Meander * Eerder * Recensies * Maurice Buehler - Door het oog van de os
 
Maurice Buehler - Door het oog van de os
De dood van een man met ezelsoren?
door Bouke Vlierhuis

Lezen in Door het oog van de os is als een achtbaanrit. Net als je denkt te weten welke kant het opgaat word je in een totaal andere richting geslingerd. En net als in een achtbaan is het het beste om je er gewoon aan over te leveren. Ga je je verzetten, te veel nadenken, dan is er niets aan.
Nadenken zal je trouwens ook niet erg baten bij deze gedichten. Je zult je er bij neer moeten leggen dat je er grotendeels geen moer van begrijpt. Net als in zijn debuut uit 2005, Grasaap te water, houdt Buehler zich in Door het oog van de os bezig met beelden en klanken en niet met het vertellen van een verhaal.
Maar deze bundel is veel beter dan Grasaap te water. In zijn debuut wilde Buehler nog wel eens de indruk wekken dat hij expres moeilijk aan het doen was. In een anekdotisch gedicht dook dan ineens een ongerijmd beeld op. Zo leek het alsof hij betekenis suggereerde die er niet was. De gedichten in Door het oog van de os zijn veel beter gebalanceerd, beter doordacht en hechter van samenhang. Ook zijn ze minder overbeladen met beeldspraak. Terecht, want Buehler is zonder metaforisch geweld al ontregelend genoeg. Zoals in 'Domp ik':


rollen er bloemkolen over de klinkers
kijk jij de ossen in het gat
mijn hekel hard

Aftands draait kamrad
knarst en spant
de moer totdat het knapt


Dit is Buehler ten voeten uit. Wat hij wilde vertellen zal voor altijd duister blijven, maar het is genieten van de bizarre beelden en het klankspel. In het zintuiglijke en vaak oer-Hollandse van zijn beelden (naast bloemkolen en straatklinkers komen er in deze bundel ook veel vissers, werkpaarden, emmers melk en duinen voor) doet Buehler denken aan Piet Gerbrandy. De openingsregel van 'Domp ik' zou ook zo van Gerbrandy kunnen zijn: 'Domp ik bij strijklicht rokende vlaswiek'. Over het algemeen zijn Buehlers gedichten wel opener en rustiger dan die van Gerbrandy, die de lezer nog wel eens plat wil walsen met zijn beukende zinnen.
De eerste afdeling van Door het oog van de os heet 'Gronden voor de bedolven boom'. En inderdaad spelen natuurbeelden er een belangrijke rol in. Maar de menigte oude, kromme, gebroken en versleten mensen die we tegenkomen suggereert dat de mens de bedolven boom is. Veel puin ook in dit openingsdeel, veel schroot en roest. Een voddenman, een paard onder een juk, een 'pas verdronken dorp / op modderklompen', zo worden natuurbeelden vooruitwijzingen naar de dood. Schokkerig en langzaam gaat 'een man met ezelsoren', en wij met hem, die dood tegemoet.
Dan, in het tweede deel 'Brasilia', wordt de vorm vloeiender en komen we zelfs 'jonge vrouwen' tegen. De gedichten zijn nadenkender, stiller, maar toch: 'de jongste zoon geef je een stem van zand', en 'Zwaarlijvig en krap als een kist in het zand / of een oude paardendeken / de borst te geven'. En hoewel alle roest en schroot verdwenen is, is de dood alleen maar dichterbij gekomen:


Verspil er de mooiste zin die niets helder maakt
een zwijgzaam kind plakt er een kijkdoos van

hier links sliep een man die ik dinsdag noemde
zijn blik trok de sterren van het doodskleed af.


'Domp ik' heet het laatste deel van de bundel en de titel zegt het al, daarin draait het om de ik-figuur. Alle thema's uit de eerste twee delen zijn er nog, maar de poëzie wordt iets conventioneler en de beelden bekender. Het gaat zelfs af en toe expliciet over de liefde.

Deze bundel is goed gecomponeerd. Van de harde, koude wereld van het eerste deel kwamen we via het zangerige middendeel aan in een veel bekendere omgeving, dicht bij huis: liefde, erotiek, overbuurvrouwen en vette snacks. En we eindigen op zolder, als een schooljongen met straf:


Ik vang de kat de vlooien af

voor straf op zolder
na school de afgrond in de oren
dit platte plompverloren

hier staat de dag naar binnen open
zo klinkt een doffer
een stipt ik groet u elke morgen


Door het oog van de os is een achtbaan. En aan het eind kun je maar één ding denken: nog een keer!

*****

Maurice Buehler - Door het oog van de os
Uitgeverij Contact, Amsterdam 2007; 44 blz.; 19,90
ISBN 978-90-254-2588-3


[gepubliceerd: 17 september 2008]
 
^