Meander * Eerder * Recensies * Willem Thies - Na de vlakte
 
Willem Thies - Na de vlakte
Met speels gemak tegen de berg op
door Maarten Hamelink

Elke literaire publicatie heeft iets van een geboorte. Eerst is er de groei, het proces waarbij letters woorden, woorden zinnen vormen. Tot het verhaal uiteindelijk gedaante krijgt en een eigen leven kan gaan leiden. Dit is het punt waarop de schrijver beseft dat hij zijn werk aan de openbaarheid moet prijsgeven. Hij weet, het is tijd om geboren te worden.

Zo ongeveer zal het ook Willem Thies vergaan zijn bij de publicatie van zijn dichtbundel Na de vlakte. Het is niet zijn eerste. Thies debuteerde twee jaar geleden met Toendra. Met die geboorteverklaring sleepte hij gelijk al de C.Buddingh'-prijs in de wacht. In zijn jongste gedichten dringt zich herhaaldelijk en in verschillende toonaarden de vergelijking op met geboren worden. Een pijnlijke geschiedenis kan dat zijn. De oude toestand maakt plaats voor een nieuwe. En dat gaat doorgaans niet vanzelf, weet ook Thies. Maar vooral: ook de nieuwe toestand verandert weer.

Die continue metamorfose is een terugkerend thema. Meer dan eens buigt de dichter zich over het proces van ouder worden. En hij laat het niet bij een neutrale observatie. Met inleving schrijft hij over mannen en vrouwen die langzaam maar zeker uit de tijd verdwijnen. In 'Een groot huis' 'leest de vrouw tot zij bleek is'. Ook in het openingsgedicht is er een hoofdrol voor de lezende mens. Hier leest een man de krant. Er lijkt niet veel meer aan de hand dan dat hij in de brandende zon geniet van zijn lectuur, van de geur van inkt en papier en een gekoelde witte wijn. Maar terwijl hij zijn wijn drinkt, laat de dichter de huid op zijn schouders schilferen en zijn handen verduisteren. Een zonnig terrastafereel blijkt opeens heel wat verholen sterfelijkheid te ademen. Juist de onsentimentele aanpak van Thies maakt geloofwaardig en raakt je als lezer zonder dat de emotie wordt opgedrongen of al te makkelijk voor het grijpen ligt.

Eenmaal het thema van verandering omarmd, blijkt er voor Thies dichtstof te over. Verandering vindt immers op vele terreinen plaats. Wat te denken van hoe men tussen kind-zijn en volwassenheid zijn angsten overwint, of niet natuurlijk. Dat is het onderwerp van 'Bang voor niets'. Het gedicht begint met een eenvoudig geformuleerde stelling: 'Men overwint in het leven vele angsten'. Ook hier weer dat totale gebrek aan sentiment dat maakt dat je de schrijver geen clichés of betweterigheid verwijt. Thies manoeuvreert daar knap omheen en werkt vervolgens in een enkel vers naar een overtuigende climax: 'Dan wordt men oud/en is men enkel nog bang/voor niets'. Zo helder als het er staat, is die conclusie toch nog weer voor minstens twee totaal verschillende interpretaties vatbaar.

De natuur is voor Thies bij uitstek een speelveld van veranderingen. Met als belangrijkste kenmerk dat de mens er geen enkele invloed op heeft. Neem nu het spel van dag en nacht waar de avond valt 'alsof zich een reus verheft'. Daar is nogal weinig tegenin te brengen, lijkt Thies te willen zeggen. Het gaat dus zoals het gaat in Na de vlakte, maar dat leidt niet tot een teneur van slachtofferschap. Wel is er soms gelatenheid, vaak in combinatie met gevoel voor de humoristische kant van de zaak. Ergens verdrinkt een wesp in een moeras van bosbessenjam. En op een andere plek memoreert de dichter dat God behalve bergen ook erosie schiep. Dit is poëzie met reliëf, van een dichter die de vlakte van zijn jeugd achter zich heeft gelaten en met frisse moed de bergen is ingetrokken.

Of er ook slechte gedichten in deze bundel staan? Het experiment slaat wel eens door en verleidt de dichter tot een flauwe afbreking als 'zon der liefde geen leven'. En in de meer verhalende verzen verliest de dichter zijn zuinigheid met woorden. Maar er blijft meer dan genoeg over wat de moeite waard is.
In Na de vlakte dicht Thies met zelfvertrouwen. Hij slaagt er bovendien in hier en daar een grap te plaatsen, en dat zonder gekunsteld te worden. Het is vooral zijn zelfrelativering die aanstekelijk werkt, zoals in 'Decemberzon' waarin een kat zich achteloos op gevaarlijk terrein begeeft:

(...)

Een kat neemt de veilige route
over schutting en ijzeren spijlen

beweegt zich lichtvoetig en soepel
als iemand die een plan heeft opgevat

waarvan hij weet dat het zal slagen.
(...)

Zeker zo'n laatste zin blijft hangen. Het is alsof de dichter met veel bravoure wil doen voorkomen dat de taal hem aan komt waaien. Wie luistert, vermoedt het tegendeel. Maar toch, de schijn van speels gemak is gewekt en Thies krijgt hem in deze bundel zeker niet tegen.

*****

Willem Thies (1973) woont en werkt in Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis te Groningen, was oprichter van het literaire punkrockmagazine Zeroxat en schrijver voor cultureel jongerenmagazine Simpel. Thies publiceerde in verschillende poëzietijdschriften waaronder De Brakke Hond. Zijn debuutbundel Toendra werd in 2006 bekroond met de C.Buddingh'-prijs.

Willem Thies - Na de vlakte
Uitgeverij Podium, Amsterdam 2008; 46 blz.; 14,50
ISBN 978-90-575-9069-6


[gepubliceerd: 4 juli 2008]
 
^