Meander * Eerder * Recensies * Erik Bindervoet - Voor altijd voor het eerst
 
Erik Bindervoet - Voor altijd voor het eerst
Geschiedenis valt niet te rijmen
door Emily Kocken

Rammstein, de eerste harttransplantatie, Sacre du Printemps, de eerste kloon, klauwkikkervisje, Gillette scheermesje, Heartshaped box (Nirvana), DNA, het sombere Lilja 4–ever en andere nog vele belangrijke kunstuitingen, beroemde doden en legendewaardige geboorten voeren het woord in Bindervoets nieuwste bundel Voor altijd voor het eerst.

Een kakelbonte collage van beroemdheden, meezingers, wereldleed, huishoudelijke apparaten, wetenschappelijke ontdekkingen en sensuele filmsterren, kortom een kroniek van de twintigste eeuw. Elk jaar tussen 1900 en 2000 kreeg een bladzijde toegewezen en ambachtelijk sonnetterend ploegde de schrijver zich door een eeuw vruchten van de menselijke geest.
Wie likkebaardend gaat bladeren naar een jaar in de hoop een bekende te ontmoeten, komt soms bedrogen uit. Dit is niet zo gek, want Bindervoet maakt al in de 'gebruiksaanwijzing' duidelijk dat het om een persoonlijke en eigenzinnige selectie gaat: 'Toeval en ugly worden niet geschuwd, binnen deze constructie.' Maar toch. Omdat wij door de media met lijstjes om de oren worden geslagen, zijn we getraind in het geven van een weerwoord op weer een 'top zoveel' of 'de Favoriet Van'. Zo zocht ik in het sonnet gewijd aan het jaar 1963 vergeefs naar de dood van Kennedy. Maar Jimi Hendrix wist de selectie wel te halen...
En al zegt de schrijver dat het hem gaat om 'Een optelsom van feiten of een vermenigvuldiging daarvan, de uitkomst gedeeld door de lezer' met een verbale handdruk 'U dus, O, mijn broeder, mijn zuster, mijn gelijke!', toch is het bij een onderneming waarin feiten in chronologische volgorde als, eh, feiten in chronologische volgorde worden gepresenteerd de vraag of de verwachting van volledigheid zomaar kan worden opgeheven. Lijstjes zijn link these days. En ook zo doodgewoon. Enfin.

Meteen vanaf de kaft met de Monty Python-achtige knipsels en de absurdistische inleiding wekt het boek sympathie op en de lol van de schrijver spat vervolgens van de honderd bladzijden af.
Aan de gedichten zelf kan je als lezer ouderwets goede quiz-fun beleven, omdat ze stuk voor stuk uitnodigen tot het raden van het onderwerp. Voor wie zeker wil zijn, is er achter in de bundel een personen- en een zakenregister. Soms dient het antwoord zich al na enkele regels aan:

VLOEIBAAR PAPIER (OVER ONZEKERHEID)

Terwijl de Hoedenmaker thee inschenkt,
Bedenkt hij vragen voor de Maartse Haas:
Mag ik, van jou, 'vandaag'? En 'bruin' misschien?
En heb je 'nat' papier? En is het 'wit'?

Alice in W., evenals haar schepper Lewis C., neemt twee pagina's in als 'eersteling', zoals Bindervoet zelf zijn Feiten noemt. Mooi vind ik wel de verspreiding van kleine motieven waaruit een goed oog en eerlijke aandacht spreekt. De personen – ik laat de zaken even achterwege – die in Voor altijd voor het eerst tot leven worden gewekt, worden vaak in een fotografische 'freeze' betrapt: ze gaan net zitten, terwijl op de buizenradio T.S. Eliot het weerbericht leest. Dat is eigenlijk de constructie in zo goed als alle gedichten. Mensen in een ruimte - binnen of buiten - bekeken. De kijker is Bindervoet, vol bewondering, soms iets minder. Aan sommige eerstelingen heeft hij zelfs een hekel, maar mij wordt niet duidelijk waarom hij de 'kasteelroman'-schrijfster afkeurt, die hij op bladzijde 1955 noemt. Zij krijgt wel een plaatsje in zijn eregalerij, dus zo erg kan het niet wezen. De titel spreekt echter boekdelen: 'DE GENERATIE VAN '55 VERWOEST DOOR ONZIN, VOLGEVRETEN GEZAPIG BLOOT'.

Het boek kent een indeling aan de hand van drie personen, van wie de namen bij mij grote vraagtekens opriepen. Want wie zijn Jacob Benzion Schellevis (1900–1933), Wilhemina Johanna Wolf (1934–1966) en Ruth Michler (1967–2000)? Namen die klinken als een klok en door de dwingende plaatsing binnen de bundel struikel je erover. Weer een puzzel. Aan de slag dus, er zit weinig anders op, wil je het persoonlijke domein van Bindervoet binnendringen.
Hun levens bestrijken ieder een derde van een eeuw en als je even stilstaat bij geboorte- en sterfjaar, valt op dat geen van hen bijzonder oud is geworden. Over de personen zelf wordt verder geen informatie gegeven, de gebeurtenissen of uitvindingen die plaats hebben gevonden tijdens hun leven bepalen kennelijk de kleur, geur en identiteit. Is dit misschien de boodschap die de schrijver ons wil meegeven of kun je het zelfs zien als de motivatie voor zijn boek? Misschien is het schandalig, maar ik heb een Googlepoging ondernomen om meer over het drietal te weten te komen. Gortdroge - vage - genealogiesites leverden over Schellevis de volgende informatie op:
'Jacob Benzion Schellevis; geboren 10 feb 1900, handelsreiziger, overleden 2 april 1933 te Amsterdam (NL). Hij trouwde met Rachel de Rood, geboren 9 okt 1898 te Amsterdam (NL), overleden 3 sep 1942 te Auschwitz (PL), dochter van Abraham de Rood.'
Bindervoet drukt het jaar 1900, het geboortejaar van Schellevis, handelsreiziger, als volgt uit:

