Meander * Eerder * Recensies * Twee vrouwen in de sandwich * Hélène Gelèns en Sheila Cussons
 
Hélène Gelèns - niet beginnen bij het hoofd en Sheila Cussons -De schitterende wond

Twee vrouwen in de sandwich
door Wilma van den Akker

'Het is nooit te laat om het licht te zien,' zegt Gerrit Komrij zelf tijdens de presentatie van nr. 13 en 14 in de Sandwichreeks. 'Toevallig' deze keer twee bundels van vrouwen: nummer 13 is het debuut van Hélène Gelèns, niet beginnen bij het hoofd, en nummer 14 poëzie van de vergeten, Zuid-Afrikaanse Sheila Cussons, De schitterende wond. Een verslag van de presentatie staat hier. De Sandwichreeks is een persoonlijke hobby van Komrij. Beurtelings verschijnen een debuut en werk van een vergeten of verwaarloosde dichter. Zie ook www.uitgeverij521.nl.
Overigens zijn de bundeltjes prachtig uitgevoerd in hardcover, met een klassiek kaftje voor de oude en een fris streepjesmotief voor de nieuwe dichter.

Het blauw met witte streepjesmotief is voor niet beginnen bij het hoofd. Het titelgedicht van deze bundel is het slotgedicht. Niet mee beginnen dus, die boodschap is duidelijk. De volgorde van de gedichten in dit debuut is zeker niet dwingend. Integendeel, het geheel komt op mij zeer dynamisch en beweeglijk over. De vormen zijn divers, van vrij tot enigszins experimenteel, zoals in 'zekerheid of de hik-denk-sprong', waarin 'ik' aangroeit tot 'hik' en 'wij' tot 'wijn'. Ook inhoudelijk zit er veel beweging in deze poëzie. Hélène Gelèns gebruikt graag werkwoorden als rennen, schommelen, sjezen, doorwaaien (een heel fraaie), maar ook subtielere, zoals bladeren, waden, aaien en beademen.

Twee zinnen keren, nagenoeg identiek, terug in verschillende gedichten: 'er hangt een rare mevrouw aan mijn kont' en 'alle straten voeren (respectievelijk lopen, rennen) hier naar zee'. De straten die lopen, rennen komen voor in 'daar is de man' en 'als de avond valt'. Laatstgenoemde is mijn favoriete gedicht uit de bundel. Het neemt de lezer mee in een vliegende vaart.


ALS DE AVOND VALT

je hoeft het maar te vertellen aan iemand die de weg vraagt:
alle straten hier lopen naar zee
en je weet: ze lopen niet ze rennen

kijk de straten rennen op huizenvoeten
ren mee met de straten
pas op: lantaarnpalen stoplichten
en kerktorens blijven stokstijf staan
ren op klinkervoeten naar zee
samen met een straat kom je aan

kijk de zee deint naar de hemel
dein met de zee de hemel in
lok de straat mee: zeg dat alle straten
naar zee lopen dat zijn ontwerp verder reikt
de straat rent je voorbij
over het deinende water de hemel in

zweef met de straat en de zee door de hemel
cirkel je op warme lucht hoger
en hoger zweefvlucht zolang je kan

een overglijdende aalscholver verliest een visje
lok het visje: laat je ogen lachen
zeg dat het fonkelvinnen heeft en zo sierlijk kan vallen
je springt met het visje in de zwevende branding
het visje danst in en op het water je zingt

kijk ook de straat springt de branding in
de branding valt stil het visje duikt in je armen
de zee koelt razendsnel af bevriest
je haar raakt berijpt
je zingt zingt tot je adem stokt
uit de zwevende zee stijgt donker gebrom

plots vliegen er spetters houtsplinters
klinkers en stoepranden in het rond
ook jij wordt uit de zee gelanceerd

met een pijlstaartrog en een verkeersbord
scheer je langs krijtstrepen
meeuwen krijsen
je kijkt om: in de verte de zee
de fonkelende vinnen van het visje
de straat in brokken uiteengevallen
alles kleurt oranjerood en paars, ook jij

de avond valt
wie jou de weg vroeg is jou al vergeten
iemand wijst op de pracht van de hollandse lucht

