Meander * Eerder * Recensies * Frédéric Leroy - Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen)
 
Frédéric Leroy - Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen)
Nieuwe antwoorden op oude vragen
door Bouke Vlierhuis

'Lucifer en het grote belang', het klinkt als de titel van een jongensboek met Lucifer als held. Maar de gevallen engel komt niet of nauwelijks voor in de bundel. In de triptiek die zijn naam als titel draagt lijkt hij meer de aangesproken persoon. De dichter vertelt hem - en ons - dat hij niet moet geloven, zijn best moet doen om niet te geloven. 'Ontvouw de handen', heet het, 'geloof niet' en twee keer 'niet geloven'.
Voor zover de titel van Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen) een religieuze bundel doet vermoeden, suggereren deze drie gedichten dat het Leroy niet om het christelijk geloof gaat. Het venijn zit hem in het tweede deel van de titel. Niet het geloof, de rituelen zijn de essentie. Bijbelse en christelijke verwijzingen zijn er genoeg in deze bundel, maar ze illustreren bij Leroy slechts de behoefte aan rituele, onpersoonlijke handelingen. Het zelf wordt geheeld - opgeheven zelfs - door de rituelen, zoals ook het motto, ontleend aan Auden, aangeeft: 'Only in rites / can we renounce our oddities / and truly be entired'. God heeft er bij Leroy niets mee te maken. Lijkt het.

Het openingsgedicht 'Aanhef (het woord aan de duivel)' is vormgegeven als een wijnglas. Of is het een miskelk?

Op het schenkblad van deze pagina slechts
een glas wijn en dit glas wijn een glas wijn
laten zijn (de metafoor die opgist
uit het glas laten vervliegen)

dit glas wijn
is
geen
gedicht
maar
vrolijke
vorm:
halfleeg,
halfvol. Het glas
gulzig aan de lippen zetten.

Het is een beetje flauw natuurlijk, maar Leroy (of de duivel) neemt het zelf gelukkig ook niet al te serieus. Het is ten slotte 'geen gedicht maar vrolijke vorm'. Is dat dan de boodschap? Dat we ons rustig kunnen overgeven aan rituelen als we ze maar niet al te serieus nemen? De ondertitel van het gedicht staat een makkelijke interpretatie in de weg. Is het gedicht nu tot de duivel gericht, of is het woord aan de duivel? Met andere woorden: kunnen wij vertrouwen op wat ons gezegd wordt? Bij nader inzien is het in de drie gedichten van 'Lucifer', verderop in de bundel ook niet helemaal duidelijk of het niet de Satan zelf is die spreekt. En of we hem in dat geval wel moeten geloven.
Half leeg, half vol, al na een paar gedichten wordt de lezer in ieder geval opgeslokt door de gelaagdheid van Leroy's poëzie. Consequent maar niet volgens een vast stramien werkt hij zijn thematiek in de rest van de bundel verder uit door hem steeds net iets anders te belichten.
Als goudvis Freaky overlijdt, doet zich bijvoorbeeld een acute behoefte voelen aan een ritueel. In een lang, zoekend, meerdelig gedicht vol grafische vondsten wordt verslag gedaan van Freaky's teraardebestelling. Onder een cypres (net als de vis zelf een christelijk symbool) wordt de goudvis plechtig begraven.
Maar ook het dichten zelf lijkt hier een ritueel. De dood is langsgekomen en al nam hij slechts een goudvis mee (was het wel een goudvis, vraagt de dichter zich ergens af, vanwege Freaky's rode en zwarte vlekjes), als de dichter de dood heeft gezien moet hij schrijven. Het gedicht voelt met zijn vele herhalingen en zijpaden en schijnbaar zinloze overwegingen dan ook enigszins dwangmatig. En ook hier wordt de vraag gesteld hoe serieus we dit alles moeten nemen: 'Is dit nu een goudvis? Was dit // een flauwe een goudvis grap?' (De lezer moet mij helaas vergeven dat ik deze regel om technische redenen niet helemaal goed citeer. Om de woorden 'een goudvis' is in de bundel de vorm van een vis getekend.)
Dat rituelen en dwangneurosen dicht bij elkaar liggen komt ook naar voren in het gedicht 'Melk, boter en een bruid voor Satan'. Dat lijkt een beschrijving van wat iemand met een angststoornis doormaakt als hij de straat op moet voor een boodschap. Terwijl seksuele en gewelddadige gedachten door zijn hoofd galmen probeert hij zich in bedwang te houden door allerlei rituelen. Vrouwen tellen, als laatste in de bus stappen en als mantra herhalen dat 'het gaat'.
In andere gedichten introduceert Leroy enkele, steeds religieus gekleurde, subthema's zoals de onschuld in het geweldige 'Heiden':

Heiden

De zon scheen vaker. Aan de dingen kleefden
nog de namen, uitnodigend, uitwisselbaar
als losse plaatjes, zodat ik rozenstruiken
krokodillen ging noemen, mezelf krijger.

Wreedheid was een deugd, rauw geweld
iets voor helden (dat wat heerste onder
de zomerzon, triomfeerde, regenwormen
in stukken hakte). Ik lachte vaker toen.

In een wereld van gras en pluizen was ik
heidens blond, wist van god noch gebod
maar hield van het witgekalkte kapelletje
verderop - plukte plechtig kruisspinnen.

Ik schiep een pantheon van gedrochten,
krioelend in glazen confituurpotten.

De strijd met de elementen - en dus met de schepping en met God - komt aan bod in 'ornithopter': 'Vandaag kán het: de wetten / verkruimeld tussen gras, de aarde ademt // moeilijk.' Er is ook nog een gedicht met de veelzeggende titel 'Huis met/zonder God' waarin de dichter om de dood(verklaring) van God lijkt te rouwen en waarin hij en passant de essentie van de bundel samenvat: 'Tevergeefs / en wellicht om de tijd te doden / verzin ik op oude vragen / nieuwe antwoorden.'

Moeten we nu geloven of niet geloven? Staan de rituelen los van ons, zijn ze middelen om ons te helen, te redden of in ieder geval in bedwang te houden? Of zijn ze deel van ons? Definiëren wij onszelf door middel van de rituelen en kunnen wij zonder dus niet bestaan? Wat Leroy betreft zijn we er nog lang niet uit. Hij heeft zoveel lagen in Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen) gestopt, dat de keuze uiteindelijk aan de lezer is. Nooit las ik een bundel die zo'n vastomlijnde thematiek behandelt en toch zoveel ruimte biedt.

*****

Frédéric Leroy (1974) is dichter, microbioloog en voedingstechnoloog. Hij is redacteur van literair tijdschrift Dighter en debuteerde in 2006 met de bundel Gedichten in de Contrabasreeks van BnM Uitgevers. Met het ontwerp van Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen) won hij de Prijs Letterkunde 2007 van de Provincie West-Vlaanderen.


Frédéric Leroy - Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen)
De Contrabas, Utrecht/Leeuwarden, 2008; 48 blz.; € 12,50
ISBN 978-90-79432-05-9


[gepubliceerd: 17 september 2008]
 
^