Meander * Eerder * Recensies * Kees t Hart - Ik weet nu alles weer
 
Kees 't Hart - Ik weet nu alles weer
Zingerig en dingerig
door Emily Kocken

'Ik wilde later geen dichter worden', is de eerste zin van Kees 't Harts slotgedicht uit zijn nieuwe bundel Ik weet nu alles weer. Het kwam hem niet goed uit, hij beschikte niet over de vereiste kennis. Maar het liep anders: de wolken dreven voorbij en verlangen naar regen bracht het woordeloos weten.

Het is een groot geluk dat 't Hart (1944) wél dichter is geworden, dat hij woorden is gaan vangen om ze vrij te laten in zijn gedichten, poëzie waarin de dingen bovenaan de literaire voedselketen staan - 'Echte dingen zijn liefst geen woorden maar dingen' -, in een werkveld waar woord en weerwoord, wereldse en intieme zaken, jongensdromen en moederlijke instincten strijden om dezelfde plek. Zonder het uiteindelijk te winnen, al worden ze met naam en toenaam genoemd en worden ze voor het voetlicht gebracht in meeslepende anekdotes...

In de veertien gedichten waaruit de bundel is opgebouwd, balanceren de dingen vaak op de rand van de leestafel. Ze maken gewoon deel uit van iemands leven, maar de kale taal geeft ze een merkwaardige kracht. Omdat de verteller ons in gedicht nummer een danig heeft geïnstrueerd over deze kracht, is het onmogelijk om in mensen machthebbers te zien, en wordt elk woord, elke zin, elk gedicht tot een spanningsvolle liefdesverklaring aan de sterke schoonheid van de dingen. De vaste hand van de dichter belet hen te vallen, de no-nonsensestijl fungeert als de perfecte omlijsting waardoor de dingen en het stilleven dat zij samen vormen alle aandacht krijgt.
De bundel opent met een paar gedichten die duidelijk over herkenbare mensen gaan. Beroemde mensen. Mensen met moeders, met werkkamers. Mensen als Elvis, en Goethe. Mensen die 's nachts niet kunnen slapen, net als jij, net als ik, onder een maan die de spullen op tafel als stomme getuigen van hun leven uitlicht.

Memphis

Elvis staat in de keuken
Met me te praten
Ik vertel dat ik
Lekker heb geslapen

Ik droomde van je
Zeg ik glimlachend
Je stond bij een berg
Naar boven te kijken

Elvis luistert en denkt
Aan beelden die hij
Niet meer wil
Geen beelden meer

Ik heb ook gedroomd
Zegt hij er waren
Een paar dingen boven op
Een tafel gezet

Het is stil in Memphis
De straten zijn verlaten
Het is vier uur 's nachts
En de mensen slapen

In de gedichten die volgen, wordt het leven van idolen herinnerd, afgewisseld en vaak versneden met het gedenken van de dichter aan eigen leven. Aan ons leven. Maar in dit soort gewone levens is de keukentafel zoek...
Hoe kan het, vragen wij ons dan met de dichter, onderzoeker af, dat de herinneringen van zogenaamde door ons herinnerde en vooral aanbeden grootheden verschillen van de onze? Omdat wij meer van het hunne willen weten? Of is het antwoord simpeler en kunnen wij na zoveel jaren niet weten wat er op de keukentafel staat, omdat dit beeld verdrongen is door al die beelden van zorgvuldig bewaarde en door andere aanbidders opgepoetste beelden en herinneringen van keukentafels van beroemde mensen?
Lees het gedicht, libretto over het leven van de heilige Franciscus en iets begint te dagen. De bewonderaar, verteller raakt in zijn verlangen deel te worden van het ding dat hij bewondert, verstrikt met het leven ervan. Uiteindelijk lijkt het erop dat de heilige zelf aan het woord is gekomen, hij dwars door alle bewondering (en ruis) heen heeft weten te dringen. Een complexe manier van perspectiefwisseling, die zo geleidelijk aan verschuift, dat je als lezer wordt meegezogen en van lezer schrijver wordt.