Eerdergenoemde 'rare mevrouw' illustreert het speelse, soms meisjesachtige karakter van sommige gedichten, die over schommelen gaan en feestjes. In 'Lief! Maar dat is niet genoeg' omwikkelt de 'ik' haar geliefde met 'de langste lange twinkelhaar'. Lief, en meisjesachtig. Mijn wens is dat Hélène Gelèns blijft spelen met taal en dat haar pen en fantasie in beweging blijven.

***

Het is niet helemaal terecht te spreken van vergeten of verwaarloosd in het geval van de in 2004 overleden Sheila Cussons. In Zuid-Afrika is zij één van de grote namen, samen met Elisabeth Eybers, Olga Kirsch, Ingrid Jonker, 'toevallig' ook vrouwen. Maar in Nederland had nog niemand van haar gehoord. De verschijning van haar werk in deze reeks moet daar verandering in brengen. Het is een bescheiden introductie, omdat Komrij de opgenomen gedichten met vertaling wilde publiceren. De vertalingen zijn door hemzelf gedaan en niet meer dan een handreiking. Naar mijn mening is dat iets te bescheiden uitgedrukt, al is de klank van het Afrikaans uiteraard anders, zingender, dan die van het Nederlands. Ik zal mij in deze bespreking beperken tot de Nederlandse vertaling.

Een dramatische gebeurtenis in het leven van Cussons was het verbranden van haar gezicht door een ontploffende gasoven. Ziekenhuisopnamen, operaties, verminking van haar gezicht zijn het gevolg. In dat licht krijgt het gedicht 'die swart kombuis', 'de zwarte keuken' een aanzienlijke lading. Een fragment:

hebben heksen hier gebrouwen
de zwarte keuken zwijgt
daar in de hoek ligt een kattenlijk
het zwarte geheim blijft dicht


Cussons was een dichter met oog voor het kleine, waarin zij dan weer het grote zag. Dat ervaar ik sterk in het gedicht 'Komma', en gelijk ook haar religieuze inslag. De dubbele betekenis van Het Woord wordt hier vernuftig toegepast:

KOMMA

Een glimmend vliegje kleiner dan een komma
zet zich vertrouwelijk op mijn hand
en begint aan zijn toilet, en ik gevleid
durf me amper te bewegen: zo thuis als hij
vermetel thuis ben ik in u:
O Onveranderlijk, Nooit eindigend,
Nimmer Beginnend Woord waardoor een klein
Verrukt groezelig kommaatje flitst.


Ten slotte, in deze tijd van 'Boer zoekt Vrouw' kan ik het niet laten om twee strofen (de eerste en de laatste) aan te halen van een titelloos gedicht:

De boer doet ook modern, gaat baden
onder de douche met de telefoonsproeier
zijn vader wast zijn voeten op de keukenvloer

(…)

Mevrouw-boer komt van de kapper hoog gekuifd
mini-boertjes laten de nieuwste hard-rockplaten loeien
de ouwe vader spoelt zijn kop leeg onder de tuinkraan.

Voor mij is het volkomen terecht dat Cussons' werk onder de aandacht is gebracht. Ik hoop dat meer van haar gedichten in twee talen beschikbaar zullen komen. En ik ben blij dat Komrij het licht heeft gezien wat deze twee dichteressen betreft.

Hélène Gelèns - niet beginnen bij het hoofd Sandwichreeks nr.13
Uitgeverij 521, Amsterdam 2006; 47 blz.; € 16,90
ISBN 90 499 7031 1

Sheila Cussons – De schitterende wond Sandwichreeks nr.14
Uitgeverij 521, Amsterdam 2006; 47 blz.; € 16,90
ISBN 90 499 7032 X


[gepubliceerd: 16 november 2006]
 
^    deze tekst printen