Meander * Eerder * Recensies * Benne van der Velde dit harnas van kippenvel
 
Benne van der Velde dit harnas van kippenvel
Elvis uit Vlaardingen
door Joris Lenstra

April 2008 presenteerde het uitgeversduo van de kleine Uil de tweede bundel van de tweede stadsdichter van Vlaardingen: Benne van der Velde. De drukbezochte presentatie vond plaats in een pittoresk café in het even pittoreske Vlaardingen. Tijdens de aankondiging liet een van de uitgevers zich dankbaar ontvallen dat hij erg blij was met Van der Velde in hun fonds: hij was ten minste een dichter die wél verkocht.

Benne van der Velde is een exponent van een generatie dichters die beduidend anders met de poëzie omgaan dan hun voorgangers. Zij debuteren niet in onleesbare, overgesubsidieerde tijdschriften. Maar beginnen met hun gedichten op een podium waar ze in contact komen met een luisterend publiek, niet zozeer een publiek dat leest. Ze groeien daar verder op.
Zijn generatie houdt zich ook bezig met poëzie op het internet, waar eveneens een grote interactie heerst. Ze hebben weblogs, onderhouden zo een direct contact met hun eigen lezers en schrijven veel 'democratischer' dan hun voorgangers deden.
In deze kringen kom je maar bitter weinig dichters tegen van de oude stempel, Simon Vinkenoog uitgezonderd natuurlijk. Tenzij ze uitgenodigd worden om hun stille werkkamers te verruilen voor de levendige podia. Ook is het tegenwoordig merkbaar dat deze groep steeds beter bij de reguliere uitgevers terechtkomt. En dat is maar gelukkig ook.

In dit harnas van kippenvel staan verstaanbare gedichten die de auteur dicht op de huid zitten. Het is dan ook niet zonder reden dat er een grote foto van Van der Velde op de achterkant van de bundel prijkt. 'Zijn poëzie is toegankelijk voor een grote groep mensen,' heeft iemand zelfs hoopvol op het achterplat geschreven.

De gedichten van Van der Velde zijn spitsvondig en laten zich openen als tableaux vivants van zijn dagelijkse gevoelsleven, in het bijzonder van zijn relaties met vrouwen. Hij klinkt echter nergens hard, atonaal of buitensporig. Het wordt niet erger dan in 'Vuilak', een herkenbaar gedicht voor de heren:

Ik word wakker met een odol,
zie jouw kussen, hard
van zaad en zout, ik vul
mijn ochtend met vlekken koesteren.
Dan draai ik ons verleden om,
verslap en strompel stap voor stap
naar de badkamer die jij schoon hield.
De douchekop is weer groot genoeg,
word weer hard en ruk me af,
kijk de slierten na die ook verdwijnen.
Ik zoek naar zin, zin in nu.
Wellicht dat scheren terug doet keren.
Fris en fruitig tot op de huid,
hier en daar er dwars doorheen,
zie ik je doekje voor het bloeden.
Ze zijn schaars, ik vind er één
vastgeplakt aan de stortbak.
Je vuilak in kleren die jij als laatste waste,
drinkt zijn koffie zwart
uit de mok die mee verkaste
van onze schone schijn
en leest nog steeds je lippen.

Je ziet onze arme pluizige beer eenzaam wakker worden in zijn grot en zich krabben en schurken in de vroege ochtend. Van der Velde is eerlijk en bovenal smooth. Hij verhaalt met zichtbaar genoegen over belangrijke, anekdotische momenten uit zijn leven. Nergens wordt hij daarbij hermetisch of ontoegankelijk, hij praat de hele bundel door alsof er iemand naast hem staat:

Het liefst word ik herinnerd aan de jeugd
in je blik, wanneer ik stiekem met je dans
voel ik je onstuimig doorbewegen
zonder duidelijk doel of houterige schreden

(uit: 'Meer rode wijn')

Zelfs zoiets hartverscheurends als een miskraam wordt op ingetogen wijze weergegeven; in het gedicht 'Op jullie' ziet hij zijn verwarde gevoelens verbeeld in het verlept hangen van witte rozen bij thuiskomst van de dokter.
Natuurlijk ontbreekt ook het gedicht 'Handgranaat' niet, waarmee hij menig poetry slam gewonnen heeft. Het is een ideaal gedicht voor de slam, vol met verschillende vormen van rijm, met woordspelingen en een duidelijk afsluitend einde.
Het meest treffende portret van zichzelf zet Van der Velde wellicht neer in het volgende gedicht:

De koning te rijk

Ik verfde al mijn gympen blauw,
lijmde bakkebaarden aan,
brak mijn heup op twee plaatsen
toen ik net zo stoer wou staan.

De hele klas voor me op stelten
als ik in de getto brulde.
Eén voor de knikker, twee voor de show,
drie omdat juf Els niets duldde.

Voor mijn vrienden dure auto's,
mijn grootste fan een privé-concert
in het glitterpak dat ze maakte.
Nog één toegift, dan naar bed.

Zo moet hij zelf haast ook op het podium staan. Trots, vol overtuiging, en toch met het besef dat wat hij brengt persoonlijk blijft. Er is niets groots, niets mythisch aan. Hier treedt geen echte Elvis op, maar een knipogende poging daartoe. Deze luchtige houding spreekt uit al zijn gedichten, en ze pleit voor hem.

Bekijk deze bundel, zou ik zeggen. Lees daarbij vooral niet de tenenkrommende achterflap, maar wel met aandacht tussen de omslagen.

Benne van der Velde dit harnas van kippenvel
Uitgeverij kleine Uil, Groningen 2008; 48 blz.; 12,50
ISBN 978 90 77487 58 7


[gepubliceerd: 14 juni 2008]
 
^