Meander * Eerder * Recensies * Het Grote Dieren Gedichtenboek
 

Een wittigheidje in het prille groen
Het Grote Dieren Gedichtenboek
door Joop Leibbrand

Vorig jaar verscheen van Wim Zaal bij Meulenhoff de bloemlezing Een leeuw is eigenlijk iemand. Met 350 gedichten van 220 auteurs leek de bundel voor jaren de standaardbloemlezing voor de Nederlandstalige poëzie over dieren te worden. In zes afdelingen (Honden en katten, Andere zoogdieren, Vogels, Insecten, Reptielen en amfibieën, Vissen en weekdieren) liet Zaal zo'n beetje alle dieren de revue passeren waarin dichters sinds de Middeleeuwen hun inspiratie vonden en hij vond daarbij een mooi evenwicht tussen het bekende oudere werk en eigentijdse gedichten. Hij had daarbij ook aandacht voor uitgestorven en opgezette dieren, fabeldieren en Bijbelse dieren en ruimde bovendien plaats in voor een lang fragment uit Van den vos Reinaerde (Bruuns mislukte indaging van de vos), deels in de oude vertaling door Jan Frans Willems (1834), deels in de moderne versie van Ernst van Altena.

Bij Nieuw Amsterdam achtte men de tijd niettemin toch al rijp om ook met een bundel dierengedichten te komen en samensteller Guus Luijters mocht daartoe voor Het Grote Dieren Gedichtenboek putten uit de hele wereldliteratuur. Het is een vol boek, want al telt het 100 bladzijden minder, er staan bijna 150 gedichten meer in; een kwestie van meer gedichten op een bladzijde zetten en flink wat korte teksten opnemen. Wie liefhebber van het genre is, hoeft niet bang te zijn veel dezelfde gedichten aan te treffen. Van de 130 Nederlandstalige auteurs die hij opneemt, staan er zestig ook in Zaal, maar dat levert amper een stuk of dertig doublures op, meestal gedichten die in dit kader onvermijdelijk zijn. Achterbergs 'de dichter is een koe', 'Het schrijverke' van Gezelle, 'Goedemorgen? Hemelse mevrouw Ping' van Fritzi Harmsen van Beek, 'Het ezeltje' van Vasalis en natuurlijk Jan Hanlo's onverwoestbare 'Hond met de bijnaam Knak'.

Hond met de bijnaam Knak

God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte, was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
God, zegen Knak

Hij was een hond
Zijn naam was Knak
Maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak

Van Jacqueline van der Waals (1868-1922), die bij Zaal vreemd genoeg ontbreekt, nam Luijters vijf gedichten op. Voor velen zal 'Het geitenweitje' - het stond in de taalmethode van Paulusse en Voorwinden, generaties lang op de lagere school in gebruik - een schok der herkenning geven. Onvervalst cultureel erfgoed!

Het geitenweitje

Op het geitenweitje
     Staat het kleine geitje
     Bij de groote geit.
Geiteke, wat moet je
     Met je fijne snoetje,
     Dat zoo klaaglijk schreit?

Met je bleeke bekje?
     Geiteke wat rek je,
     Trek je aan het touw?
Snuffende aan mijn mouwen…
     Met je lief vertrouwen
     In zoo'n vreemde vrouw!

In mijn handen stop je
     Nu je jonge kopje:
     Zeg, wat moet ik doen?…
Op het geitenweitje
     Staat het kleine geitje,
     Als een wittigheidje
     In het prille groen.

Luijters nam 116 buitenlandse auteurs op, waarvan zestien uit Zuid-Afrika. In zijn verantwoording zegt hij daarvoor schatplichtig te zijn aan Komrij's Zuid-Afrikaanse bloemlezing, maar dan is het merkwaardig te zien dat hij dan toch telkens de originele bundels als bron aanwijst. Voor een kleine twintig soms wat obscure Nederlandse zeventiende- en negentiende-eeuwse gedichten verwijst hij juist wél naar Komrij. Ook andere bekende bloemlezingen gebruikte hij met vrucht, zoals Willem Wilminks Dieren. De mooiste gedichten (Prometheus, 1996), W.L. Idema's Spiegel van de klassieke Chinese poëzie (Meulenhoff 1991) en vooral Haiku – Een jonge maan van J. van Tooren (Meulenhoff 1973), dat 22 haiku's leverde.
Zijn Zaals favoriete dieren paard (11x), kat (22x) en hond (29x), bij Luijters wordt de top drie gevormd door hond (23x), vogel (32x) – als algemene aanduiding dan, want er komt ook nog een hele serie mussen, meeuwen, nachtegalen, reigers etc. overvliegen – en kat (34x).

Luijters registers zijn onberispelijk: voorin de alfabetische ordening per dier, van aalscholver tot zwijn, achterin die op auteursnaam. Het boek bevat 45 vignetachtige, 'ouderwetse' illustraties waarvan helaas geen bronvermelding wordt gegeven.
'Altijd haalt het dier het beste uit de dichter tevoorschijn', zegt Luijters opgewekt in zijn korte inleiding. Soms is dat inderdaad waar. Lees dit gedichtje van Hugo Pos (1913-2000) maar:

Voordat ik afreis, Charon, heel licht, handbagage,
de boedel opgedeeld, de leeftocht weggedaan,
gun mij een laatste blik als zwermen ganzen
in V-formatie naar het zuiden gaan.

Guus Luijters - Het Grote Dieren Gedichtenboek
Nieuw Amsterdam, 2007; 446 blz.; € 18,50
ISBN 978 90 468 0085 0


[gepubliceerd: 1 december 2007]
 
^