NEGENTIENHONDERD

De eeuw begint wanneer de snor bezwijkt.
Geboortejaar en stervensuur ineen,
Van knippend levenslicht en zaklantaarn,
Verknipte superman en snorremans.

Elektrisch is de Ever Ready-toorts,
Gemaakt door Mutoscope & Biograph,
Gevestigd in de Grote Molenstraat,
Zoals geadverteerd als laatste nieuws:

Vijfduizend lichtsignalen mogelijk!
(Indien voorzien van batterijenpaar.)
Ook veilig in een schuur vol dynamiet!

Terwijl de eerste staaflamp wordt verkocht,
Augustus, oogstmaand, London, Engeland,
Crepeert in Weimar Nietzsche, uitgedoofd.

Over het gedicht zelf is weinig te zeggen. Objecten en feiten worden dichtend aan elkaar geregen. Het is een manier van (be)schrijven die lijkt op een vrije vorm van een collagetechniek met snippers vergeelde krantenknipsels en een ouderwetse reclameslogan. Bindervoet speelt met de verschillende stemmen uit de geschiedenis van de vorige eeuw. Je hoort het stof van jaren bij wijze van spreken in de speakers kraken. Het geeft het gedicht enig couleur locale.

Over de laatste van de drie hoofdpersonen, Ruth Michler (1967–2000) wil het internet meer melden. Het is geen vrolijk nieuws; sterker nog, door de details over haar leven en vooral haar vroegtijdige dood, krijg je een beeld van een jonge academica die gemist wordt door collega's en familie. Hier bekruipt mij het macabere gevoel dat ik vaker heb na websurfen: dat ik zaken lees die mij niet aangaan. Ik vraag me af of Bindervoet een connectie had met deze Michler. Dat zij op wetenschappelijk gebied een autoriteit was, blijkt uit de informatie die gegeven wordt. Ook was zij onderlegd op vele terreinen en daarmee lijkt ontraadseld waarom zij in Bindervoets top honderd voorkomt, als een muze of een moderne Leonardo Da V.:
'In Boston on November 1, 2000. Ruth, an Associate Professor at the University of North Texas in Denton, was spending the year as a Visiting Scholar at Northeastern University on an NSF POWRE (mid career) grant. She died in a tragic accident with a construction vehicle, while waiting to cross a busy intersection near the campus. Ruth was buried on November 10, 2000 in Essen, Germany.'
Bindervoet drukt haar geboortejaar uit in het volgende gedicht:

EENZAME HARTEN IN EEN DOOSJE DOOR DE INTERSTELLAIRE RUIMTE

De schoonheid van de dag werk op een bank
In Kaapstad. Na een verkeersongeluk
Doneert zij, aan een kruidenier, haar hart,
Dat daarna achttien dagen verder klopt.

Twee zusjes. Ander auto-ongeluk.
De zus van Catherine Deneuve sterft
In haar Renault 10, in de buurt van Nice.
Zij reed te hard en zag het stoplicht niet.

The Beatles zingen All you need is love.
Op heel de wereld daalt hun liedje neer,
Op al wat leeft en sterft, per satelliet,

Op dokter Barnard in Zuid-Afrika,
Op de Oranjekliniek in Den Haag
en op de autoroute vlakbij Nice.

Michlers leven zou zich door de 39 gedichten, waarmee Bindervoet de rest van de twintigste eeuw in beeld brengt, laten tekenen. Na het lezen van haar doodsbericht op het web, met foto erbij, wil ik meer weten.
De dood is een groot aanwezige, al kan Bindervoet aan de dood van Herman Brood, die op bladzijde 1994 voorbijkomt als brandstichter van een galerie, nog geen bladzijde wijden. Te laat gestorven, zou je haast zeggen, voor deze specifieke onderneming.
En zo zijn er meer namen te noemen, plaatsen, feiten en weetjes. Bindervoet brengt vreemde koppels op de been, vervormd klinkende stemmen, aangeknaagd door de tand des tijds, hoe jong de eeuw 'her' eigenlijk nog maar is. Bindervoets onderneming is humoristisch en eigenzinnig. Hij maakt zelf wel uit wat geschiedeniswaardig is en provoceert de lezer om zich af te vragen wie hij zou voordragen als 'eersteling'. Maar ja, dat doen die vermaledijde lijstjes natuurlijk altijd.
Bindervoet is historicus, vertaler en dichter. Naast enkele romans heeft hij boeken met historische onderwerpen op zijn naam staan. Zijn dichtdebuut Tijdelijk zelfportret met hoofd en plaatsbepaling, oranje werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs 1996.

Erik Bindervoet – Voor altijd voor het eerst
De Harmonie, Amsterdam 2008; 128 blz.; € 15,90
ISBN 9789061698234


[gepubliceerd: 9 april 2008]
 
^