Meander * Eerder * Recensies * Wietske Loebis - Cavia’s begin september
 
Wietske Loebis - Cavia's begin september
De leeshonger van een analfabeet
door Ivan Sacharov

Bij Nijgh & Van Ditmar verscheen begin dit jaar Cavia's begin September, een bundel met liedjes en gedichten van Wietske Loebis.

Loebis (1974), lezen wij op het achterplat, is werkzaam bij VARA TV Magazine en treedt regelmatig op met een solovoorstelling. Zij publiceerde onder andere in Volkskrant Magazine en de Light Scheurkalender. Ook schreef zij liedteksten voor Margriet Eshuys, Jan Rot, en Manuëla Kemp. In 2005 won zij met het lied 'Maandagochtend' de Prijs van Het Nieuwe Lied van Radio 1, België.
Drs. P en Ivo de Wijs, niet de minste schrijvers in het onvolprezen genre van de poëtische kleinkunst toch, kunnen het niet laten om lovend over haar te schrijven. Drs. P vindt dat ze 'haar sardonische kijk op het leven heel genietbaar verwoordt' en Ivo de Wijs zegt zelfs dat 'haar verzen zowel badinerend zijn als rijk aan zelfspot, zowel technisch knap als knap vermakelijk'... Knap vermakelijk dit alles, inderdaad. Misschien was Ivo even van de wijs, want in de meeste verzen van Wietske Loebis lukt het mij althans niet om dat knap vermakelijke te ontdekken:

Lentelied

Zo'n lammetje, dat huppelt door de ochtenddauw
En dat de lente hoopvol tegemoet wil springen
Zich vrolijk door zijn kleine vriendjes laat omringen
Alleen nog weet van groen als gras en hemelblauw

Zijn moeder, ach, die onuitputtelijke ooi
Ze heeft hem lief, hoewel hij haar doorgaans hoort snauwen:
Ja zeg, verdómme Herman! Nu een keer góéd kauwen!
Typisch zijn moeder – zo hartstochtelijk, zo mooi –

Welnu, meer dan genoeg gemijmerd voor vandaag
Dag meneer de slager, twee koteletjes graag

Wanneer een lente zo flauw is mag het wat mij betreft wel winter blijven. Was april niet de wreedste van alle maanden? Dit kan toch wel wat scherper, en vooral veel onvoorspelbaarder.

Wietske Loebis laat haar gedichten voorafgegaan door een soort van credo:

Ik heb een hekel aan analfabeten
Moet ik toch zeker voor mijn eigen weten
Het zal misschien onaardig van me wezen
Ze kunnen deze bundel toch niet lezen

Het zal misschien onaardig van me wezen, maar ik heb een hekel aan gedichten die te gewild lollig zijn en ik weet dat iemand dit kan lezen.
Wat kan (of wil) ik hier nog aan toevoegen? In elk geval dit stukje zelfkennis: humoristische gedichten, light verse... whatever, het is niet aan mij besteed. Laat ik het maar bekennen: ik houd het meest van sombere, neerslachtige poëzie - poëzie die je bij wijze van spreken kunt gebruiken als briefje bij een zelfmoord. Een tekst kan wat mij betreft niet serieus genoeg (bedoeld) zijn. En is hij per ongeluk toch grappig? Nou ja, niets aan te doen. Dan maar lachen, want dan is het waarschijnlijk 'echt' leuk – dankzij de serieuze intentie natuurlijk. Wellicht maakt deze instelling mij ongeschikt voor het beoordelen van 'light verse'(...). Maar gelukkig staan er ook andere gedichten in de bundel:

De aanvang

Een nieuwe ochtend met een eindeloos begin
Ze wankelt op haar benen door de stille morgen
Waar heeft ze toch haar sigaretten opgeborgen?
't Is zaterdag of zondag – of iets daar tussenin

Rechtsaf... Hè? De Van Baerlestraat? Nou ja, vooruit
Maar even óm, de wind speelt stiekem met haar haren
En dapper jaagt een lang vergeten straatlantaren
De winternacht uit Oost en West, uit Noord en Zuid

Ze is verrukkelijk verdwaald en bovendien
Door iedereen en zelfs, goddank, door God verlaten
Een wonderlijke aanvang – nevel in de straten
Alleen de wijze, oude eik heeft het gezien

Minder voorspelbaar, minder dat toontje van 'kijk mij nou'. Serieuzer en daardoor juist veel beter. Maar is dit eigenlijk nog wel light verse? Hoewel de toon ervan een beetje doet denken aan die van Annie M.G. Schmidt, ontbreekt het scherpe, gekruide dat deze moeder van zoveel volwassen kinderpoëzie op de tong bracht.
Misschien liggen de talenten van Wietske Loebis toch op een iets andere plaats dan zij het zelf wil doen voorkomen. Light verse - en humor in het algemeen - moet het hebben van contrasten, van onverwachte wendingen. Als de saus er te dik op ligt proef je het gerecht niet meer. Daarom moet er een schijn van serieusheid in light verse zitten, die je dan natuurlijk op het verkeerde been zet. Die schijn mis ik bij Wietske Loebis.

Een subliem voorbeeld van hoe echte humor werkt is dit gedicht van Carlos Drummond de Andrade:

GEHUCHT

Huizen tussen bananebomen
vrouwen tussen sinaasappelbomen
vruchten zuchten zingen.

Een man loopt langzaam.
Een hond loopt langzaam.
Een ezel loopt langzaam.

Langzaam... kijken de vensters.

Jezus, wat een stom bestaan.

Maar dit is natuurlijk al haast geen light verse meer.
Zei Godfried Bomans het al niet? Alleen serieuze mensen kunnen humoristisch zijn. Ik durf de paradox aan: als Wietske Loebis wat serieuzer zou schrijven zouden haar gedichten veel humoristischer kunnen uitpakken. Voorlopig laat ik me niet door haar inpakken.

Wietske Loebis - Cavia's begin september
Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2008; 80 blz.; € 14,90
ISBN 978 90 388 9021 0


[gepubliceerd: 20 mei 2008]
 
^