 72 blz.; € 9,95
ISBN 90 77907 24 6
Luisteren: boeken.vpro.nl/boeken/27868577/


[gepubliceerd: 18 mei 2006]
 
^