Meander * Eerder * Recensies * Vijf bundels uit Zuid-Afrika
 
Vijf bundels uit Zuid-Afrika
Poëzie kort
door Joop Leibbrand

Trouw blijft het Zuid-Afrikaanse uitgevershuis Protea proberen ook de Nederlandse poëzielezers te bereiken. Zeker in een tijd waarin er weer stemmen opgaan om in de Afrikaanse taal in de eerste plaats een variant van het Nederlands te zien en daarom die taal weer nadrukkelijker bij onze culturele geschiedenis te betrekken, verdient dit streven steun. De volgende vijf bundels geven vermoedelijk een aardig compleet beeld van de poëzie die er naast die van bijvoorbeeld Antjie Krog ook nog wordt geschreven. Niet alles is de moeite waard.

Hennie Aucamp, pseudoniem van de voormalige hoogleraar opvoedkunde Hendrik Christoffel Lourens (1934), geniet in Zuid-Afrika bekendheid als schrijver van korte verhalen (met name reis- en streekverhalen) en als productief auteur van cabaret- en liedteksten. Zijn bundel Vlamsalmander biedt een plezierig leesbare afwisseling van serieuze gedichten en light verse, maar een grote ontdekking is Aucamp toch niet. Daarvoor is het lichte werk net wat te vrijblijvend (en stoort bovendien de rijmdreun), en zijn de andere verzen vaak nogal clichématig. In ieder geval maakt hij onvoldoende waar wat hij in deze kwatrijnen zelf schrijft:

Ars poetica

Poësie is 'n sprekende voorbeeld -
maar waarvan precies?
Van homself, sy klanke en ritmes,
en sy basiese tema: verlies.

Dilemma

"Skryf eenvoudig en toeganklik,"
pleit 'n digter by homself;
maar 'n pen het ook sý lewe,
en dié wil dieper delf.

Dat dieper delven doet Aucamp vrijwel nergens, terwijl hij toch in de gedichten over mythologie, kunstenaars, kunstwerken en schrijvers die de eerste twee afdelingen vullen, veel culturele en historische verwijzingen inbouwt. Het blijft te braaf en te voorspelbaar. Maar een paar keer voel je je als lezer ineens ongemakkelijk. Dan schrik je op en schrijnt er iets, gebeurt er iets op het papier. Het zijn de keren dat Aucamp onverbloemd schrijft over de (homo-)erotische liefde en de lichamelijkheid daarin tastbaar maakt. Dan ineens is de dichter een vent, en dan ook nog een die aanspreekt.

***

Oud-journalist en docent Pirow Bekker (1935) schreef naast korte verhalen en romans eerder al een zestal dichtbundels, te beginnen met Die klip sing in 1965. Om de tijd te bepalen: dat was een jaar na het debuut van Breyten Breytenbach. Waar de laatste wereldroem verwierf, is Bekker een figuur in de marge gebleven.
Het dit jaar verschenen Van roes en amarant is typisch zo'n bundel van een oudere dichter die wil laten zien dat hij er nog is en daarom maar zoveel mogelijk over de lezer uitstort. Bekker ziet overal een onderwerp voor een gedicht in en zo gaan we van een tsunami naar celliste Jacqueline du Pré, van de Sixtijnse kapel naar het 'sprokie van die koei wat vlieg', van 'Die boer kom tuis van die hospitaal' naar Achterberg, Orpheus en markies De Sade in de Bastille, om uit te komen bij 'Komkommertyd'. Een grote variatie derhalve en in het algemeen onbevangen, weinig gecompliceerd gepresenteerd. Onderhoudend, maar een groot poëtisch avontuur is dit 'Mengelwerk' niet.

Woordmens

Sou iemand in 'n ander eeu
dalk [misschien] hierdie woorde lees,
sal hy ten minste een ding weet:
Dié pennelekkerbekker
hy't probeer op sy manier
om na die lewe toe te leef.

(...)

