Meander * Eerder * Recensies * Mark Strand - Gedichten eten
 
Mark Strand Gedichten eten
Gedichten van Mark Strand
door Joris Lenstra


In Amerika is Mark Strand geen onbekende. De in 1934 in Canada geboren dichter was in 1990 Poet Laureate van de Verenigde Staten. Als zo veel respectabele dichters in Amerika heeft hij grote binding met de kunsten binnen de academische wereld. Zo heeft hij een paar bachelorgraden in de kunsten behaald. Hij doceert momenteel op de bekende Columbia University in New York, waar bijvoorbeeld de belangrijkste beatschrijvers elkaar eind jaren veertig hebben ontmoet. En schatplichtig aan de trend in poëzieland, krijgt ook Mark Strand prijs na prijs vanwege het ondoorgrondelijke feit dat hij gedichten schrijft. De serieuze en prestigieuze Pulitzer-prijs heeft hij in 1999 echter ook gekregen voor zijn bundel Blizzard of One.

Van Mark Strand is bij de Arbeiderspers de tweetalige bundeling Gedichten eten verschenen. Een mooi initiatief, omdat er van deze bekende dichter in Nederland weinig te krijgen is. De gedichten zijn vertaald door Wiljan van den Akker, neerlandicus en decaan geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht, en Esther Jansma, publicerend dichteres. Over de vertalingen en de keuze van de gedichten hebben ze uitvoerig gecorrespondeerd met Mark Strand. Gelauwerd als hij is, zal hij zeker een grote vinger in de pap hebben gehad. Achter in de bundel wordt dan ook trots vermeld dat er gedichten zijn opgenomen die ook in Amerika recent voor het eerst verschenen zijn. Gedichten heet van de naald! Alsof actualiteit een kwaliteitsnorm is voor lezers die zich met alle plezier verdiepen in de woorden die honderden zo niet duizenden jaren geleden geschreven zijn.

Maar er zit een keerzijde aan deze op papier zo idyllische samenwerking. De neerlandicus zal het wel gezien hebben, maar de uitgever zal het van weinig belang hebben geacht. Afgezien van de geweldige bron die Mark Strand vormt, de bijzonder nuttige informatie die hij uit eerste hand over de gedichten kan geven en de vermakelijke anekdotes die hij door de telefoon weet te vertellen, is er de belangrijke vraag of de dichter wel de beste criticus is van zijn eigen werk. Is zijn persoonlijke selectie ook kwalitatief de beste? Is de natuurlijke neiging om het laatst geschrevene als meest karakteristiek en representatief te beschouwen ook kwalitatief te prijzen? Er zitten dus de nodige haken en ogen aan deze bundel en er zijn een paar slordigheden. Hoe het ook zij, het goedgevulde Gedichten eten van Mark Strand is verder fraai vormgegeven en ligt nu in de boekhandel.

Bij iedere dichter die al langere tijd bezig is met schrijven en een serieus oeuvre heeft opgebouwd, is het mogelijk een aantal terugkerende elementen aan te wijzen. In verschillende gedaanten zullen deze steeds weer de kop opsteken in weerwil van de levensfasen van de dichter en van de seizoenen. Deze thema's zijn vaak pas achteraf goed te duiden. Het overzicht in de bundel toont ons een aantal van de thema's in het werk van Mark Strand.
Zo kunnen we stellen dat Mark Strand een dichter is die bovenal voor andere dichters schrijft, een zogenaamde poet's poet. Daarentegen zijn er ook dichters die toegankelijk en populair schrijven om zo een breed publiek te bereiken. En er zijn dichters die de intrinsieke schoonheid van de taal willen benaderen. Deze laatste zijn geen oplagekanonnen, maar voor de fijnproever en voor de taal als organisme bij uitstek favoriet.

Mark strand houdt zich zeer bezig met poëzie als fenomeen. Hij heeft bijvoorbeeld een grote fascinatie voor het leesproces. De Argentijnse schrijver Alberto Manguel heeft hier een fraai boek over geschreven, A History of Reading uit 1996. Mark Strand kent evenals Manguel aan het lezen een verheven, poëtische status toe. Zijn opvattingen over de macht van het leesproces zijn in lijn met de postmodernistische opvattingen wanneer er wordt geconcludeerd dat het gedicht niet op papier maar in de lezer tot leven wordt gewekt. De poëtische ervaring bruist in het hoofd en het hart van de lezer; niet in de letters van drukinkt.
Mark Strand verdiept deze opvattingen door de schrijver als personage in zijn gedichten op te voeren. De schrijver is hier tussen de regels door op zoek naar zijn lezer. Hij spreekt deze toe en reikt deze woorden aan. Veel gedichten zijn daarom ook geschreven in de narratieve vorm, de verhaalvorm. Maar in het gedicht beseft hij tevens de eenzaamheid zonder de lezer. Echter - en dat is de fraaie constructie in zijn werk - doordat de schrijver zichzelf als personage opvoert, kan hij tevens als lezer van zijn eigen werk zijn eigen bestaan in de gedichten teruglezen. Het is een solipsistische manier om het eigen bestaan bevestigd te zien, en natuurlijk weer te verliezen zodra hij gestopt is met lezen. Dit is wellicht een wat vergezochte en ontoegankelijke constructie, maar goed te volgen voor een schrijfdocent met de nodige literair-wetenschappelijke en postmodernistische bagage. Dat wat wij werkelijkheid noemen, kennen we eigenlijk niet. We kunnen deze alleen waarnemen en ons aan de hand van die snippers van onze zintuigen er mentaal een beeld van vormen. Onze kennis houdt op bij het begrip van de manier waarop we ons rekenschap geven van die werkelijkheid. We kunnen dus alleen inzicht verwerven in de verschillende vormen van taal en tekens die we gebruiken om te begrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Eén van die vormen is natuurlijk de spreek- en schrijftaal zoals we die hanteren, en Mark Strand weet daar goed raad mee.

