Meander * Eerder * Recensies * Toon Tellegen - Hemels en vergeefs
 
Toon Tellegen - Hemels en vergeefs
Onbekende variaties op het bekende
door Jan Pollet

Geen dichter kan zijn lezer zo op het verkeerde been zetten als Toon Tellegen. Met een mengsel van nuchterheid en luchtigheid trapt hij vrolijk open deuren in. Alleen blijken die deuren bij nader inzien toegang te geven tot kamers met ongewone dimensies. Kamers waar niets is wat het lijkt. Kamers waar alles op een verkeerde plaats staat. In zijn jongste dichtbundel Hemels en vergeefs hebben die kamers zelfs vaak een huiveringwekkend sfeertje in de gordijnen hangen.

Hemels en vergeefs laat zich weer lezen in de beste Tellegentraditie: vlot en toegankelijk, eenvoudig en speels. Tellegen is die goede vriend naar wie het aangenaam luisteren is 's avonds aan de keukentafel met een fles eerlijke landwijn. Tellegen verstaat de kunst om je ongemerkt op sleeptouw te nemen in een filosofische redenering. Tellegen tikt op je schouder en begint vriendelijk een praatje over koetjes en kalfjes. Tellegen is de wijze, die alles gezien heeft en nu op zoek is naar de onbekende variaties op het bekende. Tellegen is een heerlijke verteller.
Maar Tellegen is evenzeer de meester van de onverwachte gedachte. Tellegen slalomt in het denken en liefst met duizelingwekkend genot. Hij bouwt een gedachtepatroon op met geen ander doel, zo lijkt het wel, dan het te ontrafelen. Achter de vele Tellegen-spielereien schuilt de Tellegen-strategie, met name: de lezer ontregelen, de lezer op bizarre sporen zetten.

Dit is het begin van Hemels en vergeefs

Ik wil niet vallen
Daarom sta ik hier, aan de rand van een afgrond. (…)

Er schort van alles aan de logica, maar het is Tellegens huisrecept om je meteen binnen te trekken in een ongewone gedachtewereld die we misschien alleen nog maar kennen van onze kindertijd.
Benieuwd naar het vervolg van deze vreemde gedachtegang, lezen we verder:

Ik sta op één been, leun voorover en wankel.
Als ik dat niet zou doen
zou ik niet voortdurend denken: niet vallen! (…)

De dichter neemt ons echt bij de neus. De dramatische aanhef (vallen, afgrond) is niet méér dan het gevolg van een absurd spelletje 'noodlotje tarten': op één been aan een afgrond staan en zien hoe lang je kan wankelen… zoals een kind zijn omgeving kan uitdagen door gevaarlijke grenzen op te zoeken.
Maar er is meer aan de hand. Dank zij dit absurde kinderspelletje kan de dichter een reeks variaties opbouwen op de thema's 'Levensdrift en Doodsangst' en 'Levensmoeheid en Doodsdrift'. Hij sleurt je mee in een draaikolk van overwegingen, uitgestelde keuzes, bedenkingen, correcties. Alle verlokkingen van de wereld passeren de revue tot er geen keuze meer overblijft tussen wankelen en vallen:

(…)
Ik kan niet anders dan altijd aan iets anders denken.
Het komt erop neer dat ik dus niet op wankelen kan vertrouwen.
Maar dat betekent dat ik moet vallen.
Tussen wankelen en vallen is niets. (…)

Nu kan de dichter er niet meer onderuit: hij moet vallen.

(…)
Ik val (…)

maar Tellegen zou Tellegen niet zijn zonder het vervolg:

(…) en zelfs in mijn val denk ik aan iets anders!
Raven, kraaien, kraaiachtigen.
Ik moet dit opschrijven.
Misschien valt er papier en potlood met mij mee.
Ik was een dichter.
Ik wil niet vallen.
Zo begin ik.
Ik…

Einde gedicht… en weer precies bij het begin. Veel van Tellegens gedichten zijn op dit principe gebouwd. Het zijn wonderlijke uitstapjes in het schemergebied tussen logica en intuïtie. Je maakt een korte reis, je tast de mogelijkheden van het denken af. Tellegen neemt je mee op een zoektocht naar het laatste houvast: wanneer wordt het redelijke onredelijk en wanneer wordt het onredelijke onbruikbaar (of: wanneer haakt een mens af).

Hoe speels, absurd, en lichtvoetig de gedichten van Tellegen ook verwoord zijn, toch hebben ze een cerebrale ondertoon. Het zijn eenvoudige, wijze hersenspinsels met verraderlijke uitlopers.
Tellegen is niet in beslag genomen door klank en ritme, hij is in eerste plaats de poëtische spoorzoeker in het web van het denken. En in dat denken is er geen plaats voor hogere dimensies zoals de tweede helft van de titel doet vermoeden.
Vergeefs zullen wij zoeken naar een hogere betekenis. Waar we steeds op uitkomen is het eindeloze netwerk van verbindingen in onze hersenen; van genade of een hoger begrip kan er geen sprake zijn. Het gedicht 'Denken aan' liegt er dan ook niet om:

Denkend aan genade,
alleen al het idee:

een orkestje speelt,
oude mannen met glad achterovergekamde haren
glazen bier op de piano,
een meisje in het wit, dat zingt
over eindeloze wegen en de zee, ten langen leste
                                                                       glinsterend de zee

maar nee, nee,
zo zal het niet gaan,
niet zo en ook niet anders

het zal op geen enkele manier gaan.


Tellegen blikt in deze bundel terug op het leven en maakt de voorlopige balans op. Een balans die verrassend doorslaat naar het onheilspellende; op het randje van het gruwelijke. Het volgende gedicht stapt moeiteloos van een compleet geluksgevoel naar een absoluut dieptepunt:

Avond

Het is zomer.
De zon gaat onder en alles is bijna mooi.
Mensen roepen elkaar toe: "Wat scheelt het nog?"
'Niets!' roepen ze terug. 'Het scheelt niets!'

Nog nooit was alles zo vrijwel volledig,
                                                             zo grenzeloos mooi.
Zij die nu nog waarschuwen voor de werkelijkheid
hebben daar waarlijk geen reden meer voor.

De maan komt op.
Kleine bloedige karkassen drijven langs de horizon
en iemand zegt: 'Ik kan niet meer.'
(wijst naar zichzelf): 'Ik, ik kan niet meer'.
(fluistert): 'Ik.'

Hemels en vergeefs leest als een reeks kleine filosofische vertellingen van een wijze man die met het leven in het reine wil komen. De 'kleine, onooglijke almacht' – 'die woekerende droom' - heeft hij definitief vaarwel gezegd. De dichter is nu 'oud en onalmachtig' en geeft zich over aan de vijand van de almacht die in een stofwolk op weg komt naar hem:

dag grote domme machteloosheid,
kom maar hier,
met je veel te grote voeten
en je grote domme vingers overal.

Vaarwel

Tellegen die de handdoek in de ring gooit? Wacht die volgende bundel maar af.

Toon Tellegen - Hemels en vergeefs
Em. Querido's Uitgeverij BV, Amsterdam / Antwerpen, 2008; 63 blz.; € 16,-
ISBN 978 90 214 34087


[gepubliceerd: 16 mei 2008]
 
^