| Meander * Eerder * Recensies * Poëzie Kort | ||
|
De Vries, Hoedemakers, Van Biezen en Carrière
Poëzie Kort
door Joop Leibbrand
Het tijdschrift De Brakke Hond wijdde het zomernummer 2007 (nr.95) geheel en al aan het prozagedicht. Als er een ding duidelijk uit werd, was het wel dat het genre zich aan alle literaire 'regelgeving' onttrekt; het is een etiket dat op alles geplakt kan worden, omdat het, zoals Lut Missine eerder schreef, alle conventies over wat proza en poëzie is aan zijn laars lapt. Het enige wat je er eigenlijk over kunt zeggen, is dat het als bij vrijwel iedere tekst gaat om een 'verzelfstandiging van wezenlijke momenten' (Van der Weij) waarin sprake is van een bepaalde concentratie en intensiteit. In Motorman verzamelde schrijver en muzikant Nyk de Vries (1971) veertig tekstjes die als prozagedichten door het literaire leven gaan. Het zijn zonder uitzondering licht absurdistische fragmenten uit een alleszins reële wereld, met illusieloze, onderkoelde humor gebracht en altijd afgerond met een laconieke slotzin. Proza omdat het korte verhaaltjes zijn en poëzie omdat ze gebracht worden in de vaste vorm van een – afgezien van de laatste regel -uitgevuld tekstblokje. De Vries heeft gemiddeld niet meer dan twaalf regels en iets meer dan honderd woorden nodig om een volstrekt eigen wereld te scheppen. Motorolie
De bewaker maakte op vaste tijden zijn ronde door de winkel. Enkele avonden voor kerst liep ik achter hem aan naar het audiohok op de bovenste verdieping en tot mijn verbazing zag ik dat hij zich uitkleedde en vervolgens zijn kont insmeerde met motorolie. Stephanie, die me stilletjes was gevolgd, kwam achter me staan en vleide zich zacht tegen me aan. 'Wat een geluk,' zuchtte ze, 'wij hebben dat soort dingen achter de rug.' In een interview verklaarde De Vries dat hij niet meer probeert dan simpelweg korte, wonderlijke melancholieke verhaaltjes te vertellen. Het gaat hem goed af. *** Van Jeanine Hoedemakers (1954) verschenen tussen 1985 en 2003 bij De Beuk zeven bundels. Over de laatste, Het groen vindt al wat herfst schreef Edith de Gilde dat deze 'sobere, vaak humoristische gedichten [bevat] waarin meer wordt gesuggereerd dan uitgesproken.' (Lees meer.) In sierlijk vallen, een piepklein boekje van 10,5 bij 7,5 centimeter, verzamelde Hoedemakers 184 haiku en senryu, een genre dat het, of het nu om de natuur of om de mens gaat, voornamelijk van de suggestie moet hebben. De losse gedichtjes zijn min of meer thematisch geordend, en omdat iedere afdeling een titel meekrijgt, lijkt het herhaaldelijk alsof de bladzijde gevuld wordt door één, uit vier strofen bestaand gedicht: haar woordentuin
ronddolend in haar woordentuin de bloem die zij werd de avond valt uit het puntje van haar pen soms is het geen haiku maar een wereld, gevangen in een notendop alles, ja alles kan ik schrijven, maar hoe dwaas klinkt pijn op papier Meer over het bundeltje op Hoedemakers eigen website. *** Marc van Biezen (1968) leverde met Afwezigheidsassistente een alleraardigste bundel light verse af. Het achterplat meldt vrolijk: 'In de gedichten in Afwezigheidsassistente is, net zoals in het echte leven, de dood alomtegenwoordig. Maar gelukkig is er af en toe ook ruimte voor ziekte, verval, vergankelijkheid, valse hoop en sombere seks.' Zo is het precies, en daarom biedt iedere bladzijde wel een verrassing. Alleen jammer dat Van Biezen soms wel erg kort van stof is en sommige gedichten nauwelijks de lengte van een aforisme halen, zoals in 'De evangelische waarheid': god bestaat / hij zegt het zelf en 'De afwezigheidsassistent van god': in dringende gevallen kunt u contact / opnemen met mijn zoon. Bon mots zijn het zeker, al zullen sommigen zich best aan Van Biezens sardonische humor ergeren: Opstanding
jezus knipperde met zijn ogen en zocht naar een verklaring zo voelt dat dus, zeide hij: een net-nog-doodervaring In enkele gedichtjes liet hij zich inspireren door Lodeizen ('Vader'), Reve ('Droom'), Ducal en Faverey. Ze behoren tot de aardigste van de bundel. *** Pierre Carrière (1967) – de naam lijkt te mooi om geen pseudoniem te zijn – werkt als tekstschrijver in de reclamewereld, is een enthousiast amateurfotograaf en heeft een fascinatie voor wat er buitenshuis te zien is aan 'kleine' dingen: de achteloos weggegooide rotzooi van de consumptiemaatschappij, maar ook verloren kleinigheden of zomaar bijzondere attributen. Voor wie erop let, ligt de wereld ermee vol en in het mooi uitgegeven Bermspinsels laat hij het in woord en beeld uitgebreid zien. Het boek bevat 45 ongemeen heldere foto's van bijvoorbeeld een verfrommeld flaconnetje Odol, een verroest blikje, een verloren armband, een dobber in het riet, een badeendje op het strand. Het zijn foto's die je wilt terugzien, die blijven verrassen omdat ze op een geheimzinnige manier iets intrigerends hebben. Helaas zijn de tekstjes die Carrière er ter uitleg en illustratie bij schreef (meestal in kwatrijnvorm) nogal zouteloos en zelfs onbeholpen. Bij een achtergelaten paraplu staat bijvoorbeeld: na regen komt zonneschijn / maar laten we niet vergeten / al voelt die warmte nog zo fijn / daarna komt weer gewoon regen en bij een kapotte kerstbal schrijft hij: Je smijt de blauwspar de straat op / hebt het helemaal gehad / met kerststollen en oliebollen / maar oeps, je vergeet nog wat. Wie vindt dat dit ook los van de foto – toch een criterium – nog enige waarde heeft, mag het zeggen. Vijf lege flesjes Heineken leverden nog een van de aardigste versjes op: Hij komt uit z'n roes / zij net uit haar werk / een blik van herkenning / ze drinken hetzelfde merk. Op de website van Bermspinsels bestaat de mogelijkheid om bij een twaalftal nieuwe bermfoto's eigen teksten te plaatsen. De foto's doen niet onder voor die in het boek, de bijschriften – op een spitsvondige van Coen Peppelenbos na – maken van Carrière met terugwerkende kracht bijna een echte dichter. Nyk de Vries – Motorman en 39 andere prozagedichten
Friese Pers Boekerij, Leeuwarden 2007; 60 blz.; € 15,- ISBN 978-90-330-0622-7 Jeanine Hoedemakers - sierlijk vallen
't schrijverke, 's-Hertogenbosch 2007; 48 blz.; € 8,00 ISBN 978-90-809482-4-2 Marc van Biezen - Afwezigheidsassistente
Rothschild & Bach, Amsterdam 2007; 48 blz.; € 14,90 ISBN 978-90-499-7057-4 Pierre Carrière – Bermspinsels
kleine Uil, Groningen 2007; 96 blz.; € 17,50 ISBN 978-90-77487-49-5 [gepubliceerd: 3 november 2007] |
||
| ^   | deze tekst printen |