In het Amerikaanse online literaire tijdschrift Blackbird publiceerde hij in het lentenummer van 2005 zijn essay Poetry in the World, een ministatement over de ondoorgrondelijkheid van de poëzie. In dit essay gebruikt hij eigenlijk hetzelfde procédé als in zijn poëzie. Hij vertelt een verhaal, in dit geval over het probleem dat hij geen essay met als titel Poetry in the World kan schrijven, hoewel hij wel toegezegd heeft dit te doen. Verder komen er twee studenten in voor die hem op de meest onmogelijke momenten lastigvallen omdat ze hartstochtelijk graag willen weten hoe het met zijn essay gaat. Hun functie in het verhaal is de schrijver, die wederom als personage meespeelt, uitspraken te ontlokken. Deze uitspraken zijn alle een aanzet tot het essay, maar ze zullen er niet voor gebruikt worden, hoewel het uiteindelijke essay in die zin nooit geschreven zal worden. De schrijver, het personage, vindt de uitspraken kwalitatief niet goed genoeg. De ironie is natuurlijk dat die uitspraken wel in het essay terecht zijn gekomen, omdat het verhaal het essay is geworden; met als toevoeging dat de uitspraken niet waarachtig genoeg zijn om de lading van de titel van het essay te dekken.
En zo vertelt Mark Strand, op zijn eigen omslachtige, verhalende, toegankelijke wijze toch nog een heleboel. Een mooi voorbeeld hiervan vind ik deel 4 uit zijn reeks 'Vertalingen', een aantal prozagedichten over de opvattingen van literaire vertaalwerk. In dit gedicht ontvlucht de schrijver zijn bureau voor een kampeertocht. 's Avonds zit hij bij zijn tent als plots het personage Bob uit de tent naast hem opdoemt. Bob belichaamt overduidelijk één kant van een literair conflict:

(...)'Ik ben Bob', zei hij. 'Ik bracht de eerste twintig jaar van mijn leven door in Pôrto Velho en beschouw Manuel Bandeira als de grote niet ontdekte dichter van de twintigste eeuw, tenminste, niet ontdekt door de Engelstalige wereld. Ik wil hem vertalen.' Hij kneep zijn ogen samen. 'Ik doceer Portugees aan de Universiteit van Zuid-Utah, waar de behoefte aan Portugees groot is omdat zo weinig mensen daar lijken te weten dat het bestaat. Je zult het niet leuk vinden, maar ik heb niks met hedendaagse Amerikaanse poëzie en ik zie niet in waarom dat me zou diskwalificeren voor het maken van vertalingen. Ik kan altijd nog een van de plaatselijke dichters vragen te controleren wat ik heb gedaan. Voor mij is de betekenis hoofdzaak.'
Verbijsterd door zijn getekende wenkbrauwen en minieme snorretje zei ik, een beetje onterecht: 'Jullie taaldocenten zijn allemaal hetzelfde. Jullie beschikken over wat kennis van de oorspronkelijk taal en, wie weet, enig inzicht in het Engels, maar daar blijft het bij. De kans is groot dat jullie vertalingen woordelijke weergaven zijn zonder het karakter of het gevoel van poëzie. Jullie zijn de eersten die zullen verklaren dat vertalen onmogelijk is, maar bagatelliseren probleemloos hoe moeilijk het is.' Vervolgens pakte ik mijn spullen in, brak de tent af en reed terug naar Salt Lake City.


Ook zijn hier twee andere elementen van zijn poëzie terug te vinden: de surrealistische confrontatie tussen enerzijds poëzie als gespreksonderwerp en anderzijds de banale werkelijkheid met de achtergrond van het kamperen en het lichtelijk vreemde personage Bob. Hilarischer wordt het zelfs in het gedicht 'Verhalend proza', waar hij eerst in de supermarkt en later thuis aan de telefoon met zijn moeder verwikkeld is geraakt in een constante interne dialoog over definities en zinloosheid van verhalend proza. Hierdoor wordt de verwachting gewekt dat de teksten meer bevatten dan er op het eerste gezicht valt te begrijpen. Deze grotesk aandoende gebeurtenissen doen mij denken aan het Zuid-Amerikaanse magisch-realisme.

De bundel Gedichten eten is een mooie inleiding geworden op het werk van Mark Strand in Nederland. Bijzonder mooi uit deze bundel vind ik de gedichten 'Vrijage' en 'Gedichten Eten'. Goed geschreven gedichten ga je op een gegeven moment niet meer lezen maar beleven. Hier is dit Strand wat mij betreft gelukt.

Gedichten eten

Inkt druipt langs mijn mondhoeken.
Niemand is zo gelukkig als ik.
Ik heb gedichten gegeten.

De bibliothecaresse gelooft niet wat ze ziet.
Haar ogen staan bedroefd
en ze loopt met de handen in haar jurk.

De gedichten zijn op.
Het licht is zwak.
De honden op de keldertrap komen naar boven.

Hun oogballen rollen.
Hun blonde poten branden als braam.
De arme bibliothecaresse begint stampvoetend te huilen.

Ze begrijpt het niet.
Wanneer ik op mijn knieën val en haar hand lik,
schreeuwt ze.

Ik ben een nieuw mens.
Ik grom naar haar en blaf.
Ik dartel van genot in de boekige nacht.


Mark Strand - Gedichten eten
De Arbeiderspers, 2006; 176 blz.; 25,00
ISBN 90 295 6446 6




[gepubliceerd: 21 april 2007]
 
^