Meander * Eerder * Recensies * C.O. Jellema
 
Twee bundels voor C.O. Jellema
Tegen het vergeten
door Joop Leibbrand

Met Kwam iemand in de tuin vanmiddag stelden Marjoleine de Vos, Ton Meijer en Jane Leusink een poëtische hommage samen aan de dichter C.O. Jellema. Naast gedichten van de samenstellers zijn er bijdragen van Benno Barnard, Tsead Bruinja, Maria van Daalen, T. van Deel, Remco Ekkers, Jan Glas, Hans Groenewegen, Kees 't Hart, Hans Christiaan Klasema, Hester Knibbe, Rutger Kopland, Anton Korteweg, Jan Kuijper, Wiel Kusters, Gerard Nijenhuis, Ronald Ohlsen, Willem Jan Otten, Coen Peppelenbos, Suze Sanders, Ger Siks, Willem van Toorn, Elly de Waard, Atze van Wieren, Leendert Witvliet en Willem Jan van Wijk die uitdrukking geven aan hun gevoelens bij de persoon Jellema of hun waardering uiten voor zijn werk. 'Ik denk aan wat je achterliet,/ hoe je taal met twijfel omspon,/ woord gaf aan verlangen,/ hoe verwondering stem kreeg,/ lied werd.' schreef Atze van Wieren in een gedicht dat volop recht doet aan wie en wat Jellema was. Een van diens eigen gedichten (uit Droomtijd, 1999) opent de bloemlezing.

Fata morgana

                 Voor Joachim B.

Kwam iemand in de tuin vanmiddag die
- ik was afwezig ik nu denkend zie
daar lopen, die de tuin voor zich herschiep
tot een verbeelde waar hij dromend liep,
zijn voetstap dieper in het grasveld groef,
tastbaar zijn schaduw naar de vijver droeg
en bodemloos de spiegeling besloeg
van wilde rozen kwam, als vroeger droef
te moede mij geen ander beeld inviel
dan van zo'n komst de schone kunst: waarom
een leven lang dat ene grondwoord 'kom'
van een verlangen, van een zin de ziel?
en nam het schouwend waar voor mij: de straf
geschoren hagen hij tot heining kiest
voor spel en lach waar schroom het van verliest
en lichaam wordt, voor ogenblikken af
en van zichzelf de wederhelft zo gaf
vanmiddag hij mijn ogen goed de kost
- ik was afwezig en heeft mij bekend
in zich als een die ons tezaam verlost
van een gescheidenheid die nimmer went.

De hommage die de vrienden en bewonderaars brengen wordt nergens een hagiografie. Jellema was daar ook niet de persoon naar. Wel wordt door velen recht gedaan aan de authentieke, soms wat stroeve stem van deze zo contemplatief ingestelde dichter aan wie iedere modieusheid vreemd was en die in grote toewijding aan zijn dichterschap het permanente gevoel van vervreemding en gescheidenheid dat hij had, wist te vertalen in een prominente literaire aanwezigheid.
Of die zal blijven? Een van de beste bijdragen is van Anton Korteweg, en die uit in 'Jellema' nauwelijks verhuld zijn twijfel:

()

Maar, onder ons, ik vond hem vaak wel erg
een Dichter, Jellema, een donkere spiegelman,
en dacht, hem lezend, man, maak eens een grap,
doe iets baldadigs, heb een speelse afdronk,
draag niet aan Deftig op, probeer niet steeds
hardnekkig vrucht te dragen vrucht wordt rot.

Enfin, Jellema was, als Jahwe, die hij was:
man met geduld voor het onopgeloste
in eigen hart, die als geen ander wist
dat juist het masker ons verraadt, niet het gezicht.

Geen dichter voor het grote publiek dus, maar wel een voor de aandachtige beschouwer. Zoals Jellema het zelf gewild zou hebben, en zolang het duren mag.


***

Met In de tweede werkelijkheid. Herinneringen van en aan C.O. Jellema eert Alumani, de vereniging van oud-studenten Duits in Groningen haar oud-docent, die met een korte onderbreking van 1967 tot 1988 als germanist verbonden was aan de RUG. Het is een aantrekkelijke herinneringsbundel, die onder meer een mooi geschreven korte biografie door 'literair erfgenaam' Gerben Wynia bevat en de voordrachten die bij de presentatie van het Verzameld werk (Leens, 11 dec. 2005) werden gehouden. Van Jellema zelf werden naast de afscheidsrede die hij in 1988 uitsprak nog vijf andere, vroege teksten opgenomen, waarvan er drie Duitstalig zijn.
Hoe ernstig Jellema zichzelf en zijn dichterschap altijd al nam, blijkt uit een tekst uit 1969, Erzwungene Selbstbefragung, ondertitel Een spiegelgesprek, waarin hij de betekenis analyseert van de strofe

Van dingen spreek ik in de tweede werkelijkheid,
dat is de buigzame herinnering;
beleven is te snel zelfs voor verwondering:
een voetstap klinkt als men hem niet meer hoort.

Verzamelaar van herinneringen, noemt hij zich en het verwerken en bewerken ervan is een arbeid die in taal verricht wordt. Woorden zijn herinnering, door het woord zie je steeds helderder wie en wat je bent. Het ging Jellema een leven lang om het vinden van zichzelf, en daarom onderschreef hij ook, zoals hij in zijn afscheidsrede nog eens zei, Hölderlins poëzieopvatting: 'Der Mensch sammelt sich bei ihr.' Daarom ook was voor Jellema het maken van een gedicht een poging tot herstel der volmaaktheid, werd een gedicht belangrijk als het probeerde een beeld van het ondenkbare te zijn.

Wie de hele bundel leest, krijgt daarbij zo'n tien van Jellema's mooiste gedichten aangereikt, voor een deel toegelicht door vrienden, collega's en oud-studenten. Het is een genot Oek de Jongs bewonderende behandeling van 'Zeegezicht' te lezen, het openingsgedicht van Stemtest (2003) over een babykrab aan de Groningse zeedijk. Zo wil je je als dichter herinnerd weten.

Jane Leusink, Ton Meijer en Marjoleine de Vos (sam.) - Kwam iemand in de tuin vanmiddag. Een poëtische hommage aan C.O. Jellema
kleine Uil, Groningen 2007; 48 blz.; 12,50
ISBN 978-90-77487-53-2

Raymund Prins, Gerben Wynia (red.) - In de tweede werkelijkheid. Herinneringen van en aan C.O. Jellema
kleine Uil, Groningen 2007; 64 blz.; 17,50
ISBN 978-90-77487-56-3


[gepubliceerd: 1 juni 2008]
 
^