Meander * Eerder * Recensies * Serge van Duijnhoven en Fred de Backer - Klipdrift
 
Serge van Duijnhoven en Fred de Backer - Klipdrift
Tussen hemel en aarde
door Peter Wullen

Na Bloedtest en Obiit in orbit presenteren dichter Serge van Duijnhoven en dj Fred dB samen het collectief Dichters dansen niet - Klipdrift, een nieuwe mix van poëzie en muziek. De cd vormt 'een wervelende afwisseling van spoken word, sferische collages, klankexperimenten en messcherpe audiocollages'. Fred de Backer ondersteunt met soundscapes de gedichten van Van Duijnhoven en geeft ze een gelaagdheid die ze in boekvorm niet kennen. De symbiose van poëzie en muziek werkt en de cd is best leuk om naar te luisteren. Maar werkt de poëzie ook als ze op zichzelf staat? Wat te doen bijvoorbeeld met het hierna volgend fragment zonder de muziek en de voordracht van Van Duijnhoven?

Ge zijt een zak
Ge schijt in as
Ge pijpt de lul
Ge schijnt een wrak

Dit is flauw! En wat met het hierna volgend fragment uit loop ik langsheen het leven? Op cd is dit een vrij nerveuze collage van loops, stemmen en van oosters aandoende beats. Op papier gaat dit effect helemaal verloren - alsof je de lyrics uit een cd-boekje voorleest. Poëzie is het niet. Saai is het wel. Drie bladzijden lang nietszeggendheid.

Als ik vergeet, geloof dan niet dat het is omdat ik wreed zijn wil
Als ik verwijs, geloof dan niet dat het is omdat ik wijs zijn wil
Als ik vertel, geloof dan niet dat het is omdat ik spreken wil
Als ik spreek, geloof dan niet dat het is omdat ik horen wil
Als ik zwijg, geloof dan niet dat het is omdat ik zever wil

Het dichtbundeltje ziet er nochtans patent uit - heel dadaïstisch met veel kleuren. In de bundel wordt een ganse pagina gewijd aan de verschillende betekenissen van de titel Klipdrift: 'een niet-diepgaande zeestroming die door de heersende wind ontstaat' en 'een instinctieve impuls op de grens van levensdrift en doodsdrift' en 'de fatale paringsdans van Eros en Thanatos'. En tenslotte is klipdrift ook nog 'een Zuid-Afrikaans prikkelend drankje van wodka-cola in glazen flesje'.
Op de pagina erna staat een citaat van Maurice Gilliams, uit Bronnen der slapeloosheid IX:

En in de ziel gereed om te verdwijnen,
krijgt ieder op zijn klip zijn angsten toegemeten,
tot in de borst verkleumd van zwijgzaamheid.

Van Duijnhoven maakt het zich hiermee meteen knap lastig. Aan de hielen van Gilliams komt hij bijlange na niet, zodat de mooie verpakking de inhoud niet waarmaakt. Een flauwe woordgrap in een gedicht als Jungske kan daar weinig aan verhelpen. We vallen in herhaling. Op cd voorgedragen klinkt dit best aardig. Enkel op papier heeft het te weinig kwaliteiten. Van Duijnhoven had duidelijk geen inspiratie toen hij aan deze bundel begon. De uitgever moest het doen met twee of drie behoorlijk goede gedichten. Het aardigste gedicht in de bundel is Zelfportret zonder ik. Dit gedicht bezit voldoende ambiguïteit en gelaagdheid om voor poëzie door te kunnen gaan. Hieronder het volledige eerste deel van dit gedicht:

de geheimagenten van mijn bewustzijn
schaduwen mijn brein
wie bepaalt er wie de vijand is?
degene die zich in mijn naam

verbasterd heeft van tegenpartij
('e-ne-my') tot die ene-in-mij
twee wezens uit hetzelfde nest
ontstaan; mijn lichaam blijkt

bestand. Mijn verstand
gaat kopje-onder
in het gistende moeras

van het handjevol verwanten
dat ik was

Ook mooi gevonden is Der Duft der Frauen in Nylon. Van Duijnhoven komt hier het dichtst bij iets dat op poëzie lijkt.

O zalige geur van vrouwen in nylon
O verrukkelijke leer met een slag om de arm
O dampende dij, malse heup, vaar langszij
O weegbree en wei en het ziltgroen van zomers

Doorheen de bundel raakt hij de rode draad echter steeds meer kwijt, tot hij stuiterend tot stilstand komt in het op herhaling en op onnozele taalspelletjes geënte Nu het oog steeds vertrouwder:

Nu zo rood als de stonde.
Nu zo stoned als de kommer.
Nu zo kwel als de zomer

Zo gaat het nog ruim drie bladzijden door. Daarna komen we bij het volgende voorspelbare - Tot het slot het einde - dat ook weer twee bladzijden opvult. Wat te denken van het vleugellamme titelgedicht Klipdrift of van No More chains, een soort prozaïsche overpeinzing bij het werk van de mij onbekende Duitse jazzcomponist Ali Haurand? Te oordelen aan de compositie op de cd is dit waarschijnlijk wel een interessante en te ontdekken muzikant. Van Duijnhoven maakt er zich echter vanaf met enkele verschrikkelijke dooddoeners. In bepaalde kringen zal dit waarschijnlijk doorgaan voor poëzie en ijverig en klakkeloos overgenomen en eindeloos gedebiteerd worden.

We kunnen zingen, dromen, musiceren, uiting geven aan onze diepere zielroerselen, we kunnen wellicht juist kracht en waardigheid vinden door onze zwakheid te bekennen, zeggend 'dat we niet strijden op hoop van overwinning, opdat we niet overwonnen worden'.



Serge van Duijnhoven en Fred de Backer - Klipdrift
paperback met cd
Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2007; 19,90; 64 blz.
ISBN 10: 9046802833
ISBN 13: 978904680283 0



[gepubliceerd: 28 juli 2007]
 
^