Meander * Eerder * Recensies * Bart Moeyaert Gedichten voor gelukkige mensen
 
Bart Moeyaert Gedichten voor gelukkige mensen
Werd poëzie ooit voor de gelukkigen geschreven?
door Nelleke Bos

Het is een onverwachte titel de kunst heet het domein te zijn van de melancholicus, de dolende ziel, de verliefde misschien, maar de gelukkige mens houdt zich verre van poëzie. Het gedicht 'Aquarel' (p.15) is al in tegenspraak met de titel. We lezen dat schilderen en schrijven verdriet als inkt heeft. En al voegt de dichter toe dat alles alles over liefde gaat, echt lichtvoetig word je er niet van. Het is duidelijk dat Moeyaert zijn titel met een vette knipoog gekozen heeft.

Dit is een aquarel: een schilderij van waterverf
op dik karton. Ik wist niet wat ik wou toen ik
eraan begon en nu het af is heb ik er nog
het raden naar. Wat doet die vlek daar op dat schip,
wat doet die vrouw, waarom een zee, had ik dan
blauw in overschoot, dat denk ik niet, ik denk
haast nooit als ik mijn vinger doop in mijn verdriet
of in het jouwe en ermee schrijf of teken, maar
ik moet niet doen alsof. Per slot van rekening
weet iedereen dat alles alles over liefde gaat.

Maar na een gedicht als 'Ons geheugen' (p.11) kun je toch goedgemutst verder:

We moeten ons geheugen niet aan dichters toevertrouwen.
Die brouwen er hun zinnen rond en zoeken dagenlang naar
oude woorden voor de sfeer. Ze maken brood graag ongedesemd,
zetten hun licht onder de korenmaat en wetten messen
net alsof ze zelf de kerfstok hebben uitgevonden. Ze zijn in staat
om steden hexametrisch te verbouwen. Dan trekken ze
een kade recht en schrappen hele straten voor het rijm. Als het
in het metrum past leggen ze dokken droog of wallen bloot
en laten treinen rijden door een karrenspoor. De hele wereld
woont al eeuwen in hun mouwen. Ze zijn geweest wat wij ze
vragen. Ze dropten bommen op de Rex, ze waren jood, sinjoor,
en morgen vallen onze handen met de hunne samen. Ze zeggen:
tijd is was. We kunnen ons geheugen pas aan dichters
toevertrouwen als alles is wat is en zij zich aan de feiten houden.

Zo is het. Stelletje duimzuigers, dat dichtersvolk. Zo hoort het ook, wat mij betreft. Wat zijn de feiten nu helemaal? Alles is interpretatie en dichters winden daar geen doekjes om. Het klankspel van de dichter vat de ons omringende werkelijkheid in een nieuwe laag, hij toont een compleet ander perspectief en plaatst het tegenover de bekende 'werkelijkheid'. Wat is echter? De planmatige en becijferde realiteit van een stad, ontstaan op computerschermen, of de ervaringswerkelijkheid van deze stad in de woorden van de dichter, van jou en mij wellicht? De statistiek en plattegrond van een stad bestaat net zo min fysiek als het gedicht dat dezelfde stad bezingt. Beide zijn een interpretatie van de werkelijkheid, elk heel verschillend gewaardeerd. En ja, geef mij maar de dichtersversie van de stad. Zo komt de stad pas tot leven. Tijd is was: een plattegrond wordt een leugen, ingehaald door de tijd. Blijft over het gedicht, vandaag immers net zo waar als morgen. Kortom, dit is nu eens een gedicht waar je wat aan hebt, zo een dat zegt waar het op staat en zich niet voor zichzelf geneert. Bravo.

Veel van de gedichten in deze bundel schreef Moeyaert in de hoedanigheid van stadsdichter van Antwerpen. Ze werden verspreid op bierviltjes en deurhangers of geprojecteerd op een metershoog watergordijn. Poëzie komt naar u toe deze zomer! Deze gedichten laten zich vlot lezen, maar zijn zo weinig contemplatief of complex van taal dat ze maar zelden verrassend zijn. Wordt het publiek hier niet onderschat? Door iedereen te willen aanspreken, voelt misschien niemand zich aangesproken. Het is waar, poëzie behoort niet langer de elite toe, maar deze stadsserie lijkt mij voor zowel jan modaal als de kunstminnaar de plank mis te slaan.

Gelukkig bevat Gedichten voor gelukkige mensen toch nog enkele onverwacht frisse zinsnedes, zoals deze passage uit 'Kies' (p. 24):

zelf houdt hij niet
van vlekken maken,
maar als het bot moet
stelt hij dingen scherp
zodat het snijdt.

De laatste gedichten zijn in al hun eenvoud een plezier om te lezen. Moeyaert heeft absoluut veel in zijn mars. Een strengere selectie was in deze bundel wel op zijn plaats geweest; er zitten fantastische stukjes tussen, maar je moet wel het geduld hebben om door de minder briljante gedeeltes heen te lezen. Lees vooral wel 'Nu' (p.45):

Ik adem niet, ik zing.
Zelfs als ik zucht, klinkt het
per ongeluk alsof ik
een paar noten neurie
die me vannacht, terwijl
ik sliep, zijn voorgezongen.
Het is alsof de lucht mijn deken is en ik
mijn hoofd het liefst
te rusten leg op het kussen
van mijn longen, de plek
waar ik mijn hartslag hoor
in vierkwartsmaat:
dat ik besta, dat ik besta.

Bart Moeyaert Gedichten voor gelukkige mensen
Querido, Amsterdam 2008, 56 blz.; 16,95
ISBN 9789021433509


[gepubliceerd: 10 juni 2008]
 
^