***

Lucas Malan (1946), die in 1981 debuteerde met 'n Bark vir die ontheemdes, schreef met Vermaning. Gedigte 2003-2007 zijn zevende bundel. Als centraal thema in zijn werk wordt wel aangewezen 'die vervreemde mens se ontheemde bestaan, wat op soek en op reis is na 'n bestemming', waarbij die bestemming dan gezien moet worden als een soort 'tuiskoms, 'n amulet teen die dood om die verganklikheid van die bestaan, die verval en stroopproses van die tyd teen te werk'.
Ook in Vermaning, de titel zegt het al, wil Malan zijn lezers in toegankelijke gedichten een spiegel voorhouden, getuige bijvoorbeeld de laatste strofe van 'Memorandum', tevens het slot van de bundel: 'Stel jou die Melkweg voor, / of die Groot Magellaanse Wolk / wat op 'n onbegryplike skaal / astraal geboorte gee. Daar, vral / dáár, sal die mens verlate voel.'
Malan plaatste zijn bundel in een kosmisch perspectief. De eerste afdeling bevat uitsluitend gedichten die de Melkweg, de sterren en planeten als uitgangspunt nemen en in de twee 'aardse' afdelingen met natuurgedichten en beschrijvingen van mensen en plaatsen die volgen, bewaart hij de eenheid door veelvuldige verwijzingen naar de maan. Maar om die nu in dertien van de vijfendertig gedichten een rol te laten spelen is wel erg nadrukkelijk...
Een van de treffendste gedichten is 'Afspraak', waarin Zuid-Afrika verrassend dichtbij blijkt.

Afspraak

Elisabeth Eybers (1915-2007)

Die uurwerk het haar enkel taak
weer stip volbring. Op 'n wintersdag
om kwart oor tien, op die tweede vlak
aan 'n kade, het die klok gestaak.
Kort tevore het die laaste uur geslaan.

Terstond het die merels buite verstom,
lont geruik en vervaard uitgeflap
na die Vondelpark. Daar, met krom
nek geboë in roubeklag, dryf nóg
so vorstelik, eenkant, 'n swaan.

***

Die begeleiding van duiwe is de tweede bundel van Rosa Smit, die in 1986 debuteerde met Krone van die narsing. De bundel kreeg een motto mee van Milan Kundera uit diens The unbearable lightness of being: 'De geschiedenis is zo licht als ieders eigen menselijk bestaan, ondraaglijk licht, lichter dan een veer, als stof dat opdwarrelt in de lucht, als alles wat morgen niet langer zal bestaan.' Het is in het kader van een van de belangrijkste thema's van de bundel, bestaansrecht en bestaansstrijd van de staat Israël, goed gekozen, omdat het direct voor relativering van deze problematiek zorgt. Dat ook in de vele liefdesgedichten en godsdienstige verzen strijd dominant aanwezig is, zorgt voor een sterke samenhang. De spanning tussen het aardse en verhevene, het lichamelijke en godsdienstige, tussen Israël en Zuid-Afrika is door de frisse, energieke, persoonlijke aanpak van Smit goed te verteren. Zo stelt zij zich in het eerste gedicht aan de lezer voor:

Dis nie 'n gedig nie.
Dis my lewe dié!

Ek loop soos 'n oorwinnaar.
Hiervoor het die onderskragende engele
my lankal vergewe
maar mans vrees my.
Hulle vertrou nie my bedekking nie.
Hulle sien rooi lipstiffie, 'n lag te hard
wat te maklik kom.
Te gerig klieke-tie-kliek my hoë hakke.
My stem te presies,
my voornemens direk.
Ek loop fier en seëvierend.

(...)

