Meander * Eerder * Recensies * Gerrit Komrij - De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten
 

De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij
Een standaardwerk zonder standaardbeleefdheid
door Sylvie Marie

Hoe kun je uit een weelde van vijf eeuwen kinderpoëzie een duizendtal gedichten filteren en daarbij de juiste maatstaf hanteren? Het lijkt een onmogelijke opdracht. Gerrit Komrij geeft in het voorwoord van zijn bloemlezing de Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten toe dat de wereld van de kinderpoëzie ook voor hem in eerste instantie 'terra incognita' was.
Toch probeerde hij zo goed en zo kwaad mogelijk 'alles' te lezen. En 'alles' houdt veel in. Van straatliteratuur en rijmelarijen tot kinderliedjes. Komrij geeft meteen toe dat zijn keuze ter discussie kan staan. Daarnaast speelt ook nog het probleem van de grote variatie in leeftijdsdoelgroepen. Een gedicht voor een vierjarige is immers niet hetzelfde als een gedicht voor een twaalfjarige.

Het lijkt dat Komrij bij zijn keuze aan dat laatste het minst belang heeft gehecht. Hij heeft vooral overwogen wat de inhoudelijke bijdrage van ieder gedicht aan de bloemlezing zou zijn. Aangezien de gedichten chronologisch, naar de geboortedatum van de dichter, gerangschikt zijn, zie je heel duidelijk hoe de inhoud van de kinderpoëzie in de loop der tijd evolueert. Dit terwijl de vorm in al die eeuwen quasi dezelfde is gebleven.
En met inhoud bedoelen we niet bijvoorbeeld speelgoed dat in de eeuwen verandert, maar vooral de verhouding tussen ouders en kinderen. Vroeger werd een kind meer als een 'lege doos' gezien, of tenminste als nieuwsgierig en ondeugend, maar geneigd tot domme handelingen. De kinderen werden dan ook vaak hard aangepakt in oude gedichten. Als je het boek doorleest, vraag je je al snel af of dit wel een voorleesboek is om op het nachttafeltje van zoon- of dochterlief achter te laten. Een voorbeeld van een dichter die zichzelf Hopmanius noemde:


Hoe ongehoorzame kindertjes gestraft worden

Vader liet zijn huis verbouwen,
want het zag er lelijk uit;
Jan zijn zoon vond dat heel aardig
't was een pretje voor de guit.

Maar Papa zei aan de jongen,
Dat, als 't volk was heengegaan,
Jantje niet, als naar gewoonte,
Op de ladders zou gaan staan.

Jantje lei zijn hand op 't hartje
Hief zijn blikje vroom omhoog.
'k Zal 't niet doen Pa!' – zei hij ernstig,
Maar – het kleine Jantje loog.

Want toen Vader eens ging wand'len,
En ook Moe was uitgegaan,
Klom hij schielijk op de ladder
Die het volk had laten staan.

Doch de ladder stond niet stevig;
Jan beklom die keer op keer,
Maar daar glijdt ze, Jan springt neder,
En- komt op zijn hakken neer.

Door de schok was't hoofd van Jantje
Helemaal in 't lijf gezakt;
En zijn welgemaakte beentjes
Schenen ook als afgehakt.

Mie de Poes en Piet het vinkje
Riepen beiden: 'Dat is erg!'
Nu is 't vroeger mooie Jantje
Een afschuwelijke dwerg!'

Toen zijne Ouders wederkeerden,
Gilde hij van puur verdriet:
Maar zijn vader zeide koeltjes:
Neen, die dwerg is Jantje niet.

Moe zei dito van 's gelijke,
En zij brachten hem op straat
Aklig stond hij daar te jamm'ren,
Maar nu kwam 't berouw te laat.

Nu moet hij zijn volgend leven
Beed'len om een stukje brood…
O! Dat ongehoorzaam wezen
Brengt veel kindertjes in nood.

Bij dit voorbeeld is al meteen te zien hoe de meeste verzen zijn opgebouwd. Een kindergedicht van vroeger is gewoon een ritmische vertelling in een rijmschema gegoten, met op het einde een moraal. Moraliserende boodschappen als: je doet nooit wijs, je zelf van kant te helpen (Uit: 'Het Kinderbal' van J.J.A.Goeverneur) of lui en lekker voor een uur gaat goed, maar geenszins op den duur! (Uit: 'Luilekkerland' van A. Van der Hoop Juniorszoon), komen vaak voor. Leuk om te lezen, maar vooral beangstigend om te zien hoe ouders hun kinderen vroeger vermaanden. Gelukkig worden de kinderen hier en daar ook getroost als ze bang zijn in het donker.

Interessant wordt het pas als er na verloop van tijd een evolutie valt te bespeuren in de gedichten. De gedichten staan steeds minder in de derde persoon. Keesje, Pietje en Jantje verdwijnen en naarmate de eeuwen vorderen worden er steeds meer gedichten vanuit het 'ik'-perspectief geschreven. Die evolutie hangt samen met het feit dat de nieuwere gedichten minder belerend van toon zijn dan de oudere en dat het vaker over 'volwassen' onderwerpen als verliefdheid gaat. De bloemlezing van Komrij is in dit opzicht heel waardevol. Iedere liefhebber krijgt de kans om in duizend gedichten vijf eeuwen kinderpoëzie te leren kennen. En duizend gedichten, dat zijn er eigenlijk niet zoveel. Toen ik na drie dagen het laatste gedicht las, was ik verwonderd dat het 'nu al' gedaan was.

Wat de lay-out betreft, had het wel wat beter gekund voor een bloemlezing van deze allure. Hans Hagen noemt de nieuwe Komrij op zijn website 'een ingebonden scheurkalender'. Dat klopt wat betreft de papierkwaliteit, maar als je echt een blad zou willen losscheuren, heb je veel kans dat je een half gedicht in je handen houdt, aangezien de gedichten van het ene blad naar het andere doorlopen. Geen gedicht per blad dus, zoals het in vele andere (mooiere) bloemlezingen wel wordt gedaan.
Nog een punt van kritiek is dat het niet meteen duidelijk wordt hoe de gedichten gerangschikt staan. Volgens geboortedatum van de auteur, goed, maar soms wordt die datum achterwege gelaten en soms wordt die rangorde onderbroken door gedichten van kinderen zelf of door aftelrijmpjes. Daar staat dan geen datum bij. Dat maakt het geheel een beetje slordig.

Het is evenwel niet vanwege de lay-out dat dichters als Hans Hagen en Ted van Lieshout niet tevreden zijn met hun opname in de bundel. Als we hen mogen geloven, zijn de opgenomen dichters vantevoren niet op de hoogte gebracht en hebben ze een schamele vijf euro gekregen per gedicht. Diegenen die niet morren tenminste. Je zou wel wat anders verwachten van een prestigieuze uitgeverij als Prometheus. Niet erg netjes allemaal.
Toch kunnen we blij zijn dat het boek er is. Ik althans vond het heerlijk en verbazend om te lezen, wat er allemaal aan kinderpoëzie te vinden valt.
Het is vooral uitgeverij Prometheus die zich wat minder opportunistisch gedragen mocht. Het uitgeven van zo'n standaardwerk verdient ook een standaardbeleefdheid ten opzichte van diegenen die de uitgave van inhoud voorzien.

Gerrit Komrij (red.) - De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten
Prometheus, Amsterdam, 2007; 1033 blz; € 19,95
ISBN 978-90-446-1057-4


[gepubliceerd: 15 december 2007]
 
^