Meander * Eerder * Recensies * Wouter Godijn - De zieken breken
 
Wouter Godijn - De zieken breken
Wat blijft is de woestijn
door Jan Pollet

Even ongrijpbaar als de kwestie van 'Leven, Liefde, Dood en God' in dit bestaan is het personage 'Wouter Godijn' in het oeuvre van de gelijknamige schrijver. Deze hybride, halfautobiografische dichter/schrijver maakt zowel in zijn romans als in zijn poëzie de dienst uit. Met een romantitel als: De dood van een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt (2007), speelt de auteur het spel met zijn synoniempersonage tot het uiterste. Als je een dergelijke titel leest op een kaft slaat de vervreemding meteen toe en heb je als lezer het gevoel eerder de herinnering aan een boek dan het boek zelf in handen te hebben. (Een kleine anekdote: tegen de onmogelijk lange titel blijkt ook geen enkele zoekmachine opgewassen te zijn. Zo heft het boek op internet zijn eigen bestaan op).

Het personage 'Wouter Godijn' is opnieuw prominent en dit keer schrijnend aanwezig in Godijns laatste dichtbundel: De zieken breken, die dialectisch is opgebouwd rond drie hoofdstukken.
De these: 'De zieken spreken', weerlegd door de antithese: 'Wouter Godijn legt de zieken het zwijgen op en spreekt', afgerond met de onvermijdelijke synthese: 'De zieken leggen Wouter Godijn het zwijgen op en spreken verder'. De grafische vormgever heeft er op zijn beurt alles aan gedaan om de dialectische structuur dik in de rode en zwarte verf te zetten. Staan in 'De zieken spreken' de titels in het rood en de gedichten in het zwart, dan worden deze kleuren in het laatste deel radicaal omgekeerd. Een typografische ingreep die zijn effect niet mist: een in rood gedrukte tekst verhevigt het onderwerp waar het allemaal om te doen is: een ongeneeslijke ziekte.


(…). Alles ging goed

tot jij mijn benen binnenkroop en zei:
(als een licht in het donker)
Nu ben ik jou. Sindsdien klopt de kou
en staat de zomer leeg met een bord 'Bouwval'
op de gammele, groen uitgeslagen deur. Dokter
moet nu écht komen. Gauw!


(Uit: 'Nog klateren')

Enkele jaren geleden kreeg Wouter Godijn te horen dat hij MS (Multiple Sclerose) onder de leden heeft, een ongeneeslijke spierziekte die op lange termijn verlamming tot gevolg heeft. Wie vertrouwd is met het werk van Godijn weet dat navelstaarderige jammerklachten niet aan hem besteed zijn. Zijn mentaal landschap is een vlakte waarin decors met grote levensvragen in een handomdraai torenhoog worden opgetrokken, maar met een kwinkslag zó weer naar beneden donderen. Het enige wat overblijft is de nu eens gniffelende, dan weer cynische lach van de dichter.


(…). Laat ze maar een kerk vouwen,
een hele hoge, met zo'n eindeloze, ijle spits
boven het vlees dat soppend terugkeert in de aarde. Een hoedje

van papier. Is voor de kinderen zo veel aardiger. En dat je dan,
als je goed kijkt, zo af en toe iets ziet bewegen. Heel even:
een gelovige – bleek als een luchtspiegeling.'

(Uit: 'Het loeien bijna balken')

Nooit standpunten innemen, met de voeten vast op de bodem naar het hogere reiken, goed en kwaad, schoon en lelijk over dezelfde kammen scheren: het is het handelsmerk van Godijn. Tussen modder en licht is er geen duidelijk verschil. Zelfs tot in het aanvaardingsproces van de ziekte blijft Godijn een duidelijk standpunt ontwijken:


(…)
We betreden de huiskamer: mijn vrouw op de bank stoot

geluiden uit die huilen lijken. Inderdaad:
huilt. Moet getroost

ik niet
ik niet
ik niet

Waarom?

Ook onder deze vraag bevinden zich trappen
die diep – tot ver onder de boomwortels – in de aarde doordringen
maar die wij in dit gedicht niet af zullen gaan.

(Uit: 'Liggend')

In De zieken breken staat het personage 'Wouter Godijn' op het punt om plaats te ruimen voor de mens en dichter Wouter Godijn. De grimmigheid heeft de overhand gekregen, de vlotte spelletjes à la Toon Tellegen of het geflirt met het aforisme op zijn Herman de Conincks zijn hier ver te zoeken. Godijn wordt langzaam Godijn zonder te vervallen in een lange tirade tegen de onrechtvaardigheid van het lot. Nergens is hier een Grieks-dramatische schreeuw te horen tegen de Goden, nergens een miezerig zelfbeklag 'Waarom ik en niet een ander'. Want dat is ook Godijn: beheerst en flink zijn… en een prachtig poëtisch credo schrijven dat de dichter en zijn klein egootje overstijgt:


Rijm jezelf binnen
in niets, zodat iets
kan beginnen, wespen, een dode vader, misschien een nieuwe kinderfiets

die kan vliegen. Maak dan je spagaat
in de lucht en onnozel het zonlicht,
verander jezelf in een vrucht, in een blad-
wijzer voor je lezer
en eet zijn hersens op. Wees zijn gedicht.

(Uit: 'Credo')

Als motto voor De zieken breken koos Godijn een citaat van Tranströmer:
'Kom tot mij, want ik ben even tegenstrijdig als jijzelf.'


'Dichters zouden meer belangstelling moeten hebben voor elkaars werk, ze zouden er iets van kunnen leren.' Lees meer over Godijns ongenoegen over de egocultuur in de (Nederlandse) poëzie.

*****

Wouter Godijn (1955) debuteerde in 1997 met de roman Witte tongen. In de daarop volgende jaren ontwikkelde hij zich in snel tempo tot een van de belangrijkste hedendaagse dichters. Zijn eerste bundel, Alle kinderen zijn van glas (2000), werd door Kees 't Hart uitgeroepen tot de beste poëzie van dat jaar. Zijn tweede bundel, Langzame nederlaag (2002), werd door Neeltje Maria Min en Gerrit Komrij uitverkoren tot eerste Poëzieclubkeuze. De karpers en de krab (2003), zijn derde bundel, werd genomineerd voor de VSB-prijs.

In 2007 verscheen de roman De dood van een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt. De zieken breken is zijn meest recente dichtbundel. Ook schrijft Godijn literatuurkritieken voor het Nieuwsblad van het Noorden.

Wouter Godijn - De zieken breken
Uitgeverij Contact, Amsterdam, 2008; 62 blz.; € 19,95
ISBN 978-90-254-1925-7


[gepubliceerd: 21 augustus 2008]
 
^