Of zij nu een bezoek brengt aan het holocaustmuseum of een liefdesbrief schrijft aan een soldaat betrokken bij een Palestijns oproer (over de politieke correctheid van een dergelijke term zullen we het niet hebben), telkens weet zij een gevoel van urgentie op te roepen.
Veel gedichten zijn geïnspireerd op grote figuren uit de kunst en cultuur en uit de oude en hedendaagse geschiedenis. Zo lezen we niet alleen over Moeder Teresa, maar ook over Nero en Luther en leveren ook de zieke Arafat en Sharon aansprekend werk op. In het volgende gedicht spelen Michelangelo en de boeteprediker Savonarola een rol:

Savonarola

terwyl Angelo onderstebo tussen vloer en koepel
die ingetoë Adam sy hand vir God laat gee
presies net soos Savonarola klakkeloos
byna bomenslik [bovenmenselijk] en gruweloos dit wil
moet hy tog telkemale die skertsing
van die man in die dak
met sy kwas uitvee

Angelo wonder of die arme askeet weet
van die naakte vrou wat uit die marmer
wil dans en dat piëtas en madonnas
nie altyd tragies en preuts
in rame vasgevang wil bly nie
dat selfs engele saans streep na die fresko's
in Parma en Florence
om oor Botticelli se skepping vlerk te sleep

***
Henk Rall, die naast een letterkundige ook een medische achtergrond heeft, schreef een verhalenbundel, twee romans en vijf dichtbundels, waarvan de laatste, Proefskrif, liefst vijfentwintig jaar geleden verscheen. Met het lijvige Geskrifte van 'n vermiste digter doet hij een min of meer geslaagde poging dat lange zwijgen in een keer goed te maken met 'dié tydgebonde reëls waarmee / ek tydelik tyd sy tyd teruggee', zoals hij aan het slot van het openingsgedicht schrijft. Zijn geboortegrond is een van de belangrijke thema's:

Noord-Kaap

Klip en graniet
en doleriet

is harde grein
in daardie wurgwoestyn

van skaap en bok
en onverwagte wingerdstok,

skraal windpomp
in suiwerende wind

en kaal versreëls
se ingehoue uiterstes.

Ook bij hem gaan veel gedichten over schrijvers, schilders, wetenschappers en componisten (het zal wel iets in de Zuid-Afrikaanse lucht zijn, die kennelijke behoefte zich in een grote westerse traditie te plaatsen) en daarnaast zijn er liefdesgedichten en levert hij met relativerende humor commentaar op eigentijdse sociale verschijnselen.

Reënboognasie

My een seun loop die roeping na,
die ander een bly driftig kla

oor die politiek ons landskap skuif,
oor goeters [bezit] wat ons mense dryf,

soos die minister wat sonder meer
jou grond onteien of likwideer.

Toe sê my predikanteseun:
"Dis alles vloeksteen

uit spelonke van die hel
wat jou so kwel.

Moenie loop spot
met die planne van God,

want sou die reënboognasie nergens kom,
sal steeds my Here wederkom."

Rall mag dan wel geen groot dichter zijn, zijn onpretentieuze, heldere manier van dichten maakt hem zeer leesbaar. Het is in ieder geval al een verdienste dat zo'n dikke bundel nergens gaat irriteren, ook niet als hij aan het filosoferen slaat:

Godsbewys (2)

Bloot dit: Dat
lewe en 'n leeftyd
maar rafels saamgevat
is in tydgebonde
se duister taal
(meer wispelturig
as 'n Gotiese verhaal)
wat so onleesbaar dig

geskryf is
dat niks
bewys

dat God nie is
nie oor God nie niks
kan wees nie.


Hennie Aucamp - Vlamsalmander
116 blz.; R 150,00; ISBN 978-1-86919-246-4
Pirow Bekker - Van roes en amarant
116 blz.; R 150,00; ISBN 978-1-86919-258-7
Lucas Malan Vermaning
44 blz.; 110 Rand; ISBN 978-1-86919-228-0
Rosa Smit Die begeleiding van duiwe
126 blz.; 135 Rand; ISBN 978-1-86919-199-3
Henk Rall Geskrifte van 'n vermiste digter
171 blz.; 135 Rand; ISBN 978-1-86919-187-0
Alle bundels: Protea Boekhuis, Pretoria 2008


[gepubliceerd: 25 september 2008]
 
^