Meander * Eerder * Recensies * H.H. ter Balkt - Vuur
 
H.H. ter Balkt - Vuur
Het verblijf van de poëzie: Achter de bergen
door Jan Pollet

Sinds zijn Boerengedichten uit 1969 timmert H.H. ter Balkt aan een uniek en strijdvaardig oeuvre dat de anachronismen niet schuwt. Ik ken geen dichter die zo hardnekkig aan het land en zijn boerenafkomst verknocht is, ik ken ook geen dichter die zich zo krachtig verzet tegen elke vorm van modernisering. De intussen 70-jarige P.C. Hooftprijswinnaar neemt in zijn jongste bundel Vuur opnieuw geen blad voor de mond als het gaat over onze planeet en vooral over de vernieler van onze planeet de mens.

Ter Balkt, chroniqueur
Krachtig klinkt zijn veroordeling op het einde van het openingsgedicht 'Nijmeegse getijden: 'We hebben haast alles verkeerd gedaan'. Deze kroniek over de Nijmeegse gebroeders Van Limburg, die omstreeks 1400 naar Frankrijk trokken als miniatuurschilders aan de hoven van Filips de Stoute en Jean de Berry, wisselt poëtische beschrijvingen van de prachtige miniaturen af met politieke statements die er niet om liegen:

      De Honderdjarige Oorlog begon
       zoals in feite
        die hele, mooie twintigste eeuw van ons
      een Honderdjarige Oorlog was

en even verder:

      Oorlog maakt separatorvlees
        van mensen, ze zijn maar vernis
          uit de oorlogsmachinerie
            nietwaar Vijftigers

      even een paardensprong
      

Van het Getijdenboek van Duc de Berry uit 1400 naar onze twintigste-eeuwse Vijftigers: zes eeuwen overbruggen aan de hand van een grappige terzijde, een kolfje naar de hand van Ter Balkt. In zijn filosofie is alles met alles verbonden, er is een verband waarvan de mens slechts een glimp te zien krijgt. Dit fundamenteel mythisch denken zet zich af tegen het modernisme dat ahistorisch is en het grote verhaal afzweert. Met organische ritmiek, humor en vertellerstalent onderneemt Ter Balkt een zoektocht naar verloren verbanden, zoals hij overigens in 'Het mooie wandbord' letterlijk aangeeft:

()
een samenhang die voorheen ooit bestond,
blik van 't innerlijk oog en van de bergen.

Nog zo'n voorbeeld van een poging tot mythologiseren is het gedicht 'De dennen', waarin dennenbossen worden beschreven als de kelders van de luchten. De toon is hierbij zo bezwerend dat je moet denken aan een rondreizende troubadour die het dorp in de ban weet te houden met zijn vaak angstaanjagende verhalen. Gelijkaardig kippenvel-gedicht is 'Yemantszoon' die zich op oudejaarsavond haast naar 't dorp door sneeuwzeisen gemaaid.

Ter Balkt, protestdichter
Ter Balkt is een van de weinige Nederlandse dichters die protestverzen publiceerde: tegen de vervuiling van de zee en tegen kerncentrales, wat al aantoont dat hij, met al zijn weemoed om wat verloren ging, met beide benen in de moderne tijd staat.
Ook in Vuur laat hij zijn proteststem horen. In verschillende gedichten komt de bedreigde Usseler Es ter sprake. Usselo, Ter Balkts geboortedorp, bezit een prehistorisch natuurgebied van grote historische en landschappelijke waarde. Door de stedelijke en industriële ontwikkeling van de gemeente Enschede komt dit waardevolle natuurgebied onder vuur te liggen.

Schijngestalten der maan en
snelwandelende gassen, hoe klepelt
't klokje boven Usselo's kerkhof
Mij zal ooit iets beters invallen

en

()
o Usselo concentraat van sterfte!
maar dat is niet het enige concentraat.
De toeëigenaars werden grondwolven

Ter Balkt, poëziebepleiter
Op de achterflap geeft Ter Balkt aan dat Vuur vooral over het volgende gaat: 'Het vuur dat hier geldt is dat van de inspiratie; het vuur dat niet uit mag gaan; en dat op een dag hopelijk door de eendagsvliegen en de eendagsgoden zal worden verlaten.'
Poëzie is Ter Balkts grote liefde en zoals dat gaat met grote liefdes kun je er geen onvolmaaktheid of middelmatigheid van verdragen.

()
Bedenk, Poëzie, alles begon met jou
en de leegte was nooit jouw paleis:
de uitgeblazen ruimte, de ijzige kou,
de augurenstal niet noch de danshal.

Je wilt van een woud niet meer weten.
Ik heb altijd al rond horen zingen
waar jouw verblijf is: achter de bergen.
Ga naar huis, Poëzie, en neem mij mee.
Ga naar huis Poëzie

Uit het heel mooie, poëtisch-essayistische 'Poëzie' nog deze regel:

()
Poëzie volgt stil de mens op de voet.
()

H.H. ter Balkt - Vuur
De Bezige Bij, 2008; 80 blz.; 16,50
ISBN 978 90 234 2770 4


[gepubliceerd: 27 mei 2008]
 
^