Al met al is een merkwaardig discours dat bladzij na bladzij op uiteenlopende wijze vorm krijgt. Dat maakt het lezen van Ik weet nu alles weer tot een soms verbijsterende ervaring. Want je leest duizend dichters tegelijk. Of, zoals Franciscus,'t Hart, zegt: 'Sla na mij alle boeken dicht.'
't Hart legt niets uit, want alles wat er staat is glashelder. Maar hij bindt ook niets vast, dikt niet in, dijt onbeschaamd uit, slaat gerust stappen over. Zoals we van een moderne dichter mogen verwachten, kent de coherentie of vormvastheid geen kleefkracht om de verscheidenheid aan invalshoeken, thema's of motieven op een vaste bodem te plakken. De blik waarmee de schrijver of, ik zou haast zeggen, de verteller de woorden als labels aan de dingen hangt, of aan eigenschappen, locaties, namen of wat dan ook, zodat zij een plaatsje toebedeeld krijgen op het witte vlak, het canvas waarop hij zijn gereedschappen los kan laten, is een veelzijdige blik, een snel afgeleide, intens inlevende, dromerige, kitscherige, slaafse, heersende, bewonderende, sentimentele...

In het bladzijdenlange 'Spiegel' dat door de lengte en de toon epische trekken krijgt, is een van zijn inspiratoren te herkennen: Walt Whitman, van wie 't Hart gedichten vertaalde. In diens prachtige, Leaves of Grass wordt in rijenlange opsommingen van losse woorden, strofes doordenderend en alle chronologie doorbrekend, een intense, bijna hallucinerende tijdsdoorbraak bewerkstelligd waardoor een lezer als het ware het onderwerp wordt ingezogen.
Kees 't Hart kan het zelf ook:

Spiegel (fragment)

dienblad biscuitblik taille ballon
herinnering sprokkelen repatriëring
tapijtstof bestek knikkerkennis fameus
toegangsbewijs momentgebaar trap precies

[..]

springtouw verfklodder brom lichtboog
pose sterf bekvis compositie watermusic
roerloos kaart vingerverlenging tong
zweefgetouw papier souffleur briltante

Pak een willekeurige bladzij uit dit gedicht en het is meer dan een opsomming van de dingen, woorden die geplakt worden op dingen, rare zelfverzonnen woorden die zitten te wachten op een ding, maar dankzij ons, lezers, gratis en met een garantie op herinnering voor jaren een mentale afbeelding krijgen. Het zijn woorden waar 't Hart van houdt, zelfverzonnen, dwarse verhaspelde woorden die deel uitmaken van zijn door hartstocht bezielde woordenrijk, zoals hij graag spreekwoorden verhaspelt of op een verkeerd moment een tegenstem laat invallen om zijn pointe meer body te geven.
Lees je de waslijst van woorden, dan springt je oog kris kras over de bladzijden om na een gezonde warming-up meegenomen te worden. Dank aan de grillige woorddresseur, leve de hand-oogcoördinatie van de lezer. Niets is prettiger dan om met een tekst in samenspraak te zijn. Er ontstaat ritme, een prettige dwang waartoe de hand van de 'meester' je dwingt (lezen jij!). Je voelt je als lezer gedwongen om te categoriseren en een overzicht te scheppen, een pad te banen in de jungle, de weg te vinden in het labyrint, een keuze te maken uit de overdaad van scheepvaartstermen, dieren, werktuigen, eigenschappen, werkwoorden, tijdsaanduidingen, eigenschappen, objecten, neologismen. Franse woorden. Duitse.

Zelf zal hij verlegen blozen, zoals hij ook in het voetbalgedicht 'Tuitjenhorn' bescheiden opmerkt dat hij niet kan wat Gorter kon, die andere held van 't Hart, wiens geest eerst de prachtige verteltrant van dit gedicht heeft bezwangerd en die vervolgens in woord en gebaar langs de lijnen van het veld is gezet.

De soms roekeloze en tegelijk eerbiedige manier waarop 't Hart zichzelf (of de verteller, want wie zal zeggen dat hij het zelf is - alleen omdat hij zijn eigen naam gebruikt?) is een geweldig sterke manier om in een intieme relatie de lezer uit te nodigen om zich ook in een persoonlijke relatie met de door de dichter bezongen held of heldin te storten. Elvis krijgt smoel door de stem van zijn moeder, in Willy Alberti wordt de stem van de dichter schaamteloos intiem met Willy's stem en Betje Wolff laat hij hem smeken haar als haar minnaar anders te herinneren dan de clichés doen. En Zappa, ach Zappa, krijgt alles: de dichter, zijn liefde, zijn jeugd, zijn volwassenheid, zijn huid, zijn haar.

Kees 't Hart - Ik weet nu alles weer
Em. Querido's Uitgeverij BV, Amsterdam / Antwerpen, 2008; 76 blz.; 16,95
ISBN 978 90 214 3409 4


[gepubliceerd: 15 mei 2008]
 
^